Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-201031959 nr. 11

31 959
Aanpassing van wetten in verband met de nieuwe staatsrechtelijke positie van Bonaire, Sint Eustatius en Saba als openbaar lichaam binnen Nederland (Aanpassingswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba)

nr. 11
TWEEDE NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 21 december 2009

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

1. HOOFDSTUK 2. MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 2.7 (Wet op de parlementaire enquête 2008), onderdeel A, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel 1 vervalt de laatste volzin van artikel 7, eerste lid.

2. Onderdeel 2 komt te luiden:

2. Na het vijfde lid wordt een nieuw lid toegevoegd, dat komt te luiden:

6. Voor de toepassing van dit artikel is de Algemene wet op het binnentreden tevens van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

B

Na artikel 2.9 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 2.9a

De Wet Incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. De punt aan het eind van onderdeel f wordt vervangen door een puntkomma.

2. Na onderdeel f wordt een nieuw onderdeel toegevoegd, dat komt te luiden:

g. Rijksvertegenwoordiger voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

B

Artikel 2, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. De punt aan het eind van onderdeel d wordt vervangen door een puntkomma.

2. Na onderdeel d wordt een nieuw onderdeel toegevoegd, dat komt te luiden:

e.  Rijksvertegenwoordiger voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

C

Artikel 2.10 (Pensioenwet ambtenaren BES) wordt als volgt gewijzigd:

Onderdeel V, onder 2, komt te luiden:

2. In het tweede lid, aanhef, wordt «de Regeling Ambtenarenrechtspraak 1951 (P.B. 1951,134)» vervangen door «Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES».

D

Artikel 2.12 (Wet ambtenarenrechtspraak BES) wordt als volgt gewijzigd:

1. De aanhef van artikel 2.12 komt te luiden:

Artikel 2.12

De Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES wordt als volgt gewijzigd:

2. Onderdeel EE komt te luiden:

EE

Artikel 143 komt te luiden:

Artikel 143

Deze wet wordt aangehaald als: Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES.

E

Artikel 2.13 (Wet materieel ambtenarenrecht BES) wordt als volgt gewijzigd:

A

1. Onderdeel A, onder 3, komt te luiden:

3. de zinsnede «bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen», «bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen,», «bij landsbesluit houdende algemene maatregelen,», «bij landsbesluit houdende algemene maatregelen» en «Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» telkens vervangen door «bij algemene maatregel van bestuur» respectievelijk «Bij algemene maatregel van bestuur», met dien verstande dat deze zinsnede in de artikelen 31, onder a, 64, vierde lid, onder a, 73, derde lid, onder a, 75, derde lid, onder a, en 81, onder a, wordt vervangen door: bij ministeriële regeling,.

2. In onderdeel Q wordt een derde lid ingevoegd, luidende:

3.  In het vijfde lid wordt «bij of krachtens landsbesluit houdende algemene maatregelen» vervangen door: bij of krachtens algemene maatregel van bestuur.

3. Onderdeel AA, onder 1, komt als volgt te luiden:

1. Het tweede lid komt te luiden:

2. Ten aanzien van ambtenaren in dienst van de openbare lichamen kan bij eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen, de bevoegdheid tot het opleggen van de in het eerste lid, onder a tot en met g, genoemde straffen aan in dat eilandsbesluit aangewezen functionarissen worden overgedragen.

4. Onderdeel FF komt te luiden:

FF

In artikel 98, vierde lid, wordt «de Pensioenlandsverordening overheidsdienaren» vervangen door «Pensioenwet ambtenaren BES» en wordt «de Gouverneur» vervangen door «Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties».

F

Artikel 2.16 (Wet vergoeding behandelings- en verplegingskosten ambtenaren BES) wordt als volgt gewijzigd:

Onderdeel O komt te luiden:

O

In artikel 38, eerste lid, wordt «de Regeling ambtenarenrechtspraak (P.B. 1951, 134)» vervangen door: de Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES.

2. HOOFDSTUK 5. MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN wordt als volgt gewijzigd:

A

Na artikel 5.1 (Wet op het Centraal bureau voor de statistiek) wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 5.1a

De Wet Onafhankelijke post- en telecommunicatieautoriteit wordt als volgt gewijzigd:

In artikel 15 wordt na onderdeel b, een onderdeel ingevoegd, luidende:

c. het verrichten van de taken en het uitoefenen van de bevoegdheden die bij of krachtens de Wet telecommunicatievoorzieningen BES en de Wet post BES aan het college zijn toegekend.

B

Artikel 5.2 (Handelsregisterwet BES) wordt als volgt gewijzigd:

1

Onderdeel B komt te luiden:

B

In de artikelen van deze wet wordt «eilandgebied» telkens vervangen door «openbaar lichaam» en wordt, met uitzondering van de artikelen 8 en 13, «landsverordening» onderscheidenlijk «Landsverordening» telkens vervangen door: wet.

2

Onderdeel C komt te luiden:

C

In artikel 1a worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. In het eerste lid wordt «in de Nederlandse Antillen» vervangen door: op Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

2. Het tweede lid komt te luiden:

2. Het handelsregister wordt gehouden ten kantore van de Kamers van Koophandel en Nijverheid.

3. Het derde lid komt te luiden:

3. Iedere zaak wordt ingeschreven in het handelsregister.

4. Het vijfde lid vervalt.

3

Onderdeel D vervalt, onder verlettering van de onderdelen E en F tot D en E.

4

Aan onderdeel E wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

5. In het achtste lid wordt «artikel 50, eerste lid, van de Landsverordening Besloten Vennootschap» vervangen door «Boek 2 Burgerlijk Wetboek BES» en wordt «artikel 50, achtste lid, eerste zin, van de Landsverordening Besloten Vennootschap» vervangen door: Boek 2 Burgerlijk Wetboek BES.

5

Na onderdeel E wordt een nieuw onderdeel ingevoegd, luidende:

F

In artikel 10a wordt «Burgerlijk Wetboek» telkens vervangen door: Burgerlijk Wetboek BES.

6

In onderdeel G wordt onder vernummering van het tweede onderdeel tot derde onderdeel een nieuw onderdeel ingevoegd, luidende:

2. In het tweede lid vervalt: van de Nederlandse Antillen.

7

Onderdeel H, onder 3, komt te luiden:

3. In het vierde lid wordt «artikel 98 van het Wetboek van Koophandel van de Nederlandse Antillen of artikel 34 juncto artikel 5 van de Landsverordening Besloten Vennootschap» vervangen door: artikel 98 van het Wetboek van Koophandel BES of Boek 2 Burgerlijk Wetboek BES.

8

In onderdeel I worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. Onderdeel 1 komt te luiden:

1. Het eerste lid komt te luiden:

1. Voor inschrijving van een zaak, filiaal of bijkantoor en na het jaar van inschrijving jaarlijks, zijn voor elke ingeschreven zaak, filiaal of bijkantoor aan de Kamer verschuldigd de voor het betrokken eilandgebied bij eilandsbesluit houdende algemene maatregelen, vast te stellen bedragen.

2. Onderdeel 3 komt te luiden:

3. Het derde lid komt te luiden:

3. De in het tweede lid genoemde bedragen kunnen bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd.

4. Onderdeel 4 komt te luiden:

4. Het vierde lid vervalt.

5. Toegevoegd wordt een nieuw onderdeel luidende:

5. In het negende lid, eerste volzin, vervalt: «en daar waar geen Kamer gevestigd is door het betreffende Bestuurscollege binnen zijn ressort».

C

Artikel 5.5 (Prijzenwet BES) wordt als volgt gewijzigd:

1

Onderdeel C komt te luiden:

C

1. Onder vernummering van het derde en vierde lid tot vierde en vijfde lid, wordt in artikel 5 een derde lid ingevoegd, luidende:

3. De personen, bedoeld in het tweede lid, dragen bij de uitoefening van hun taak een legitimatiebewijs bij zich, dat door het bestuurscollege voor dat doel is uitgegeven. Deze personen tonen hun legitimatiebewijs desgevraagd aanstonds.

2

Na onderdeel D worden twee onderdelen ingevoegd, luidende:

Da

Artikel 8a, vierde en vijfde lid, vervallen.

Db

Artikel 10 komt te luiden:

Artikel 10

Met het opsporen van de bij of krachtens deze wet strafbaar gestelde feiten zijn, behalve de bij artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering BES aangewezen personen, belast de door Onze Minister van Justitie, in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken aangewezen ambtenaren en andere personen.

D

Artikel 5.6 (Wet elektriciteitsconcessies BES) wordt als volgt gewijzigd:

1

In onderdeel A komt het eerste onderdeel te luiden:

1. In het eerste lid wordt «binnen de eilandgebieden van de Nederlandse Antillen» vervangen door «binnen de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba» en wordt «deze verordening» vervangen door: deze wet.

