Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201832043 nr. 384

32 043 Toekomst pensioenstelsel

Nr. 384 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 25 september 2017

Bij brief van de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties gedateerd op 6 september 2017 vraagt u om aanvullende cijfers ten aanzien van het Pensioenfonds Caribisch Nederland (PCN). In onderstaande tabel treft u deze kerncijfers aan. PCN is een zelfstandig operend pensioenfonds. De cijfers zijn derhalve afkomstig uit de gepubliceerde jaarverslagen van PCN.

Kerncijfers (in duizenden dollars)

2011

2012

2013

2014

2015

2016

Actieve deelnemers PCN

1.920

2.377

2.586

2.595

2.656

2.795

Inactieve deelnemers (slapers) PCN

570

715

826

995

1.242

1.442

Pensioengerechtigden PCN

558

607

617

637

695

704

Verleende indexatie

 

2,00%

1,10%

0,00%

0,00%

0,00%

Premie totaal

13.517

10.818

13.809

13.982

19.256

23.376

* waarvan werknemers

4.506

3.606

4.603

4.661

6.419

7.792

* waarvan werkgevers

9.011

7.212

9.206

9.321

12.837

15.584

In uw brief vraagt u ook om een onderscheid tussen uitkeringen «regulier pensioengerechtigden» en «arbeidsongeschiktheid». Deze aantallen worden door het fonds niet separaat gepubliceerd. De uitgekeerde bedragen worden wel onderscheiden, in onderstaande tabel treft u deze aan:

Pensioenuitkeringen (in duizenden dollars)

2011

2012

2013

2014

2015

2016

Ouderdomspensioen

6.000

7.504

7.420

7.644

8.469

8.170

Partnerpensioen

780

916

965

1.033

1.295

1.236

Wezenpensioen

31

88

42

74

68

64

Arbeidsongeschiktheid

48

62

128

279

301

357

Afkopen

65

160

225

107

384

176

Overige uitkeringen

17

7

9

12

25

Totaal

6.924

8.747

8.747

9.146

10.529

10.028

Voor beide tabellen geldt dat over het jaar 2010 geen aparte cijfers beschikbaar zijn. De cijfers over 2011 betreffen de cijfers uit de geconsolideerde jaarrekening van 2010/2011, zoals opgenomen in het jaarverslag. Voor het jaar 2017 zijn nog geen gegevens beschikbaar.

In uw brief vraagt u ook welke maatregelen DNB over de jaren zou hebben moeten treffen indien het een Nederlands pensioenfonds zou zijn geweest op basis van de actuele marktrente. Dit is een hypothetische vraag, het antwoord hangt af van verschillende factoren, zoals de impact die een andere rekenmethodiek heeft op het beleggingsbeleid van het fonds. Wij beschikken bovendien niet over de informatie om de dekkingsgraden op grond van de actuele rekenrente te berekenen. In algemene zin hangt het af van de mate waarin dekkingsgraden in andere omstandigheden lager zouden zijn uitgevallen, of er ook al eerder kortingen bij PCN doorgevoerd hadden moeten worden.

Wat betreft de hoogte van de dekkingsgraad voor indexatie meldt PCN in haar jaarverslag dat indien de dekkingsgraad onder de 110% is, er geen indexatie wordt verleend. In andere gevallen wordt indexatie in principe bepaald op basis van de lineaire interpolatie tussen 100% en de vereiste dekkingsgraad. De dekkingsgraad mag door de indexatie nimmer onder het vereist eigen vermogen uitkomen: de indexatie wordt dan beperkt zodanig dat het vermogen op het vereist eigen vermogen uitkomt:

Dekkingsgraad (in %)

0–110

110–111,25

111,25–112,5

112,5–113,75

113,75–115

>115

Indexatie (% van inflatie)

0

20

40

60

80

100

De vraag hoeveel premies er zijn gestort is hierboven beantwoord. Voor de vraag hoeveel dat had moeten zijn geldt dat in elk van de afgelopen jaren de feitelijke premie boven de kostendekkende premie lag.

Voor de aanvullende stortingen verwijs ik naar mijn brief van 6 september jl. Er hebben sinds de transitie in 2010 geen aanvullende stortingen plaatsgevonden dan de in deze brief genoemde (50,4 miljoen euro in 2010 en 30,3 miljoen euro in 2011).

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk