32 026 (R1888) Regels voor het financieel toezicht op de landen Curaçao en Sint Maarten (Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten)

F BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 16 januari 2019

Per 1 oktober 2018 is de evaluatiecommissie Rijkswet financieel toezicht 2018 ingesteld. De evaluatiecommissie heeft als taak om een advies op te stellen als bedoeld in artikel 33, zesde, negende en tiende lid, van de Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten. Hierbij bied ik u dit advies1 aan.

De evaluatiecommissie oordeelt dat Curaçao en Sint Maarten voor de begrotingsjaren 2015–2017 niet hebben voldaan aan de normen uit de Rijkswet financieel toezicht. De evaluatiecommissie concludeert dat het financieel toezicht voor beide landen moet worden voortgezet en dat het niet gerechtvaardigd is dat verplichtingen op grond van de Rijkswet worden opgeheven. De evaluatiecommissie doet vijf aanbevelingen aan de landen om richting de volgende evaluatie voortgang te realiseren.

Op basis van het advies van de evaluatiecommissie besluit de Rijksministerraad over voortzetting, beperking of beëindiging van het financieel toezicht op Curaçao en Sint Maarten. Dit besluit wordt genomen bij koninklijk besluit en zal worden gepubliceerd in de Staatscourant. Zodra dit heeft plaatsgevonden zal ik uw Kamer hierover informeren.

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.W. Knops


X Noot
1

Ter inzage gelegd op de afdeling Inhoudelijke ondersteuning onder griffie nr. 164383.

Naar boven