2

In onderdeel D worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. Het eerste onderdeel komt te luiden:

1. Het eerste lid komt te luiden:

1. Onverminderd de bevoegdheid van de ambtenaren, vermeld in artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering BES, zijn met het toezicht op de naleving van deze wet en het opsporen van de daarin strafbaar gestelde feiten tevens belast de door Onze Minister van Justitie, in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken nader aan te wijzen technische ambtenaren of deskundige personen.

2. Het tweede onderdeel komt te luiden:

2. In het derde lid, wordt «onder deze verordening» vervangen door: onder deze wet.

3. Na onderdeel D wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

Da

In artikel 20, eerste lid, wordt «een geldboete van ten hoogste vijfhonderd gulden» vervangen door: een geldboete van de eerste categorie.

E

Artikel 5.7 (Wet op de Kamers van Koophandel en Nijverheid BES) wordt als volgt gewijzigd:

1

Onderdeel B, onder 1, komt te luiden:

B

1. In de artikelen van deze wet, met uitzondering van artikel 1a, vierde lid, wordt «Landsverordening» telkens vervangen door: wet.

2

Onderdeel C, aanhef en onder 1, komt te luiden:

C

In artikel 1a worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. Het eerste en tweede lid komen te luiden:

1. De handel en nijverheid op Bonaire, Sint Eustatius of Saba wordt door de Kamers van Koophandel en Nijverheid vertegenwoordigd.

2. Er wordt één Kamer ingesteld voor Bonaire, welke haar zetel heeft op Bonaire, en één Kamer voor Sint Eustatius en Saba gezamenlijk, welke haar zetel heeft op Sint Eustatius. De Kamers bestaan uit ten hoogste vijf leden.

3

Na onderdeel F wordt een nieuw onderdeel ingevoegd, luidende:

Fa

Artikel 14 komt te luiden:

Artikel 14

De Kamers geven sturing aan één uitvoeringsorganisatie welke is gevestigd op Bonaire waar ook voor Bonaire een publiekskantoor is. Daarnaast is er een publiekskantoor op Sint Eustatius voor zowel Sint Eustatius als Saba. Het publiekskantoor krijgt ondersteuning vanuit de uitvoeringsorganisatie bij de taakuitvoering.

F

Artikel 5.9 (Wet post BES) wordt als volgt gewijzigd:

1

In onderdeel A, onderdeel 2 vervalt: «landsbesluit» en.

2

In onderdeel C komt het eerste onderdeel te luiden:

1. In de aanhef van het eerste lid, wordt «binnen de Nederlandse Antillen, van en naar Nederland en van en naar Aruba, alsmede van en naar het buitenland wordt aan een bij landsbesluit» vervangen door: op en tussen het grondgebied van de openbare lichamen, van en naar Nederland en van en naar Aruba, Curaçao en Sint Maarten, alsmede van en naar het buitenland wordt aan een door Onze Minister».

3

Na onderdeel D worden twee onderdelen ingevoegd, luidende:

Da

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

1. Onze Minister geeft aan de houder van de concessie algemene richtlijnen welke deze bij de uitvoering van artikel 2, tweede lid, gehouden is op te volgen.

2. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:

a. De aanhef komt te luiden: Deze richtlijnen kunnen in elk geval betrekking hebben op:.

b. Onderdeel g vervalt, onder verlettering van onderdeel h tot onderdeel g.

3. In het derde en vierde lid wordt «concessievoorwaarden» vervangen door: richtlijnen.

Db

Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

De zinsnede «Een wijziging van de in artikel 5, bedoelde concessievoorwaarden» wordt vervangen door « Een besluit tot wijziging van de in artikel 5 bedoelde richtlijnen» en « bij landsbesluit» wordt vervangen door «van dit besluit».

4.

Onderdeel J komt te luiden:

J

Artikel 18, eerste lid, komt luiden

1. Met de opsporing van de bij deze wet strafbaar gestelde feiten zijn, naast de in artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering BES bedoelde ambtenaren, belast de daartoe door Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Justitie aangewezen personen. Een zodanige aanwijzing wordt bekend gemaakt in De Staatscourant. Zij zijn bevoegd tot aanhouding en visitatie van vaar- en voertuigen waarmede de overtreding vermoed wordt te zijn begaan.

5

In onderdeel N, artikel 27, tweede lid, wordt «verleend aan» vervangen door: verleend aan het college genoemd in artikel 2 van de Wet Onafhankelijke post- en telecommunicatieautoriteit of aan.

