Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201231980 nr. 65

31 980 Parlementaire Enquête Financieel Stelsel

Nr. 65 MOTIE VAN HET LID HUIZING

Voorgesteld 18 april 2012

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Interventiewet een belangrijke uitbreiding is van het crisisinstrumentarium om problemen in de financiële sector het hoofd te bieden;

overwegende dat met de Interventiewet de minister van Financiën ingeval van ernstig en onmiddellijk gevaar voor de financiële stabiliteit onmiddellijk kan ingrijpen;

overwegende dat het instrumentarium beoogt dat maatregelen van de minister van Financiën en de Nederlandsche Bank zien op het behoud van de nutsfuncties van banken en de waarborging van de stabiliteit van het financiële stelsel, en de kosten voor de belastingbetaler tot het uiterst mogelijke beperken;

overwegende dat banken doorgaans een complexe organisatiestructuur kennen;

overwegende dat herstel- en resolutieplannen inzichtelijk dienen te maken hoe een bank ordentelijk kan worden afgewikkeld;

overwegende dat de verplichting van herstel- en resolutieplannen voor banken een nationale aangelegenheid is;

verzoekt de regering, ervoor te zorgen dat banken hun nutsfuncties zodanig inrichten dat deze functies in noodsituaties effectief kunnen worden veiliggesteld door eventuele maatregelen van de minister van Financiën en de Nederlandsche Bank die zij op grond van de Interventiewet kunnen nemen, en dat de Nederlandsche Bank sancties kan opleggen om dit af te dwingen;

verzoekt de regering voorts, op Europees niveau te pleiten voor een wettelijke verankering van herstel- en resolutieplannen in het voorgenomen Europese crisisinterventieraamwerk, zodat op termijn sprake is van een gelijk speelveld voor Nederlandse banken ten opzichte van de rest van Europa,

en gaat over tot de orde van de dag.

Huizing