Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 25 maart 2016
Uitkomsten van overleg met DNB over situatie pensioenfondsen
Op 18 maart heb ik met De Nederlandsche Bank gesproken over de financiële situatie
van pensioenfondsen. Zowel DNB als het kabinet hebben begrip voor de moeilijke situatie
waar pensioenfondsen zich op dit moment in bevinden. Eerder heb ik aangekondigd dat
ik DNB zou vragen om in mei met een rapportage te komen over hoe de pensioenfondsen
er financieel voorstaan. Ik heb met DNB afgesproken dat dit beeld zal worden gebaseerd
op de herstelplannen die op 1 april bij DNB worden ingediend voor 2016 en op de cijfers
van de dekkingsgraden. Tevens zal DNB een vooruitblik geven naar 2017. Daarbij geldt
dat deze vooruitblik met onzekerheden omgeven is. Voor de herstelplannen van 2017
is namelijk de stand van 31 december 2016 voor de pensioenfondsen bepalend.
De komende periode wil ik benutten om niet alleen het cijferbeeld helder te krijgen,
maar ook om met sociale partners, toezichthouder, CPB en de pensioensector de situatie
te bespreken. Sociale partners hebben via een brief van de Stichting van de Arbeid
al verzocht om een dergelijk gesprek. In die gesprekken zal gekeken worden wat ieders
verantwoordelijkheden zijn en welke mogelijkheden er zijn vanuit die verantwoordelijkheden
om met de huidige situatie om te gaan. Het kabinet vindt het van groot belang om hierin
gezamenlijk op te trekken. De uitkomst van deze gesprekken zal naast de appreciatie
van het cijferbeeld onderdeel vormen van de begeleidende brief die het kabinet in
mei naar de Kamer zal sturen bij de rapportage van DNB.
Uitkomsten van overleg met Verbond van Verzekeraars over «herkansing» variabele premie-uitkering
Tijdens de plenaire behandeling van het initiatiefwetsvoorstel verbeterde premieregeling
in uw Kamer op 9 maart jl. (Handelingen II 2015/16, nr. 62, Initiatief-Lodders Uitbetaling
pensioen in pensioeneenheden) heb ik uw Kamer toegezegd om spoedig een terugkoppeling
te geven van mijn overleg met het Verbond van Verzekeraars over een mogelijk alternatief
voor de mensen die in de periode 1 januari 2014 tot 8 juli 2015 een pensioen hebben
ingekocht en toen geen gebruik hebben kunnen maken van de pensioenknip. Uw Kamer heeft
daarover een motie aangenomen (Kamerstuk 34 255, nr. 20). Naar aanleiding van het overleg kan ik u het volgende berichten.
In het algemeen is het openbreken van lange termijnovereenkomsten zoals een ingegane
pensioenuitkering hoogst onwenselijk. Een deelnemer moet er namelijk op kunnen vertrouwen
dat een verzekeraar in goede en in slechte tijden haar garanties kan nakomen. Het
is dan ook zeer terecht een goed gebruik om lopende contracten te eerbiedigen bij
wetswijzigingen.
De bijzondere omstandigheid van het ontbreken van een alternatief in de periode van
1 januari 2014 tot 8 juli 2015 ziet het Verbond van Verzekeraars als aanleiding om
hiervan af te wijken. Er bestaat voldoende juridische grondslag om met wederzijds
goedvinden van de betrokkenen voor deze specifieke groep reeds lopende contracten
desgewenst open te breken.
Het Verbond van Verzekeraars wil verzekeraars adviseren een alternatief in de vorm
van een variabele pensioenuitkering te bieden aan mensen, die in de periode tussen
1 januari 2014 en 8 juli 2015 geen gebruik hebben kunnen maken van de pensioenknip.
De wijze waarop moet worden bepaald in samenspraak met de beide toezichthouders AFM
en DNB, zodat duidelijk is hoe verzekeraars met de communicatie en zorgplicht moeten
omgaan. Het spreekt voor zich dat bij omzetting naar een variabele uitkering de pensioenbestemming
van het pensioenkapitaal behouden blijft. Het Verbond van Verzekeraars zal de komende
maanden in nauw overleg met de toezichthouders en de betrokken ministeries nadere
invulling geven aan de voorwaarden.
Uit de analyses, die het Verbond van Verzekeraars heeft laten verrichten, blijkt dat
het «openbreken» van reeds lopende contracten en afsluiten van nieuwe contracten met
een variabele pensioenuitkering onder een aantal voorwaarden voordeel voor de deelnemer
kan opleveren. Uit de analyses blijkt onder meer dat deelnemers bereid moeten zijn
om beleggingsrisico te nemen om in een nieuw contract met een variabele uitkering
een hogere uitkering te kunnen krijgen. Hiermee hangt uiteraard samen dat de uitkering
ook lager kan worden als beleggingsresultaten tegenvallen.
Ik zal uw Kamer voor het zomerreces informeren over de invulling van de voorwaarden
waaronder de «herkansing» zal plaatsvinden.
Stand van zaken beleidsbrief waardeoverdracht
Met uw brief van 16 maart 2016 verzocht u mij om vóór het algemeen overleg «Toekomst
pensioenstelsel» op 30 maart a.s. te informeren over de stand van zaken rond de herziening
van de waardeoverdracht. In de afgelopen periode is uitvoerig overleg gevoerd met
alle partijen in het veld over de problemen rondom waardeoverdracht en mogelijke oplossingen.
Op dit moment wordt de laatste hand gelegd aan een beleidsbrief hierover. Deze brief
zal in de loop van april aan uw Kamer worden gestuurd.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. Klijnsma