G

Artikel 5.10 (Wet telecommunicatievoorzieningen BES) wordt als volgt gewijzigd:

1

In onderdeel A, onderdeel 8, vervalt: »landsbesluit» en.

2

Na onderdeel B wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

Ba

Artikel 2, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. «bij landsbesluit» wordt vervangen door: door Onze Minister.

2. Na de eerste volzin wordt een zin toegevoegd, luidende: De concessie wordt verleend voor een door Onze Minister te bepalen termijn, die tenminste 10 jaren bedraagt.

3

Na onderdeel D wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

Da

Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

1. Onze Minister geeft aan de houder van de concessie algemene richtlijnen welke deze bij de uitvoering van artikel 2, vierde lid, en artikel 3, eerste en tweede lid, gehouden is op te volgen.

2. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:

a. De aanhef komt te luiden: Deze richtlijnen kunnen in elk geval betrekking hebben op:.

b. Onderdeel j vervalt, onder verlettering van onderdeel k tot onderdeel j.

3. In het derde en vierde lid wordt «concessievoorwaarden» vervangen door: richtlijnen.

4. In het vijfde lid wordt «bij landsbesluit» vervangen door: bij ministeriële regeling.

4

Onderdeel E komt te luiden:

E

In artikel 8 wordt «Een wijziging van de in artikel 7, bedoelde concessievoorwaarden» vervangen door « Een besluit tot wijziging van de in artikel 7 bedoelde richtlijnen» en wordt «bij landsbesluit» vervangen door «van dit besluit».

5

In onderdeel Q komt onderdeel 1 te luiden:

1. In het eerste lid wordt «bij landsbesluit» vervangen door «door Onze Minister» en wordt «De Curaçaosche Courant» vervangen door: de Staatscourant.

6

In onderdeel AC, artikel 44b, tweede lid, wordt «verleend aan» vervangen door: verleend aan het college genoemd in artikel 2 van de Wet Onafhankelijke post- en telecommunicatieautoriteit of aan.

7

Onderdeel AD komt te luiden:

AD

De artikelen 45, 46 en 47 vervallen.

H

Artikel 5.12 (Wet winkelsluiting BES) wordt als volgt gewijzigd:

1

Onderdeel C komt te luiden:

C

Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «geldboete van ten hoogste duizend gulden» vervangen door: een geldboete van de tweede categorie.

2. In het tweede lid wordt «geldboete van ten hoogste driehonderd gulden» vervangen door: een geldboete van de eerste categorie.

2

Na onderdeel C worden twee onderdelen ingevoegd, luidende:

Ca

Artikel 11, vierde en vijfde lid, vervallen.

Cb

Artikel 12 komt te luiden:

Artikel 12

De bij artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering BES aangewezen personen zijn belast met het opsporen van de feiten strafbaar gesteld in deze wet. Onze Minister van Justitie, in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken kan daartoe ook andere personen aanwijzen.

3

In onderdeel E, artikel 14, wordt «door het bevoegde bestuurscollege» vervangen door «bevoegdelijk» en wordt na «een ander besluit» ingevoegd «of ingetrokken».

3. HOOFDSTUK 6. MINISTER VAN FINANCIËN wordt gewijzigd als volgt:

A

Artikel 6.4b (Wet loonbelasting BES) wordt gewijzigd als volgt:

1. In onderdeel D wordt «openbare rechtspersoon» vervangen door: de openbare rechtspersoon.

2. Onderdeel N komt te luiden:

N

Na artikel 9 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 9a

1. Ten aanzien van de werknemer die arbeid verricht ten behoeve van een lichaam waarin hij een aanmerkelijk belang heeft als bedoeld in artikel 11, derde lid, van de Wet inkomstenbelasting BES, wordt het in een kalenderjaar genoten loon ten minste gesteld op USD 20 000 dan wel, indien aannemelijk is dat ter zake van soortgelijke dienstbetrekkingen waarbij een aanmerkelijk belang geen rol speelt, in het economische verkeer een lager loon gebruikelijk is, gesteld op dat lagere loon.

2. In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt het in een kalenderjaar genoten loon in het jaar van oprichting van het lichaam en de drie daaropvolgende kalenderjaren op verzoek van de werknemer gesteld op het bedrag van de commerciële winst van het lichaam, doch niet op een lager bedrag dan nihil.

