Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201231996 nr. 10

31 996 Regels ten aanzien van zorg en dwang voor personen met een psychogeriatrische aandoening of een verstandelijke handicap (Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten)

Nr. 10 AMENDEMENT VAN HET LID LEIJTEN

Ontvangen 24 januari 2012

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

In artikel 1, eerste lid, wordt na onderdeel c een onderdeel ingevoegd, luidende:

  • ca. familie: de partner, de ouders dan wel één van hen, voor zover zij niet van het ouderlijk gezag zijn ontheven of ontzet, of elke meerderjarige bloedverwant in de rechte lijn, niet zijnde een ouder, en in de zijlijn tot en met de tweede graad, van de cliënt;

II

Aan artikel 5 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 4. De zorgaanbieder verstrekt zo spoedig mogelijk na de aanvang van de zorg, de persoonsgegevens van een cliënt voor wie een zorgplan zal worden vastgesteld, aan de cliëntenvertrouwenspersoon als bedoeld in artikel 48c, met als doel de cliënt te kunnen informeren over de mogelijkheid tot advies en bijstand door een cliëntenvertrouwenspersoon. De zorgaanbieder verstrekt de persoonsgegevens niet indien de cliënt daartegen bezwaar heeft.

III

Na hoofdstuk 4 wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende:

HOOFDSTUK 4A CLIËNTENVERTROUWENSPERSOON

Artikel 48c

  • 1. De zorgaanbieder draagt ervoor zorg dat iedere cliënt of diens familie een beroep kan doen op een cliëntenvertrouwenspersoon. De cliëntenvertrouwenspersoon heeft tot taak cliënt of diens familie advies en bijstand te verlenen in aangelegenheden die samenhangen met het verlenen van onvrijwillige zorg aan de cliënt of met zijn opname en verblijf in een accommodatie, indien een cliënt of diens familie daarom verzoekt.

  • 2. De cliëntenvertrouwenspersoon heeft tevens tot taak:

    • a. om signalen over tekortkomingen in de structuur of de uitvoering van onvrijwillige zorg of onvrijwillige opname en verblijf, voor zover deze afbreuk doen aan de rechten van een cliënt, aan de inspectie te melden; en

    • b. advies en bijstand te verlenen aan cliënten die vrijwillig in een accommodatie verblijven.

  • 3. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot:

    • a. de deskundigheid van de cliëntenvertrouwenspersoon;

    • b. de onafhankelijkheid van de cliëntenvertrouwenspersoon ten opzichte van de zorgaanbieder en het indicatieorgaan; en

    • c. de taken en bevoegdheden van de cliëntenvertrouwenspersoon.

Artikel 48d

  • 1. De cliëntenvertrouwenspersoon heeft, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taak nodig is, al of niet op verzoek van de cliënt, vrije toegang tot de cliënt en behoeft van niemand toestemming om te spreken met de cliënt. De zorgaanbieder biedt hiertoe de gelegenheid.

  • 2. Voor zover dit redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taak nodig is, en de cliënt of zijn vertegenwoordiger daartegen geen bezwaar heeft gemaakt, krijgt de cliëntenvertrouwenspersoon:

    • a. van een ieder die bij de uitvoering van deze wet betrokken is, alle door hem verlangde inlichtingen;

    • b. binnen de door hem gestelde termijn alle medewerking die hij redelijkerwijs kan vorderen; en

    • c. inzage in de dossiers van de zorgaanbieder.

Artikel 48e

  • 1. De cliëntenvertrouwenspersoon is tot geheimhouding verplicht van hetgeen in de uitoefening van zijn taak aan hem is toevertrouwd, tenzij enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht, uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit, of de cliënt toestemming geeft om vertrouwelijke informatie te delen.

  • 2. De cliëntenvertrouwenspersoon kan zich op grond van zijn geheimhoudingsplicht verschonen van het geven van getuigenis of het beantwoorden van vragen in een klachtprocedure of een rechterlijke procedure.

Toelichting

Met dit amendement wordt een cliëntenvertrouwenspersoon geïntroduceerd in het onderliggende wetsvoorstel. De indiener is van mening dat aan zorgbehoevenden met een psychogeriatrische aandoening of verstandelijke beperking een rechtsbescherming moet worden geboden die gelijkwaardig is aan de rechtsbescherming van mensen met een psychische aandoening zoals geregeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Kamerstukken II, 2009/10, 32 399, nrs. 1–3), wanneer zij onder een dwangregime zorg moeten krijgen. Omdat de cliënten die onder de reikwijdte van het onderliggende wetsvoorstel vallen, moeite kunnen hebben om hun wensen en klachten te verwoorden, is de indiener van mening dat de aanwezigheid van en aanspraak op een cliëntenvertrouwenspersoon voor zowel de cliënt als diens familie, onontbeerlijk is voor een goede rechtsbescherming. De cliëntenvertrouwenspersonen kunnen in dienst treden van de Stichting Patiëntenvertrouwenspersonen (stichting PVP), die thans al de patiëntenvertrouwenspersonen in het kader van de wet Bijzondere Opnames in Psychiatrische Ziekenhuizen (BOPZ) onder haar hoede heeft.

Leijten