31 981
Wijziging van de Wet studiefinanciering 2000 in verband met de invoering van de OV-chipkaart

nr. 6
NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAG

Ontvangen 2 oktober 2009

1. Inleiding

De regering dankt de leden van de fracties van CDA, PvdA, SP en VVD voor hun inbreng ten behoeve van de voorbereiding van dit wetsvoorstel. Zij maakt graag van de gelegenheid gebruik om de door deze leden gestelde vragen en gemaakte opmerkingen van een inhoudelijke reactie te voorzien.

De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet studiefinanciering 2000 in verband met de invoering van de OV-chipkaart. De invoering van de OV-chipkaart heeft praktische gevolgen voor de studenten. Deze leden begrijpen dat beoogd wordt om die invoering zo vloeiend mogelijk te laten plaatsvinden. De rol van de Informatie Beheer Groep (IB-Groep) wordt door de intensieve samenwerking met de RSR (Regisseur Studenten Reisrecht, de uitvoeringsorganisatie namens de vervoerbedrijven voor het studentenreisrecht) beperkter bij de uitvoering van de OV-chipkaart. De leden vragen of dit gevolgen zal hebben voor de personeelsomvang van de IB-Groep.

Dit zal slechts in zeer beperkte mate gevolgen hebben. Gezien de lange voorbereidingstijd kon hier tijdig op geanticipeerd worden en zijn de personele gevolgen zeer klein. Voor enkele personen is binnen de IB-Groep ander werk gevonden.

De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel. De leden vinden het in het algemeen opmerkelijk dat dit wetsvoorstel onder de verantwoordelijkheid van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap naar de Kamer is gestuurd, terwijl de implicaties van het voorstel vooral het ministerie van Verkeer en Waterstaat raken. Het gaat immers niet om een aanpassing in het studentenreisrecht zelf, als wel om de wijze waarop vervoersbedrijven dit studentenreisrecht via de OV-chipkaart moeten gaan uitvoeren. Waarom is hiervoor gekozen, zo vragen deze leden.

Dit wetsvoorstel behelst een aanpassing van de Wet Studiefinanciering 2000 (WSF 2000). Dit is een wet die onder verantwoordelijkheid van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap valt. Het vervoer van studerenden is geregeld in een contract tussen OCW en de OV-bedrijven. Het ministerie van Verkeer en Waterstaat is daar geen partij in.

2. Uitwerking van de maatregelen

De leden van de CDA-fractie merken op dat het studentenreisrecht voor de studenten zal worden aangebracht op de OV-chipkaart van de student. Daarin zal standaard het gratis week-reisrecht worden aangebracht. Studenten kunnen dit veranderen in het weekend-reisrecht door een aanvraag bij de IB-Groep te doen. De IB-Groep moet daar een besluit over nemen. Op grond van welke criteria kan de IB-Groep dat verzoek afwijzen, zo willen de leden weten.

De IB-Groep zal dit verzoek in principe nooit afwijzen bij de aanvraag van een nieuw reisrecht. De IB-Groep wijst een dergelijk verzoek alleen af als de studerende al eerder gebruik heeft gemaakt van zijn mogelijkheden om van reisrecht te wisselen. Deze mogelijkheden blijven ongewijzigd. Het standaard weekreisrecht is alleen voor nieuwe studerenden. Voor de overige studerenden wordt het arrangement gecontinueerd dat zij in 2009 ook hadden. De mogelijkheden om te wijzigen zijn gelijk aan het voormalige afhalen op het postkantoor.

Indien er feitelijk geen gronden zijn om het af te wijzen, waarom kan het dan niet via een website worden geregeld, zo willen deze leden weten. Dat scheelt administratieve handelingen, die weinig nut lijken op te leveren, stellen de leden.

Voor deze handelswijze is gekozen, omdat het overgrote deel van de studerenden kiest voor het weekreisrecht. In 2008 deed bijna 94% dat. Op deze manier hoeven de meeste studenten niets te doen. De kleine groep die wel een weekendvoorziening wil, kan dat inderdaad via internet aanvragen. De gekozen procedure voorkomt dus voor zeer veel studerenden administratieve handelingen.

Zij merken voorts op dat alleen studenten met een burgerservicenummer (BSN) de OV-chipkaart met het studentenreisrecht krijgen. Er zijn studenten die in het buitenland wonen en geen BSN hebben, maar wel recht hebben op studiefinanciering. Zij kunnen de OV-chipkaart met het studentenreisrecht niet krijgen en ontvangen daarom een vergoeding in geld. De leden vragen hoe hoog deze vergoeding is en of de hoogte daarvan als gevolg van de invoering van de OV-chipkaart verandert.

Studiefinancieringsgerechtigden die (tijdelijk) in het buitenland verblijven ontvangen als reisvoorziening in plaats van het reisrecht maandelijks een bedrag ter hoogte van € 80,25 (kalenderjaar 2009). Dit bedrag kunnen zij besteden aan een reisvoorziening in het buitenland. De hoogte van dit maandbedrag wordt jaarlijks opnieuw berekend. Deze rekenwijze verandert niet als gevolg van de invoering van de OV-chipkaart. Nieuw is dat de kleine groep studerenden waarvoor bij de uitwisseling van gegevens geen gebruik kan worden gemaakt van een BSN, in plaats van het reisrecht het eerder genoemde bedrag in geld ontvangen. Zoals in de toelichting staat aangegeven komt dit slechts weinig voor. In de meeste gevallen is die situatie tevens van korte duur, omdat het BSN wel is aangevraagd, maar het even duurt voor deze ook daadwerkelijk is verkregen. In die gevallen waarin het een permanente situatie betreft, namelijk bij onderdanen van een ander land die een binding hebben met Nederland, die ook in dat andere land studeren, is de behoefte aan het Nederlandse reisrecht over het algemeen niet aanwezig. Het gaat dan bijvoorbeeld om een Fransman die vanwege Europese regelgeving recht heeft op Nederlandse studiefinanciering en daarmee in Frankrijk gaat studeren. Dit komt zeer weinig voor.

Wat moet een student betalen als hij zijn OV-chipkaart met het studentenreisrecht verliest en een nieuwe aanvraagt, willen de leden weten.

De studerende ontvangt van de IB-Groep alleen een studentenreisrecht. Voor de OV-chipkaart waar hij dit reisrecht op laat plaatsen moet hij zelf zorgen. Hierbij geldt het reguliere proces voor alle OV-reizigers met een persoonlijke OV-chipkaart.

Naast het gratis gebruik van het openbaar vervoer heeft de OV-studentenkaart in het maatschappelijk verkeer een steeds groter effect gekregen, zo merken de leden op. Het werd vaak gebruikt als een soort legitimatie om aan te tonen dat de houder van de kaart een student was. Het was helder zichtbaar op de kaart, waardoor studenten op vele plekken in aanmerking kwamen voor korting op bepaalde voorzieningen of het recht tot toegang kregen. Op de huidige OV-studentenkaart is dat duidelijk zichtbaar. De leden pleiten er voor dat dit aspect als gevolg van de invoering van de OV-chipkaart niet verloren gaat.

Dit is niet mogelijk. Elke persoonlijke OV-chipkaart is geschikt voor het OV-studentenreisrecht. Dit maakt het makkelijk voor studerenden hun reisrecht te laten plaatsen op een OV-chipkaart die zij al bezitten. Overigens krijgen alle studerenden ook een pasje van hun onderwijsinstelling waarmee zij zich als student kunnen identificeren.

Alle studenten hebben in 2009 naast hun papieren OV-studentenkaart een OV-chipkaart gekregen, mits ze een tweede foto hadden ingeleverd. De leden willen weten hoeveel studenten gebruik hebben gemaakt dan deze mogelijkheid.

Per 15 september 2009 hebben ca. 475 000 bestaande studerenden een OV-chipkaart ontvangen. Dat is ongeveer 80% van de studerenden die gebruikmaken van de ov-studentenkaart.

Tevens merken de leden op dat de invoering van de OV-chipkaart een einde maakt aan de verschillende vervoersbewijzen die we momenteel in Nederland nog kennen. Als gevolg van de invoering van dit systeem kan ook nauwkeuriger worden gevolgd hoeveel gebruik wordt gemaakt van de OV-chipkaart: de reisbewegingen kunnen nauwkeurig worden gevolgd. De leden willen weten of deze informatie in de toekomst zal leiden tot veranderingen in het studentenreisrecht, nu meer betrouwbare informatie over het reisgedrag van studenten beschikbaar zal komen.