B

Artikel 6.5 (Wet melding ongebruikelijke transacties BES) wordt gewijzigd als volgt:

1. In onderdeel D, onder 4, wordt de zinsnede «de artikelen 19 en 21 tot en met 24 van de Wet politie, brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing BES» vervangen door: de artikelen 1, 2, 3, eerste en tweede lid, 4, 5, 6, 7, 17, 22 en 23, 25 tot en met 30, 33, 36d, eerste lid, 36e, tweede lid, en artikel 36f van de Wet politiegegevens.

2. Onderdeel F komt te luiden:

F

Artikel 4 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste en tweede lid wordt «De Minister van Financiën» en «De minister van Financiën» telkens vervangen door: Onze Minister van Justitie.

2. In het vierde lid wordt na «krachtens deze wet» ingevoegd: of de Wet politiegegevens.

3. In onderdeel N wordt in de tekst van artikel 24, eerste lid, de zinsnede «Onze Minister en Onze Minister van Justitie» vervangen door: Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Justitie.

C

Artikel 6.6 (Wet toezicht bank- en kredietwezen 1994 BES) wordt gewijzigd als volgt:

1. Onderdeel Ma komt te luiden:

Ma

Artikel 23 wordt gewijzigd als volgt:

1. Het tweede lid komt te luiden:

2. Het is een ieder verboden zonder voorafgaande toestemming van de Bank:

a. personen te benoemen die het beleid van een kredietinstelling of geldtransactiekantoor bepalen;

b. ingrijpende wijzigingen aan te brengen in aspecten van de bedrijfsvoering met betrekking tot welke ingevolge artikel 4, eerste lid, onderdeel l, eisen zijn gesteld;

c. aandelen direct of indirect van een kredietinstelling over te dragen of te vervreemden.

2. In het vierde lid wordt «het bepaalde in de artikelen 46 en 50» vervangen door: het bepaalde in de artikelen 47 en 50.

2. Na onderdeel O wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

Oa

Na artikel 26 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 26a

1. Een kredietinstelling draagt er zorg voor dat de door haar in een openbaar lichaam aangeboden betaal- of spaarrekeningen met de daaraan verbonden betaal- of spaarfaciliteiten geschikt zijn voor deelname aan het betalingsverkeer in de openbare lichamen.

2. De in het eerste lid bedoelde verplichting geldt niet voor rekeningen die zijn bestemd voor deelname aan het betalingsverkeer met het buitenland.

3. In onderdeel AA, onder 1, wordt na «In het eerste lid» ingevoegd: wordt de zinsnede «in de artikelen 8, vierde en vijfde lid, 9 en 46» vervangen door «in de artikelen 8, vierde en vijfde lid, 9 en 47» en.

D

In artikel 6.9 (Wet toezicht trustwezen BES), onderdeel Ja, wordt de zinsnede «degene die handelingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, verricht ten aanzien of ten behoeve van rechtspersonen, niet zijnde buitengaatse ondernemingen» vervangen door: personen die bij die maatregel aan te wijzen diensten verrichten.

4. HOOFDSTUK 8. MINISTER VAN JUSTITIE wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 8.12 (Wet, houdende vaststelling van de Wet oorlogsstrafrecht alsmede van enige daarmede verband houdende wijzigingen in het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Militair Strafrecht en de Invoeringswet Militair Straf- en Tuchtrecht) wordt als volgt gewijzigd:

In artikel IA wordt «12, eerste en vijfde lid» vervangen door: 12, tweede en vijfde lid.

B

Artikel 8.19 (Uitleveringswet) wordt als volgt gewijzigd:

A

In onderdeel M wordt artikel 51a, tweede lid, als volgt gewijzigd:

1. In het twaalfde streepje, wordt «de omschrijvingen van artikel 2 van het het» vervangen door «de omschrijvingen van artikel 9 van het» en wordt voor de puntkomma ingevoegd: zoals aangevuld door het Facultatief Protocol van 8 december 2005 (Trb. 2006, 211).

2. In het zestiende streepje wordt voor de puntkomma ingevoegd:, en misdrijven waarop een gevangenisstraf van ten minste vier jaren is gesteld, voor zover het feit valt onder artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van dat Verdrag.

