31 985 Buitenlands beleid en handelspolitiek

G VERSLAG VAN EEN NADER SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 26 maart 2026

De vaste de commissies voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking1 en voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit2 hebben nader schriftelijk overleg gevoerd met de Staatssecretaris van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking over EU-Mercosur akkoord. Bijgaand brengen de commissies hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:

  • De uitgaande brief van 10 februari 2026.

  • De antwoordbrief van 24 maart 2026.

De griffier voor dit verslag, Van Luijk

BRIEF VAN DE VOORZITTERS VAN DE COMMISSIES VOOR BUITENLANDSE ZAKEN, DEFENSIE EN ONTWIKKELINGSHULP EN VOOR LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Staatssecretaris van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

Den Haag, 10 februari 2026

De leden van de commissies voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingshulp (BDO) en voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) hebben kennisgenomen van uw brief3 van 15 december 2025, in reactie op de brief van de commissie van 5 december 2025 met vragen over de kabinetsappreciatie4 over het voorstel voor Besluit van de Raad betreffende de sluiting van het EU-Mercosur akkoord.

Daarnaast hebben de leden van de commissies ook kennisgenomen van de kabinetsappreciatie over het voorstel voor een Verordening tot uitvoering van de bilaterale vrijwaringsclausule in de partnerschap- en interim-handelsovereenkomst EU-Mercosur met betrekking tot landbouwproducten.5 De leden van de fracties van BBB, PvdD en de Fractie-Visseren-Hamakers hebben naar aanleiding hiervan nog een aantal vragen en opmerkingen. De leden van de fractie van de PVV en het lid van de Fractie-Beukering sluiten zich graag aan bij de vragen van de leden van de BBB-fractie.

Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie

De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de beantwoording van hun eerdere vragen over het EU-Mercosur-akkoord. De beantwoording roept bij deze leden op meerdere punten nadere vragen op, met name waar het gaat om de afdwingbaarheid van afspraken, de handhaafbaarheid van veiligheids- en duurzaamheidsmaatregelen en de gevolgen voor Nederlandse boeren en voedselveiligheid. Daarnaast zijn deze leden verontrust over recente publieke uitspraken van de president de heer Rubén Ramírez van de Mercosur-landen waaruit blijkt dat afgesproken veiligheidsmaatregelen mogelijk niet zullen worden nageleefd. De leden van de BBB-fractie achten het daarom noodzakelijk om de regering hierover nadere en expliciete duidelijkheid te vragen.

Gelijk speelveld en productiestandaarden

  • 1. U stelt dat productiestandaarden onder het «right to regulate» vallen en dus per land verschillen.6 Erkent u daarmee impliciet dat er géén gelijk speelveld bestaat, en zo ja, waarom acht u dat acceptabel voor sectoren die binnen de EU wél aan vergaande regels moeten voldoen?

  • 2. U noemt alleen voor eieren expliciete gelijkwaardigheidseisen voor dierenwelzijn. Waarom ontbreken vergelijkbare harde voorwaarden voor rundvlees en pluimveevlees, juist de sectoren die volgens uw eigen analyse het meest onder druk komen te staan?

  • 3. Kunt u concreet aangeven welke productiestandaarden de afgelopen vijf jaar daadwerkelijk zijn «gelijkgetrokken» via eerdere handelsdialogen, en op basis waarvan u verwacht dat dit in het Mercosur-kader wél effectief zal zijn?

Controle, handhaving en capaciteit

  • 4. U geeft aan dat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) extra capaciteit pas opschaalt ná melding door de sector.7 Acht u dit een robuust controlesysteem of erkent u dat hiermee een reactief in plaats van preventief toezichtregime ontstaat?

  • 5. Kunt u garanderen dat extra NVWA-kosten niet (direct of indirect) worden doorberekend aan Nederlandse boeren en verwerkers, bijvoorbeeld via hogere heffingen of vertragingen in inspecties?

  • 6. U noemt lage afkeurpercentages bij huidige import. Waarom acht u deze cijfers representatief voor de toekomst, terwijl het akkoord juist beoogt de handelsvolumes substantieel te vergroten?

Vrijwaringsmaatregelen en marktverstoring

  • 7. U verwijst naar aangescherpte vrijwaringsmaatregelen.8 Kunt u concreet maken binnen welke termijn deze maatregelen daadwerkelijk kunnen worden ingezet nadat marktverstoring optreedt?

  • 8. Wie bepaalt in de praktijk wanneer sprake is van «ernstige marktverstoring», en hoe wordt voorkomen dat dit oordeel pas wordt geveld als bedrijven al structurele schade hebben geleden?

  • 9. Is het kabinet bereid zich in te zetten voor automatische vrijwaringstriggers bij overschrijding van quota, in plaats van discretionaire besluitvorming achteraf?

Duurzaamheid en ontbossing

  • 10. U stelt dat duurzaamheidsbepalingen «bindend en afdwingbaar» zijn, maar noemt uitsluitend expertpanels zonder sancties.9 Acht u dit een geloofwaardig handhavingsinstrument bij structurele ontbossing?

  • 11. Kunt u aangeven hoe vaak in eerdere EU-handelsverdragen daadwerkelijk handelsvoordelen zijn opgeschort vanwege schending van duurzaamheidsafspraken?

  • 12. Indien illegale ontbossing opnieuw toeneemt onder een volgende Braziliaanse regering, welke concrete stappen zal Nederland dan nemen, en binnen welke termijn?

Landbouw, voedselzekerheid en strategische autonomie

  • 13. U stelt dat diversificatie van toeleveringsketens wenselijk is.10 Waarom geldt dit argument wel voor import, maar niet voor het behoud van voldoende Europese productiecapaciteit in kwetsbare sectoren zoals rundvlees?

  • 14. Acht u het vanuit strategisch oogpunt wenselijk dat hoogwaardige eiwitproductie verder verschuift buiten Europa, terwijl geopolitieke spanningen toenemen?

Economische verdeling van lasten en baten

  • 15. U erkent dat de baten vooral bij industrie en diensten terechtkomen en de lasten bij specifieke landbouwsectoren.11 Waarom acht u dit een aanvaardbare uitkomst, en welk compensatiemechanisme acht u passend voor getroffen boeren?

  • 16. Is het kabinet bereid om, voorafgaand aan ratificatie, een actualisatie van de impactanalyse te laten uitvoeren waarin ook de recent aangekondigde vrijwaringsmaatregelen zijn meegenomen?

Democratische legitimiteit en parlementaire positie

  • 17. U stelt dat er sprake is van volwaardige parlementaire betrokkenheid.12 Hoe verhoudt dit zich tot het feit dat de interim-handelsovereenkomst buiten nationale parlementen om in werking kan treden?

  • 18. Acht u het staatsrechtelijk wenselijk dat onomkeerbare handelsgevolgen optreden voordat de Eerste Kamer zich inhoudelijk kan uitspreken over het volledige akkoord?

Politieke afweging

  • 19. Kunt u expliciet aangeven welk gewicht het kabinet heeft toegekend aan het verdienvermogen van boeren ten opzichte van geopolitieke en macro-economische belangen?

  • 20. Tot slot: welke concrete «rode lijnen» hanteert het kabinet nog, waarbij Nederland alsnog niet zou instemmen met (verdere) uitvoering van het Mercosur-akkoord?

De president van de Mercosur-landen, de heer Rubén Ramírez, heeft publiekelijk verklaard dat de Mercosur-landen zich niet zullen conformeren aan de afgesproken veiligheids- en beschermingsmaatregelen die samenhangen met het EU-Mercosur-akkoord.

  • 21 Hoe weegt u deze expliciete uitspraak in het licht van uw eerdere toezeggingen dat het akkoord voldoende waarborgen bevat voor voedselveiligheid, milieu en eerlijke concurrentie, en acht u het nog steeds verantwoord om in te stemmen met ratificatie zolang een van de hoogste politieke vertegenwoordigers van het EU-Mercosur akkoord openlijk aangeeft deze afspraken niet te zullen naleven?

Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdD-fractie

De leden van de Partij voor de Dieren fractie-hebben aanvullende vragen over de stand van zaken rond het EU-Mercosur akkoord.

  • 1. Is het waar dat de Europese Commissie in afwijking van de wens van het Europees Parlement overweegt het EU-Mercosur akkoord informeel in werking te laten treden voor de officiële ratificatie?13

  • 2. Welke gevolgen ziet u van inwerkingtreding van het EU-Mercosur akkoord in enigerlei vorm nog voordat de juridische analyse van het akkoord is gegeven door het Europese Hof van Justitie zoals gevraagd door het Europees Parlement?

