Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201132036 nr. 17

32 036 Wijziging van de Wet op het financieel toezicht en enige andere wetten (Wijzigingswet financiële markten 2010)

Nr. 17 AMENDEMENT VAN DE LEDEN BLANKSMA-VAN DEN HEUVEL EN IRRGANG

Ontvangen 29 november 2010

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

I

Artikel I, onderdeel J, komt te luiden:

J

Artikel 2:59 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden geregeld van artikel 2:55, eerste lid, met dien verstande dat in ieder geval zijn vrijgesteld de aanbieders van beleggingsobjecten voorzover die beleggingsobjecten worden aangeboden voor een nominaal bedrag per beleggingsobject van ten minste € 100 000.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 3. Indien aan een vrijstelling als bedoeld in het eerste lid het voorschrift wordt verbonden dat bij een aanbod, en in reclame-uitingen en documenten waarin een aanbod in het vooruitzicht wordt gesteld, wordt vermeld dat de vrijgestelde activiteit niet vergunningplichtig is ingevolge deze wet, wordt deze vermelding gedaan op door de Autoriteit Financiële Markten vast te stellen wijze.

II

Artikel I, onderdeel M komt te luiden:

M

Artikel 2:74 komt te luiden:

Artikel 2:74

  • 1. Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden geregeld van artikel 2:65, eerste lid, met dien verstande dat in ieder geval zijn vrijgesteld degenen die rechten van deelneming in een beleggingsinstelling aanbieden:

    • a. voorzover die rechten slechts kunnen worden verworven tegen een

    tegenwaarde van ten minste € 100 000 per deelnemer; of

    • b. voorzover die rechten een nominale waarde per recht hebben van ten

    minste € 100 000;

  • 2. Indien aan een vrijstelling als bedoeld in het eerste lid het voorschrift wordt verbonden dat bij een aanbod, en in reclame-uitingen en documenten waarin een aanbod in het vooruitzicht wordt gesteld, wordt vermeld dat de vrijgestelde activiteit niet vergunningplichtig is ingevolge deze wet, wordt deze vermelding gedaan op door de Autoriteit Financiële Markten vast te stellen wijze.

Toelichting

De afgelopen jaren zijn er talrijke voorbeelden geweest van malafide beleggingsfondsen, zoals Palm Invest, Gold Sun Resorts en Easy Life. Onder meer door gebruik te maken van de € 50 000 grens voor de vergunningsplicht hebben zij vele klanten weten te duperen. Aanbieders van beleggingsobjecten die worden aangeboden voor nominaal bedrag per beleggingsobject van ten minste € 50 000 zijn namelijk vrijgesteld van de vergunningsplicht voor het aanbieden van beleggingsobjecten en vallen derhalve buiten het toezicht. Hetzelfde geldt voor degenen die rechten van deelneming in een beleggingsinstelling aanbieden voor zover die rechten slechts kunnen worden verworven tegen een tegenwaarde van ten minste € 50 000 per deelnemer of voor zover die rechten een nominale waarde per recht hebben van ten minste € 50 000.

Deze grens van € 50 000 wordt te laag geacht om te voorkomen dat niet-professionele beleggers toch in van toezicht vrijgestelde fondsen beleggen. Het is derhalve wenselijk dat deze grens minimaal wordt verdubbeld. In dit amendement wordt dit bedrag daarom verhoogd tot 100 000 euro. Ook de regering is voorstander van deze verdubbeling, getuige de eerste reactie op het voorstel voor een richtlijn tot wijziging van de Prospectusrichtlijn waarin wordt gepleit voor tenminste een verdubbeling van dit bedrag.1

Dit amendement zorgt voor deze verdubbeling wat betreft de vergunningsplicht omdat de Prospectusrichtlijn hierop niet van toepassing is. Het wordt ook wenselijk geacht de vrijstellingsgrens van € 50 000 voor het aanbieden van effect te verdubbelen, maar dit is thans nog niet mogelijk, daar dit is geregeld is in de Prospectusrichtlijn.2

Met dit amendement wordt geanticipeerd op het ophogen van de Prospectusrichtlijn naar eveneens Euro 100 000,–.

Blanksma-van den Heuvel

Irrgang


XNoot
1

Zie Kamerstuk 22 112, nr. 960.

XNoot
2

Richtlijn 2003/71/EG betreffende het prospectus dat gepubliceerd moet worden wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel worden toegelaten.