3. Onder vervanging van de punt aan het slot door een puntkomma worden vijf onderdelen toegevoegd, luidende:

– de misdrijven, strafbaar gesteld in de artikelen 240b, 242 tot en met 250 en 273f van het Wetboek van Strafrecht, dan wel de misdrijven, strafbaar gesteld in de artikelen 246bis, 248 tot en met 254, 256 tot en met 258 en 286f van het Wetboek van Strafrecht BES, voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van de artikelen 18 tot en met 24 van het op 25 oktober 2007 te Lanzarote totstandgekomen Verdrag van de Raad van Europa inzake de bescherming van kinderen tegen seksuele uitbuiting en seksueel misbruik (Trb. 2008, 58);

– de misdrijven, strafbaar gesteld in de artikelen 137c tot en met 137e, 261, 262, 266, 284 en 285 van het Wetboek van Strafrecht, dan wel de misdrijven, strafbaar gesteld in de artikelen 273, 274, 278, 297 en 298 van het Wetboek van Strafrecht BES voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van de artikelen 3 tot en met 6 van het op 28 januari 2003 te Straatsburg totstandgekomen aanvullend Protocol bij het Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken, betreffende de strafbaarstelling van handelingen van racistische of xenofobische aard verricht via computersystemen (Trb. 2003, 60);

– de misdrijven, strafbaar gesteld in de artikelen 140, 140a, 161quater, 173a, 284, eerste lid, 284a, 285, 310 tot en met 312, 317 en 318 van het Wetboek van Strafrecht en in de artikelen 79 en 80 van de Kernenergiewet, dan wel de misdrijven, strafbaar gesteld in de artikelen 146, 146a, 167c, 179a, 297, eerste lid, 298, 323, 324, 325, 330, en 331 van het Wetboek van Strafrecht BES, voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van artikel 2 van het op 13 april 2005 te New York totstandgekomen Internationaal Verdrag ter bestrijding van daden van nucleair terrorisme (Trb. 2005, 290);

– de misdrijven, strafbaar gesteld in de artikelen 177, 177a, 178, 284, 285a, 310, 321, 322, 326, 328ter, 359 tot en met 366, 376, 416, 417, 417bis, 420bis, 420ter en 420 quater van het Wetboek van Strafrecht, dan wel de misdrijven, strafbaar gesteld in de artikelen 183, 183a, 184, 297, 298a, 323, 334, 335, 339, 341ter, 375 tot en met 382, 392, 431, 432, 432bis, 435a, 435b en 435c van het Wetboek van Strafrecht BES voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van de artikelen 15 tot en met 17, 19 en 21 tot en met 25 van het op 31 oktober 2003 te New York tot stand gekomen Verdrag tegen corruptie (Trb. 2005, 244);

– de misdrijven, strafbaar gesteld in de artikelen 131, 132, 134a en 205, dan wel de misdrijven strafbaar gesteld in de artikelen 137, 138 en 211 van het Wetboek van Strafrecht BES voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van de artikelen 5, 6, 7 en 9 van het op 16 mei 2005 te Warschau totstandgekomen Europees Verdrag ter voorkoming van terrorisme (Trb. 2006, 34).

B

Na onderdeel M wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

MA

Indien de Wet kraken en leegstand in werking is getreden voor het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, wordt in artikel 51a, tweede lid, negentiende streepje, «138a» vervangen door: 138ab.

C

Artikel 8.51 (Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag BES) wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel J komt te luiden:

J

Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

1. Onze Minister van Justitie verstrekt inlichtingen uit het strafkaartsysteem en de strafregisters aan:

a. rechters in het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, en andere rechterlijke ambtenaren buiten de zittingsplaatsen van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, ten behoeve van de strafrechtspleging;

b. de gezaghebbers van de openbare lichamen.

2. In het derde lid wordt

a. «De justitiële documentatiedienst» vervangen door: Onze Minister van Justitie

b. «door de minister van justitie» telkens vervangen door: bij ministeriële regeling.

2. In onderdeel K wordt «2. Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, worden de inlichtingen niet zijn verstrekt voor een ander doel gebruikt dan waarvoor zij zijn verstrekt» vervangen door: 2. De inlichtingen worden niet voor een ander doel gebruikt dan waarvoor zij zijn verstrekt, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald.

D

Artikel 8.53 (Loterijwet BES) wordt als volgt gewijzigd:

In onderdeel D wordt «ten hoogste 560 USD» vervangen door: een geldboete van de tweede categorie.

E

Artikel 8.58 (Wet op de weerkorpsen BES) wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel D komt te luiden:

D

1. In de artikelen 2, tweede lid, en artikel 3 wordt bij «bij landsbesluit houdende algemene maatregelen» telkens vervangen door: bij algemene maatregel van bestuur.