Het huidige wetsvoorstel dient er slechts toe om de studerende te kunnen laten reizen als de OV-chipkaart is ingevoerd. Inhoudelijke wijzigingen in het arrangement maken er geen deel van uit.

De leden van de PvdA-fractie willen graag weten in hoeverre de regering denkt dat de fusie van de IB-Groep en het CFI (Centrale Financiën Instellingen) van invloed kan zijn op de taken die in dit proces aan de IB-Groep toekomen. Kan de nieuwe uitvoeringsorganisatie in die fase haar verantwoordelijkheden aan inzake nieuwe processen rond de aangepaste OV-vervoerskaart voor studenten? Kan de regering in voldoende mate garanderen dat er geen grootschalige organisatorischeproblemen zullen optreden als gevolg van de fusie en de taken van de IB-Groep die voortkomen uit dit wetsvoorstel?

De fusie heeft op dit punt geen gevolgen.

De leden spreken voorts hun zorg uit over de verstrekking van de OV-vervoerskaart door de openbaar vervoersmaatschappijen. De leden wensen situaties, zoals zich eerder voordeden in Rotterdam en Amsterdam waarbij studenten lange tijd verstoken bleven van de noodzakelijke nieuwe kaart, te voorkomen. Kan de regering aangeven in hoeverre zij problemen verwacht vanuit de vervoersmaatschappijen wanneer landelijk de verstrekking van OV-vervoerskaarten in grote getallen zal gaan plaatsvinden? Heeft zij hierover goede afspraken gemaakt met de vervoersmaatschappijen zodat studenten tijdig hun kaart ontvangen, zo vragen deze leden.

De situatie zoals deze zich heeft voorgedaan in Rotterdam en Amsterdam is het gevolg geweest van een discrepantie tussen het aanvraagtijdstip door grote aantallen (nieuwe en bestaande) studenten en het moment van sluiten van de poortjes door de OV-bedrijven van Rotterdam en Amsterdam, RET respectievelijk GVB. Hierdoor heeft een aantal studerenden hun kaart te laat ontvangen, namelijk na sluiting van de poortjes. Overigens hebben de OV-bedrijven studerenden, die nog niet in het bezit waren van een OV-chipkaart, in de gelegenheid gesteld te reizen met behulp van tijdelijke kaarten. De OV-bedrijven hebben gegarandeerd dat studerenden in 2010 op tijd hun kaart ontvangen, mits zij tijdig hun tweede pasfoto inleveren.

De leden van de SP-fractie merken op dat een student standaard een weekreisrecht zal krijgen, hij kan bij de IB-Groep een verzoek in dienen voor omzetting naar een weekend-reisrecht. Wat zijn de gronden waarop de IB-Groep dit verzoek kan weigeren?

De IB-Groep zal dit verzoek niet weigeren bij een nieuwe reisvoorziening, en voor het overige gelden de bestaande regels voor wisselen van kaartsoort.

Hoe lang duurt de verwerking van dit verzoek?

Via de website duurt het hoogstens een paar dagen, via een formulier duurt het langer.

Wordt de student in de tussentijd gecompenseerd voor de geleden schade? Hoe vaak kan een student veranderen van week- naar weekendreisrecht, zo vragen deze leden.

Hiervoor worden de bestaande regels niet veranderd. Tot nu toe kan een studerende wisselen bij het afhalen van de papieren kaart aan het begin van het jaar en dan nog eenmaal per jaar, behalve in de maanden mei tot en met augustus. Na de invoering van de chipkaart mag twee maal per jaar worden gewisseld, met uitzondering van mei tot en met augustus.

Voorts merken deze leden op dat een student geacht wordt zelf voor een persoonlijke OV-chipkaart te hebben gezorgd. Hoeveel geld kost dat een student? Waarom wordt hij hiervoor niet gecompenseerd? Hoeveel geld zou dit de overheid kosten, willen de leden weten.

Het idee achter de OV-chipkaart is dat niet jaarlijks en met elke wijziging een aparte kaart moet worden verstrekt/aangeschaft. Er is één kaart waar alle reisproducten op kunnen worden geladen. Er geldt een gefaseerde introductie. In 2010 zal de Studenten OV-chipkaart gratis worden verstrekt. In 2011 hebben alle bestaande studerenden dus een OV-chipkaart. Nieuwe studerenden zullen voor een deel reeds in het bezit zijn van een persoonlijke OV-chipkaart. Op deze kaart zal het studentenreisrecht geladen worden. Aankomende studerenden vanaf 2011 die nog niet over een persoonlijke OV-chipkaart beschikken, zullen deze, net als alle OV-reizigers met een persoonsgebonden OV-chipkaart, zelf aanschaffen. De kaart is 5 jaar geldig en de kosten bedragen € 7,50 (prijspeil 2011). Met de vervoerbedrijven wordt nog bezien hoe hiermee om te gaan.

