32 024
Subsidiariteitstoets van het voorstel voor een richtlijn tot uitvoering van de door BUSINESSEUROPE, UEAPME, het CEEP en het EVV gesloten herziene raamovereenkomst inzake ouderschapsverlof en tot intrekking van Richtlijn 96/34/EG (COM(2009)410)

D
nr. 4
BRIEF VAN DE TIJDELIJKE GEMENGDE COMMISSIE SUBSIDIARITEITSTOETS

Aan de Voorzitters van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 30 september 2009

Op 30 juli 2009 heeft de Europese Commissie het voorstel voor een Subsidiariteitstoets van een voorstel voor een richtlijn tot uitvoering van de door BUSINESSEUROPE, UEAPME, het CEEP en het EVV gesloten herziene raamovereenkomst inzake ouderschapsverlof en tot intrekking van Richtlijn 96/34/EG (COM (2009)410) gepubliceerd.

In het kader van de parlementaire subsidiariteitstoets heeft de Tijdelijke Gemengde Commissie Subsidiariteitstoets op 18 augustus jl. de vaste commissies voor SZW van de Eerste Kamer en de Tweede Kamer verzocht om een inhoudelijk advies.

Op grond van de inbreng van de commissies voor SZW van beide Kamers is bijgaande conceptbrief vastgesteld die ik nu graag ter instemming aan uw Kamer voorleg. De TGCS stelt voor de brief ter kennis van de Europese Commissie te brengen. De relevante Kamerstukken behorende bij deze procedure zijn gedrukt onder Kamerstuknummer 32 024.

Voorzitter van de Tijdelijke Gemengde Commissie Subsidiariteitstoets,

J. J. van Dijk

Conceptbrief aan de Vicevoorzitter van de Europese Commissie

Geachte mevrouw Wallström,

Beide Kamers der Staten-Generaal van het Koninkrijk der Nederlanden hebben – overeenkomstig de door hen vastgestelde procedures – het voorstel voor een richtlijn tot uitvoering van de door BUSINESSEUROPE, UEAPME, het CEEP en het EVV gesloten herziene raamovereenkomst inzake ouderschapsverlof en tot intrekking van Richtlijn 96/34/EG – COM (2009)410, gepubliceerd 30 juli 2009, getoetst aan de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit. Zij hebben daarmee toepassing gegeven aan artikel 5 EG-Verdrag en Protocol 30 bij het Verdrag van Amsterdam betreffende de toepassing van het subsidiariteits- en het evenredigheidsbeginsel.

Beide Kamers der Staten-Generaal achten voor het voorstel voldoende rechtsgrondslag aanwezig in de artikelen 139, lid 2, en artikel 137 lid 1 van het EG-Verdrag. Tevens kunnen wij u berichten dat wij in het voorstel geen bezwaren zien met betrekking tot de subsidiariteit en proportionaliteit van de voorgestelde maatregelen.

Hoogachtend,

Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Naar boven