Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-201031959 nr. 18

31 959
Aanpassing van wetten in verband met de nieuwe staatsrechtelijke positie van Bonaire, Sint Eustatius en Saba als openbaar lichaam binnen Nederland (Aanpassingswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba)

nr. 18
DERDE NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 27 januari 2010

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

1. HOOFDSTUK 2. MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 2.2 (Wet gemeenschappelijke regelingen) wordt gewijzigd als volgt:

A

Artikel 126 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel b wordt «artikel 102, eerste lid» vervangen door: artikel 107, eerste lid.

2. In onderdeel e wordt «artikel 27» vervangen door: artikel 26.

3. In onderdeel f wordt «artikel 54, vijfde lid» vervangen door: artikel 56, vijfde lid.

4. In onderdeel g wordt «118» vervangen door: artikel 123.

B

In artikel 127, eerste en tweede lid, wordt «artikel 17» telkens vervangen door: artikel 16.

C

In artikel 128, eerste lid, wordt «De artikelen 18, 19, 21, 22, 24, 28, 30, 31, 32, 33 en 34» vervangen door: De artikelen 17, 18, 20, 21, 23, 27, 29, 30, 31, 32, 33, 34 en 35.

D

In artikel 130, derde lid wordt «openbare lichaam BES» vervangen door «openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba» en vervalt de punt na «openbare lichamen Bonaire».

B

Artikel 2.19 (Wet basisadministraties persoonsgegevens BES), wordt als volgt gewijzigd:

A

Na onderdeel E wordt een nieuw onderdeel ingevoegd, luidende:

Ea

De kop van paragraaf 1 komt te luiden:

Paragraaf 1 Inschrijving en vertrek

B

Onderdeel K wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel 2 vervalt onderdeel d.

2. Onderdeel 3 komt te luiden:

3. In het eerste lid, onder b, komt onderdeel 2° te luiden:

2°. gegevens, noodzakelijk in verband met de uitvoering van de Kieswet.

C

In onderdeel T komt onderdeel 2 te luiden:

2. Onder vernummering van het derde en vierde lid tot vierde en vijfde lid, wordt een nieuw derde lid ingevoegd, luidende:

3. Indien het voor de vervulling van de taak van een overheidsorgaan of het verrichten van werkzaamheden door een derde als bedoeld in artikel 26, vierde lid, noodzakelijk is dat aan het overheidsorgaan of de derde op systematische wijze persoonsgegevens worden verstrekt, en deze gegevens uit de basisadministraties van de openbare lichamen aan het overheidsorgaan of de derde verstrekt kunnen worden, is het overheidsorgaan verplicht onderscheidenlijk de derde bevoegd een verzoek in te dienen bij Onze Minister om een besluit te nemen tot verstrekking van gegevens als bedoeld in artikel 26, eerste lid. Indien Onze Minister besluit dat door de bestuurscolleges gegevens dienen te worden verstrekt, wordt in het besluit in ieder geval bepaald over welke categorieën van personen gegevens worden verstrekt, welke gegevens het betreft en in welke gevallen gegevens worden verstrekt. Het besluit bepaalt tevens aan welk overheidsorgaan of derde, op welke wijze en vanaf welke datum de verstrekking dient plaats te vinden. Het besluit tot verstrekking van gegevens wordt tijdig aan de verzoeker en aan de bestuurscolleges bekend gemaakt.

D

Onderdeel Z komt te luiden:

Z

Artikel 26 komt te luiden:

Artikel 26

1. Aan een overheidsorgaan onderscheidenlijk een derde als bedoeld in het vierde lid, worden de gegevens verstrekt die noodzakelijk zijn voor de vervulling van de taak van het overheidsorgaan onderscheidenlijk het verrichten van de werkzaamheden door de derde. De verstrekking geschiedt op grond van een besluit van Onze Minister als bedoeld in artikel 20, derde lid.

2. In afwijking van het eerste lid verstrekt het bestuurscollege op verzoek van een overheidsorgaan aan wie de gevraagde gegevens niet moeten worden verstrekt op grond van een besluit van Onze Minister als bedoeld in het eerste lid, de gegevens over de ingeschrevenen in zijn basisadministratie die noodzakelijk zijn voor de vervulling van de taak van het overheidsorgaan.