Ook vragen zij waar een (aankomend) student een OV-chipkaart kan verkrijgen. Hoe kan een (aankomend) student een lege OV-chipkaart verkrijgen zodat het reisrecht hierop kan worden geladen, zo vragen deze leden.

Vanaf 2011 kan een studerende bij elk vervoerbedrijf of via de nationale website www.ov-chipkaart.nl een ongeladen persoonlijke OV-chipkaart kopen.

Tevens wijzen deze leden er op dat studenten die te laat een BSN krijgen vanwege hun verblijf in het buitenland, in aanmerking komen voor een vergoeding. Hoe ziet deze vergoeding eruit en hoe hoog is deze vergoeding? Voor hoe lange tijd is deze vergoeding geldig, vragen de leden. Voor welk percentage studenten is deze vergoeding kostendekkend, willen zij vervolgens weten. Ook vragen de leden hoe duur het is om voor alle studenten de vergoeding kostendekkend te maken.

Zoals eerder geantwoord op een vraag van de leden van de CDA-fractie komen studerenden die in het buitenland verblijven in aanmerking voor een bedrag van € 80,25 per maand (2009), dat ze kunnen besteden aan een reisvoorziening in het buitenland. Dit verandert niet met dit wetsvoorstel. Ook studerenden waarvoor bij de uitwisseling van gegevens geen gebruik kan worden gemaakt van een BSN, ontvangen in plaats van het reisrecht het eerder genoemde bedrag in geld. De reisvoorziening in de vorm van geld is net zolang geldig als er recht op studiefinanciering bestaat en de studerende in het buitenland verblijft dan wel niet over een BSN beschikt. Dit laatste komt slechts weinig voor. In de meeste gevallen is die situatie tevens van korte duur. Daardoor is het niet nodig om een ingewikkelde voorziening te treffen.

Is het mogelijk om deze vergoeding te verstrekken op basis van declaraties?

Neen, dat vereist een omvangrijke en fraudegevoelige administratie.

Hoeveel studenten die in het buitenland wonen en studeren, ontvangen studiefinanciering? Krijgen zij ook een vorm van studiefinanciering in het land waar zij studeren, zo vragen deze leden.

In totaal ontvangen circa 15 000 studerenden de reisvergoeding voor het buitenland. Zij ontvangen geen studiefinanciering in het land waar zij studeren. Zouden zij ook (een vorm van) buitenlandse studiefinanciering ontvangen, dan moeten zij de Nederlandse studiefinanciering (inclusief reisvergoeding) terugbetalen.

De leden willen voorts graag weten waarom ervoor is gekozen de samenwerkende vervoersbedrijven, gebundeld in RSR sterk te betrekken bij de uitvoering en uitgiftevan de OV-vervoerskaart. Wat is de toegevoegde waarde hiervan, zo vragen de leden. Welk probleem dat nu bestaat wordt hiermee opgelost? Wie is er eindverantwoordelijk voor de goede uitgifte van de OV-chipkaart? Waar moeten studenten heen met klachten over de uitgifte? Is er een klachtenlijn? Is dit een gratis nummer? Zo nee, waarom niet en hoe duur zou het zijn deze wel gratis te maken, zo vragen deze leden.

Er is voor gekozen een regisseur aan te stellen inzake de verstrekking van het reisrecht voor studerenden. Deze RSR (Regisseur Studenten Reisrecht) heeft uitsluitend een uitvoerende rol om de digitale administratie van het OV-studentenreisrecht te voeren. De RSR zorgt voor betrouwbaarheid voor zowel studerenden als voor de bij de RSR aangesloten vervoerders doordat nu één organisatie de administratie beheert voor alle vervoerders. Eindverantwoordelijk voor het toekennen van het reisrecht en de communicatie daarover is en blijft de IB-Groep. Eindverantwoordelijk voor een goede uitgifte van de Studenten OV-chipkaart zijn de OV-bedrijven.

