32 013 Toekomst financiële sector

I VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 11 mei 2020

De leden van de vaste commissie voor Financiën1 hebben kennisgenomen van het rapport van de Algemene Rekenkamer over de Bankenresolutie in Nederland. Naar aanleiding van het rapport hebben de fractieleden van VVD, FVD en GroenLinks op 2 april 2020 enkele vragen gesteld aan de Minister van Financiën.

De Minister heeft op 8 mei 2020 gereageerd.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Financiën, Van Dooren

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISISIE VOOR FINANCIËN

Aan de Minister van Financiën

Den Haag, 2 april 2020

De leden van de vaste commissie voor Financiën hebben met belangstelling kennisgenomen van het rapport van de Algemene Rekenkamer over de Bankenresolutie in Nederland. Naar aanleiding van het rapport hebben de fractieleden van VVD, FVD en GroenLinks enkele vragen.

Toegang tot informatie

De Nederlandse Bank (DNB) is voor Nederland aangewezen als nationale afwikkelingsautoriteit en verzamelt uit dien hoofde informatie. Deze informatie wordt gedeeld met, dan wel overgedragen aan de Single Resolution Board (SRB). De fractieleden van de VVD en FVD vragen of u het met hen eens bent dat de Algemene Rekenkamer inzage moet kunnen hebben in alle door DNB verzamelde informatie?

Zodra deze informatie is gedeeld met de SRB wordt deze door de SRB als «geheim» bestempeld en gezien als vallend buiten het bereik van onderzoeken door de Algemene Rekenkamer. Bent u het met de fractieleden van de VVD en FVD eens dat informatie die DNB aanlevert aan de SRB onbeperkt toegankelijk moet zijn en blijven voor de Algemene Rekenkamer?

Omgekeerd is ook de informatie die de SRB deelt met DNB voor de Algemene Rekenkamer onvoldoende toegankelijk. De Algemene Rekenkamer schrijft: »Daarnaast bestrijden we dat de SRB documenten die we wel hebben gezien buiten de reikwijdte en het mandaat van ons onderzoek vallen, aangezien DNB op basis van deze SRB documenten beleidskaders heeft opgesteld die een rechtstreekse basis vormen voor de wijze waarop DNB zijn afwikkelingsplannen [...] vormgeeft en uitvoert.»2 Bent u het eens met deze constatering van de Algemene Rekenkamer?

Uit het rapport blijkt dat de SRB voorwaarden heeft verbonden aan inzage van documenten door de Algemene Rekenkamer en dat de SRB DNB verantwoordelijk houdt voor het naleven van die voorwaarden. De Algemene Rekenkamer stelt in zijn rapport: «Wij beschouwen dit als een belemmering van onze controlemogelijkheden op grond van de Nederlandse Wet.»3 Bent u het eens met deze constatering van de Algemene Rekenkamer?

De Algemene Rekenkamer stelt in zijn rapport: «DNB geeft aan dat wij alle relevante SRB documenten hebben ontvangen. Wij hebben echter niet zelf kunnen vaststellen dat dit daadwerkelijk het geval is [...]. Bovendien hebben we één document – de zogenaamde «resolutiehandleiding» niet gekregen.»4 Bent u het met de fractieleden van VVD en FVD eens dat de Algemene Rekenkamer alle documenten moet kunnen ontvangen die voor zijn onderzoek naar het handelen van DNB als nationale afwikkelingsautoriteit van belang zijn? Zo ja, wil de regering in Europees verband bevorderen dat alle belemmeringen voor informatiedeling tussen nationale afwikkelingsautoriteiten enerzijds en nationale regeringen en nationale rekenkamers anderzijds worden weggenomen?

De Algemene Rekenkamer en DNB blijven van mening verschillen als het gaat om de toegang tot de informatie van de SRB door de Algemene Rekenkamer.5 De leden van de fractie van GroenLinks vragen of u als toezichthouder op DNB kan aangeven wat haar oordeel is ten aanzien van de toegankelijkheid van alle informatie voor de Algemene Rekenkamer? Bent u het met de leden van de fractie van GroenLinks eens, dat het versterken van extern toezicht en vooral het toezicht van de Algemene Rekenkamer en de Europese rekenkamer, van cruciale belang is voor een adequate werking van het gemeenschappelijke afwikkelingsmechanisme? Wat is de regering van plan om het externe toezicht te versterken? De rekenkamers van andere landen en de Europese Rekenkamer doen, net als de Algemene Rekenkamer, onderzoek naar het afwikkelingsmechanisme. Een gezamenlijk rapport wordt verwacht in de loop van 2020.6 Bent u bereid deze onderzoeken na verschijning met analyse en conclusie naar de Kamer te sturen?