2. Artikel 2, derde lid, vervalt.

2. Onderdeel E komt te luiden:

E

In artikel 4, zesde lid, wordt «Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» vervangen door: Bij ministeriële regeling.

3. Onder verlettering van de onderdelen J en K tot K en L wordt een onderdeel J ingevoegd, luidende:

J

Artikel 9 komt te luiden:

Artikel 9

De regionaal bevelhebber kan Onze Minister en de gezaghebber alsmede leidinggevenden van weerkorpsen desgevraagd of eigener beweging van advies dienen over alle aangelegenheden die de weerkorpsen betreffen.

F

Artikel 8.64 (Wetboek van Strafrecht BES) wordt als volgt gewijzigd:

A

Onderdeel C wordt als volgt gewijzigd:

1. Subonderdeel 7 komt als volgt te luiden:

7. Onderdeel 5° wordt als volgt gewijzigd:

a. «Nederlands Antilliaans» wordt telkens vervangen door: Nederlands.

b. In onderdeel b vervalt: de plaats van opstijgen of die van de feitelijke landing gelegen is buiten het grondgebied van de staat waar het luchtvaartuig is ingeschreven en.

c. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel d door een puntkomma wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

e. aan een der misdrijven, omschreven in de artikelen 168, 168a, 172 en 399d, wanneer de verdachte zich in de openbare lichamen bevindt.

2. In subonderdeel 8 komen de onderdelen 6 tot en met 10 als volgt te luiden:

6°. a. aan de misdrijven omschreven in de artikelen 172, 174, 366, 370, 372, 399a, vierde lid, 399b, tweede lid, en 399c, indien het feit is begaan tegen een Nederlands zeegaand vaartuig, hetzij tegen of aan boord van enig ander zeegaand vaartuig en de verdachte zich in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bevindt;

b. aan een der misdrijven, omschreven in de artikelen 366, 370, 399a, vierde lid, en 399b, tweede lid, begaan tegen een installatie ter zee, wanneer de verdachte zich in de openbare lichamen bevindt;.

7°. a. aan een der misdrijven, omschreven in artikel 124a, 124b, 124c en 298, voor zover die feiten zijn begaan tegen een in Nederlandse dienst zijnde, of tot zijn gezin behorende, internationaal beschermd persoon als bedoeld in artikel 90b, eerste lid, of tegen diens beschermde goederen;

b. aan een der misdrijven, omschreven in de artikelen 124a, 124b, 124c, 295ao, en 298, voor zover het feit is gepleegd tegen een internationaal beschermd persoon als bedoeld in artikel 90b, tweede lid, die Nederlander is, of tegen diens beschermde goederen;

c. aan een der misdrijven, omschreven in de artikelen 124a, 124b, 124c, en 298, voor zover het feit is gepleegd tegen een internationaal beschermd persoon als bedoeld in artikel 90b, eerste of tweede lid, of tegen diens beschermde goederen, wanneer de verdachte zich in de openbare lichamen bevindt;

8°. aan een der misdrijven omschreven in de artikelen 183 en 183a, voor zover het feit is gepleegd tegen een Nederlander of een ambtenaar van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en daarop door de wet van het land waar het begaan is, straf is gesteld;

9°. aan een der misdrijven omschreven in de artikelen 183, 183a, 230, 232b en 336a, voor zover het feit is gepleegd door een Nederlander en daarop door de wet van het land waar het is begaan, straf is gesteld;

10°. aan een der misdrijven, omschreven in de artikelen 183, 183a, 230, 232b en 336a, voor zover het feit is gepleegd door een ambtenaar van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba of door een persoon in de openbare dienst van een in één van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba gevestigde volkenrechtelijke organisatie en daarop door de wet van het land waar het is begaan, straf is gesteld;

B

Na onderdeel C worden drie onderdelen ingevoegd, luidende:

CA

Artikel 4, onderdeel 14°, komt te luiden:

14°. aan een misdrijf ter voorbereiding of ter vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf, indien het misdrijf is gepleegd met het oogmerk een terroristisch misdrijf als in onderdeel 13° omschreven voor te bereiden of gemakkelijk te maken.

