Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 18 oktober 2013
De vaste commissie voor Financiën heeft mij verzocht om de Tweede Kamer deze week
te informeren over de voorgenomen introductie van het theoretische solvabiliteitscriterium.
Ten aanzien van het tijdpad wil de commissie graag weten waarom het voornemen bestaat
om het nieuwe theoretische solvabiliteitscriterium op korte termijn in te voeren en
waarom voor invoering daarvan niet gewacht wordt op invoering van Solvency II.
Naar aanleiding van deze vraag hecht ik eraan op te merken dat ik het van groot belang
acht om het theoretisch solvabiliteitscriterium op korte termijn in te voeren voor
grote en middelgrote levensverzekeraars. De Nederlandse verzekeringssector, en met
name de levensverzekeraars, hebben te maken met een samenloop van uitdagingen en problemen,
zoals ik recent uiteen heb gezet in mijn antwoord op vragen van het lid De Vries1. Juist daarom is het belangrijk dat het toezicht nu al, vooruitlopend op Solvency
II, meer risico-georiënteerd wordt ingericht. In de bestaande toezichtpraktijk beziet
de Nederlandsche Bank (DNB) of een verzekeraar op het moment van beoordeling voldoende
solvabel is. Door invoering van het theoretisch solvabiliteitscriterium kan de toezichthouder
vanaf 2014 daarnaast beter beoordelen of grote en middelgrote levensverzekeraars de
komende 12 maanden aan die solvabiliteitseisen kunnen blijven voldoen. Zonodig kan
DNB vervolgens aan een verzekeraar toestemming onthouden om dividend uit te keren.
Eventuele middelen die voor een uitkering van dividend bestemd waren, moeten dan door
die verzekeraar worden aangewend voor versterking van het eigen vermogen.
Deze vorm van risico-georiënteerd toezicht past mijns inziens goed bij de huidige
roerige tijden voor (levens)verzekeraars. Ik zie dan ook geen reden om met invoering
van risico-georiënteerd toezicht op het solvabiliteitsvereiste te wachten tot het
moment van implementatie van Solvency II, integendeel. Inwerkingtreding van Solvency
II wordt naar de huidige inzichten op zijn vroegst voorzien voor 1 januari 2016. Door
nu al het theoretisch solvabiliteitscriterium te introduceren, kan in de tussenliggende
twee jaren al gestart worden met verbeteringen in het toezicht. Die verzekeraars die
niet voldoen aan het bij ministeriële regeling uitgewerkte criterium, hebben dan de
mogelijkheid om alvast twee jaar wat extra vet op de botten te krijgen voordat het
Solvency II regime integraal in werking treedt.
De leden van de vaste commissie voor Financiën hebben ook gevraagd naar de gevolgen
voor het bedrijfsleven en de administratieve lasten die verbonden zijn aan invoering
van het theoretisch solvabiliteitscriterium. Omdat het huidige rapportagekader reeds
toelichtingen op en kwantitatieve opgaven bevat inzake de risico’s die zijn opgenomen
in het theoretische solvabiliteitscriterium zijn de geschatte administratieve lasten
beperkt tot ongeveer 60 duizend euro in totaal voor alle 40 levensverzekeraars die
het betreft.
De ministeriële regeling waarin de introductie van het theoretisch solvabiliteitscriterium
nader is uitgewerkt kent geen voorhangprocedure. Wel is de regeling vandaag ter consultatie
aangeboden (www.internetconsultatie.nl). Voor de volledigheid bied ik ook u hierbij graag een afschrift van deze ministeriële
regeling aan2.
De Minister van Financiën,
J.R.V.A. Dijsselbloem