Governance SRB

De fractieleden van VVD en FVD hebben naar aanleiding van het onderzoek ook vragen over de governance van de SRB, nu deze instelling – via DNB – communiceert met de Algemene Rekenkamer. Wie houdt toezicht op het functioneren van de SRB en op wat voor wijze legt de SRB regulier dan wel ad hoc verantwoording af over zijn activiteiten? Wat is uw mening over de kwaliteit van dit toezicht en de democratische controle? Welke informatie ontvangen de lidstaten over dit toezicht?

Het is de fractieleden van FVD en VVD bekend dat de SRB als Europees centraal besluitvormend orgaan beleidsmatig verantwoordelijk is voor het doeltreffend en samenhangend functioneren van het gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme.7 Los van het gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme is voor kleine en middelgrote banken die binnen de grenzen van een lidstaat opereren de afwikkelingstaak op nationaal niveau georganiseerd. De uitvoerders van die nationale taak vallen onder de verantwoordelijkheid van nationale regeringen. De SRB valt echter niet onder toezicht van enige nationale regering. Uit het onderzoek van de Algemene Rekenkamer blijkt verwevenheid tussen de activiteiten van de SRB en de nationale afwikkelingsautoriteit, onder meer door middel van een door SRB opgestelde «resolutiehandleiding» die aan DNB is toegezonden, maar die de Algemene Rekenkamer niet mocht inzien. Het (vermoedelijke) bestaan van zo’n handleiding duidt erop dat SRB voor zichzelf een taak ziet weggelegd bij het nationale resolutiebeleid en dat roept bij de fracties van FVD en VVD de vraag op of u ook van mening bent dat SRB een rol moet spelen in het nationale resolutiebeleid? Zo ja, dan rijzen drie vervolgvragen: a) welke meerwaarde ziet u in de rol van de SRB terzake van het nationale beleid, b) wat is de afbakening tussen de taken van de SRB en die van DNB, de nationale afwikkelingsautoriteit in Nederland en c) wie is eindverantwoordelijk voor de afwikkeling van kleine en middelgrote banken?

Afwikkelingsplannen

De leden van de GroenLinks-fractie vragen of u kan aangeven wat de actuele stand van zaken is ten aanzien van de afwikkelingsplannen van middelgrote en kleine banken in Nederland? Is DNB als nationale afwikkelingsautoriteit klaar met afwikkelingsplannen van alle middelgrote en kleine banken in Nederland? De regering is toezichthouder op DNB als nationale afwikkelingsautoriteit. Heeft u zicht op de afwikkelingsplannen, inclusief de playbooks? Vindt er een toetsing plaats op de adequaatheid en de uitvoerbaarheid van de plannen? Zo ja, op welke manier gebeurt dit? Op welke manier borgt u dat DNB een adequate planning en prioritering hanteert? Heeft u voldoende zicht op de criteria die door DNB gehanteerd worden voor haar besluiten over afwikkelbaarheid? Heeft het Ministerie van Financiën een risicoanalyse gedaan ten aanzien van de consequenties van afwikkelingsplannen voor de overheid en voor het depositogarantiefonds?

Ten aanzien van de afwikkeling van grensoverschrijdende en grote banken is de SRB verantwoordelijk.8 Op welke manier houdt u toezicht op de afwikkelingsplannen voor grote banken, die door de SRB zijn ontwikkeld? Heeft u toegang tot informatie die beschikbaar is bij de SRB? Welke risico’s ziet u bij de afwikkelingsplannen van grote banken? Heeft u zicht op de risico’s voor de overheid van de afwikkelingsprogramma’s van grote banken? Wilt u de risicoanalyse met de Kamer delen?

De leden van de vaste commissie voor Financiën zien uw reactie met belangstelling en bij voorkeur binnen vier weken na dagtekening van deze brief tegemoet.

