Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201732034 nr. 22

32 034 Digitale leermiddelen

Nr. 22 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 14 juli 2017

In deze brief reageren wij – op verzoek van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap – op het advies «Doordacht digitaal» van de Onderwijsraad. Het advies gaat over de vraag hoe het onderwijs optimaal kan profiteren van de mogelijkheden die digitalisering biedt.

De Onderwijsraad stelt dat digitalisering van het onderwijs nodig is om jongeren voor te bereiden op deelname aan onze digitale maatschappij. Digitalisering dient echter goed doordacht te worden vormgegeven. Digitalisering en technologische ontwikkelingen hebben immers grote gevolgen voor de inhoud, vorm en rol van het onderwijs.

De Onderwijsraad doet daarom de volgende aanbevelingen.

  • 1. Regel dat het onderwijs zich geen zorgen hoeft te maken over de randvoorwaarden voor digitalisering.

  • 2. Betrek het onderwijs nauwer bij digitale ontwikkelingen.

  • 3. Laat onderwijsinstellingen vanuit een duidelijke visie en deskundigheid aan de slag gaan met kleinschalige en laagdrempelige pilots. Bij succes kunnen die worden opgeschaald.

Deze aanbevelingen zijn in lijn met wat in de afgelopen jaren in gang is gezet. Hieronder kunt u per aanbeveling lezen welke activiteiten zijn ontplooid en tot welke resultaten dat heeft geleid.

1. Ontzorg het onderwijs door randvoorwaarden te garanderen

De Onderwijsraad doet vier aanbevelingen op het gebied van randvoorwaarden, die wij hieronder puntsgewijs aflopen.

a) Basisinfrastructuur

De raad beveelt aan om de basale infrastructuur eerst op orde te krijgen.

OCW erkent het belang van een goede basisinfrastructuur. Het ministerie wil daarom met de sectororganisaties regie blijven voeren op de (door)ontwikkeling van ICT-voorzieningen en standaarden (de basisinfrastructuur). Zo willen wij onderwijsinstellingen de zorg uit handen nemen voor de doelmatige besteding van middelen en voor de bescherming van informatie en privacy.

Kennisnet en SURF hebben in de afgelopen jaren al delen van de basale infrastructuur gerealiseerd en in beheer genomen. De infrastructuur is zo opgezet dat gemeenschappelijke doelen worden bereikt, zoals hergebruik en een goede aansluiting op de infrastructuur van de overheid. Daarnaast zorgt de infrastructuur voor gemak. Instellingen hoeven bijvoorbeeld maar één keer in te loggen om diensten van verschillende ICT-aanbieders te benaderen en kunnen in de eigen leeromgeving naar content van diverse collectiehouders zoeken. Omdat nieuwe technologie zich zal blijven aandienen, zal de infrastructuur om aandacht en inspanning blijven vragen.

b) Techniek los van inhoud

De Onderwijsraad adviseert om de techniek los te koppelen van de inhoud.

OCW onderschrijft het belang van het scheiden van techniek en inhoud. Het onderwijs heeft daarom met het bedrijfsleven en OCW standaarden afgesproken voor ICT-voorzieningen. Deze standaarden verbinden systemen «aan de achterkant» zodat gegevens kunnen worden uitgewisseld. Hierdoor kunnen instellingen gebruik blijven maken van een verscheidenheid aan systemen. Zo houden instellingen keuzevrijheid en wordt marktwerking voor private producten bevorderd. Een voorbeeld hiervan is de standaard Uitwisselen Leerlinggegevens en Resultaten. Met deze standaard kunnen instellingen resultaten van toetsen automatisch overgedragen van een toetsapplicatie naar het leerlingadministratie- of leerlingvolgsysteem.

c) Veiligheid en privacy

De raad adviseert de overheid om in te staan voor de veiligheid en privacy van betrokkenen.

