Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 14 oktober 2015
Tijdens het VAO pensioenonderwerpen van 23 september jl. (Handelingen II 2015/16,
nr. 5, item 10) heb ik uw Kamer – naar aanleiding van vragen van de heer Omtzigt – toegezegd een
brief te zullen sturen over het inzagerecht van de raad van toezicht en het verantwoordingsorgaan
in contracten en kosten van het pensioenfonds. Met onderhavige brief voldoe ik aan
deze toezegging. Hierbij zal ik ook kort ingaan op de taak van deze organen omdat
er een relatie is tussen de informatie die verstrekt wordt aan een bepaald orgaan
en de taak van het betreffende orgaan. Tot slot zal ik kort ingaan op een studie naar
de wenselijkheid van een inzagerecht voor deelnemers.
De Wet versterking bestuur pensioenfondsen heeft gezorgd voor een versterking van
het intern toezicht. Zo zijn bedrijfstakpensioenfondsen verplicht een permanente raad
van toezicht in te stellen en hebben ondernemingspensioenfondsen tijdelijk de keuze
tussen een permanente raad van toezicht en een visitatiecommissie. Beide organen bestaan
uit ten minste drie onafhankelijke personen. De raad van toezicht en de visitatiecommissie
hebben tot taak toezicht te houden op het beleid van het bestuur en op de algemene
gang van zaken in het pensioenfonds. Op grond van artikel 104, negende lid, van de
Pensioenwet dient het pensioenfonds desgevraagd aan de raad van toezicht of de visitatiecommissie
tijdig alle inlichtingen en gegevens, die deze voor vervulling van zijn taak redelijkerwijs
nodig heeft, te verstrekken. Ook de contracten van het fonds kunnen dus door de raad
van toezicht of de visitatiecommissie ingezien worden, zo zij dat nodig achten.
In dit kader is ook de Code Pensioenfondsen, zoals geformuleerd door de Stichting
van de Arbeid en de Pensioenfederatie, van belang. Het intern toezicht – dat wil zeggen
de raad van toezicht en de visitatiecommissie – heeft in de Code Pensioenfondsen de
taak gekregen om de naleving van de Code te betrekken bij zijn taak (norm 15). Dat
betekent dat het intern toezicht op grond van de normen 33 t/m 37 inzicht in de kosten
zal verlangen en zo nodig de contracten zal kunnen opvragen. Dit past in de taak van
de raad van toezicht en de visitatiecommissie om toezicht te houden op het beleid
van het bestuur en op de algemene gang van zaken in het pensioenfonds, zoals neergelegd
in artikel 104 van de Pensioenwet. Het is vanzelfsprekend dat het intern toezicht
alle stukken krijgt om haar taak te kunnen vervullen en bijvoorbeeld te controleren
of er voldoende aandacht is geschonken aan het voorkomen van prikkels van asset managers
om ongeoorloofde risico's te nemen. De accountant en De Nederlandsche Bank kunnen
de contracten overigens ook inzien.
Het verantwoordingsorgaan heeft een andere taak dan het intern toezicht bij een pensioenfonds.
Het bestuur van het pensioenfonds moet verantwoording afleggen aan het verantwoordingsorgaan
over het beleid en de wijze waarop dit is uitgevoerd. Het verantwoordingsorgaan heeft
de bevoegdheid een oordeel te geven over het handelen van het bestuur aan de hand
van het jaarverslag, de jaarrekening en andere informatie, waaronder de bevindingen
van het intern toezicht, over het door het bestuur uitgevoerde beleid, evenals over
beleidskeuzes voor de toekomst. Dit oordeel wordt in het jaarverslag opgenomen. In
het verantwoordingsorgaan zijn deelnemers en pensioengerechtigden vertegenwoordigd.
De werkgever kan hierin vertegenwoordigd zijn. Op grond van artikel 115, tiende lid,
van de Pensioenwet moet het pensioenfonds tijdig desgevraagd alle inlichtingen en
gegevens aan het verantwoordingsorgaan verstrekken, die dit orgaan voor de vervulling
van zijn taak redelijkerwijs nodig heeft. Dit kan ook betrekking hebben op gegevens
over kosten en contracten.
Primair is het aan pensioenfondsen zelf om te beoordelen of het verantwoordingsorgaan
de stukken waar het om vraagt «redelijkerwijs nodig heeft voor de vervulling van zijn
taak». Het is denkbaar – en op de grond van de wet dus al mogelijk – dat het fonds
een verzoek van het verantwoordingsorgaan om inzage in contracten van het fonds met
derden honoreert. Maar ook is het denkbaar dat een fonds meent dat het verantwoordingsorgaan
bepaalde contracten niet hoeft te zien, gegeven de taak van het verantwoordingsorgaan.
Daarbij is van belang dat het verantwoordingsorgaan via het jaarverslag al uitgebreid
geïnformeerd wordt over uitvoeringskosten waaronder de kosten voor vermogensbeheer
en transactiekosten en expliciet de bevoegdheid heeft ook over dit onderwerp een oordeel
te geven. Overweging voor het fonds kan hierbij zijn, zoals ik eerder tijdens het
algemeen overleg aangaf, dat de onderhandelingspositie van fondsen verzwakt wordt
als dergelijke informatie vrijgegeven wordt.
Tijdens de behandeling van de Wet versterking bestuur pensioenfondsen heb ik toegezegd
om drie jaar na de inwerkingtreding van de organisatiebepalingen uit deze wet – 1 juli
2017 – een evaluatie uit te zullen voeren. Ik ben bereid om in het kader van deze
evaluatie de wenselijkheid van een inzagerecht van verantwoordingsorganen in contracten
en kosten van het pensioenfonds mee te nemen.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J. Klijnsma