Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 18 januari 2016
In mijn brieven van 9 (Kamerstuk 32 043, nr. 294) en 15 (Kamerstuk 32 043, nr. 296) december 2015 heb ik uw Kamer gemeld dat mij informatie bekend was geworden van
MAX Ombudsman inzake de afkoop van kleine pensioenen, maar dat ik nog geen volledig
beeld had van de uitvoeringspraktijk. Ik heb toegezegd om uw Kamer in januari 2016
nader te informeren.
Op mijn verzoek heeft de Sociale Verzekeringsbank (SVB) een twintigtal casus van Omroep
MAX geanalyseerd en een intern onderzoek geïnitieerd naar de feitelijke handelwijze
in de uitvoeringspraktijk op de verschillende SVB-locaties. De bevindingen van de
SVB zijn als bijlage bij deze brief gevoegd1.
Het ging in deze gevallen om burgers die na een uitspraak van de Centrale Raad van
Beroep (CRvB) op 19 december 2014 een verzoek tot herziening hebben ingediend.
Ik heb eerder in antwoord op Kamervragen van het lid Omtzigt (Aanhangsel Handelingen
II 2015/16, nr. 1194) aangegeven dat, voor zover nagegaan kan worden in telefoonrapporten, SVB-medewerkers
belanghebbenden niet hebben ontraden om in bezwaar te gaan. Op basis van het recent
afgeronde onderzoek kan echter niet worden uitgesloten dat sommige klanten aan hun
telefoongesprek met de SVB de beleving overhielden dat het instellen van bezwaar in
feite geen kans van slagen had.
Uit het intern onderzoek van de SVB is namelijk gebleken dat de SVB in het kader van
de afkoop van kleine pensioenen in een tweetal brieven aan belanghebbenden heeft aangegeven
het zeer te betreuren dat deze belanghebbenden in het verleden foutief zijn ingelicht
over het nut al dan niet een bezwaarschrift in te dienen (uit het nadere onderzoek
is overigens niet gebleken dat deze of andere belanghebbenden daadwerkelijk is afgeraden
om in bezwaar te gaan).
Uit het onderzoek is verder naar voor gekomen dat één vestiging van de SVB na de verhoging
van de AOW-leeftijd in 2013 anders is omgegaan met de afkoop van een klein pensioen.
In maart 2014 heeft de SVB, uit efficiencyoverwegingen, op de site aangekondigd dat
alle bezwaarzaken zouden worden aangehouden totdat de CRvB uitspraak zou hebben gedaan.
Nu blijkt dat één vestiging al in 2013 alle bezwaarzaken heeft aangehouden en geen
beslissingen op bezwaar meer heeft afgegeven in afwachting van de uitspraak van de
CRvB. Hoewel dit verschil in de uitvoering niet onrechtmatig is, kan het hierdoor
voorgekomen zijn dat sommige belanghebbenden van wie het bezwaar eerder is aangehouden
wel onder de aangepaste regels van het Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten
(hierna: Inkomensbesluit) zijn komen te vallen en andere belanghebbenden die een afwijzende
beslissing op bezwaar hebben ontvangen niet.
Ik acht het verschil in de uitvoering niet te billijken en de samenloop van de hierboven
weergegeven omstandigheden ongewenst.
Ik heb gezien het voorgaande uit coulance-overwegingen besloten de SVB te verzoeken
dit te herstellen en besluiten ten aanzien van de afkoop van kleine pensioenen over
de jaren 2013 en 2014 volledig te herzien aan de hand van het met ingang van 1 december
2014 geldende Inkomensbesluit; zo nodig pas ik hiervoor de relevante juridische kaders
aan.
De herziening gaat in per 1 januari 2013. Op deze datum werd de verhoging van de AOW-leeftijd
van kracht. Veel pensioenfondsen hanteerden in 2013 en 2014 nog een pensioenleeftijd
van 65 jaar. Een afkoopsom van een klein pensioen werd veelal rond die leeftijd uitbetaald
en vond daardoor dus plaats voor de AOW-gerechtigde leeftijd. Ook personen die geen
bezwaar hebben aangetekend tegen de beschikking waarin hun uitkering werd gekort met
het bedrag van de afkoop van een klein pensioen, komen te vallen onder de nieuwe regels.
Ik heb uw Kamer op 22 september 2015 gemeld dat van de maximaal 12.000 personen die
in 2013 en 2014 zijn gekort vanwege een inkomensstijging op of rond hun 65e jaar de SVB niet heeft vastgelegd of er sprake is van afkoop van een klein pensioen
of een ander inkomen. De SVB heeft mij op 15 januari 2016 op basis van nader onderzoek
en bestandskoppeling gemeld dat maximaal 6.000 AOW-gerechtigden met partnertoeslag
en circa 450 Anw-gerechtigden gekort zijn door een afkoop van een klein pensioen.
Betrokken belanghebbenden worden door de SVB benaderd.
Het herstel met terugwerkende kracht over 2013 en 2014 zal leiden tot eenmalige uitkeringslasten
van maximaal € 3 miljoen voor de AOW (inclusief overbruggingsregeling AOW) en Anw
gezamenlijk. Daarbij zijn aan de uitvoering door de SVB kosten verbonden. Deze kosten
worden geraamd op maximaal € 180.000. De eenmalige extra uitgaven zullen bij de voorjaarsbesluitvorming
binnen de begroting van SZW van dekking worden voorzien.
Ik heb de SVB verzocht om de uitvoering in vergelijkbare gevallen als de onderhavige
te synchroniseren tussen de verschillende vestigingen om zo te voorkomen dat rond
de afhandeling van bezwaar en beroep verschillen ontstaan.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J. Klijnsma