Het OCW ziet ook dat borgen van privacy en beveiliging wordt (nog) belangrijker. Hoewel instellingen zelf verantwoordelijk zijn voor een zorgvuldige omgang met persoonsgegevens, is het belangrijk hen waar mogelijk te ontzorgen. Dit gaat allereerst over het vergroten van het bewustzijn en de vaardigheid van leerlingen, studenten, ouders en medewerkers van instellingen. Daarnaast is het belangrijk ICT-voorzieningen te optimaliseren, zodat deze afvangen wat nodig is. Tenslotte is het belangrijk dat instellingen afspraken maken met aanbieders. Een goed voorbeeld hiervan is het privacy-convenant dat de PO-Raad en VO-raad met leveranciers hebben afgesloten om een zorgvuldige omgang met persoonsgegevens verder te borgen.1

Voor het funderend onderwijs is de Staatssecretaris onlangs ingegaan op de instrumenten en resultaten.2 De inspanningen van de Minister in het middelbaar beroepsonderwijs en hoger onderwijs zijn vergelijkbaar, al is de context door de verschillen in schaalgrootte anders. Tevens profiteren de bij SURF aangesloten instellingen van de infrastructuur en dienstverlening die SURF biedt.3

d) Kosten en begroting

De Onderwijsraad adviseert om beter inzicht in de kosten van digitalisering te krijgen en de begroting te herzien als dat nodig is.

Onderwijsinstellingen hebben gewerkt aan het verkrijgen van dit inzicht. Zo zijn er in het middelbaar beroepsonderwijs en hoger onderwijs benchmarks beschikbaar die inzicht geven in kosten en het gebruik. Dit helpt instellingen bij het inrichten van de ICT-organisatie en het sturen op resultaten. In het funderend onderwijs zijn de verschillen tussen instellingen groter. Daarom wordt hier via casestudies gewerkt aan het vergroten van het inzicht.

Deze instrumenten zijn congruent met de wijze waarop het stelsel is ingericht. Schoolbesturen hebben via de lumpsumbekostiging vrijheid van besteding van middelen. Dit zorgt voor verschillen in keuzes hoe digitalisering wordt vormgegeven en in welke mate. Daarnaast treffen de kosten bijna alle onderdelen van de begroting. Dit tezamen bemoeilijkt het maken van een landelijk beeld. Tevens bestaat het risico dat één beeld toewerkt naar een normbedrag voor digitalisering. Ook dit past niet in de huidige inrichting van het stelsel. De vraag of de totale begroting van besturen toereikend is om digitalisering vorm te blijven geven, is aan het nieuwe kabinet om te beantwoorden.

2. Vergroot het eigenaarschap in het onderwijs

Naast randvoorwaarden is het belangrijk dat het onderwijs eigenaarschap claimt. De Onderwijsraad doet drie aanbevelingen.

a) Vraagsturing

De raad adviseert de inhoudelijke vraagsturing van het onderwijs te versterken.

Via programma’s als het Doorbraakproject Onderwijs en ICT, Slimmer Leren met ICT en Leerling2020 en door ondersteuning van saMBO-ICT, Kennisnet en SURF is resultaat geboekt. Instellingen zijn meer in positie om hun vraag te articuleren naar de markt. Zo komt er binnenkort een aangescherpte versie van het Programma van Eisen voor Leermiddelen en wordt de laatste hand gelegd aan sectorale modelinkoopvoorwaarden voor ICT. Ook de inkoop zelf is verder geprofessionaliseerd. Instellingen in het middelbaar beroepsonderwijs en hoger onderwijs kunnen via SURFmarket software, clouddiensten en digitale content verkrijgen. Een groot aantal besturen in het funderend onderwijs zijn bezig om een vergelijkbare inkoopcoöperatie op te zetten. De sectorraden, Kennisnet en OCW ondersteunen hierbij.

b) Open leermiddelen

De Onderwijsraad adviseert het ontwikkelen, delen en bewerken van open leermiddelen te faciliteren en belonen.

OCW ziet het belang van open leermiddelen. Door zelf ontwikkeld (digitaal) leermateriaal te delen met collega’s binnen en buiten de instelling, kunnen leraren samen werken aan het controleren en verbeteren van het materiaal. Dit versterkt de verbinding tussen leraren en draagt bij aan de kwaliteit en doelmatigheid van het onderwijs. In het hoger onderwijs heeft de Minister de stimuleringsregeling «open en online» meer gericht op dit thema en verdubbeld naar twee miljoen euro vanaf 2018. Daarnaast financiert de Minister twee boegbeeldprojecten van hogescholen en universiteiten.4 In de overige sectoren is financiering van Kennisnet voor Wikiwijs maken belangrijk. Dit biedt leraren en instellingen een plek om leermateriaal te delen, arrangeren en hergebruiken en geeft aanbieders de mogelijkheid het eigen aanbod te versterken met het open materiaal.

c) Deskundigheid

De raad adviseert de digitale deskundigheid in het onderwijsveld uit te bouwen.