3. In afwijking van het eerste lid verstrekt het bestuurscollege op verzoek van een derde aan wie de gevraagde gegevens niet moeten worden verstrekt op grond van een besluit van Onze Minister als bedoeld in het eerste lid, de algemene gegevens en de verwijsgegevens over de ingeschrevenen in zijn basisadministratie, voor zover:

a. die gegevens noodzakelijk zijn in verband met de uitvoering van een algemeen verbindend voorschrift door die derde, of

b. de verstrekking in overeenstemming is met het vierde lid.

4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen door derden verrichte werkzaamheden met een bijzonder maatschappelijk belang worden aangewezen, ten behoeve waarvan algemene gegevens of verwijsgegevens uit een basisadministratie worden verstrekt. De maatregel bepaalt tevens de categorieën van derden die voor de verstrekking in aanmerking komen, de gegevens die kunnen worden verstrekt en of artikel 28 op de verstrekking van toepassing is.

5. In afwijking van het eerste en derde lid kunnen op verzoek van een derde aan hem gegevens worden verstrekt voor zover daarin is voorzien bij eilandsverordening en voor zover:

a. de derde voorafgaande schriftelijke toestemming heeft van de ingeschrevene van wie gegevens worden verstrekt, of

b. de verstrekking in overeenstemming is met het zesde lid.

6. Bij eilandsverordening kunnen door derden verrichte werkzaamheden met een bijzonder maatschappelijk belang voor het openbaar lichaam worden aangewezen, ten behoeve waarvan gegevens uit de basisadministratie kunnen worden verstrekt. De verordening bepaalt tevens de categorieën van derden die voor de verstrekking in aanmerking komen. De verordening staat s lechts verstrekking toe voor zover deze noodzakelijk is voor de behartiging van het gerechtvaardigde belang van de derde en het belang of de fundamentele rechten en vrijheden van de ingeschrevene niet aan de verstrekking in de weg staan.

7. In de gevallen, bedoeld in het vijfde lid, kan de verstrekking alleen betrekking hebben op algemene en verwijsgegevens over de naam, de geslachtsnaam van de echtgenoot dan wel geregistreerde partner, de eerdere echtgenoot of geregistreerde partner, het gebruik door de ingeschrevene van de geslachtsnaam van de echtgenoot dan wel geregistreerde partner, de eerdere echtgenoot of geregistreerde partner, het adres, de geboortedatum en de datum van overlijden.

2. HOOFDSTUK 6. MINISTER VAN FINANCIËN wordt gewijzigd als volgt:

A

Artikel 6.4a (Wet inkomstenbelasting BES) wordt gewijzigd als volgt:

1. In onderdeel H wordt, onder vernummering van het eerste tot en met derde onderdeel tot tweede tot en met vierde onderdeel, voor het tweede onderdeel (nieuw) een onderdeel ingevoegd, luidende:

1. In het tweede lid, onderdeel g, wordt «artikel 16 letters d en e» vervangen door: artikel 16, letter e,.

2. In onderdeel R wordt na het zesde onderdeel een onderdeel toegevoegd, luidende:

7. In het zevende lid wordt «derde lid» vervangen door: vijfde lid.

3. Onderdeel U komt te luiden:

U

Artikel 18 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het derde lid wordt «op de BES eilanden gelegen of» vervangen door: op de BES eilanden gelegen.

2. In het vierde lid wordt «De artikelen 16A en 23A zijn» vervangen door: Artikel 16A is. Voorts wordt «belastingplichten» vervangen door: belastingplichtigen.

B

In artikel 6.4b (Wet loonbelasting BES) komt onderdeel L, derde lid, te luiden als volgt:

3. In het derde lid wordt «landsverordening» vervangen door «wet», wordt «bedoeld in het eerste lid» vervangen door «bedoeld in artikel 24A van de Wet inkomstenbelasting BES» en wordt «derde» vervangen door: vierde.

3. HOOFDSTUK 8. MINISTER VAN JUSTITIE wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 8.15 (Wet overlevering inzake oorlogsmisdrijven) wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel E vervalt.

2. Onderdeel F wordt verletterd tot onderdeel E (nieuw).

B

Artikel 8.19 (Uitleveringswet) wordt als volgt gewijzigd:

In onderdeel M in artikel 51a, tweede lid, zevende gedachtestreepje wordt na «artikelen 157, 161 quater,» ingevoegd «173a, 225,», wordt «26 en 38 van de Kernenergiewet» vervangen door «26, 38 en 76a van de Kernenergiewet» en wordt na «(Trb.1981, 7)» ingevoegd: , zoals gewijzigd bij de op 8 juli 2005 te Wenen tot stand gekomen wijziging van dat verdrag (Trb. 2006, 81).