Studerenden kunnen bij vragen over de OV-chipkaart terecht bij een telefonische klantenservice OV-chipkaart (€ 0,10 per minuut prijspeil 2009). Tevens is er een speciale website voor studerenden, www.studentenreisbewijs.nl.

De memorie van toelichting stelt dat het sturen van een afhaalbewijs door de IB-Groep aan studenten veel oneigenlijk gebruik met zich meebrengt. Hoe vaak is dit in de huidige situatie het geval?

Het oneigenlijk gebruik waarop gedoeld werd, hoort bij de situatie waarin slechts met een afhaalbewijs werd gewerkt en niet met controle bij de instantie die de kaart uitgeeft (in de huidige situatie: het postkantoor).

Hoe lang duurt het nu om te wisselen van een weekkaart naar een weekendkaart?

Dit duurt maximaal tien dagen.

Is het mogelijk om studenten een OV-chipkaart met reisrecht te verstrekken op vertoon van een afhaalbewijs in combinatie met vertoon van een geldig legitimatiebewijs? Zou in dat geval nog steeds een koppeling nodig zijn tussen het BSN? Zo ja, op waarom, zo vragen deze leden.

Hoewel het mogelijk is om de studerende van een afhaalbewijs te voorzien en op basis daarvan hem een OV-chipkaart met reisrecht te laten ophalen is hier niet voor gekozen. Voor de studerende, de IB-Groep en de OV-bedrijven is het voorgenomen proces eenvoudiger en controleerbaarder. Na schriftelijke identificatie krijgt de studerende in 2010 een kaart toegestuurd en kan hij bij ieder ophaalapparaat (een apparaat waar de OV-chipkaart kan worden opgeladen met saldo en/of een reisproduct) zijn reisrecht ophalen en er dan meteen mee reizen. Vanaf 2011 kan de studerende na schriftelijke identificatie bij ieder ophaalapparaat direct zijn reisrecht ophalen.

In beide gevallen is een koppeling met het BSN noodzakelijk om de juiste OV-chipkaart te voorzien van het juiste reisrecht. Het BSN is de enige sleutel waarmee een unieke koppeling kan worden gelegd tussen de persoon via zijn identificatiebewijs en de administratie van de IB-Groep. De IB-Groep gebruikt het burgerservicenummer van een studerende ter zake van de toekenning van diens reisrecht in contacten met de RSR. RSR gebruikt het BSN ter vaststelling van de identiteit van een studerende wanneer deze zich tot het vervoerbedrijf wendt om zijn gegevens te laten koppelen aan een daarvoor bestemde OV-chipkaart en in contacten met de IB-Groep.

De leden van de VVD-fractie merken op dat de reisvoorziening voor studenten, wat de regering betreft, per 1 januari 2010 niet langer bestaat uit de fysieke, papieren OV-studentenkaart die elk jaar opnieuw verstrekt wordt, maar uit een elektronisch reisproduct dat op een persoonlijke OV-chipkaart wordt geplaatst en waargeen specifieke geldigheidstermijn aan gekoppeld wordt. Acht de regering de deadline van 1 januari 2010 voor alle studenten en de vervoersbedrijven haalbaar?

Alle studerenden die in 2009 een OV-studentenkaart in hun bezit hebben zullen voor 1 januari 2010 van een studenten-OV-chipkaart zijn voorzien, mits zij hun tweede pasfoto hebben ingeleverd. Studerenden die ondanks mailings, communicatieboodschappen en vragen op het postkantoor hun tweede pasfoto niet hebben ingeleverd, worden in een gezamenlijke actie van OV-bedrijven en IB-Groep pro actief benaderd. De regering en de vervoerbedrijven werken gezamenlijk aan de invoering.

Wat gebeurt er indien de wet niet voor 1 januari 2010 is aangenomen?

Er is ons alles aan gelegen dit voor de jaarwisseling af te handelen, vanwege de rechtszekerheid van de studerende. Daarom is er geen terugwerkende kracht in het wetsvoorstel opgenomen.

Zullen studenten dan toch nog een papieren OV-jaarkaart ontvangen tot de wet wel is aangenomen? Zo ja, wat brengt dit aan extra kosten met zich mee?

