Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-201031994 nr. 24

31 994
Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het aanpassen van de asielprocedure

nr. 24
GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN DE LEDEN SPEKMAN EN ANKER TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 9

Ontvangen 11 december 2009

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

I

In artikel I wordt voor onderdeel A een onderdeel ingevoegd, luidende:

0A

Artikel 15 komt te luiden:

Artikel 15

In de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 14, tweede lid, wordt bepaald, dat de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 14, kan worden verleend onder een beperking verband houdende met:

a. gezinshereniging en gezinsvorming aan gezinsleden van Nederlanders en Vreemdelingen die rechtmatig verblijven als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e en l; en

b. langdurig verblijf als geworteld minderjarig kind.

II

In artikel III wordt onder vervanging van de punt aan het slot door een komma de volgende zinsnede ingevoegd: met uitzondering van artikel I, onderdeel 0A, dat in werking treedt op 1 januari 2012.

Toelichting

Dit amendement beoogt een artikel op te nemen in de Vreemdelingenwet 2000, waarin wordt bepaald dat in het Vreemdelingenbesluit 2000 een beperking verband houdend met langdurig verblijf van een in Nederland geworteld kind, wordt opgenomen. Deze beperking wordt door de wetgever nader uitgewerkt. Een artikel met deze strekking, zou bijvoorbeeld kunnen worden opgenomen achter 3.55 Vb 2000 als een artikel 3.55a. Bij die uitwerking worden in ieder geval als voorwaarden voor verblijf opgenomen dat:

1. het gaat om een kind van 0 tot 18 jaar

2. het betreffende kind is geworteld in de Nederlandse samenleving

3. het kind, mogelijk afgeleid van de ouders, minimaal twee jaren een legale verblijfsstatus heeft gehad

4. het kind geringe banden heeft met het land van herkomst

5. het mede aan de Nederlandse overheid te wijten is dat het kind, ondanks dat het geen recht op verblijf in Nederland (meer) heeft, meer dan 10 jaar in Nederland heeft verbleven en niet is teruggekeerd naar het land van herkomst

6. het kind in de betreffende tien jaar van verblijf in Nederland niet in het land van herkomst is geweest

7. het kind niet is veroordeeld voor een geweldsmisdrijf.

Ten aanzien van de voorwaarde onder 5 wordt limitatief omschreven in welke situaties sprake kan zijn van een dergelijke verwijtbaarheid. Hier is in elk geval sprake van indien beslistermijnen op aanvragen meer dan één keer zijn overschreden, de IND in de betreffende zaak minimaal één keer een dwangsom wegens niet tijdig beslissen opgelegd heeft gekregen en er, nauw omschreven, door de Nederlandse overheid onvoldoende inspanningen zijn verricht om de betreffende vreemdelingen te laten terugkeren naar het land van herkomst.

Het doel van dit amendement dient de belangen van een kind van een vreemdeling, dat, afhankelijk van de ouders en de Nederlandse overheid, op een zeker moment in een situatie is gekomen dat het (grotendeels) opgegroeid en geworteld is in Nederland, en er allebehalve bij gebaat is om terug te keren naar een onbekend, totaal verschillend, land. In bepaalde uitzonderlijke situaties moet het belang van het kind dan het zwaarste wegen, mede gelet op bepalingen in onder meer het IVRK en 8 EVRM (schending van privéleven).

Dit amendement wordt door de indieners beschouwd als een op kinderen gericht humaan sluitstuk van een restrictief beleid. De voorwaarden moeten zodanig strikt zijn dat de beperking enkel betrekking kan hebben op uitzonderingssituaties, en daarmee ook geen aanzuigende werking heeft en/of het door vreemdelingen rekken van terugkeer uitlokt.

Speciale aandacht verdient in dit verband ook de overgangstermijn. De indieners stellen in dit verband voor de ingangsdatum van de werking van de nieuwe beperking te prikken op 1 januari 2012.

Spekman

Anker