Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201832043 nr. 404

32 043 Toekomst pensioenstelsel

Nr. 404 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 4 april 2018

Tijdens het algemeen overleg van woensdag 14 maart heeft het lid Omtzigt mij verzocht uw Kamer begin april te informeren over de stand van zaken met betrekking tot de vernieuwing van het pensioenstelsel.

In het regeerakkoord is een ambitieus pakket aan maatregelen opgenomen om het pensioenstelsel te vernieuwen. Voor de toekomst is een stelsel nodig dat beter aansluit bij de veranderende arbeidsmarkt en de persoonlijke behoeften van deelnemers en gepensioneerden, maar waarbij de sterke elementen (zoals verplichtstelling, collectieve uitvoering en risicodeling) gehandhaafd blijven. Belangrijke uitgangspunten daarbij zijn, in lijn met eerdere SER-adviezen, het afschaffen van de zogenoemde doorsneesystematiek en een nieuw pensioencontract met een meer persoonlijk pensioenvermogen gecombineerd met het behoud van collectieve risicodeling.

Het aanvullende pensioen is in de eerste plaats een arbeidsvoorwaarde. Sociale partners hebben daarmee een belangrijke rol binnen het pensioenstelsel. In het regeerakkoord is daarom benadrukt dat het kabinet samen met sociale partners de stap wil zetten naar een vernieuwd pensioenstelsel. Die ambitie heeft het kabinet nog steeds. Binnen de SER wordt op dit moment gewerkt aan de vormgeving van een nieuw pensioencontract. In de laatste jaren is al veel uitgewerkt en de urgentie is nog onverminderd groot. Ik heb er daarom vertrouwen in dat de sociale partners op korte termijn met een advies komen.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W. Koolmees