Het is niet meer mogelijk nog een papieren kaart voor 2010 uit te geven. Met de voortschrijdende invoering van de OV-chipkaart is het ook niet langer nuttig een papieren kaart uit te geven. De komende maanden wordt de OV-chipkaart op steeds meer plekken ingevoerd. Eind 2010 zal in het grootste deel van het land niet meer met een papieren kaart gereisd kunnen worden. Studerenden moeten altijd kunnen reizen. Daarom hebben de Studenten OV-chipkaarten die in 2009 en 2010 worden verspreid een zichtfunctie. Er is aan de buitenkant te zien dat het om een OV-Chipkaart voor studenten gaat doordat het logo van OCW erop gedrukt is.

Wanneer en op welke wijze worden studenten over de voorgestelde wijziging geïnformeerd?

Studerenden worden geïnformeerd door de ov-bedrijven en door de IB-Groep via verscheidene kanalen, bijvoorbeeld door middel van een persoonlijke brief van de IB-Groep, middels uitingen op de website www.studentenreisrecht.nl, mailings, banners, informatie uitingen bij vervoerders. De voorlichting is inmiddels begonnen en wordt geïntensiveerd zodra het studiefinancieringsrecht van de studerende voor 2010 is bepaald.

Voor de uitvoering van het nieuwe studentenreisrecht is de Staat met een aantal vervoerbedrijven overeengekomen dat ook zij een rol hebben in de uitvoering van het reisrecht. Wat is het karakter van de overeenkomst tussen de Staat en de vervoerbedrijven? Is er sprake van een convenant, contract of anderszins? Welke voorwaarden zijn aan de overeenkomst verbonden?

De Staat en de vervoerbedrijven hebben al sinds de invoering van de OV-studentenkaart in de jaren ’90 in een contract vastgelegd wat de reisvoorziening is en hoe die wordt uitgevoerd tegen welke kosten. Dit contract wordt technisch aangepast op de invoering van de OV-chipkaart.

Voorts vragen de leden wat de formele rechtspersoonlijkheid is van de RSR.

De RSR is een zelfstandige rechtspersoon die in opdracht van de vervoerbedrijven de digitale administratie van het studentenreisrecht uitvoert. De Nederlandse Spoorwegen (NS) heeft op verzoek van de vervoersbedrijven de taak op zich genomen een tijdelijke organisatie op te richten. Deze organisatie begint als bedrijfsonderdeel (mogelijk een BV) van NS, en zal later verzelfstandigen. Overigens wordt de organisatie bij overeenkomst aangestuurd door de gezamenlijke vervoerbedrijven en is voor besluitvorming consensus vereist.

Wanneer is deze organisatie opgericht?

De organisatie i.o. dient uiterlijk 15-12-09 opgericht (en functioneel) te zijn.

Hoe ziet de bestuursstructuur van de RSR eruit?

De gezamenlijke vervoerbedrijven bepalen hoe de structuur van RSR eruit zal zien.

Wat zijn de bevoegdheden van de minister van OCW tegenover deze organisatie? Wat zijn de bevoegdheden van de minister van V&W tegenover de RSR?

RSR is een organisatie vanuit de gezamenlijke vervoerbedrijven. Noch de minister van OCW, noch de minister van VenW heeft zeggenschap over deze organisatie.

Uit welke middelen wordt de RSR gefinancierd?

Uit de bijdrage van de bij de RSR aangesloten vervoerders.

Hoeveel bedragen de apparaatskosten van de RSR jaarlijks?Kan de regering nader ingaan op de samenwerking met de NS? Nemen zij ook deel aan de RSR? Zo nee, hoe is de samenwerking tussen de NS en de vervoersbedrijven dan vormgegeven?

RSR is van alle vervoerbedrijven, waarvan NS er ook een is.

Kan de regering ook ingaan op de samenwerking tussen de NS en de IB-Groep en het ministerie van OCW, zo vragen deze leden.

Het gehele openbaar vervoer, in afstemming met OCW en de IB-Groep, werkt intensief samen om van de invoering van de OV-chipkaart voor studerenden een succes te maken.

Tevens vragen de leden of een student in de toekomst een apart verzoek moet doen wanneer men een weekend-reisrecht wil, of is dit standaard als optie te kiezen bij de aanvraag bij de IB-Groep.

Dit kan de studerende aangeven bij de aanvraag. Doet hij geen apart verzoek dan krijgt hij het weekreisrecht. Hiervoor is gekozen omdat meer dan 90% van alle huidige studerenden voor het weekreisrecht kiest.