De voorzitter van de vaste commissie voor Financiën, Frentrop

BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 mei 2020

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen die de leden van de vaste commissie voor Financiën op 2 april 2020 hebben gesteld over het rapport van de Algemene Rekenkamer over Bankenresolutie in Nederland.

De Minister van Financiën, W.B. Hoekstra

Beantwoording vragen schriftelijk overleg over het rapport Bankenresolutie in Nederland

Hieronder beantwoord ik de vragen die de leden van de vaste commissie voor Financiën op 2 april 2020 hebben gesteld over het rapport van de Algemene Rekenkamer over Bankenresolutie in Nederland. Ik dank de leden van de fracties van de VVD, FVD en GroenLinks voor de gestelde vragen.

Toegang tot informatie

De leden van de fracties van VVD en FVD vragen of ik het met hen eens ben dat de Algemene Rekenkamer inzage moet kunnen hebben in alle door DNB verzamelde informatie. Deze leden vragen voorts of ik het met hen eens ben dat informatie die DNB aanlevert aan de SRB onbeperkt toegankelijk moet zijn en blijven voor de Algemene Rekenkamer.

De Algemene Rekenkamer schrijft: »Daarnaast bestrijden we dat de SRB documenten die we wel hebben gezien buiten de reikwijdte en het mandaat van ons onderzoek vallen, aangezien DNB op basis van deze SRB documenten beleidskaders heeft opgesteld die een rechtstreekse basis vormen voor de wijze waarop DNB zijn afwikkelingsplannen [...] vormgeeft en uitvoert.» De leden van de genoemde fracties vragen of ik het eens ben met deze constatering van de Algemene Rekenkamer.

Uit het rapport blijkt dat de SRB voorwaarden heeft verbonden aan inzage van documenten door de Algemene Rekenkamer en dat de SRB DNB verantwoordelijk houdt voor het naleven van die voorwaarden. De Algemene Rekenkamer stelt in zijn rapport: «Wij beschouwen dit als een belemmering van onze controlemogelijkheden op grond van de Nederlandse Wet.» De leden vragen of ik het eens ben met deze constatering van de Algemene Rekenkamer.

De leden vragen of ik het met hen eens ben dat de Algemene Rekenkamer alle documenten moet kunnen ontvangen die voor zijn onderzoek naar het handelen van DNB als nationale afwikkelingsautoriteit van belang zijn.

De Algemene Rekenkamer is controlebevoegd ten aanzien van de wijze waarop DNB zich als de nationale resolutieautoriteit voorbereidt op mogelijk falen van middelgrote en kleine banken. Om deze controletaak naar behoren te kunnen verrichten is het van belang dat de Algemene Rekenkamer toegang heeft tot alle documenten en informatie die zij hiervoor nodig heeft. Tot mijn genoegen constateer ik dat de Algemene Rekenkamer in haar rapport schrijft dat zij alle bij het ministerie en DNB opgevraagde informatie heeft ontvangen of kunnen inzien en dat dit geen belemmering van haar onderzoekswerkzaamheden heeft opgeleverd. Ook begrijp ik dat de Algemene Rekenkamer bij DNB, ter plaatse, informatie van de gemeenschappelijke afwikkelingsraad (Single Resolution Board, hierna: SRB) heeft kunnen inzien.

Met de verordening inzake een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme (Single Resolution Mechanism Regulation, hierna: SRM-verordening9), is voor significante en grensoverschrijdende banken binnen de Eurozone de besluitvorming over (de voorbereiding op) resolutie naar een Europees niveau getild. Dit is toevertrouwd aan één centrale autoriteit, de SRB. Ten aanzien van de uitoefening van de resolutietaak door de SRB is de Europese Rekenkamer exclusief controlebevoegd. Het verbinden van voorwaarden aan de inzage van informatie over de bredere taken van de SRB kan passen binnen de verhouding tussen een nationale rekenkamer en een Europese autoriteit. Dat de SRB vervolgens DNB verantwoordelijk houdt voor de naleving van de voorwaarden, volgt uit de Europese verantwoordelijkheid van DNB als lid van de SRB. DNB geeft in haar reactie op het rapport aan dat dit niet heeft geleid tot een belemmering voor het onderzoek.10