  • 3. Kunt u aangeven hoe de Nederlandse afgevaardigde in de Europese Commissie zal stemmen wanneer het aankomt op informele inwerkingtreding voorafgaand aan ratificatie?

  • 4. Bent u bereid toe te zeggen niet voor een dergelijke informele inwerkingtreding te zullen stemmen zonder daarover eerst het Nederlandse parlement opnieuw in de gelegenheid te stellen daarover haar mening te geven? Zo nee, waarom niet?

Vragen en opmerkingen van het lid van de Fractie-Visseren-Hamakers

Het lid van de Fractie-Visseren-Hamakers heeft met interesse kennisgenomen van de beantwoording van de vragen over het EU-Mercosur akkoord. Naar aanleiding van deze beantwoording heeft zij een aantal vervolgvragen.

1.

Is het kabinet het met dit lid eens dat de invoering van het EU-Mercosur akkoord moet wachten totdat de rechters van het Europees Hof zich erover uitspreken?

Dit lid constateert dat de Bossenwet (EUDR) wordt afgezwakt in de EU waardoor handhaving onder het EU-Mercosur akkoord op ontbossing zo goed als afwezig is.

2.

Is het kabinet bereid zich in te zetten voor een stevige bossenwet? Is het kabinet bereid zich in te zetten voor genoeg middelen voor de handhaving van de bossenwet?

Het lid van de Fractie-Visseren-Hamakers leest in een verslag van het schriftelijk overleg met de Tweede Kamer over het schenden van afspraken om ontbossing tegen te gaan: «onder het EU Single Entry Point kunnen klachten ingediend worden door Europese bedrijven of ngo’s in geval van (vermeende) schending door de Mercosur-landen.»14

3.

Wat wordt concreet met deze klachten gedaan? Welke juridische gevolgen hebben deze klachten voor verdragspartijen die zich niet houden aan de afspraken om ontbossing tegen te gaan?

In dit schriftelijk overleg leest zij over productiestandaarden dat de Commissie op 25 november jl. een «impactassessment is gelanceerd over gevaarlijke gewasbeschermingsmiddelen die via geïmporteerde producten de EU kunnen binnenkomen.»15

4.

Wanneer worden de resultaten van de impactassessment verwacht? Worden deze resultaten met de Eerste en Tweede Kamer gedeeld? Zo ja, wanneer? Zo nee, waarom niet? Welke vervolgstappen kunnen genomen worden genomen naar aanleiding van het impactassessment? Bent u voornemens het standpunt met betrekking tot het EU-Mercosur akkoord te herzien als de uitkomsten van de impactassessment gevaren vormen voor natuur, milieu en dieren?

Het lid van de Fractie-Visseren-Hamakers leest vervolgens dat «er op het gebied van dierenwelzijn geen internationale afdwingbare normen bestaan. Het kabinet zet daarom – via de EU – in op zo hoog mogelijke standaarden voor dierenwelzijn?»16

5.

Welke maatregelen neemt het kabinet concreet om zo hoog mogelijke standaarden voor dierenwelzijn te creëren? En wat zijn de standaarden precies die het kabinet hier als vereiste neemt, aangezien er «geen internationale afdwingbare normen zijn»? Is het kabinet bereid zich in Europa in te zetten voor internationaal afdwingbare normen voor dierenwelzijn?

Er wordt gesteld17 dat het aantal voedselveiligheidsaudits en controles verder wordt verhoogd.

6.

Hoeveel audits en controles zullen er per product plaatsvinden in de productielanden? Wat gaat er precies gecontroleerd worden op productielocaties? Is daar een protocol voor beschikbaar en zo ja, kan dit protocol gedeeld worden? Wat gebeurt er als een productielocatie niet voldoen aan de eisen die de EU stelt op het gebied van Europese plant- en diergezondheidseisen en voedselveiligheidseisen? Krijgt deze productielocatie een verbod opgelegd om te importeren naar de EU? Zo ja, hoelang? Zo nee, waarom niet?

7.

Hoe worden diergezondheidseisen op productielocaties precies beoordeeld en gemeten, aangezien er «geen internationale afdwingbare normen zijn?»

Het lid van de Fractie-Visseren-Hamakers leest dat «de Commissie heeft toegezegd het aantal controles en audits in derde landen te verhogen.»18

8.

Is de Commissie voornemens controles en audits structureel te verhogen? Of betreft dit slechts een incidentele verhoging?

Dit lid leest dat de NVWA aan de grens in de EU zelf controleert.19

9.

Is er genoeg budget en capaciteit beschikbaar voor de NVWA om deze controles op een deugdelijke manier uit te voeren?

Zij leest verder dat «het kabinet zal de resultaten van deze audits en controles actief blijven monitoren.»20

10.

Zijn de resultaten van de audits en controles publiekelijk beschikbaar? Waar ligt voor het kabinet de grens om actie te ondernemen als er misstanden worden geconstateerd in resultaten van de audits en controles?

11.

Op pagina 61 van het voornoemde verslag schriftelijk overleg wordt geen antwoord gegeven op de vraag of het kabinet bereid is zich in te zetten voor een verlenging van effectieve beschermende maatregelen, vergelijkbaar met het sojamoratorium. Dit lid ontvangt alsnog graag een antwoord op de gestelde vraag.

De leden van de vaste commissies voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingshulp (BDO) en voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag binnen vier weken na dagtekening van deze brief.

Voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingshulp, K. Petersen

Voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, G.J. Oplaat

BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 24 maart 2026

Hierbij bied ik u, mede namens de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, de antwoorden aan op de schriftelijke vragen gesteld door de fracties van BBB, PvdD en de Fractie-Visseren-Hamakers inzake het EU-Mercosur akkoord. Deze vragen werden ingezonden op 10 februari 2026 met kenmerk 179816. In aanloop naar de ratificatie van de EU-Mercosur Partnerschapsovereenkomst kan ik uw Kamer te zijner tijd desgewenst een technische briefing aanbieden.

De Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, S.W. Sjoerdsma

Antwoorden van de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking op vragen van de fracties van BBB, PvdD en de Fractie-Visseren-Hamakers inzake het EU-Mercosur akkoord

Vraag 1

U stelt dat productiestandaarden onder het «right to regulate» vallen en dus per land verschillen.21 Erkent u daarmee impliciet dat er géén gelijk speelveld bestaat, en zo ja, waarom acht u dat acceptabel voor sectoren die binnen de EU wél aan vergaande regels moeten voldoen?

Antwoord

Productiestandaarden worden door ieder land zelf bepaald en vallen inderdaad binnen het zogenaamde right to regulate van een land. De EU kan een ander land dus niet zomaar dezelfde eisen opleggen wat betreft productie die gelden binnen de EU, en zou dat andersom ook niet accepteren. Bij het opstellen van deze regels baseren overheden zich op lokale omstandigheden, zoals infrastructuur, geografische ligging, sociaaleconomische situatie, klimaat en milieu. Enkel uit het gegeven dat productiestandaarden in ieder land anders zijn kan derhalve niet (expliciet of impliciet) worden geconcludeerd dat er geen gelijk speelveld is.

Bovendien wordt het concurrentievermogen van ondernemers door veel verschillende factoren bepaald. Productiestandaarden zijn één van die factoren, naast bijvoorbeeld investeringsklimaat, geografische ligging, infrastructuur, toegang tot goed opgeleide arbeidskrachten, importtarieven en (landbouw)subsidies.

Mede door verschillen in wet- en regelgeving over productiestandaarden tussen landen en regio’s is het voor ondernemers telkens weer anders zaken doen. Handelsakkoorden dragen bij aan het verkleinen van die verschillen door bijvoorbeeld afspraken te maken over arbeids- en milieustandaarden, evenals over het aangaan van dialoog over het verder gelijktrekken van productiestandaarden.

Daarnaast steunt het kabinet het streven van de Europese Commissie om productiestandaarden die worden toegepast op ingevoerde producten op één lijn te trekken met EU-standaarden, zoals door de Europese Commissie aangekondigd in de Visie voor Landbouw en Voedsel van 19 februari van 202522, waarbij concrete voorstellen op de merites worden beoordeeld.