De leden hebben kennisgenomen van de opmerkingen van het college bescherming persoonsgegevens (CBP) en vragen of er alternatieven beschikbaar zijn voor gebruik van het BSN. Is het mogelijk om een ander nummer, zoals het unieke nummer wat gebruikt wordt in de communicatie met Trans Link Systems (TLS) of bijvoorbeeld het IB-nummer wat studenten van de IB-Groep krijgen, te gebruiken?

Nee, het BSN is het enige bruikbare middel om vast te stellen wie de studerende die een reisrecht wil activeren is in de communicatie tussen de IB-Groep en RSR.

Welke alternatieven gaat de regering nog meer onderzoeken?

In de communicatie tussen de IB-Groep en RSR is het noodzakelijk dat vaststaat om wie het gaat. In de uitvoering van het reisrecht voor studerenden is het dan ook noodzakelijk het BSN te gebruiken. Dit is ook een van de situaties waar het BSN voor ontwikkeld is. Uiteraard wordt zeer zorgvuldig met het BSN van de studerende omgegaan. Anders dan IB-Groep en RSR krijgt niemand er toegang toe. De regering is niet voornemens alternatieven te onderzoeken, omdat tijdens het vooronderzoek is gebleken dat er geen andere alternatieven zijn die in dezelfde mate betrouwbaarheid bieden. Dit is bovendien de goedkoopste optie.

In de huidige situatie worden reisgegevens alleen geregistreerd met expliciete toestemming van de kaarthouder. Kan de regering aangeven of dit straks ook het geval zal zijn voor studenten?

Ja, de reisgegevens van passagiers met het studentenreisrecht worden bij de OV-bedrijven gelijk behandeld als alle andere reisgegevens.

3. Overgangssituatie: zichtfunctie OV-chipkaart voor studerenden

De leden van de SP-fractie vragen hoe het komt dat niet in alle Nederlandse regio’s al per 1 januari 2010 gereisd kan worden.

Met ingang van 1 januari 2010 kunnen studerenden met een studenten OV-chipkaart in alle regio’s reizen. In de niet-verchipte gebieden kan het OV-personeel vaststellen of er geldig gereisd wordt, door het gebruik van mobiele apparatuur die de OV-chipkaarten kan uitlezen. De OV-chipkaart zoals die in 2009 en 2010 verstrekt wordt, heeft nog een herkenbaar uiterlijk (OCW-logo) dat bij de controle helpt.

Hoe komen studenten aan een OV-chipkaart met «zichtfunctie»?

Deze wordt door OV-bedrijven verstrekt op basis van informatie van de IB-Groep.

Er is een administratieve lastenverlichting van duizenden uren. Hoeveel is dat uitgedrukt in euro’s, zo vragen deze leden.

Het is niet gebruikelijk de administratieve lastenverlichting voor burgers uit te drukken in euro’s. Dat gebeurt in uren en in out-of-pocket kosten. Het is namelijk ondoenlijk één uurtarief voor alle burgers vast te stellen.

Waarom zijn er nog steeds problemen bij het huidige gebruik van de OV-chipkaart voor studenten, ondanks dat de aanloop hier naartoe enkele jaren is? Een Amsterdamse student kan zijn «Amsterdamse» kaart niet gebruiken in Rotterdam, omdat er twee verschillende vervoersbedrijven zijn. Nu moeten studenten bij verschillende vervoersbedrijven een nieuwe kaart aanschaffen. Hoeveel verschillende pasjes moet een student bij zich hebben die in veel verschillende steden moet zijn? Wanneer is één OV-chipkaart voldoende voor heel Nederland?

Voor de studerenden is er één OV-chipkaart met studentenreisrecht in heel Nederland per 1 januari 2010. Deze kaart geeft toegang tot het OV-chipkaartsysteem van alle OV-bedrijven.

Studenten klagen soms over de vele pasfoto’s die zij moeten inleveren, hoeveel pasfoto’s hebben studenten tot nu toe onterecht moeten opsturen naar de IB-Groep?

