Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201132033 nr. 7

32 033 Mediabeleid

32 500 VIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2011

Nr. 7 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 7 juli 2011

1. Voorgeschiedenis

Tijdens het overleg op 13 december 2010 over het onderdeel media van de begroting van OCW1 stelde het lid van de Tweede Kamer mevrouw Bijleveld-Schouten (CDA) het niet goed functioneren van de dienst Gesproken Ondertiteling (hierna: GO) bij de programma’s van de landelijke publieke omroep aan de orde. Met deze brief voldoe ik aan mijn toezegging om hierop voor de zomer 2011 terug te komen.

Bij GO gaat het om een voorziening voor blinden en slechtzienden die over een speciale GO-ontvanger beschikken. Deze ontvanger zorgt ervoor dat de ondertitels bij anderstalige programma’s worden uitgesproken. Volgens gegevens van de NPO waren in januari 2011 circa 5000 personen in Nederland in het bezit van een dergelijke ontvanger. Er is geen wettelijke verplichting om de programma’s van de landelijke publieke omroep van GO te voorzien.

2. Belang van GO bij de programma’s van de landelijke publieke omroep

Een goede toegankelijkheid van de programma’s van de landelijke publieke omroep is van belang voor alle bevolkingsgroepen van de Nederlandse samenleving. Ook de blinden en slechtzienden moeten natuurlijk volwaardig aan die samenleving kunnen deelnemen. GO bij de programma’s van de landelijke publieke omroep kan daaraan een belangrijke bijdrage leveren. Bovendien ben ik van mening dat de landelijke publieke omroep juist hier, waar het gaat om de toegankelijkheid van programma’s voor een kwetsbare groep, een voorbeeldfunctie heeft te vervullen. De NPO zorgt voor zowel de geschreven ondertiteling (ten behoeve van doven en slechthorenden) als GO (ten behoeve van blinden en slechtzienden) bij de programma’s van de landelijke publieke omroep. Mijn inzet is dat de NPO alles moet doen wat redelijkerwijs mogelijk is om GO op korte termijn optimaal te laten functioneren.

3. Brief van de raad van bestuur van de NPO

De raad van bestuur van de NPO heeft mij in een brief van 26 januari 2011 laten weten dat naar aanleiding van vragen in de Tweede Kamer over GO eind 2009 een dringend verzoek aan de omroepdirecties is gedaan om in eigen huis aandacht te schenken aan de procedure waarmee programma’s met ondertiteling aan de eindregie worden aangeleverd. Om een goede werking van GO te waarborgen moeten de ondertitels voor aanvang van de uitzending gescheiden van de programma’s worden aangeleverd. Indien de ondertitels «ingebrand» worden aangeleverd werkt GO niet. De omroepen hebben daarom een overzicht ontvangen van programma’s waarvan de ondertitels niet gescheiden, maar «ingebrand» zijn aangeleverd. Daarnaast merkt de raad van bestuur in voornoemde brief op dat er in 2010 een aantal technische problemen in de uitzendinfrastructuur is opgelost en er voorzieningen zijn aangebracht om ervoor te zorgen dat van de meeste programma’s die herhaald worden de ondertitels uitgesproken worden. Deze maatregelen hebben er volgens de raad van bestuur toe geleid dat het aantal programma’s waarvan de ondertitels worden uitgesproken in 2010 is toegenomen van 60% naar 75%.

Verder blijkt uit voornoemde brief dat de raad van bestuur in een memo van 20 januari 2011 de omroepen nogmaals heeft gewezen op de noodzaak ondertitels van de programma’s aan te leveren, met een bijgewerkte lijst van programma’s met ingebrande ondertitels als specifieke opsomming van probleempunten. De raad van bestuur verwacht dat hiermee het aantal programma’s waarvan de ondertitels wordt uitgesproken in 2011 verder zal stijgen naar 85%.

Dat de NPO de dienst GO zeer serieus neemt illustreert de raad van bestuur in de eerder genoemde brief aan de hand van het onderzoeksproject dat de NPO in 2010 is gestart in samenwerking met TNO. Dit zogenoemde OCR-project (OCR: Optical Character Recognition) moet ertoe leiden dat nagenoeg alle ondertitels worden uitgesproken. Het probleem met de «ingebrande» ondertitels zou daardoor in één klap opgelost zijn. OCR biedt mogelijk niet alleen een oplossing voor GO voor de hoofdkanalen, maar ook voor de thema- en on-demand kanalen. Bij een succesvol verloop van dit onderzoeksproject verwacht de NPO dat in 2012 95% van de ondertitels van de hoofdkanalen wordt uitgesproken.

4. Stand van zaken en rol Viziris

In juni 2011 is door OCW op ambtelijk niveau bij de NPO geïnformeerd naar de stand van zaken ten aanzien van GO. De eerste fase van het OCR-project is inmiddels afgesloten en de resultaten zijn volgens de NPO veelbelovend. De NPO verwacht dat de implementatie van OCR in het eerste kwartaal van 2012 is afgerond. Verder heeft OCW op ambtelijk niveau in juni 2011 een constructief overleg gehad met Viziris (de netwerkorganisatie van en voor mensen met een visuele beperking). Viziris constateerde dat er weliswaar op het punt van het percentage programma’s met ingebrande ondertitels sprake is van een verbetering, maar dat GO bij nieuwsprogramma’s en andere veel bekeken programma’s toch nog veel te wensen overlaat. Deze informatie is door OCW met de NPO besproken. Inmiddels is er op instigatie van OCW een vervolgafspraak gemaakt voor een gezamenlijk overleg tussen OCW, Viziris en de NPO. Een van de onderwerpen van dat overleg zal de nadere onderbouwing zijn die de NPO moet leveren van de genoemde gerealiseerde en nog te realiseren percentages van de ondertitels die worden uitgesproken.

5. Conclusie

Er is een wettelijke verplichting om 95% van de uitgezonden Nederlandstalige programma’s van de landelijke publieke omroep te voorzien van geschreven ondertiteling ten behoeve van doven en slechthorenden. De NPO heeft vier jaar de tijd gekregen om geleidelijk naar dit percentage toe te groeien. Daarentegen is er geen wettelijke verplichting om anderstalige programma’s van de landelijke publieke omroep te voorzien van GO ten behoeve van blinden en slechtzienden. Daarom zou het in mijn ogen dan ook een prima resultaat zijn als de NPO in 2012 het percentage van 95% GO voor de hoofdkanalen weet te realiseren. Zeker nu het er naar uitziet dat OCR daarnaast ook voor de themakanalen en on-demand kanalen een oplossing voor GO biedt. Gelet op de gedane toezeggingen in de hiervoor genoemde brief van de raad van bestuur van de NPO en de gunstige berichten over het verloop van het OCR-project, wil ik de NPO de kans geven om, zonder dat daartoe een wettelijke verplichting bestaat, de genoemde percentages met het daarbij gegeven tijdpad ook daadwerkelijk te realiseren. Dit betekent overigens niet dat de NPO nu achterover kan leunen totdat OCR in het eerste kwartaal van 2012 is geïmplementeerd. Er zal immers een behoorlijke inspanning moeten worden geleverd om nog dit jaar (zonder OCR) te komen tot een percentage van 85% GO, waarbij deze dienst bovendien probleemloos functioneert. OCW zal samen met Viziris de vinger aan de pols houden.

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

J. M. van Bijsterveldt-Vliegenthart


X Noot
1

Kamerstukken II 2010/11, 32 500 VIII, nr. 132.