Vraag 2

U noemt alleen voor eieren expliciete gelijkwaardigheidseisen voor dierenwelzijn. Waarom ontbreken vergelijkbare harde voorwaarden voor rundvlees en pluimveevlees, juist de sectoren die volgens uw eigen analyse het meest onder druk komen te staan?

Antwoord

Het resultaat van de onderhandelingen tussen de Europese Commissie en de Mercosur-landen is dat alleen voor eieren in schaal de betreffende conditionaliteit als voorwaarde voor gebruikmaking van een preferentieel tarief is opgenomen. Dat is niet gelukt voor andere productiesectoren waar de EU diersoortspecifieke dierenwelzijnseisen heeft; te weten varkenshouderij en vleeskuikenshouderij. Daarbij moet wel rekenschap worden gegeven van het feit dat de preferentiële markttoegang die de EU voor deze twee sectoren biedt, zeer beperkt is. De betreffende, strikt gelimiteerde, tariefquota bieden de EU producenten goede bescherming tegen concurrentie uit de Mercosur landen.

Los van het Mercosur akkoord is de Commissie voornemens aan herziening van de EU-dierenwelzijnsregels te werken, waarbij ook – in lijn met internationale regels – naar eisen voor geïmporteerde producten uit derde landen wordt gekeken.23

Vraag 3

Kunt u concreet aangeven welke productiestandaarden de afgelopen vijf jaar daadwerkelijk zijn «gelijkgetrokken» via eerdere handelsdialogen, en op basis waarvan u verwacht dat dit in het Mercosur-kader wél effectief zal zijn?

Antwoord

Een concreet voorbeeld van het gelijktrekken van productiestandaarden is dat handelsakkoorden bijdragen aan het harmoniseren van regelgeving over milieustandaarden die betrekking hebben op klimaat, biodiversiteit en ontbossing. Dit blijkt uit onderzoek uitgevoerd in opdracht van de Europese Commissie in 2024.24 Daarnaast zijn in Zuid-Korea arbeidsrechten in lijn gebracht met de ILO standaarden, naar aanleiding van geschillenbeslechting onder het akkoord. Tot slot is onder het handelsakkoord met Canada gesproken over de herziening van de Canadese dierenwelzijnsrichtlijnen, en is vervolgens door Canada besloten onder andere de transporteisen meer in lijn te brengen met Europese standaarden.25 Naar verwachting biedt het EU-Mercosur akkoord ook de mogelijkheid om proactief met de Mercosur-landen te engageren ter verbetering van de naleving van internationale afspraken en het gelijktrekken van productiestandaarden.

Vraag 4

U geeft aan dat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) extra capaciteit pas opschaalt ná melding door de sector.26 Acht u dit een robuust controlesysteem of erkent u dat hiermee een reactief in plaats van preventief toezichtregime ontstaat?

Antwoord

Indien de importstromen toenemen, stelt de sector de NVWA tijdig op de hoogte, conform de geldende afspraken in de Service Level Agreement (SLA) tussen de NVWA, douane en de sectoren. Hierdoor kan de NVWA opschalen naar de benodigde capaciteit. Op deze wijze wordt gewaarborgd dat extra capaciteit gericht wordt ingezet en onnodige kosten worden voorkomen. Het kabinet heeft vertrouwen in het adequaat functioneren van de NVWA binnen deze werkwijze.

Vraag 5

Kunt u garanderen dat extra NVWA-kosten niet (direct of indirect) worden doorberekend aan Nederlandse boeren en verwerkers, bijvoorbeeld via hogere heffingen of vertragingen in inspecties?

Antwoord

De NVWA int retributies voor import- en exportkeuringen. De verwachting is dat het EU-Mercosur handelsverdrag geen effect heeft op de hoogte van de retributietarieven.

Vraag 6

U noemt lage afkeurpercentages bij huidige import. Waarom acht u deze cijfers representatief voor de toekomst, terwijl het akkoord juist beoogt de handelsvolumes substantieel te vergroten?

Antwoord

Uit onderzoek door de NVWA blijkt dat er in 2024 en 2025 een zeer klein aantal zendingen uit de Mercosur-landen werd geweigerd, namelijk 0,49% van de producten met dierlijke oorsprong, en 1,87% van producten van niet-dierlijke oorsprong. Er is geen reden om aan te nemen dat hogere importvolumes leiden tot een hoger percentage aan afkeuringen. Uiteraard blijft het kabinet toekomstige percentages monitoren. De Europese Commissie verhoogt bovendien het aantal audits in derde landen met 50% en intensiveert controles van voedselproducten aan de EU-buitengrens. Dit geldt ook voor de Mercosur-landen.

Vraag 7

U verwijst naar aangescherpte vrijwaringsmaatregelen.27 Kunt u concreet maken binnen welke termijn deze maatregelen daadwerkelijk kunnen worden ingezet nadat marktverstoring optreedt?

Antwoord

De termijnen voor het opleggen van vrijwaringsmaatregelen naar aanleiding van verhoogde import van landbouwproducten uit de Mercosur-landen zijn gespecificeerd in de verordening tot uitvoering van de bilaterale vrijwaringsclausule in het EU-Mercosur akkoord met betrekking tot landbouwproducten.28

Bij voldoende prima facie bewijs van een (dreigende) ernstige marktverstoring waardoor (dreigende) ernstige schade van de Europese markt of de markt in één of meerdere EU-lidstaten ontstaat, kan de Europese Commissie op verzoek van een EU-lidstaat of de betreffende industrie binnen één maand een vrijwaringsonderzoek starten naar de import van landbouwproducten uit de Mercosur-landen. In het geval van gevoelige landbouwproducten en een (dreigende) ernstige marktverstoring in één of meerdere EU-lidstaten, start de Europese Commissie onmiddellijk met het onderzoek. Het onderzoek moet binnen zes maanden worden afgerond en, in het geval van gevoelige landbouwproducten, binnen vier maanden.

Indien sprake is van kritieke marktomstandigheden kan de Europese Commissie op basis van een voorlopige vaststelling gedurende de uitvoering van het vrijwaringsonderzoek voorlopige vrijwaringsmaatregelen opleggen voor maximaal 200 dagen. In het geval van gevoelige landbouwproducten kunnen onverwijld en in ieder geval binnen 21 dagen na de opening van het vrijwaringsonderzoek voorlopige vrijwaringsmaatregelen genomen worden voor maximaal 200 dagen.

Na afronding van het vrijwaringsonderzoek, kan de Europese Commissie definitieve vrijwaringsmaatregelen opleggen voor een periode van twee jaar. In gevallen waarin het noodzakelijk blijft om ernstige schade te voorkomen of te verhelpen kan dit met twee jaar worden verlengd. De vrijwaringsmaatregelen bestaan uit de tijdelijke opschorting van tariefpreferenties aan EU-zijde.

Vraag 8

Wie bepaalt in de praktijk wanneer sprake is van «ernstige marktverstoring», en hoe wordt voorkomen dat dit oordeel pas wordt geveld als bedrijven al structurele schade hebben geleden?

Antwoord

De Europese Commissie stelt na een vrijwaringsonderzoek, zoals beschreven in de beantwoording van vraag 7, vast of er op basis van de criteria in de verordening sprake is van een (dreigende) ernstige marktverstoring waardoor (dreigende) ernstige schade ontstaat. Vervolgens kunnen binnen relatief korte tijd passende vrijwaringsmaatregelen via comitologie worden opgelegd aan de andere verdragspartij ter bescherming van de Europese landbouwsector.

Vraag 9

Is het kabinet bereid zich in te zetten voor automatische vrijwaringstriggers bij overschrijding van quota, in plaats van discretionaire besluitvorming achteraf?

Antwoord

De verordening tot uitvoering van de bilaterale vrijwaringsclausule in het EU-Mercosur akkoord met betrekking tot landbouwproducten bevat specifieke bepalingen over versnelde procedures voor vrijwaringsmaatregelen ter bescherming van Europese gevoelige landbouwproducten, zoals beschreven in de beantwoording van vraag 7.29 De verordening bevat ook de bepaling dat de Commissie voortdurend en proactief de invoer van gevoelige producten zal monitoren, en het verslag daarvan elke zes maanden aan de Raad en het Europees Parlement zal sturen30. Deze bepalingen zijn er juist op gericht om landbouwproducten waar in het EU-Mercosur akkoord quota voor zijn afgesproken zo goed mogelijk te beschermen. Derhalve is het kabinet voorstander van deze verordening, zoals aangeven in de kabinetsappreciatie van het EU-Mercosur akkoord31 en heeft Nederland ingestemd met de verordening.