C

Artikel 8.33 (Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen BES) wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel S komt artikel 22, eerste lid, te luiden:

1. In het eerste lid wordt «landsverordening» vervangen door «wet» en wordt «geldboete van ten hoogste f 1000,–» vervangen door: een geldboete van de tweede categorie.

2. In onderdeel U wordt «en wordt «f 150,–» vervangen door: USD 84,–» vervangen door: en wordt «van ten hoogste f 150,–» vervangen door: van de eerste categorie.

D

Artikel 8.36 (Wet overeenkomsten langs elektronische weg BES) wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel T komt als volgt te luiden:

T

In artikel 31, eerste lid, wordt «van ten hoogste tweehonderdvijftigduizend gulden» vervangen door «van de vijfde categorie», wordt in het tweede lid «van ten hoogste honderdvijftigduizend gulden» vervangen door «van de vijfde categorie» en wordt in het derde lid «van ten hoogste honderdduizend gulden» vervangen door: van de vijfde categorie.

2. Onderdeel U komt als volgt te luiden:

U

In artikel 32, eerste lid wordt «van ten hoogste tweehonderdvijftigduizend gulden» vervangen door «van de vijfde categorie» en wordt in het tweede lid «van ten hoogste honderdduizend gulden» vervangen door: van de vijfde categorie.

E

Onderdeel C van artikel 8.44 (Wet administratieve rechtspraak BES) komt te luiden:

C

Artikel 2, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel a komt te luiden: de kamers en de verenigde vergadering van de Staten-Generaal.

2. In onderdeel d wordt «het Nederlands-Antilliaans Kiesreglement (P.B. 1989, no. 78), onderscheidenlijk in de kiesreglementen van de eilandgebieden» vervangen door: de Kieswet.

F

Artikel 8.50 (Wet speelvergunningsrecht hazardspelen BES) wordt als volgt gewijzigd: In onderdeel B wordt «die» vervangen door: dat.

4. HOOFDSTUK 10. MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WATENSCHAP wordt gewijzigd als volgt:

A

Artikel 10.6 (Wet op het onderwijstoezicht) wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel A, punt 1, komt als volgt te luiden:

1. Aan onderdeel d wordt, onder het plaatsen van een «1.» voor de «Leerplichtwet 1969» een punt 2. toegevoegd dat als volgt komt te luiden:

2. – Leerplichtwet BES

– Wet primair onderwijs BES

– Wet voortgezet onderwijs BES

– Wet educatie en beroepsonderwijs BES

– Wet sociale vormingsplicht BES, of

– Wet experimenten in het onderwijs BES.

2. Er wordt na onderdeel C een onderdeel Ca ingevoegd dat als volgt komt te luiden:

Ca

Artikel 9, eerste lid, Wet op het onderwijstoezicht komt als volgt te luiden:

1. Bij de uitoefening van de taken van de inspectie zijn, voorzover deze niet het toezicht op de naleving van bij of krachtens een onderwijswet als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, sub 1, gegeven voorschriften betreffen, de artikelen 5:12 tot en met 5:17 en 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.

TOELICHTING

ALGEMEEN

Deze nota van wijziging bevat uitsluitend het herstel van enkele foutieve verwijzingen en technische correcties.

ARTIKELSGEWIJS

1. HOOFDSTUK 2. MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Onderdeel A (Wet gemeenschappelijke regelingen)

In het nieuwe hoofdstuk XIA van de Wet gemeenschappelijke regelingen zijn correcties doorgevoerd. In de onderdelen A tot en met C worden enkele foutieve verwijzingen naar de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba hersteld. Onderdeel D is van redactionele aard.