Het op peil houden van digitale deskundigheid is de verantwoordelijkheid van de instelling als werkgever. OCW draagt hieraan bij door de randvoorwaarden op orde te brengen, bijvoorbeeld door kennis te vergaren en te verspreiden over wat werkt en wat niet. Daarnaast ondersteunt OCW instellingen en leraren via stimuleringsmaatregelen en versterkt het initiatieven die zich richten op het verbreden van het opleidingsaanbod, bijvoorbeeld via Leraren- en Teambeurzen.

3. Verken toepassingen om ervaring op te doen en visie te ontwikkelen

De Onderwijsraad merkt op dat doordachte keuzes maken vraagt om een visie van de onderwijsinstelling op de rol van digitalisering. Vanuit deze visie kunnen instellingen in pilots aan de slag gaan die – bij succes – geleidelijk kunnen worden opgeschaald.

a) Stimuleren van leraren

De Onderwijsraad beveelt aan leraren te stimuleren om digitale toepassingen uit te proberen.

OCW stimuleert dat leraren, studenten en leerlingen met ICT aan de slag gaan. Het is belangrijk dat bestuurders en managers/schoolleiders hierbij voldoende tijd en ruimte bieden. Het is wat dat betreft top-down én bottom-up. Door met nieuwe ontwikkelingen te experimenteren en ervaringen te delen wordt gebruik duurzaam.5 In de afgelopen periode is het hierbij tevens duidelijk geworden dat instellingen geïsoleerd moeite hebben om voortgang te blijven boeken. Instellingen hebben baat bij (regionale) ondersteuning en samenwerking en waar nodig zullen wij dit ondersteunen.

b) Verbinden van pilots aan visieontwikkeling

De raad adviseert de pilots te verbinden aan visieontwikkeling.

Ook deze aanbeveling steunen wij. Sterker nog, de experimenten zouden hun oorsprong moeten vinden in die visie. In de afgelopen jaren heeft het onderwijs veel aandacht besteed aan visieontwikkeling. Zowel kijkend naar ICT als geheel, als naar aspecten als het leermiddelenbeleid. Het kunnen werken vanuit visie is hierdoor bij de meerderheid van de instellingen en scholen in gang gezet. Instellingen richten zich nu meer op het vertalen naar implementatie en het stimuleren van een lerende en innoverende cultuur binnen de instelling.

c) Opschaling met oog voor keerzijden

De Onderwijsraad adviseert bij de opschaling rekening te houden met de mogelijke keerzijden van digitalisering.

OCW onderschrijft deze aanbeveling. De uitdaging voor de komende tijd is het verduurzamen en opschalen van behaalde resultaten. Het is hierbij belangrijk innovatie te stroomlijnen en samen te werken. Net zo goed is het belangrijk direct aandacht te hebben voor de uiteindelijke invoering in de praktijk. Kennisdeling en -uitwisseling is daar een essentieel onderdeel van.6 Door op deze manier dicht bij de praktijk te blijven en stapsgewijs op te schalen, zorgen we dat er oog blijft voor mogelijke keerzijden van digitalisering.

Afsluitend

In de afgelopen jaren is veel gerealiseerd. Er is gewerkt aan het op orde brengen van de randvoorwaarden om instellingen bij hun ICT-gebruik te ontzorgen. Daarnaast zijn instellingen beter in positie gebracht, zodat ze het vereiste eigenaarschap kunnen pakken en vanuit visie en deskundigheid aan de slag kunnen. Het is aan een volgend kabinet om samen met het onderwijs en het bedrijfsleven deze uitgangspositie doordacht uit te bouwen. Zo zorgen we dat elke leerling en student optimaal wordt voorbereid op een later leven, leren en werken in een gedigitaliseerde samenleving.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M. Bussemaker

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, S. Dekker


X Noot
1

Het convenant is te vinden op www.privacyconvenant.nl.

X Noot
2

Aanhangsel Handelingen II 2016/17, nr. 2075

X Noot
3

SURFcert biedt 24/7 ondersteuning aan op het SURFnet-netwerk aangesloten instellingen. CSIRT’s zijn Computer Security Incident Response Teams die onder coördinatie van SURFcert beveiligingsincidenten in netwerken afhandelen.

X Noot
4

Het Open Education Consortium is een internationale alliantie van onderwijsinstellingen die zich inzetten voor open onderwijs. Als blijk van waardering heeft deze alliantie in 2017 de Open Education Leadership Award of Excellence toegekend aan de Minister.

X Noot
5

Kennisnet (2017), Vier in Balans monitor.

X Noot
6

Raaijmakers, J. (2017), De innovatieparadox beslechten.