Vraag 10

U stelt dat duurzaamheidsbepalingen «bindend en afdwingbaar» zijn, maar noemt uitsluitend expertpanels zonder sancties.32 Acht u dit een geloofwaardig handhavingsinstrument bij structurele ontbossing?

Antwoord

Als één van de Mercosur-landen afspraken uit het duurzaamheidshoofdstuk schendt, waaronder de afspraken over het tegengaan van illegale ontbossing, kan – na een periode van consultaties – over gegaan worden op geschillenbeslechting. Onder het duurzaamheidshoofdstuk houdt dit in dat een expertpanel ingesteld wordt, dat een rapport uitbrengt over het geschil met aanbevelingen voor de verdragspartijen. Verdragspartijen kunnen elkaar aanspreken op de gegeven opvolging aan deze aanbevelingen. In de ogen van het kabinet is dit een geloofwaardig handhavingsinstrument.

Daarnaast is het Parijs klimaatakkoord opgenomen als zogenaamd «essentieel element» van het verdrag. Bij schending van een essentieel element door een verdragspartij kunnen de andere verdragspartijen overgaan tot het opschorten van (delen van) het verdrag. Zie ook het antwoord op vraag 12 hieronder.

Vraag 11

Kunt u aangeven hoe vaak in eerdere EU-handelsverdragen daadwerkelijk handelsvoordelen zijn opgeschort vanwege schending van duurzaamheidsafspraken?

Antwoord

De EU heeft nog nooit een handelsakkoord opgeschort vanwege de schending van duurzaamheidsafspraken. Er zijn wel voorbeelden van het gebruik van de geschillenbeslechting onder duurzaamheidshoofdstukken in handelsakkoorden, zoals in het geval van het geschil met Zuid-Korea over de effectieve implementatie van ILO-conventies over arbeidsstandaarden, waarna Zuid-Korea aanpassingen heeft doorgevoerd om arbeidsrechten in lijn te brengen met ILO-standaarden.

Vraag 12

Indien illegale ontbossing opnieuw toeneemt onder een volgende Braziliaanse regering, welke concrete stappen zal Nederland dan nemen, en binnen welke termijn?

Antwoord

Zoals aangegeven in de beantwoording van vraag 10, biedt het EU-Mercosur akkoord de mogelijkheid om de verdragspartijen aan te spreken op de naleving van de afspraken in het akkoord over het tegengaan van (illegale) ontbossing. De naleving van deze afspraken wordt onder meer gemonitord door het maatschappelijk middenveld in zogeheten domestic advisory groups. Daarnaast kan het maatschappelijk middenveld in ieder van de verdragspartijen bij een schending van de afspraken onder het duurzaamheidshoofdstuk een klacht indienen via het Single Entry Point van de EU. Tot slot is het Parijs klimaatakkoord opgenomen als essentieel element van het verdrag. Onder het Parijs klimaatakkoord zijn ook commitments ten aanzien van het tegengaan van illegale ontbossing vastgelegd. Wanneer één van de verdragspartijen een essentieel element schendt, kan door de andere verdragspartijen worden overgegaan tot het opschorten van (delen van) het verdrag.

Op dit moment is deze situatie niet aan de orde: het huidige Braziliaanse beleid heeft juist geleid tot een afname van illegale ontbossing. Het kabinet neemt als uitgangspunt dat verdragspartijen zich aan hun verplichtingen houden en gaat derhalve niet speculeren over mogelijke niet-naleving in de toekomst.

Vraag 13

U stelt dat diversificatie van toeleveringsketens wenselijk is.33 Waarom geldt dit argument wel voor import, maar niet voor het behoud van voldoende Europese productiecapaciteit in kwetsbare sectoren zoals rundvlees?

Antwoord

Diversificatie van handelspartners via handelsakkoorden kan bijdragen aan de verbetering van toegang voor Nederlandse bedrijven tot strategisch belangrijke markten. Daarnaast kan diversificatie bijdragen aan leveringszekerheid. Het kabinet wil voorkomen dat Nederland voor wat betreft geïmporteerde producten, te afhankelijk wordt van één land of leverancier. Tegelijkertijd blijft de bescherming van gevoelige landbouwproducten een belangrijk aandachtspunt voor de EU in onderhandelingen over handelsakkoorden. Dat is de reden dat het EU-Mercosur akkoord waarborgen biedt om de Europese landbouwsector te beschermen, zoals quota waarmee de invoer van producten tegen preferentiële tarieven aan een maximum gebonden is en vrijwaringsmaatregelen, die verder worden aangescherpt in de verordening tot uitvoering van de bilaterale vrijwaringsclausule in het EU-Mercosur akkoord met betrekking tot landbouwproducten. Momenteel produceert de EU meer rundvlees dan het zelf consumeert: de EU is netto exporteur. De beperkte extra import onder de tariefquota in het EU-Mercosur akkoord zullen deze situatie niet significant veranderen.

Vraag 14

Acht u het vanuit strategisch oogpunt wenselijk dat hoogwaardige eiwitproductie verder verschuift buiten Europa, terwijl geopolitieke spanningen toenemen?

Antwoord

Nederland heeft een Nationale Eiwitstrategie (NES), met als doel de zelfvoorzieningsgraad van NL en de EU van nieuwe en plantaardige eiwitten te vergroten op een toekomstbestendige manier. Nederland wil zo veel mogelijk zelf kunnen voorzien in de eiwitten die nodig zijn voor veevoer en menselijke consumptie, zodat de import van eiwitten van buiten Europa kan worden beperkt. De inzet hierin is dat zo veel mogelijk van het benodigde eiwit uit Nederland, of anders uit Europa, komt. Zo wordt ingezet op het verminderen van de afhankelijkheid van geïmporteerde eiwitten.

Vraag 15

U erkent dat de baten vooral bij industrie en diensten terechtkomen en de lasten bij specifieke landbouwsectoren.34 Waarom acht u dit een aanvaardbare uitkomst, en welk compensatiemechanisme acht u passend voor getroffen boeren?

Antwoord

Bij de weging van het EU-Mercosur akkoord is het kabinet tot de conclusie gekomen dat het akkoord per saldo positief is voor Nederland. Verschillende factoren zijn door het kabinet meegewogen, zoals de economische gevolgen, bredere geopolitieke belangen en het belang van het diversifiëren van de handelsstromen en het verbeteren van toegang tot kritische grondstoffen. Uit het onderzoek van Wageningen Social & Economic Research blijkt dat er ook voor de primaire sector, zoals de zuivelsector, mogelijkheden zijn om te groeien.35 Daarnaast worden de voor concurrentie gevoelige landbouwsectoren beschermd in het akkoord door quota en vrijwaringsmaatregelen, die verder zijn aangescherpt in de verordening tot uitvoering van de bilaterale vrijwaringsclausule in het EU-Mercosur akkoord met betrekking tot landbouwproducten. Ook heeft de Europese Commissie een voorstel ter waarde van 6,3 miljard euro gedaan voor een financieel vangnet onder het Meerjarig Financieel Kader in het geval boeren te maken krijgen met ernstige verstoringen als gevolg van toegenomen handel.

Vraag 16

Is het kabinet bereid om, voorafgaand aan ratificatie, een actualisatie van de impactanalyse te laten uitvoeren waarin ook de recent aangekondigde vrijwaringsmaatregelen zijn meegenomen?

Antwoord

Het kabinet ziet op dit moment geen aanleiding voor een nieuwe impactanalyse naar het EU-Mercosur akkoord, ondanks de vrijwaringsverordening. Zoals aangegeven in de kabinetsappreciatie van het akkoord zijn de afgelopen jaren meerdere onderzoeken uitgevoerd naar de gevolgen van het akkoord: een Sustainability Impact Assessment in 2020, onderzoek door Wageningen Social & Economic Research in 2020 en 2025, onderzoek door SEO Economisch Onderzoek in 2025 en een impactanalyse van de Europese Commissie in 2025.36 Daarnaast is actieve monitoring van de handelsstromen en prijsontwikkelingen onderdeel van het pakket aan extra vrijwaringsmaatregelen. Het kabinet acht het onwenselijk dit te doubleren.

Vraag 17

U stelt dat er sprake is van volwaardige parlementaire betrokkenheid.37 Hoe verhoudt dit zich tot het feit dat de interim-handelsovereenkomst buiten nationale parlementen om in werking kan treden?

