Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201932043 nr. 456

32 043 Toekomst pensioenstelsel

Nr. 456 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 6 juni 2019

Tijdens de Regeling van Werkzaamheden op 22 mei jl. heeft het lid Van Rooijen verzocht om een schriftelijke reactie op een vraaggesprek van het dagblad De Limburger met Lard Friese, topman van NN (Handelingen II 2018/19, nr.85). In deze brief reageer ik – mede namens de Minister van Financiën – op de uitlatingen van de heer Friese die betrekking hebben op vernieuwing van het pensioenstelsel. Ik zal vervolgens ingaan op de vragen die bij de Regeling van werkzaamheden zijn gesteld.

De heer Friese zou graag zien dat de gesprekken over vernieuwing van het pensioenstelsel spoedig worden afgerond. Op 5 juni heeft het kabinet, samen met werkgevers- en werknemersorganisaties en de SER, een principeakkoord gepresenteerd over een toekomstbestendig en evenwichtig pensioenstelsel.

Nationale Nederlanden hoopt zijn marktaandeel bij het uitvoeren van pensioenregelingen te kunnen vergroten. Hiervoor zouden pensioenregelingen een meer individueel karakter moeten krijgen. Hij wijst op de toename van het aantal zelfstandigen op de arbeidsmarkt en op de toegenomen dynamiek van werknemers. De vernieuwing van het pensioenstelsel die het kabinet voor ogen staat, biedt meer ruimte voor individuele keuzemogelijkheden. Dat betekent echter niet dat de uitvoering van pensioenregelingen meer individueel wordt. Integendeel, het kabinet acht de collectieve uitvoering van arbeidsvoorwaardelijke pensioenregelingen één van de sterke punten van ons pensioenstelsel.

Het feit dat een aanzienlijk deel van de zelfstandigen binnen ons stelsel geen toereikend pensioen opbouwt, is een gezamenlijk punt van aandacht. Het kabinet wil de pensioenopbouw door zelfstandigen meer stimuleren en faciliteren en kijkt met belangstelling naar initiatieven van pensioenuitvoerders op dit terrein.

De heer Friese wil het gebrekkige pensioenbewustzijn aanpakken, bij werkenden in het algemeen en bij jongeren in het bijzonder. Hij roept de overheid op om mee te werken. Het kabinet onderkent het geconstateerde probleem en draagt graag bij aan een oplossing. Via het platform Wijzer in Geldzaken werken kabinet en pensioenuitvoerders al samen om het pensioenbewustzijn te vergroten, onder meer via de jaarlijkse Pensioen3daagse.

Het lid Van Rooijen heeft gevraagd wat de invloed van de verzekeringslobby is op de pensioenonderhandelingen. Het spreekt voor zich dat ik in mijn rol als verantwoordelijk Minister voor de pensioenwetgeving regelmatig contact heb met pensioenuitvoerders, waaronder verzekeraars, maar ook met – onder meer – jongeren- en ouderenorganisaties, wetenschappers en toezichthouders. Het kabinet heeft echter met werkgevers- en werknemersorganisaties het gesprek over de vernieuwing van het pensioenstelsel gevoerd. Verzekeraars en andere pensioenuitvoerders hebben hier geen directe invloed op, buiten hun rol als werkgever binnen de werkgeversorganisaties.

Het lid Omtzigt heeft gevraagd hoe de uitlatingen van de heer Friese zich verhouden tot de IORP-richtlijn. De IORP-richtlijn stelt onder meer algemene regels in het kader van governance, risicomanagement, informatieverstrekking, grensoverschrijdende pensioenactiviteiten en minimumeisen in het kader van kapitaalvereisten. De IORP-richtlijn is van toepassing op pensioenfondsen en PPI’s. Ik zie dan ook geen verband tussen het artikel en de onderwerpen die in de IORP-richtlijn worden geregeld.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W. Koolmees