32 034 Digitale leermiddelen

Nr. 5 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 oktober 2014

Tijdens het AO van 11 juni 2014 over Onderwijs en digitalisering (Kamerstuk 32 034, nr. 4) is aandacht gevraagd voor een mogelijk ongelijk speelveld bij het gebruik van computers tijdens de examens versus geen computer. De heer P. Slomp heeft dit bij u aangekaart, mede omdat hij niet kon instemmen met het antwoord van het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Ik had u toegezegd om voor het AO examens door het CvTE te laten uitzoeken of er sprake is van een bevoordeling.

Is er sprake van een mogelijk ongelijk speelveld? Een onderzoek door de voorganger van het CvTE (het CEVO) liet geen verschillen zien in de uiteindelijk vastgestelde cijfers. Bij een technische benadering kan er theoretisch sprake zijn van een verschil, wanneer je aanneemt dat bij gebruik van de computer iedereen foutloos spelt doordat de kandidaten de spellingscontrole kunnen gebruiken. In de praktijk is dat niet gebleken. Hieruit volgt dat een mogelijk feitelijk voordeel zeer klein is en dan ook geen effect heeft op het uiteindelijke cijfer.

Hierdoor concludeert het CvTE dat er geen voordeel is en niemand benadeeld is. De heer Slomp heeft moeite met deze uitleg. Nog afgezien hiervan is een nieuw onderzoek niet meer opportuun omdat de samenvattingsopdracht met beoordeling van spelling en woordentelling vanaf 2015 geen deel meer uitmaakt van het centraal examen Nederlands in havo en vwo.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, S. Dekker

Naar boven