Antwoord

Voor de interim-handelsovereenkomst, met daarin dezelfde handelsafspraken als in de Partnerschapsovereenkomst, is geen nationale goedkeuringsprocedure nodig. De EU-lidstaten worden namelijk geen verdragspartij bij die overeenkomst (een zogeheten «EU-only» akkoord), omdat handelsafspraken binnen de exclusieve bevoegdheid van de EU vallen. Omdat de EU wel partij wordt, heeft Nederland hierover positie ingenomen in de Raad. Het kabinet heeft hierover verantwoording afgelegd aan de Tweede Kamer bij de besluitvorming over beide overeenkomsten. Na goedkeuring door de Raad ligt de interim-handelsovereenkomst nu voor aan het Europees Parlement alvorens het definitief in werking kan treden.

Vraag 18

Acht u het staatsrechtelijk wenselijk dat onomkeerbare handelsgevolgen optreden voordat de Eerste Kamer zich inhoudelijk kan uitspreken over het volledige akkoord?

Antwoord

De procedure zoals toegelicht onder de beantwoording van vraag 17 is conform het EU-Werkingsverdrag en geldt voor alle EU-only verdragen die de EU aangaat.

Vraag 19

Kunt u expliciet aangeven welk gewicht het kabinet heeft toegekend aan het verdienvermogen van boeren ten opzichte van geopolitieke en macro-economische belangen?

Antwoord

Zoals aangegeven onder de beantwoording van vraag 15 heeft het kabinet verschillende factoren meegewogen bij de beoordeling van het EU-Mercosur akkoord, zoals de economische gevolgen, bredere geopolitieke belangen, het belang van het diversifiëren van de handelsstromen en het verbeteren van toegang tot kritische grondstoffen en de goede bescherming voor gevoelige EU landbouwsectoren in het verdrag in de vorm van beperkte quota en vrijwaringsmogelijkheden. In de beoordeling van de economische gevolgen is op basis van de onderzoeksresultaten van Wageningen Social & Economic Research en SEO Economisch Onderzoek specifiek gekeken naar het verdienvermogen van boeren. Het kabinet kan niet expliciet aangeven welk gewicht aan welke factor is gehangen in deze beoordeling. Uiteraard heeft het gegeven dat het akkoord netto positief is voor de Nederlandse economie een grote rol gespeeld.

Vraag 20

Tot slot: welke concrete «rode lijnen» hanteert het kabinet nog, waarbij Nederland alsnog niet zou instemmen met (verdere) uitvoering van het Mercosur-akkoord?

Antwoord

Het kabinet heeft in de Raad van de Europese Unie reeds ingestemd met de ondertekening en voorlopige toepassing van het EU-Mercosur akkoord, conform de motie Van der Burg c.s.38 Dit neemt niet weg dat het kabinet de Europese Commissie zal houden aan de afspraken in het akkoord en de aanvullende maatregelen ter bescherming van de Europese landbouwsector.

Vraag 21

De president van de Mercosur-landen, de heer Rubén Ramírez, heeft publiekelijk verklaard dat de Mercosur-landen zich niet zullen conformeren aan de afgesproken veiligheids- en beschermingsmaatregelen die samenhangen met het EU-Mercosur-akkoord. Hoe weegt u deze expliciete uitspraak in het licht van uw eerdere toezeggingen dat het akkoord voldoende waarborgen bevat voor voedselveiligheid, milieu en eerlijke concurrentie, en acht u het nog steeds verantwoord om in te stemmen met ratificatie zolang een van de hoogste politieke vertegenwoordigers van het EU-Mercosur akkoord openlijk aangeeft deze afspraken niet te zullen naleven?

Antwoord

De Paraguyaanse president, wiens land momenteel voorzitter is van Mercosur, is voorstander van het EU-Mercosur akkoord, net als de presidenten van de andere Mercosur-landen. Alle Mercosur-landen hebben de EU-Mercosur interim-handelsovereenkomst inmiddels geratificeerd. Na ratificatie zijn de Mercosur-landen als verdragspartijen gebonden aan de afspraken in het akkoord, ook voor wat betreft voedselveiligheid, milieu en markttoegang.

De SPS-eisen ten behoeve van voedselveiligheid die de EU stelt voor het op de markt plaatsen van producten worden door het akkoord niet aangetast. Deze eisen zijn verankerd in EU-wetgeving en gelden voor alle producten die op de Europese markt komen. Het akkoord doet daar niets aan af. Hierop wordt toegezien door Europese handhavingsinstanties, waaronder in Nederland de NVWA.

Het kabinet heeft op 9 januari jl. in de Raad van de Europese Unie ingestemd met de ondertekening en voorlopige toepassing van het EU-Mercosur akkoord, conform de motie Van der Burg c.s.39

Vraag 22

Is het waar dat de Europese Commissie in afwijking van de wens van het Europees Parlement overweegt het EU-Mercosur akkoord informeel in werking te laten treden voor de officiële ratificatie?40

Antwoord

Het klopt dat de Europese Commissie een voorstel heeft gedaan voor een Raadsbesluit tot ondertekening en voorlopige toepassing van het EU-Mercosur akkoord. De Raad heeft dit besluit op 9 januari jl. vastgesteld. Op 27 februari heeft de voorzitter van de Commissie bovendien aangekondigd gebruik te willen maken van deze mogelijkheid. Voorlopige toepassing zal plaatsvinden tussen de EU en de Mercosur-landen die het akkoord hebben geratificeerd.

Het is gebruikelijk dat internationale overeenkomsten voorlopig worden toegepast voordat ze in werking treden. Voor beoogde akkoorden tussen de EU en derde landen is hiervoor in het Werkingsverdrag een procedure opgenomen. In afwachting van goedkeuring door het Europees Parlement kunnen de handelsafspraken voorlopig toegepast worden. Het Europees Parlement heeft geen rol bij besluitvorming in de EU over voorlopige toepassing.

Vraag 23

Welke gevolgen ziet u van inwerkingtreding van het EU-Mercosur akkoord in enigerlei vorm nog voordat de juridische analyse van het akkoord is gegeven door het Europese Hof van Justitie zoals gevraagd door het Europees Parlement?

Antwoord

Het Europees Parlement heeft op 21 januari jl. besloten om een adviesvraag voor te leggen aan het EU-Hof over het EU-Mercosur akkoord. Het EP zal het akkoord niet goedkeuren voordat het Hof uitspraak heeft gedaan.

De handelsafspraken in het EU-Mercosur akkoord kunnen in de tussentijd voorlopig toegepast worden. Het EU-recht verzet zich daar niet tegen. Aan EU-zijde is het besluit over voorlopige toepassing een aangelegenheid van de Raad, die hier reeds positief over heeft besloten op 9 januari jl. Aan Mercosur-zijde hebben alle landen de EU-Mercosur interim-handelsovereenkomst onlangs geratificeerd. Daarmee is aan beide zijden voldaan aan de voorwaarden voor de voorlopige toepassing van de handelsafspraken.

Het kabinet steunt voorlopige toepassing van het EU – Mercosur akkoord conform de motie Erkens c.s.41

Vraag 24

Kunt u aangeven hoe de Nederlandse afgevaardigde in de Europese Commissie zal stemmen wanneer het aankomt op informele inwerkingtreding voorafgaand aan ratificatie?

Antwoord

Het besluit over voorlopige toepassing is aan de Raad. Het kabinet heeft op 9 januari jl. in de Raad van de Europese Unie ingestemd met de ondertekening en voorlopige toepassing van het EU-Mercosur akkoord, conform de motie Van der Burg c.s.42

De Europese Commissie werkt momenteel aan de effectuering van de voorlopige toepassing, waarbij geldt dat de Commissarissen die gezamenlijk het College van de Commissie vormen geen nationale afgevaardigden zijn die namens een individuele EU-lidstaat positie innemen.

Vraag 25

Bent u bereid toe te zeggen niet voor een dergelijke informele inwerkingtreding te zullen stemmen zonder daarover eerst het Nederlandse parlement opnieuw in de gelegenheid te stellen daarover haar mening te geven? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Het kabinet heeft op 9 januari jl. in de Raad van de Europese Unie ingestemd met de ondertekening en voorlopige toepassing van het EU-Mercosur akkoord. Dit sluit aan bij de wens van de Tweede Kamer conform de motie Van der Burg c.s.43 en de motie Erkens c.s.44

Vraag 26

Is het kabinet het met dit lid eens dat de invoering van het EU-Mercosur akkoord moet wachten totdat de rechters van het Europees Hof zich erover uitspreken?