Naar ik heb begrepen, worden in het najaar de gezamenlijke resultaten verwacht van het onderzoek dat de Algemene Rekenkamer en collega-rekenkamers uit andere lidstaten hebben uitgevoerd. Dan zal kunnen blijken in hoeverre de SRB ook voorwaarden heeft gesteld aan de inzage van bepaalde informatie bij het onderzoek van collega-rekenkamers. Dat een Europese autoriteit aan de inzage van haar informatie door nationale rekenkamers voorwaarden stelt, hoeft niet te betekenen dat er van een belemmering in controlemogelijkheden sprake is. Waar het om gaat, is dat er sprake is van een stelsel van sluitende controle, zodat er altijd een controlebevoegde rekenkamer is. Voor die rekenkamer staat voorop dat zij volledige, onbelemmerde toegang tot informatie moet hebben om de publieke taakuitoefening aan adequate controle te onderwerpen.

De leden van de GroenLinks-fractie vragen of ik als toezichthouder op DNB kan aangeven wat haar oordeel is ten aanzien van de toegankelijkheid van alle informatie voor de Algemene Rekenkamer.

DNB geeft in haar reactie op het rapport aan dat zij de observaties van de Algemene Rekenkamer ten aanzien van toegang tot SRB stukken en lacunes in haar controlemogelijkheden niet kan plaatsen.11 DNB benadrukt dat de Algemene Rekenkamer inzage heeft gekregen in alle relevante SRB-documenten, ondanks het feit dat deze uitsluitend van toepassing zijn op significante instellingen en ondanks het feit dat deze buiten de reikwijdte en het mandaat van het onderzoek van de Algemene Rekenkamer vallen.

De leden van de fracties van VVD en FVD vragen of de regering in Europees verband wil bevorderen dat alle belemmeringen voor informatiedeling tussen nationale afwikkelingsautoriteiten enerzijds en nationale regeringen en nationale rekenkamers anderzijds worden weggenomen.

De leden van de GroenLinks-fractie vragen of ik het met hen eens ben dat het versterken van extern toezicht en vooral het toezicht van de Algemene Rekenkamer en de Europese Rekenkamer, van cruciaal belang is voor een adequate werking van het gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme. Wat is de regering van plan om het externe toezicht te versterken?

Ik onderschrijf het belang van goed georganiseerde, sluitende controle op de besluitvorming over (de voorbereiding op) resolutie van banken. Deze controle vormt een belangrijk onderdeel van het systeem van checks and balances en waarborgt de democratische legitimatie van de publieke taakuitoefening. Een goede informatiepositie van de controlebevoegde rekenkamer is essentieel in dit verband.

Uit het onderzoek van de Algemene Rekenkamer blijkt dat zij geen belemmering heeft ervaren in de toegang tot relevante informatie bij DNB en het ministerie. Vooralsnog heb ik ook geen signalen dat de informatiepositie van de Europese Rekenkamer jegens de SRB onvoldoende is. Mocht deze informatiepositie in de toekomst toch onvoldoende blijken te zijn, dan zal ik dit in Europees verband agenderen, zoals ik ook heb gedaan voor de informatiepositie van de Europese Rekenkamer ten aanzien van het bankentoezicht door de Europese Centrale Bank.

De rekenkamers van andere landen en de Europese Rekenkamer doen, net als de Algemene Rekenkamer, onderzoek naar het afwikkelingsmechanisme. Een gezamenlijk rapport wordt verwacht in de loop van 2020. De leden van de GroenLinks-fractie vragen of ik bereid ben deze onderzoeken na verschijning met analyse en conclusie naar de Kamer te sturen.

Ik zal mijn reactie op het rapport naar beide Kamers sturen. Het rapport zelf zal zoals gebruikelijk door de Algemene Rekenkamer aan het parlement worden aangeboden.

Governance SRB

De leden van de fracties van VVD en FVD hebben naar aanleiding van het onderzoek vragen over de governance van de SRB, nu deze instelling – via DNB – communiceert met de Algemene Rekenkamer. Wie houdt toezicht op het functioneren van de SRB en op wat voor wijze legt de SRB regulier dan wel ad hoc verantwoording af over zijn activiteiten? Zij vragen mijn mening over de kwaliteit van dit toezicht en de democratische controle. Welke informatie ontvangen de lidstaten over dit toezicht?

