Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201632011 nr. 47

32 011 Tabaksbeleid

Nr. 47 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 24 september 2015

Het WHO-Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging, ook wel aangeduid met de afkorting FCTC verdrag (hierna: WHO-Kaderverdrag) is in 2003 tot stand gekomen. Nederland heeft dit verdrag ruim tien jaar geleden geratificeerd. Dit verdrag, dat de Staat en zijn organen bindt, beoogt een kader te bieden voor maatregelen ten behoeve van tabaksontmoediging die door de verdragspartijen op internationaal, nationaal en regionaal niveau moeten worden uitgevoerd. Een belangrijk artikel, dat de invloed van de tabaksindustrie onderkent, is artikel 5, derde lid, van het WHO- Kaderverdrag. De Nederlandse Staat heeft in het afgelopen decennium de nodige stappen gezet tot naleving van dit artikel en geeft daarmee uitvoering aan die bepaling.

Ter verdere verduidelijking van de invulling van artikel 5, derde lid, van het WHO-Kaderverdrag heb ik een document opgesteld. Dit mede naar aanleiding van het gesprek dat ik samen met vertegenwoordigers van het Ministerie van Financiën heb gehad met de Stichting Rookpreventie Jeugd (SRJ) in verband met een gerechtelijke procedure van SRJ tegen de Staat vanwege vermeende te nauwe contacten tussen de overheid en de tabaksindustrie.

In dit document zijn onder andere de volgende zaken opgenomen. Uitgangspunt van de Nederlandse overheid is en blijft dat er geen contact met de tabaksindustrie plaatsvindt, tenzij dat in verband met uitvoeringstechnische kwesties die rijzen bij vastgesteld beleid of vastgestelde regelgeving noodzakelijk is. Ter verdere invulling van artikel 5, derde lid, van het WHO-Kaderverdrag zullen alle ministeries, provincies en gemeenten in een brief worden gewezen op deze bepaling en wat de naleving daarvan inhoudt. Daarin zal worden benadrukt dat transparantie en zakelijkheid bij de noodzakelijke contacten met de tabaksindustrie uitgangspunten zijn. Daarom dienen verslagen van toegestaan overleg met de tabaksindustrie openbaar te worden gemaakt op de website van de betrokken overheid en worden andere ministeries en decentrale overheden opgeroepen hetzelfde te doen met andere schriftelijke documenten, zoals e-mails en correspondentie met de tabaksindustrie (met inachtneming van de Wet openbaarheid van bestuur), uiteraard voor zover de wet niet aan een dergelijke openbaarmaking in de weg staat. Verder zullen de ministeries, provincies en gemeenten worden geïnformeerd over de aard en de omvang van de rijksoverheid bekende lobbypraktijken van de tabaksindustrie. Deze informatie zal op korte termijn (binnen drie maanden na toezending van deze brief aan uw Kamer) worden verzonden.

Daarnaast zal VWS (binnen een half jaar na verzending van deze brief aan uw Kamer) een centraal punt inrichten waar o.a. informatie en advies kan worden verkregen over hoe om te gaan met de tabaksindustrie.

Het document ter verduidelijking van de invulling van artikel 5, derde lid, WHO-Kaderverdrag, stuur ik u hierbij1, mede namens de Staatssecretaris van Financiën, ter kennisneming toe en heb ik tevens naar de SRJ verzonden. Met dit document wordt mede tegemoet gekomen aan een aantal aanbevelingen van de Alliantie Nederland Rookvrij!2.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. van Rijn


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
2

Deze aanbevelingen zijn afkomstig uit: Onderzoeks- en adviesrapportage m.b.t. de uitvoering van «Artikel 5.3 van het WHO-Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging (FCTC)» in Nederland, zie ook: http://www.alliantienederlandrookvrij.nl/gezondheidsfondsen-invloed-tabaksindustrie-op-beleid-moet-stoppen