Antwoord

Zie graag de beantwoording van vraag 23.

Vraag 27

Is het kabinet bereid zich in te zetten voor een stevige bossenwet? Is het kabinet bereid zich in te zetten voor genoeg middelen voor de handhaving van de bossenwet?

Antwoord

De toepassing van de EU-verordening voor ontbossingsvrije producten (EUDR) is uitgesteld tot 30 december 2026. De inzet van het kabinet is om op zoek te gaan naar versimpeling en verlichting van administratieve lasten binnen de kaders van de verordening. Verder zijn voorspelbaarheid voor bedrijven en conformiteit met WTO-regelgeving van belang. Nederland is voorbereid op handhaving van deze verordening en de NVWA heeft hiervoor al meerdere inspecteurs aangenomen en opgeleid. Tot de EUDR volledig van toepassing wordt, blijft de NVWA daarnaast handhaven op de Europese houtverordening (EUTR), waarmee wordt voorkomen dat illegaal gekapt hout op de Europese markt wordt gebracht.

Vraag 28

Het lid van de Fractie-Visseren-Hamakers leest in een verslag van het schriftelijk overleg met de Tweede Kamer over het schenden van afspraken om ontbossing tegen te gaan: «onder het EU Single Entry Point kunnen klachten ingediend worden door Europese bedrijven of ngo’s in geval van (vermeende) schending door de Mercosur-landen.»45 Wat wordt concreet met deze klachten gedaan? Welke juridische gevolgen hebben deze klachten voor verdragspartijen die zich niet houden aan de afspraken om ontbossing tegen te gaan?

Antwoord

Als er een klacht over mogelijke schending van een duurzaamheidshoofdstuk ingediend wordt onder het Single Entry Point, zal de Commissie eerst moeten toetsen of zij deze klacht in behandeling zal nemen. Dat hangt af van de compleetheid van de klacht en hoe duidelijk het bewijs is. Als dat het geval is, zal de Commissie contact opnemen met het derde land in kwestie om over de klacht te spreken. Afhankelijk van de klacht zal de reactie van de Commissie bestaan uit een van meerdere diplomatieke maatregelen. De richtlijnen voor dit proces zijn in 2022 door de Commissie gepubliceerd.46

Tot nu toe is het proces pas in één geval doorlopen, andere klachten bevinden zich in de begin fase. Naar aanleiding van de klacht omtrent de mijnsector in Peru en Colombia, heeft dialoog plaatsgevonden die geleid heeft tot een lijst van technische samenwerkingspunten in geval van Peru en wordt met Colombia gewerkt aan voortgang op hervorming van het nationale arbeidsrecht.47

Vraag 29

In dit schriftelijk overleg leest zij over productiestandaarden dat de Commissie op 25 november jl. een «impactassessment is gelanceerd over gevaarlijke gewasbeschermingsmiddelen die via geïmporteerde producten de EU kunnen binnenkomen.»48 Wanneer worden de resultaten van de impactassessment verwacht? Worden deze resultaten met de Eerste en Tweede Kamer gedeeld? Zo ja, wanneer? Zo nee, waarom niet? Welke vervolgstappen kunnen genomen worden genomen naar aanleiding van het impactassessment? Bent u voornemens het standpunt met betrekking tot het EU-Mercosur akkoord te herzien als de uitkomsten van de impactassessment gevaren vormen voor natuur, milieu en dieren?

Antwoord

In lijn met de Visie voor Landbouw en Voedsel streeft de Europese Commissie ernaar om te voorkomen dat gevaarlijke stoffen die in de EU zijn verboden, via ingevoerde producten alsnog in de EU komen. Dit is de reden dat de Europese Commissie in november 2025 hiervoor een impactassessment heeft gelanceerd. De voorbereidende studie wordt in de zomer van 2026 verwacht. In het impact assessment worden ook de gevolgen voor de concurrentiepositie van de EU en de internationale implicaties onderzocht. Het kabinet zal de Eerste en Tweede Kamer informeren over de resultaten van de impactassessment en eventuele vervolgstappen.

Vraag 30

Het lid van de Fractie-Visseren-Hamakers leest vervolgens dat «er op het gebied van dierenwelzijn geen internationale afdwingbare normen bestaan. Het kabinet zet daarom – via de EU – in op zo hoog mogelijke standaarden voor dierenwelzijn?»49 Welke maatregelen neemt het kabinet concreet om zo hoog mogelijke standaarden voor dierenwelzijn te creëren? En wat zijn de standaarden precies die het kabinet hier als vereiste neemt, aangezien er «geen internationale afdwingbare normen zijn»? Is het kabinet bereid zich in Europa in te zetten voor internationaal afdwingbare normen voor dierenwelzijn?

Antwoord

De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur heeft reeds richting de Europese Commissie in reactie op een publieke consultatie over de modernisering van de EU-dierenwelzijnsregelgeving voor de veehouderij aangegeven dat het belangrijk is dat dierlijke producten die uit derde landen worden geïmporteerd zouden moeten voldoen aan dierenwelzijnseisen die equivalent zijn aan de EU dierenwelzijnseisen.50 Regelgeving over productiestandaarden inzake dierenwelzijn op geïmporteerde producten moet wel in lijn zijn met relevante WTO-regels, zoals ook geconcludeerd door de Commissie in 2022 in haar rapport «Toepassing van de gezondheids- en milieunormen van de EU op ingevoerde landbouw- en agrovoedingsproducten» (COM(2022)226).

Daarom wordt in de huidige situatie ingezet op bestaande voorschriften uit de diersoortspecifieke EU-dierenwelzijnsrichtlijnen, voor varkens en pluimvee. Een belangrijke standaard in dit kader is momenteel dat leghennen niet in onverrijkte kooien moeten worden gehuisvest.

Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 2 is de Commissie voornemens aan herziening van de EU-dierenwelzijnsregels te werken waarbij ook – in lijn met internationale regels – naar geïmporteerde producten uit derde landen wordt gekeken.51 Voor de toekomst worden aldus actualisatie en aanscherping van de EU-dierenwelzijnswetgeving verwacht, op basis waarvan ook bezien zal worden welke normen ook toegepast kunnen gaan worden op dierlijke producten die vanuit derde landen naar de EU worden gezonden.

Vraag 31

Er wordt gesteld52 dat het aantal voedselveiligheidsaudits en controles verder wordt verhoogd. Hoeveel audits en controles zullen er per product plaatsvinden in de productielanden? Wat gaat er precies gecontroleerd worden op productielocaties? Is daar een protocol voor beschikbaar en zo ja, kan dit protocol gedeeld worden? Wat gebeurt er als een productielocatie niet voldoen aan de eisen die de EU stelt op het gebied van Europese plant- en diergezondheidseisen en voedselveiligheidseisen? Krijgt deze productielocatie een verbod opgelegd om te importeren naar de EU? Zo ja, hoelang? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Alle geïmporteerde producten – ook die uit de Mercosur-landen – moeten voldoen aan de eisen die de EU stelt op het gebied van Europese plant- en diergezondheidseisen en voedselveiligheidseisen, inclusief residuen van medicijnen en antimicrobiële resistentie (AMR). In de kabinetsappreciatie van het EU-Mercosur akkoord is het systeem van controles uiteengezet.53 Het gaat daarbij om controles 1) in de productielanden, waar de Europese Commissie audits uitvoert op productielocaties; 2) aan de grens (douane); en 3) in de EU zelf, onder andere door de NVWA.

Met betrekking tot de controles in derde landen gaat het om audits door de Health and Food Audits and Analysis (HFAA) van de Europese Commissie. Hierbij wordt gekeken hoe de Competente Autoriteit van een land officiële controles uitvoert, of zij de nodige voedselveiligheidsgaranties biedt voor export naar de EU, en hoe zij omgaat met toezicht op de bedrijven die op de lijst van erkende bedrijven staan die mogen exporteren naar de EU.

De eisen om te kunnen exporteren naar de EU zijn streng. Bedrijven in derde landen moeten garanties en bewijzen bij de Europese Commissie aanleveren dat zij voldoen aan EU sanitaire en fytosanitaire standaarden om te kunnen exporteren naar de EU, de medische geschiedenis van vee bijhouden, en aantonen dat het nationale veterinaire systeem op orde is. Bedrijven die niet aan alle voorwaarden voldoen kunnen niet exporteren naar de EU.