Als gemeenschappelijke Europese organisatie legt de SRB in de eerste plaats verantwoording af aan de Europese instellingen. De SRM-verordening voorziet daarom in artikel 45 in een verantwoordingsplicht van de SRB aan het Europees parlement, de Raad, de Commissie en de Europese Rekenkamer. Deze verantwoording vindt plaats door middel van een jaarverslag over de uitvoering van de aan de SRB opgedragen taken dat de SRB ieder jaar opstelt en stuurt aan het parlement, de Raad, de Commissie, de Europese Rekenkamer en de nationale parlementen van de deelnemende lidstaten. Voor zover de vereisten inzake beroepsgeheim het toestaan, wordt dit jaarverslag ook op de website van de SRB gepubliceerd.

De voorzitter van de SRB presenteert het jaarverslag tevens in het openbaar aan het parlement en de Raad. Daarnaast neemt de voorzitter van de SRB op verzoek van het parlement of de Raad deel aan hoorzittingen over de uitvoering van de afwikkelingstaken door de SRB. Het parlement en de Raad kunnen voorts vragen stellen aan de SRB, die de SRB vervolgens mondeling of schriftelijk uiterlijk binnen vijf weken na ontvangst moet beantwoorden. Deze uitwisseling van informatie is openbaar en dus eveneens toegankelijk voor de lidstaten. Ten slotte neemt de voorzitter van de SRB desgevraagd deel aan vertrouwelijke overleggen met de voorzitter en vicevoorzitter van de relevante commissie van het Europees parlement als zo’n bespreking noodzakelijk is voor de uitoefening van de bevoegdheden van het parlement op basis van het verdrag.

Ook is in de SRM-verordening geregeld op welke wijze de SRB verantwoording aflegt aan nationale parlementen van de deelnemende lidstaten. In de eerste plaats is de SRB verplicht om schriftelijk te reageren op vragen van nationale parlementen. Bovendien kunnen nationale parlementen opmerkingen over het jaarverslag aan de SRB sturen. De SRB dient daar dan mondeling of schriftelijk op te reageren. Ten slotte kunnen nationale parlementen de voorzitter van de SRB uitnodigen om samen met een vertegenwoordiger van de nationale afwikkelingsautoriteit uit de betreffende lidstaat van gedachte te wisselen over de afwikkeling van een bank in kwestie in die lidstaat. De voorzitter van de SRB is verplicht op deze uitnodiging in te gaan.

Ik acht adequate verantwoording door de SRB van groot belang in het licht van de belangrijke taak die de SRB uitoefent. Gelet op het hiervoor beschreven verantwoordingsregime is naar mijn oordeel voorzien in een gebalanceerde wijze van het toezicht op en de verantwoording over de uitoefening van de taken van de SRB.

De leden van de fracties van FVD en VVD vragen of ik van mening ben dat SRB een rol moet spelen in het nationale resolutiebeleid. Zo ja, dan rijzen drie vervolgvragen: a) welke meerwaarde ziet u in de rol van de SRB terzake van het nationale beleid, b) wat is de afbakening tussen de taken van de SRB en die van DNB, de nationale afwikkelingsautoriteit in Nederland en c) wie is eindverantwoordelijk voor de afwikkeling van kleine en middelgrote banken?

Binnen het SRM is de SRB verantwoordelijk voor het effectief en consistent functioneren van het gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme. Daarmee heeft de SRB ook een rol in het nationale resolutiebeleid. Dat is ook van belang in het licht van het grensoverschrijdende karakter van bancaire activiteiten en, meer in het algemeen, de financiële markten. De financiële crisis uit 2008 heeft laten zien dat het voor de stabiliteit van die markten van groot belang is dat er een gemeenschappelijk kader bestaat voor de situatie dat banken dreigen te falen.

