32 043 Toekomst pensioenstelsel

Nr. 11 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 november 2010

Uw Kamer heeft mij verzocht om per brief geïnformeerd te worden over berichtgeving dat ik voornemens zou zijn om pensioenfondsen toestemming te geven om voor 2011 de werkgeverspremies niet te verhogen.

Brief Stichting van de Arbeid

De Stichting van de Arbeid (verder: StvdA) heeft op 19 oktober jl. een brief aan mij verzonden met het verzoek om in overleg te treden met De Nederlandsche Bank (verder: DNB) om te voorkomen dat een substantieel aantal pensioenfondsen hun premies voor volgend jaar ingrijpend zouden moeten verhogen (20–30%). Deze premieverhoging vloeit voort uit de DNB-beleidsregel dat de premiestelling van pensioenfondsen met een dekkingstekort – een dekkingsgraad onder het wettelijke voorgeschreven minimum niveau van 105% – moet bijdragen aan het herstel van de dekkingsgraad. Deze beleidsregel baseert DNB op het uitgangspunt in de Pensioenwet dat korting van pensioenen een «ultimum remedium» is.

Omvangrijke premiestijging schaadt economisch herstel

Ik wil erop wijzen dat de bovengenoemde premiestijging niet alleen betrekking heeft op de werkgeverspremies, maar ook op de werknemerspremies, die meestal een derde tot de helft van de totale pensioenpremie bedragen. Zowel de werkgevers- als werknemerspremies worden uit de totale beschikbare loonruimte voor werknemers betaald, dus in die zin legt een premieverhoging altijd druk op het primaire loon van werknemers. Daarbij mag niet uit het oog worden verloren dat de pensioenpremies sinds medio jaren ’90 zijn verdubbeld en thans op een historisch hoog niveau liggen. Te hoge pensioenpremies zijn schadelijk voor het economisch herstel, de werkgelegenheid en de concurrentiepositie. Daarom zou het onverstandig zijn om veel pensioenfondsen in 2011 te dwingen om hun premies met nog eens 20–30% te verhogen. Dit laat onverlet dat pensioenfondsen de primaire verantwoordelijkheid dragen voor de beleidsmaatregelen om hun dekkingsgraad te herstellen. Premieverhoging, eventueel in beperktere mate, kan dus nog steeds onderdeel van die beleidsmaatregelen in 2011 uitmaken.

Relatie met Pensioenakkoord 2010

In het kader van de uitwerking van het Pensioenakkoord 2010 zijn kabinet en sociale partners met elkaar in overleg om een meer toekomstbestendig stelsel van aanvullende pensioenen te ontwerpen dat de stijging van de levensverwachting, de gevolgen van de vergrijzing en financiële schokken beter kan opvangen. Eén van de doelstellingen hiervan is om een verdere oploop van pensioenpremies te voorkomen. Wanneer DNB geen mogelijkheid zou geven om af te wijken van haar beleidsregel dat de premiestelling moet bijdragen aan het herstel van de dekkingsgraad, wordt die doelstelling ondergraven. In dat geval zouden de pensioenpremies al in 2011 ingrijpend moeten stijgen. Dit probleem vereist een snelle oplossing, omdat pensioenfondsen momenteel de premies voor 2011 moeten vaststellen. De mogelijkheid tot afwijking van de DNB-beleidsregel is alleen verantwoord als tijdelijke maatregel, omdat het herstel van dekkingsgraden hierdoor enigszins wordt vertraagd. Dit vereist dan ook dat een nieuw toekomstbestendig stelsel van aanvullende pensioenen zo snel mogelijk wordt ingevoerd. Door snelle invoering van dit stelsel kan korting van pensioenen mogelijk worden voorkomen, omdat pensioenen in dat geval meer gaan meeademen met de stijgende levensverwachting en met de financiële positie van pensioenfondsen.

Evenwichtige belangenbehartiging

Bovendien eist de Pensioenwet dat pensioenfondsen de belangen van alle betrokken partijen op evenwichtige wijze behartigen. In dat kader is het van belang dat in de berichtgeving omtrent dit onderwerp onderbelicht is gebleven dat momenteel niet alleen bij gepensioneerden, maar ook bij werknemers de indexatie van hun opgebouwde pensioenaanspraken achterwege wordt gelaten. Niet uitgesloten kan worden dat als aanvullende maatregel ook korting van pensioenen noodzakelijk is. Dat is uiteraard een ingrijpende en vervelende maatregel. Ook daarvoor geldt echter dat alle belanghebbenden in een pensioenfonds dan getroffen zullen worden: gepensioneerden en werknemers. Bij alle pensioenfondsen met een dekkingsgraad onder de 100% wordt momenteel nog steeds een volledig pensioen aan gepensioneerden uitgekeerd. Dat betekent dat de pensioenpremies die werknemers betalen al enige tijd voor een deel rechtstreeks worden doorgesluisd naar gepensioneerden en voor dat deel niet ten goede komen aan hun eigen pensioenopbouw. Zoals reeds eerder opgemerkt, zijn deze pensioenpremies bovendien veel hoger dan in het verleden het geval was.

Tot slot

Het besluit van DNB (zie: bijgevoegde brief van DNB)1 dat pensioenfondsen voor de premiestelling 2011 mogen afwijken van de DNB-beleidsregel dat de premie van pensioenfondsen met een dekkingstekort moet bijdragen aan het herstel van de dekkingsgraad, acht ik – mede vanwege de wettelijke eis van evenwichtige belangenbehartiging voor alle betrokkenen in een pensioenfonds – dan ook alleszins verdedigbaar. Ook de afspraken die sociale partners in het kader van het Pensioenakkoord 2010 hebben gemaakt om tot een toekomstbestendig stelsel van aanvullende pensioenen te komen, dragen ertoe bij dat ik het eerdergenoemde besluit van DNB ondersteun. Ik heb de StvdA hierover inmiddels ook geïnformeerd (zie: bijgevoegde brief aan de StvdA).1

Voor de duidelijkheid wijs ik erop dat dit beleid van de toezichthouder niet tot gevolg heeft dat de pensioenpremies in 2011 omlaag zullen gaan. Er wordt alleen voorkomen dat pensioenfondsen in 2011 gedwongen worden om de reeds hoge pensioenpremies nog eens met 20–30% te verhogen.

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

H. G. J. Kamp


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

Naar boven