Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-201031987 nr. 7

31 987
Evaluatie spoorwetgeving

nr. 7
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 23 maart 2010

In de procedurevergadering van de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat van 17 maart 2010 is herbevestigd dat het beleidsvoornemen tot onderhandse gunning van de vervoerconcessie voor het hoofdrailnet vanaf 2015 controversieel is verklaard. U heeft mij gevraagd de Tweede Kamer te informeren over «die stappen die nog gezet moeten en kunnen worden – in het licht van het feit dat het beleidsvoornemen zelf controversieel is verklaardzonder dat onomkeerbare besluiten worden genomen, dusdanig dat begin 2011 duidelijkheid kan worden geboden over het al dan niet onderhands gunnen of openbaar aanbesteden». Met deze brief ga ik in op dat verzoek.

De Wet personenvervoer 2000 stelt dat met het toezenden van het beleidsvoornemen aan de Tweede Kamer, de termijn van 30 dagen aanvangt voor het op verzoek van de Tweede Kamer verstrekken van nadere inlichtingen over het beleidsvoornemen. Na het verstrijken van deze termijn vangt de procedure tot concessieverlening aan. Nu het beleidsvoornemen controversieel is verklaard, trek ik het beleidsvoornemen dan ook hierbij in, teneinde de formele aanvang van de procedure tot concessieverlening stop te zetten. Na de kabinetsformatie kan mijn ambtsopvolger opnieuw een beleidsvoornemen aan de Tweede Kamer sturen. Op basis van dat beleidsvoornemen kan de Tweede Kamer zich beraden over de wijze van gunning (onderhands gunnen dan wel openbaar aanbesteden) van de vervoerconcessie voor het hoofdrailnet vanaf 2015.

Het moment waarop het beleidsvoornemen aan de Tweede Kamer kan worden aangeboden, hangt af van de voortgang van de kabinetsformatie en het moment waarop mijn ambtsopvolger het voornemen aan de Tweede Kamer stuurt. De vraag of begin 2011 duidelijkheid kan worden geboden over het onderhands gunnen of openbaar aanbesteden, ligt dan ook buiten mijn beïnvloeding.

Zoals bovenstaand vermeld, bepaalt de wet dat de procedure tot concessieverlening niet mag aanvangen dan nadat de termijn voor de Tweede Kamer ten aanzien van het beleidsvoornemen is verstreken. Met het controversieel verklaren van het beleidsvoornemen, kan het formele proces van concessieverlening dan ook niet aanvangen.

Voor de volledigheid verwijs ik naar mijn brief van 10 maart 2010 (VenW/DGMo-2010/2916), waarin ik naar aanleiding van uw verzoek nader heb aangegeven wat de termijnen van de procedures zijn en wat de consequenties van controversieel verklaren zijn.

De minister van Verkeer en Waterstaat,

C. M. P. S. Eurlings