Doordat de besluitvorming ten aanzien van significante en grensoverschrijdende banken binnen de Eurozone is toevertrouwd aan de SRB, is reeds sprake van een in grote mate eenvormige toepassing van resolutie in de Eurozone. Het zijn namelijk ook vooral significante en grensoverschrijdende banken die, wanneer zij falen, of «waarschijnlijk falen», in resolutie zullen gaan. Tegelijkertijd zijn het de nationale resolutieautoriteiten die besluiten van de SRB ten aanzien van de banken in de betreffende lidstaten uitvoeren. Dit is nodig vanwege specifieke omstandigheden op nationaal niveau, zoals faillissementswetgeving. Uit dien hoofde werken de SRB en nationale resolutie autoriteiten nauw samen in de resolutieplanning voor deze banken en de ontwikkeling van beleid.

De nationale resolutieautoriteit (in Nederland DNB) is binnen het gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme volledig verantwoordelijk voor de (voorbereiding op de) afwikkeling van middelgrote en kleinere banken in haar lidstaat. Zo worden binnen het gemeenschappelijke afwikkelingsmechanisme besluiten op het meest geschikte niveau genomen.

Afwikkelingsplannen

De leden van de GroenLinks-fractie vragen of ik kan aangeven wat de actuele stand van zaken is ten aanzien van de afwikkelingsplannen van middelgrote en kleine banken in Nederland. Is DNB als nationale afwikkelingsautoriteit klaar met afwikkelingsplannen van alle middelgrote en kleine banken in Nederland?

DNB geeft aan dat voor alle middelgrote en kleine banken een afwikkelingsplan is gemaakt. Hierbij geldt dat, op basis van de zogenoemde algemeen belangtoets uit de SRM-verordening, voor het merendeel vooralsnog een voorkeursstrategie van faillissement is vastgesteld. Resolutieplanning is evenwel geen statisch proces en ontwikkelingen in de bancaire sector, bij de specifieke instelling of in de omgeving kunnen leiden tot een andere beoordeling.

De leden van de GroenLinks-fractie vragen voorts of ik zicht heb op de afwikkelingsplannen, inclusief de playbooks. Vindt er een toetsing plaats op de adequaatheid en de uitvoerbaarheid van de plannen? Zo ja, op welke manier gebeurt dit? Op welke manier wordt geborgd dat DNB een adequate planning en prioritering hanteert? Zij vragen of ik voldoende zicht heb op de criteria die door DNB gehanteerd worden voor haar besluiten over afwikkelbaarheid.

Het toezicht door de Minister van Financiën op de uitoefening van taken door DNB als nationale resolutieautoriteit is toezicht op DNB als onafhankelijk zelfstandig bestuursorgaan. De onafhankelijke taakuitvoering laat onverlet dat ik, als Minister van Financiën, systeemverantwoordelijkheid draag. Ik oefen daartoe toezicht uit op hoe DNB haar taken vervult en of zij dit op effectieve en efficiënte wijze doet. Dit toezicht heeft het karakter van «toezicht op afstand». Ik heb dan ook geen inzicht in de afwikkelingsplannen voor alle individuele banken, wat past bij de verdeling van verantwoordelijkheden tussen mijzelf en DNB als nationale afwikkelingsautoriteit.

Vanuit mijn ministerie wordt periodiek overleg gevoerd met DNB over de algemene toepassing van wet- en regelgeving. Die gesprekken hebben betrekking op de benadering voor alle banken, zowel kleine en middelgrote als grote banken in den brede. In die gesprekken komen ook in algemene zin de planning en prioritering van de afwikkelingsplanning door de SRB en DNB aan de orde. Ik beoordeel, opnieuw passend bij de verantwoordelijkheidsverdeling, niet (nogmaals) de adequaatheid en uitvoerbaarheid van individuele afwikkelingsplannen.

DNB is onafhankelijk in de uitvoering van de haar opgedragen taken en besluit dus zelf in individuele gevallen. Ook de richtlijn herstel en afwikkeling van banken (BRRD)12 vereist operationele onafhankelijkheid van de resolutieautoriteit. De totstandkoming van afwikkelingsplannen is een zorgvuldig proces waarbij DNB voortdurend beoordeelt in hoeverre de afwikkelingsplannen DNB in staat stellen om zo nodig de bank af te wikkelen en op die manier de doelstellingen van afwikkeling te realiseren. DNB beoordeelt bij de totstandkoming van deze plannen eveneens voortdurend in hoeverre de plannen uitvoerbaar zijn. De beoordeling en bevordering van de afwikkelbaarheid (resolvability) van een bank door DNB spelen daarbij een belangrijke rol. Ik herhaal dat DNB, op basis van de zogenoemde algemeen belangtoets en conform de uitgangspunten van de BRRD, voor het merendeel van de middelgrote en kleine banken in Nederland een voorkeursstrategie van faillissement heeft vastgesteld. De vereisten voor afwikkelbaarheid zijn in dat geval van een andere orde.