Onderdeel B (Wet basisadministraties persoonsgegevens BES)

In de Wet basisadministraties persoonsgegevens wordt een tekstuele aanpassing aangebracht in verband met het vervallen van het begrip uitschrijving (onderdeel Ea) en wordt een inconsistentie opgeheven in de regeling met betrekking tot de opneming van bijzondere gegevens in de basisadministraties in verband met de uitvoering van de Paspoortwet en de Kieswet (onderdeel K). Tevens is een omissie hersteld op het gebied van de verstrekking van gegevens uit de basisadministraties. Er was abusievelijk niet voorzien in de mogelijkheid aan derden die bij algemene maatregel van bestuur aangewezen werkzaamheden met een bijzonder maatschappelijk belang verrichten, systematisch gegevens te verstrekken op grond van een besluit van de minister (zogenaamd autorisatiebesluit). Voorbeeld van een derde in deze zin is de rechtspersoon die belast zal worden met de uitvoering van pensioenregelingen voor ambtenaren van de BES eilanden, vergelijkbaar met het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds in het Europese deel van Nederland. Met het oog hierop zijn de onderdelen T en Z gewijzigd.

2. HOOFDSTUK 6. MINISTER VAN FINANCIËN

Onderdeel A (Wet inkomstenbelasting BES)

1. Deze wijziging heeft een technisch karakter en vloeit voort uit het vervallen van artikel 16, letter d. In verband daarmee wordt de in artikel 6, tweede lid, onderdeel g, van de Wet inkomstenbelasting BES opgenomen verwijzing naar dat vervallen onderdeel geschrapt.

2. Deze wijziging herstelt een onjuiste verwijzing in artikel 16A, zevende lid, van de Wet inkomstenbelasting BES.

3. Met deze wijzigingen van artikel 18, derde en vierde lid, van de Wet inkomstenbelasting BES worden enkele onjuistheden hersteld. Deze wijzigingen hebben geen inhoudelijke betekenis.

Onderdeel B (Wet loonbelasting BES)

Met de wijziging van artikel 6.4b, onderdeel L, derde lid, wordt een omissie hersteld.

3. HOOFDSTUK 8. MINISTER VAN JUSTITIE

Onderdeel A (Wet overlevering inzake oorlogsmisdrijven)

De Wet overlevering inzake oorlogsmisdrijven is een «amfibiewet» en bevat naast bepalingen die alleen voor Nederland gelden ook een rijksbepaling. Begin 1954 is de wet als gewone wet vastgesteld. Toen het Statuut in december van dat jaar in werking trad, heeft artikel 8 de status van rijkswet gekregen op grond van artikel 57, jo. artikel 3, eerste lid, sub h, van het Statuut. Omdat artikel 8 een rijksbepaling is, dient het te worden gewijzigd bij rijkswet. De hier voorgestelde wijziging strekt dan ook tot vervallenverklaring van de aanpassing van artikel 8 door onderhavig wetsvoorstel. In plaats daarvan zal bij nota van wijziging bij het voorstel van rijkswet tot aanpassing van rijkswetten aan de oprichting van de nieuwe landen (Kamerstukken II 2009/10, 32 186, nr. 2) worden voorgesteld de technische aanpassing van artikel 8 aan dat voorstel van rijkswet toe te voegen.

Onderdeel B (Uitleveringswet)

In de tweede nota van wijziging heeft een onvolledige aanpassing aan de Wet van 18 december 2008, houdende wijziging van de Kernenergiewet, de Uitleveringswet en het Wetboek van Strafvordering ter uitvoering van de op 8 juli 2005 te Wenen tot stand gekomen Wijziging van het Verdrag inzake de fysieke beveiliging van kernmateriaal (Trb. 2006, 81) (Stb 2009, 62) plaatsgevonden. Dit is thans hersteld.

Onderdelen C (Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen BES) en D (Wet overeenkomsten langs elektronische weg BES)

De onderdelen B en C betreffen de omzetting van boetebedragen naar boetecategorieën.

Onderdelen E (Wet administratieve rechtspraak BES) en F (Wet speelvergunningsrecht hazardspelen BES)

Onderdelen D en E zijn van technische aard.

4. HOOFDSTUK 10. MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Onderdeel A (Wet op het onderwijstoezicht)

Het toezicht op de naleving op de Nederlandse onderwijswetgeving geschiedt op basis van de Algemene wet bestuursrecht. De Algemene wet bestuursrecht geldt niet op de BES (zie voor een toelichting hierop de memorie van toelichting Invoeringswet BES, kamerstukken 2008/09, 31 957, nr. 3, punt 7). Doel van de wijziging van artikel 10.6 is de inspectie voor het onderwijs alsnog bepaalde uit de Algemene wet bestuursrecht voortvloeiende bevoegdheden toe te kennen voor het toezicht op de naleving van de onderwijswetgeving die geldt op de BES.

De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

A. Th. B. Bijleveld-Schouten