Alle studerenden die in 2009 een papieren OV-studentenkaart hebben afgehaald op het postkantoor is verzocht een extra pasfoto in te leveren voor het aanmaken van de Studenten OV-chipkaart. Al deze studerenden hebben (of krijgen) gratis een Studenten OV-chipkaart toegestuurd met daarop hun reisrecht in elektronische vorm. Bij de verstrekking van de ca 700 000 chipkaarten is helaas, zoals vaker in grote projecten het geval is, in een beperkt aantal gevallen iets mis gegaan. Hierdoor heeft een relatief gering aantal studerenden meer dan eenmaal een pasfoto moeten inleveren. Het OV heeft mij ervan verzekerd alles te doen om dit zo veel mogelijk te minimaliseren.

Waarom hebben studenten niet dit collegejaar al een OV-chipkaart gekregen, zo vragen deze leden.

Alle studerenden krijgen in 2009 en 2010 een Studenten OV-chipkaart. Op dit moment hebben de meeste studerenden deze al in bezit. Voor het reizen is echter tot 1 januari 2010 de papieren OV-studentenkaart nodig.

De leden van de VVD-fractie vragen of het waar is dat de huidige automaten geen mogelijkheden bieden om OV-chipkaarten te activeren. Zijn er plannen om de bestaande automaten aan te passen om zo activering van het studentenreisrecht mogelijk te maken?

De automaten van het stad- en streekvervoer bieden mogelijkheden de OV-chipkaarten te activeren. Op dit moment is het nog niet mogelijk om aan de automaten van de NS de Studenten OV-chipkaart te activeren. Deze mogelijkheid zal in gefaseerde vorm vanaf medio december 2009 wel worden gefaciliteerd en in 2010 verder worden uitgebouwd.

Hoe moeten studenten begin volgend jaar hun studentenreisrecht op hun persoonlijke OV-chipkaart laden, zo vragen de leden.

De OV-bedrijven zetten ophaalapparatuur in voor de studerenden in gebieden waar die apparatuur nog niet beschikbaar is. Deze apparatuur is medio december 2009 beschikbaar op een schaal vergelijkbaar met de landelijke dekking van de postkantoren. Bij deze apparaten kunnen studerenden hun studentenreisrecht op hun Studenten OV-chipkaart laden.

De leden willen weten of de persoonlijke OV-chipkaart, met studentreisrecht, ook gebruikt gaat worden in de trein. Zal op de kaart dan te zien zijn welk reisrecht de kaarthouder heeft? Betekent dit dat het ontwerp van de OV-chipkaart voor studenten anders zal zijn?

Met de OV-chipkaartlezers die conducteurs hebben is te zien welk studentenreisrecht de studerende bezit.

Studenten hebben nu in de periode waarin zij niet gratis kunnen rijden korting. Zal dit ook verwerkt worden in het studentenreisrecht wat op de OV-chipkaart geladen zal worden?

Ja. Voor de stad- en streekvervoerders waarbij reizen op saldo met de OV-chipkaart al mogelijk is, wordt in de kortingsuren een gereduceerd tarief gehanteerd. Bij NS zal het reizen op saldo voor studerenden later geïntroduceerd worden. Voorlopig zal bij de NS en in gebieden waar reizen op saldo nog niet ingevoerd is in de kortingsuren nog gereisd worden op een papieren kortingskaartje conform de huidige mogelijkheden.

De leden merken op dat er nog veel onduidelijk is over de OV-chipkaart en er nog definitieve beslissingen moeten worden genomen over de uitrol en uitzetting van nationale vervoerbewijzen (NVB). Deze beslissingen worden genomen door het ministerie van Verkeer en Waterstaat. Hoe is de samenwerking tussen V&W en OCW vormgegeven?

OCW en VenW trekken hierin gezamenlijk op. VenW zet de OV-studentenkaart als nationaal vervoerbewijs pas uit als de betreffende decentrale overheid, die verantwoordelijk is voor het openbaar vervoer met de chipkaart in haar gebied, voldoet aan bepaalde criteria waaronder het criterium dat geregeld moet zijn dat studerenden kunnen reizen.

Hoe zal er worden omgegaan met eventuele verdere vertraging van de invoering of benodigde aanpassing van de OV-chipkaart, zo vragen de leden.

Er is gekozen om nu voluit in te zetten op de OV-chipkaart. Verdere vertraging of benodigde aanpassingen komen voor risico en rekening van de openbaar vervoerbedrijven. Om dit risico te beperken is er voor 2010 gekozen voor de Studenten OV-chipkaart met zichtfunctie, waardoor zichtbaar is dat het om een studerende gaat.

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

R. H. A. Plasterk

Naar boven