De leden van de GroenLinks-fractie vragen of het Ministerie van Financiën een risicoanalyse heeft gedaan ten aanzien van de consequenties van afwikkelingsplannen voor de overheid en voor het depositogarantiefonds.

Er zijn in de afgelopen jaren diverse maatregelen genomen die de consequenties van de afwikkeling van banken voor de (nationale) overheid beperken. Voor grote en grensoverschrijdend actieve banken geldt dat zij, door de kritieke functies die zij vervullen, naar verwachting in afwikkeling zullen gaan. Op grond van de BRRD en de SRM-verordening geldt als uitgangspunt dat publieke middelen door de afwikkelingsautoriteiten zoveel als mogelijk moeten worden beschermd. Verliezen moeten worden gedragen door aandeelhouders en schuldeisers van de falende bank en niet door de belastingbetaler. Eventueel staan bij afwikkeling en na een voldoende mate van verliesabsorptie door aandeelhouders en schuldeisers ook middelen uit het Single Resolution Fund ter beschikking. In beginsel wordt bij afwikkeling dan ook niet voorzien in de inzet van publieke middelen en zijn de risico’s voor de publieke financiën veel beperkter dan voorheen. Daarbij is niet onbelangrijk op te merken dat de weerbaarheid van banken in Nederland aanzienlijk is versterkt door onder meer hogere kapitaalvereisten.

Voor kleine en middelgrote banken geldt dat zij eerder in faillissement zullen worden geliquideerd waardoor een beroep op het depositogarantiestelsel aan de orde kan zijn. Ook in dat verband zijn stappen gezet. Zo is een ex ante gefinancierd depositogarantiestelsel (DGS) opgericht dat tegoeden van spaarders in geval van faillissement van een bank snel kan uitkeren. Dit Depositogarantiefonds zal naar verwachting in 2024 een omvang hebben tussen € 4,5 en € 5,1 miljard. Tezamen met overige waarborgen zal de beschikbare financiering enkele miljarden hoger liggen. Elk nationaal DGS van de Europese lidstaten zal in 2024 minimaal een omvang van 0,8% van alle gedekte deposito’s moeten beslaan. Dit is in mijn ogen een aanzienlijke verbetering van de slagkracht van DGS’en. Middels een toekomstig Europees depositoverzekeringsstelsel (EDIS) kan de slagkracht nog verder worden vergroot. Zo kan worden voorkomen dat nationale overheden moeten bijspringen om tekorten van een nationaal stelsel te dichten.

De leden van de GroenLinks-fractie vragen op welke manier ik toezicht houd op de afwikkelingsplannen voor grote banken, die door de SRB zijn ontwikkeld. Zij vragen of ik toegang heb tot informatie die beschikbaar is bij de SRB. Welke risico’s ik zie bij de afwikkelingsplannen van grote banken en of ik zicht heb op de risico’s voor de overheid van de afwikkelingsprogramma’s van grote banken. Ook vragen deze leden of ik de risicoanalyse met de Kamer wil delen.

Ik hecht zeer aan een goede informatiepositie ten aanzien van de voor Nederland relevante grote en grensoverschrijdend actieve banken. Ik onderschrijf daarom ook het standpunt van de Algemene Rekenkamer dat ik over voldoende informatie moet beschikken over de afwikkelingsplanning voor deze banken.

Op grond van de BRRD heeft mijn ministerie zitting in de zogenoemde resolutiecolleges van de voor Nederland relevante grootbanken en grensoverschrijdende banken waarvoor de SRB verantwoordelijk is. Deze colleges hebben onder meer tot taak de resolutieplannen voor deze banken vast te stellen. Daarmee is mijn informatiepositie voor deze banken in beginsel gewaarborgd.

