Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 11 april 2017
Tijdens het VAO Pensioenonderwerpen van 19 januari jl. (Handelingen II 2016/17, nr.
42, item 13) heb ik toegezegd navraag te zullen doen naar de opvatting van De Nederlandsche Bank
(DNB) over een mogelijke toetsing van 30 bestuurders die nog voor 2000 in functie
zijn gekomen. Daarnaast is er een motie van de heer Van Weyenberg (Kamerstuk 32 043, nr. 354) aangenomen waarin de regering wordt verzocht de pensioensector aan te spreken op
het voldoen aan de bepalingen met betrekking tot diversiteit in de code pensioenfondsen.
Met deze brief informeer ik uw Kamer over de uitvoering van de genoemde toezegging
en motie.
Diversiteit in pensioenfondsen
In recent bestuurlijk overleg met de pensioensector heb ik het belang van diversiteit
naar geslacht en leeftijd in de besturen en andere organen van pensioenfondsen benadrukt.
De Pensioenfederatie heeft aangegeven het belang hiervan volledig te onderschrijven.
Dit blijkt overigens ook uit de normen inzake diversiteit die de pensioensector zichzelf
in de Code Pensioenfondsen uit 2013 oplegt. Binnen het bestuur van de Pensioenfederatie
is het onderwerp diversiteit indringend besproken. Om de pensioenfondsen te ondersteunen
bij het divers samenstellen van de fondsorganen, heeft de Pensioenfederatie de «Handreiking
voor het vergroten van diversiteit» uitgebracht. Verder was de themadag van de Pensioenfederatie
voor een groot deel gewijd aan het realiseren van diversiteit binnen de fondsorganen.
Onderwerp van gesprek met de pensioensector was tevens het feit dat verschillende
partijen verantwoordelijk zijn voor de diversiteit binnen pensioenfondsen. Niet alleen
het fondsbestuur, maar ook de partijen die kandidaten voordragen, zoals de werknemersverenigingen,
de werkgeversverenigingen en de verenigingen van pensioengerechtigden hebben hierin
een belangrijke rol. Deze partijen moeten immers een divers samengesteld aanbod van
kandidaten voordragen. De Monitoring Commissie Code Pensioenfondsen heeft in haar
rapport «Werken aan vertrouwen, rapportage naleving code pensioenfondsen over 2015»
geconstateerd dat de pensioensector als geheel het gewenste niveau van diversiteit
nog niet behaald heeft. De Monitoring Commissie Code Pensioenfondsen heeft het grote
belang van diversiteit benadrukt en een aantal good practices van pensioenfondsen
onder de aandacht gebracht waar andere fondsen lering uit kunnen trekken, waaronder:
-
• voortdurend verzoeken om diversiteit bij voordragende organisaties;
-
• de start van een kweekvijver/het introduceren van een aspirant bestuurslidmaatschap;
-
• duidelijk in de profielschets en in de verkiezingsoproep opnemen dat de voorkeur uitgaat
naar een diverse samenstelling;
-
• overleg met voordragende organisaties over invulling van de vacatures conform de diversiteitsdoelstellingen
van het fonds.
De pensioensector is zich er van bewust dat permanente aandacht en inzet nodig is
om te zorgen voor geschikte besturen binnen pensioenfondsen, die een afspiegeling
zijn van de onderneming, bedrijfstak of beroepsgroep en die divers zijn samengesteld.
Toetsing van bestuurders
Met DNB heb ik gesproken over haar opvatting ten aanzien van een mogelijke hertoetsing
van de 30 bestuurders die reeds voor 2000 in functie zijn gekomen en destijds voor
onbepaalde tijd zijn benoemd. DNB benadrukt dat de pensioenregelgeving diverse maatregelen
biedt die toezien op de geschiktheid van bestuurders van pensioenfondsen en het functioneren
van het bestuur als geheel. DNB voert sinds 2000 een deskundigheids- en betrouwbaarheidstoets
(later gewijzigd in een geschiktheids- en betrouwbaarheidstoets) uit voorafgaand aan
de benoeming van bestuurders. Bestuurders die reeds voor het jaar 2000 benoemd waren,
worden getoetst bij hun herbenoeming; bestuurders die na het jaar 2000 benoemd zijn,
worden bij herbenoeming opnieuw getoetst als de herbenoeming samengaat met een functiewijziging.
Met een zittingsduur van maximaal vier jaar en tweemaal de mogelijkheid tot herbenoeming,
op basis van de Code Pensioenfondsen, zullen op den duur vrijwel alle bestuurders
deze toets ondergaan. Voor bestuurders die langer dan de genoemde termijn in functie
zijn, is het aan de fondsen en hiermee aan de sociale partners om de wenselijkheid
hiervan te motiveren.
DNB heeft geen wettelijke bevoegdheid om zonder aanleiding ook tussentijds een geschiktheids-
en betrouwbaarheidstoets uit te voeren. Toezicht op het functioneren van het bestuur
tijdens de zittingsperiode is juridisch belegd bij de Raad van Toezicht of bij de
visitatiecommissie. Daarnaast wordt ook binnen het fonds, op grond van de Code Pensioenfondsen,
het functioneren van het bestuur jaarlijks geëvalueerd, waarbij eens in de twee jaar
tevens een onafhankelijke derde wordt betrokken. Gelet op deze waarborgen en het horizonkarakter
van de problematiek, welke tevens slechts een kleine groep bestuurders betreft, acht
ik het niet opportuun over te gaan tot een wetswijziging om de bevoegdheden van DNB
uit te breiden.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J. Klijnsma