Sinds 2021 heeft de Commissie 21 audits uitgevoerd in de Mercosur-landen. Op 9 december 2025 is door de Europese Commissie aangekondigd het aantal audits in derde landen met 50% te verhogen en controles van voedselproducten aan de EU-buitengrens te intensiveren. Dit geldt ook voor de Mercosur-landen. De nadere uitwerking van de controles wordt naar verwachting verder besproken in de taskforce over importcontroles, die op 26 januari jl. van start is gegaan.54

Vraag 32

Hoe worden diergezondheidseisen op productielocaties precies beoordeeld en gemeten, aangezien er «geen internationale afdwingbare normen zijn?»

Antwoord

Zie graag de beantwoording van vraag 31.

Vraag 33

Het lid van de Fractie-Visseren-Hamakers leest dat «de Commissie heeft toegezegd het aantal controles en audits in derde landen te verhogen.»55 Is de Commissie voornemens controles en audits structureel te verhogen? Of betreft dit slechts een incidentele verhoging?

Antwoord

De Europese Commissie verhoogt het aantal controles en audits in ieder geval tot en met 2027. Zie verdere toelichting graag bij het antwoord op vraag 31.

Vraag 34

Dit lid leest dat de NVWA aan de grens in de EU zelf controleert.56 Is er genoeg budget en capaciteit beschikbaar voor de NVWA om deze controles op een deugdelijke manier uit te voeren?

Antwoord

Indien importstromen toenemen, wordt de NVWA tijdig geïnformeerd door de sector zodat de capaciteit van de NVWA kan worden opgeschaald.

Vraag 35

Zijn de resultaten van de audits en controles publiekelijk beschikbaar? Waar ligt voor het kabinet de grens om actie te ondernemen als er misstanden worden geconstateerd in resultaten van de audits en controles?

Antwoord

De Europese Commissie publiceert alle auditrapporten op haar website.57 De aard en frequentie van audits en controles worden jaarlijks door de Europese Commissie vastgesteld. De audits worden geprioriteerd in verhouding tot de risico’s in de verschillende werkterreinen, met inachtneming van het wettelijke en politieke mandaat en in lijn met de prioriteiten van de Commissie. Als de uitkomsten uit controles en audits daartoe aanleiding geven kunnen controles en audits worden geïntensiveerd en kan de import van producten uit een bepaald land, of van een specifiek bedrijf (tijdelijk) worden stilgelegd. Deze actie wordt in Europees verband genomen door de Commissie.

Vraag 36

Op pagina 61 van het voornoemde verslag schriftelijk overleg wordt geen antwoord gegeven op de vraag of het kabinet bereid is zich in te zetten voor een verlenging van effectieve beschermende maatregelen, vergelijkbaar met het sojamoratorium. Dit lid ontvangt alsnog graag een antwoord op de gestelde vraag.

Antwoord

Het sojamoratorium is een vrijwillige afspraak tussen handelaren in soja in Brazilië om geen soja uit de Amazone meer te verhandelen die afkomstig is van percelen die sinds 2006 – vooruitlopend op de Boswet uit 2008/2012 – nog ontbost zijn. Het moratorium is in 2026 opgeschort door de Braziliaanse mededingingsautoriteit (CADE) naar aanleiding van klachten van sojaproducenten en de Braziliaanse Tweede Kamer commissie van landbouw over het gebrek aan een gelijk speelveld. Het sojamoratorium maakte geen onderscheid tussen soja verbouwd op «illegaal of legaal» ontboste grond in de Amazone, en ging daarmee verder dan de Boswet die autorisatie voor «legale ontbossing» in specifieke gevallen kent. Soja wordt in Brazilië namelijk niet alleen in de Amazone geproduceerd maar ook in de Cerrado, zoals in Paraná, Rio Grande do Sul, Mato Grosso en Mato Grosso do Sul, en ook in die gebieden vindt mogelijk sojaverbouwing op «legaal» ontboste grond plaats. Deze gebieden vallen echter niet onder de reikwijdte van het moratorium, wat beperkt is tot de Amazone. Nederland heeft het sojamoratorium altijd een warm hart toegedragen vanwege de effectiviteit van het akkoord in het voorkomen van ontbossing in de Amazone. Het is echter niet aan het kabinet om zich in deze binnenlandse kwestie tussen private partijen en nationale toezichthouders te mengen. Juist vanwege het vergroten van het gelijke speelveld en het tegengaan van ontbossing wereldwijd (en dus ook in Brazilië) zet het kabinet daarom in op implementatie van de Europese Ontbossingsverordening (EUDR) om ontbossing op basis van Europese consumptie (ongeacht de oorsprong) tegen te gaan en duurzame waardeketens te promoten.


X Noot
1

Samenstelling:

Van Apeldoorn (SP), Van Ballekom (VVD), Beukering (Fractie-Beukering), Van Bijsterveld (JA21), Croll (D66), Crone (GroenLinks-PvdA), Dessing (FVD) (ondervoorzitter), Van Gasteren (BBB), Goossen (BBB), Van der Goot (OPNL), Hartog (Volt), Huizinga-Heringa (CU) (ondervoorzitter), Karimi (GroenLinks-PvdA), Marquart Scholtz (BBB), Martens (GroenLinks-PvdA), Moonen (D66), Nicolaï (PvdD), Petersen (VVD) (voorzitter), Prins (CDA), Van Rooijen (50PLUS), Roovers (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (fractie-Van de Sanden), Van Strien (PVV), Thijssen (GroenLinks-PvdA), Van Toorenburg (CDA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Vogels (VVD), De Vries (SGP), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)

X Noot
2

Samenstelling:

Van Aelst-Den Uijl (SP), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van der Goot (OPNL), Van Gurp (GroenLinks-PvdA) (ondervoorzitter), Holterhues (ChristenUnie), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Jaspers (BBB), Kanis (D66), Kemperman (FVD), Van Kesteren (PVV), Kluit (GroenLinks-PvdA), Van Knapen (BBB), Van der Linden (VVD), Van Meenen (D66), Nicolaï (PvdD), Oplaat (BBB) (voorzitter), Perin-Gopie (Volt), Prins (CDA), Rietkerk (CDA), Van Rooijen (50PLUS), Straus (VVD), Thijssen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), De Vries (SGP), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)

X Noot
3

Zie verslag schriftelijk overleg: Kamerstukken I, 2025–2026, 31 985, E.

X Noot
4

Kamerstukken II, 2025–2026, 31 985, nr. 107.

X Noot
5

COM(2025)639 NL, zie ook dossier E260001 op www.europapoort.nl

X Noot
6

Kamerstukken I, 2025–2026, 31 985, E, p. 6.

X Noot
7

Idem, p. 7.

X Noot
8

Idem, p. 15.

X Noot
9

Idem, p 10.

X Noot
10

Idem, blz. 9.

X Noot
11

Idem, blz. 13.

X Noot
12

Idem, blz. 12.

X Noot
13

David McHugh, «EU Commission indicates it’s ready to implement Mercosur trade deal despite parliament vote to delay», AP News, 23 januari 2026 https://apnews.com/article/mercosur-trade-eu-ratification-b0f83cf6610d171de2aa4fabb5c10865.

X Noot
14

Kamerstukken II, 2025–2026, 21 501-32, nr. 1743, p. 60.

X Noot
15

Idem, blz. 58.

X Noot
16

Idem, blz. 59.

X Noot
17

Idem, blz. 58.

X Noot
18

Idem, blz. 59.

X Noot
19

Ibidem.

X Noot
20

Ibidem.

X Noot
21

Kamerstukken I, 2025–2026, 31 985, E, blz. 6.

X Noot
23

Mededeling van de Commissie Een visie voor landbouw en voedsel https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=CELEX:52025DC0075

X Noot
24

Dit onderzoek is gericht op handelsakkoorden tussen de EU en Zuid-Korea, Japan, Vietnam, Singapore, Centraal Amerika, Canada, Colombia, Peru, Ecuador, Georgië en Moldova. https://circabc.europa.eu/ui/group/8a31feb6-d901-421f-a607-ebbdd7d59ca0/library/01b3ba3c-a300-45ca-b12c-d069db91ed7e/details?download=true

X Noot
25

Zoals toegelicht in: Antwoord op vragen van het lid Ouwehand over de lagere dierenwelzijnsstandaarden in Canada, naar aanleiding van het rondetafelgesprek over het EU-Canada-vrijhandelsverdrag CETA van 6 november 2019 | Tweede Kamer der Staten-Generaal Kamerstukken II, 2019–2020, Aanhangsel, 1520

X Noot
26

Kamerstukken I, 2025–2026, 31 985, E, blz. 7.