Mijn ministerie heeft daarnaast geregeld contact met de SRB, bijvoorbeeld over de totstandkoming van algemeen beleid. De voorzitter van de SRB wordt ook periodiek in de Eurogroep ontvangen om een toelichting te geven over de werkzaamheden van de SRB.

Met DNB is er periodiek overleg over de uitwerking van wet- en regelgeving, de algemene toepassing daarvan door DNB en ontwikkelingen in Europese gremia. Deze gesprekken hebben betrekking op alle typen banken, zowel kleine en middelgrote als grote banken, zonder in te gaan op de uitvoering van beleid in individuele gevallen.

Verder volgt uit de BRRD de verplichting voor de resolutieautoriteit om het Ministerie van Financiën onverwijld te informeren als zij maatregelen treft of in het uiterste geval tot het oordeel komt dat een bank faalt of dreigt te falen.

De BRRD biedt voorts een grondslag aan de resolutieautoriteit om desgevraagd of eigener beweging vertrouwelijke informatie aan het Ministerie van Financiën te verstrekken, bijvoorbeeld als een interventie mogelijkerwijs gevolgen kan hebben voor overheidsmiddelen.

Ik heb hierboven reeds opgemerkt dat op grond van de BRRD en de SRM-verordening, het uitgangspunt is dat publieke middelen door de afwikkelingsautoriteiten zoveel als mogelijk worden beschermd. Verliezen moeten in de eerste plaats worden gedragen door aandeelhouders en schuldeisers van de falende bank en niet door de belastingbetaler. In een afwikkelingsplan mag dan ook nadrukkelijk niet worden voorzien in de inzet van belastingmiddelen (extraordinary public support).

Ik kan een risico-inschatting op basis van deze afwikkelingsplannen niet met uw Kamer delen. De inhoud van de afwikkelingsplannen dient op grond van de BRRD en de SRM-verordening vertrouwelijk te blijven. Hiervoor zijn ook goede redenen. Voorkomen dient te worden dat partijen bij (dreigende) financiële problemen bij een bank anticiperen op door de afwikkelingsautoriteit te nemen maatregelen en daarmee de problemen vergroten of de effectiviteit van afwikkelingsmaatregelen verminderen.


X Noot
1

Samenstelling: Essers (CDA), Koffeman (PvdD), Backer (D66), Ester (CU), Faber-van de Klashorst (PVV), Van Apeldoorn (SP), Sent (PvdA), Van Strien (PVV), Jorritsma-Lebbink (VVD), N.J.J. van Kesteren (CDA), Schalk (SGP), Van Rooijen (50PLUS), Wever (VVD), Van Ballekom (VVD), Crone (PvdA), Frentrop (FVD), (voorzitter), Geerdink (VVD), Gerbrandy (OSF), Karimi (GL), (ondervoorzitter), Van der Linden (FVD), Otten (Fractie-Otten), Rietkerk (CDA), Rosenmöller (GL), Vendrik (GL), Van Wely (FVD) en Van der Voort (D66).

X Noot
2

Algemene Rekenkamer, Bankenresolutie in Nederland, Voorbereiding op mogelijk falen van middelgrote en kleine banken door DNB, Den Haag 2019, p. 57.

X Noot
3

Bankenresolutie in Nederland, p. 48.

X Noot
4

Bankenresolutie in Nederland, p. 57.

X Noot
5

Bankenresolutie in Nederland, p. 56, 57.

X Noot
6

Bankenresolutie in Nederland, p. 13.

X Noot
7

Bankenresolutie in Nederland, p. 14.

X Noot
8

Bankenresolutie in Nederland, p. 14.

X Noot
9

Verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk afwikkelingsfonds en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 (PbEU 2014, L 225).

X Noot
10

De volledige reactie van DNB op het rapport van de Algemene Rekenkamer is te raadplegen via https://www.rekenkamer.nl/publicaties/brieven/2019/12/12/reactie-dnb-op-het-rapport-bankenresolutie-in-nederland.

X Noot
11

Zie vorige voetnoot.

X Noot
12

Richtlijn 2014/59/EU van het Europees parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijn 82/891/EEG van de Raad en de Richtlijnen 2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2005/56/EG, 2007/36/EG, 2011/35/EU, 2012/30/EU en 2013/36/EU en de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 648/2012, van het Europees parlement en de Raad (PbEU 2014, L 173).

Naar boven