X Noot
27

Idem, blz. 15.

X Noot
31

Kamerstukken II, 2025–2026, 31 985, nr. 107.

X Noot
32

Kamerstukken I, 2025–2026, 31 985, E, blz. 10.

X Noot
33

Idem, blz. 9.

X Noot
34

Idem, blz. 13.

X Noot
35

Kamerstukken II, 2024–25, 31 985, nr. 101.

X Noot
36

Kamerstukken II, 2025–2026, 31 985, nr. 107.

X Noot
37

Kamerstukken I, 2025–2026, 31 985, E, blz. 12.

X Noot
38

Kamerstukken II, 2025–2026, 21 501-02, nr. 3309.

X Noot
39

Kamerstukken II, 2025–2026, 21 501-02, nr. 3309.

X Noot
40

David McHugh, «EU Commission indicates it’s ready to implement Mercosur trade deal despite parliament vote to delay», AP News, 23 januari 2026 https://apnews.com/article/mercosur-trade-eu-ratification-b0f83cf6610d171de2aa4fabb5c10865.

X Noot
41

Kamerstukken II, 2025–2026, 21 501-20, nr. 2374.

X Noot
42

Kamerstukken II, 2025–2026, 21 501-02, nr. 3309.

X Noot
43

Idem.

X Noot
44

Kamerstukken II, 2025–2026, 21 501-20, nr. 2374.

X Noot
45

Kamerstukken II, 2025–2026, 21 501-32, nr. 1743, blz. 60.

X Noot
48

Idem, blz. 58.

X Noot
49

Idem, blz. 59.

X Noot
50

Kamerstukken II, 2025–2026, nr. 1761 en bijlage 1234985

X Noot
51

Mededeling van de Commissie Een visie voor landbouw en voedsel https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=CELEX:52025DC0075

X Noot
52

Idem, blz. 58.

X Noot
53

Kamerstukken II, 2025–2026, 31 895, nr. 107, p. 31–32

X Noot
55

Kamerstukken II, 2025–2026, 21 501-32, nr. 1743, blz. 59.

X Noot
56

Idem.


X Noot
1

Samenstelling:

Van Apeldoorn (SP), Van Ballekom (VVD), Beukering (Fractie-Beukering), Van Bijsterveld (JA21), Croll (D66), Crone (GroenLinks-PvdA), Dessing (FVD) (ondervoorzitter), Van Gasteren (BBB), Goossen (BBB), Van der Goot (OPNL), Hartog (Volt), Huizinga-Heringa (CU) (ondervoorzitter), Karimi (GroenLinks-PvdA), Marquart Scholtz (BBB), Martens (GroenLinks-PvdA), Moonen (D66), Nicolaï (PvdD), Petersen (VVD) (voorzitter), Prins (CDA), Van Rooijen (50PLUS), Roovers (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (fractie-Van de Sanden), Van Strien (PVV), Thijssen (GroenLinks-PvdA), Van Toorenburg (CDA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Vogels (VVD), De Vries (SGP), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)

X Noot
2

Samenstelling:

Van Aelst-Den Uijl (SP), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van der Goot (OPNL), Van Gurp (GroenLinks-PvdA) (ondervoorzitter), Holterhues (ChristenUnie), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Jaspers (BBB), Kanis (D66), Kemperman (FVD), Van Kesteren (PVV), Kluit (GroenLinks-PvdA), Van Knapen (BBB), Van der Linden (VVD), Van Meenen (D66), Nicolaï (PvdD), Oplaat (BBB) (voorzitter), Perin-Gopie (Volt), Prins (CDA), Rietkerk (CDA), Van Rooijen (50PLUS), Straus (VVD), Thijssen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), De Vries (SGP), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)

X Noot
3

Zie verslag schriftelijk overleg: Kamerstukken I, 2025–2026, 31 985, E.

X Noot
4

Kamerstukken II, 2025–2026, 31 985, nr. 107.

X Noot
5

COM(2025)639 NL, zie ook dossier E260001 op www.europapoort.nl

X Noot
6

Kamerstukken I, 2025–2026, 31 985, E, p. 6.

X Noot
7

Idem, p. 7.

X Noot
8

Idem, p. 15.

X Noot
9

Idem, p 10.

X Noot
10

Idem, blz. 9.

X Noot
11

Idem, blz. 13.

X Noot
12

Idem, blz. 12.

X Noot
13

David McHugh, «EU Commission indicates it’s ready to implement Mercosur trade deal despite parliament vote to delay», AP News, 23 januari 2026 https://apnews.com/article/mercosur-trade-eu-ratification-b0f83cf6610d171de2aa4fabb5c10865.

X Noot
14

Kamerstukken II, 2025–2026, 21 501-32, nr. 1743, p. 60.

X Noot
15

Idem, blz. 58.

X Noot
16

Idem, blz. 59.

X Noot
17

Idem, blz. 58.

X Noot
18

Idem, blz. 59.

X Noot
19

Ibidem.

X Noot
20

Ibidem.

X Noot
21

Kamerstukken I, 2025–2026, 31 985, E, blz. 6.

X Noot
23

Mededeling van de Commissie Een visie voor landbouw en voedsel https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=CELEX:52025DC0075

X Noot
24

Dit onderzoek is gericht op handelsakkoorden tussen de EU en Zuid-Korea, Japan, Vietnam, Singapore, Centraal Amerika, Canada, Colombia, Peru, Ecuador, Georgië en Moldova. https://circabc.europa.eu/ui/group/8a31feb6-d901-421f-a607-ebbdd7d59ca0/library/01b3ba3c-a300-45ca-b12c-d069db91ed7e/details?download=true

X Noot
25

Zoals toegelicht in: Antwoord op vragen van het lid Ouwehand over de lagere dierenwelzijnsstandaarden in Canada, naar aanleiding van het rondetafelgesprek over het EU-Canada-vrijhandelsverdrag CETA van 6 november 2019 | Tweede Kamer der Staten-Generaal Kamerstukken II, 2019–2020, Aanhangsel, 1520

X Noot
26

Kamerstukken I, 2025–2026, 31 985, E, blz. 7.

X Noot
27

Idem, blz. 15.

X Noot
31

Kamerstukken II, 2025–2026, 31 985, nr. 107.

X Noot
32

Kamerstukken I, 2025–2026, 31 985, E, blz. 10.

X Noot
33

Idem, blz. 9.

X Noot
34

Idem, blz. 13.

X Noot
35

Kamerstukken II, 2024–25, 31 985, nr. 101.

X Noot
36

Kamerstukken II, 2025–2026, 31 985, nr. 107.

X Noot
37

Kamerstukken I, 2025–2026, 31 985, E, blz. 12.

X Noot
38

Kamerstukken II, 2025–2026, 21 501-02, nr. 3309.

X Noot
39

Kamerstukken II, 2025–2026, 21 501-02, nr. 3309.

X Noot
40

David McHugh, «EU Commission indicates it’s ready to implement Mercosur trade deal despite parliament vote to delay», AP News, 23 januari 2026 https://apnews.com/article/mercosur-trade-eu-ratification-b0f83cf6610d171de2aa4fabb5c10865.

X Noot
41

Kamerstukken II, 2025–2026, 21 501-20, nr. 2374.

X Noot
42

Kamerstukken II, 2025–2026, 21 501-02, nr. 3309.

X Noot
43

Idem.

X Noot
44

Kamerstukken II, 2025–2026, 21 501-20, nr. 2374.

X Noot
45

Kamerstukken II, 2025–2026, 21 501-32, nr. 1743, blz. 60.

X Noot
48

Idem, blz. 58.

X Noot
49

Idem, blz. 59.

X Noot
50

Kamerstukken II, 2025–2026, nr. 1761 en bijlage 1234985

X Noot
51

Mededeling van de Commissie Een visie voor landbouw en voedsel https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=CELEX:52025DC0075

X Noot
52

Idem, blz. 58.

X Noot
53

Kamerstukken II, 2025–2026, 31 895, nr. 107, p. 31–32

X Noot
55

Kamerstukken II, 2025–2026, 21 501-32, nr. 1743, blz. 59.

X Noot
56

Idem.

Naar boven