CB

Aan artikel 4 worden onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel 14° door een puntkomma twee onderdelen toegevoegd, luidende:

15°. aan een der misdrijven, omschreven in de artikelen 163, 167c, 297, eerste lid, 298, 323, 324, 325, 330, 331, 334, 335 en 339, voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van artikel 7 van het op 3 maart 1980 te Wenen/New York totstandgekomen Verdrag inzake de fysieke beveiliging van kernmateriaal (Trb. 1980, 166), wanneer de verdachte zich in de openbare lichamen bevindt;

16°. aan een der misdrijven, omschreven in de artikelen 167c, 179a, 297, eerste lid, 298, 323, 324, 325, 330 en 331, voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van artikel 2 van het op 13 april 2005 te New York totstandgekomen Internationaal Verdrag ter bestrijding van daden van nucleair terrorisme (Trb. 2005, 290) en hetzij het feit is gepleegd tegen een Nederlander, hetzij de verdachte zich in de openbare lichamen bevindt.

CBA

Artikel 4a, tweede lid, komt te luiden:

2. De strafwet van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba is voorts toepasselijk op ieder wiens uitlevering ter zake van een terroristisch misdrijf dan wel een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf, ontoelaatbaar is verklaard, is afgewezen of geweigerd.

C

Na onderdeel D worden twee onderdelen ingevoegd, luidende:

DA

Aan artikel 5 wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel 5° door een komma de volgende volzin ingevoegd: en een der misdrijven omschreven in de artikelen 143a tot en met 143c, 273, 274, 278, 297 en 298, voor zover het feit valt onder de omschrijving van de artikelen 3 tot en met 6 van het op 28 januari 2003 te Straatsburg totstandgekomen Aanvullend Protocol bij het Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met electronische netwerken, betreffende de strafbaarstelling van handelingen van racistische of xenofobische aard verricht via computersystemen.

DB

Aan artikel 5 wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel 5° door een puntkomma een onderdeel toegevoegd, luidende:

6°. aan een der misdrijven, omschreven in artikel 286f, voor zover het feit is gepleegd ten aanzien van een persoon die de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt, en in de artikelen 236, 334, 366 en 431 tot en met 432bis, voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van artikel 20 van het op 16 mei 2005 te Warschau totstandgekomen Verdrag inzake bestrijding van mensenhandel, indien het feit is gepleegd buiten de rechtsmacht van enige staat.

D

Na artikel E worden twee onderdelen ingevoegd, luidende:

EA

Artikel 5a wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid wordt vernummerd tot vierde lid.

2. Een tweede en derde lid worden ingevoegd, luidende:

2. De strafwet van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba is toepasselijk op de vreemdeling die een vaste woon- of verblijfplaats in de openbare lichamen heeft en zich buiten de openbare lichamen schuldig maakt aan een der misdrijven omschreven in 286f, voor zover het feit is gepleegd ten aanzien van een persoon die de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt, en in de artikelen 236, 334, 366 en 431 tot en met 432bis, en op het feit door de wet van het land waar het begaan is, straf is gesteld.

3. De strafwet van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba is toepasselijk op de vreemdeling die een vaste woon- of verblijfplaats in de openbare lichamen heeft en zich buiten de openbare lichamen schuldig maakt aan een der misdrijven omschreven in 286f, voor zover het feit is gepleegd ten aanzien van een persoon die de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt, en in de artikelen 236, 334, 366 en 431 tot en met 432bis, voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van artikel 20 van het op 16 mei 2005 te Warschau totstandgekomen Verdrag inzake bestrijding van mensenhandel, indien het feit is gepleegd buiten de rechtsmacht van enige staat.

EB

Na artikel 5a wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 5b

De strafwet van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba is toepasselijk op ieder die zich schuldig maakt:

1°. aan een der misdrijven omschreven in artikel 286f, en in de artikelen 236, 334, 366 en 431 tot en met 432bis, voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van artikel 20 van het op 16 mei 2005 te Warschau totstandgekomen Verdrag inzake bestrijding van mensenhandel, indien het feit is gepleegd tegen een Nederlander;

2°. aan een der misdrijven omschreven in de artikelen 246bis, 248 tot en met 254, 256 tot en met 258 en 286f, indien het feit is gepleegd tegen een Nederlander of een vreemdeling die in Nederland een vast woon- of verblijfplaats heeft die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt.

E

In onderdeel KK wordt na «41decies» ingevoegd: en 385, tweede lid, en 488.

F

Na onderdeel III wordt twee onderdelen ingevoegd, luidende:

IIIA

Na artikel 84b wordt een artikel ingevoerd, luidende:

Artikel 84c

Onder misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf wordt verstaan elk van de misdrijven omschreven in de artikelen 137, tweede lid, 138, tweede lid, 211, tweede lid, 230, derde lid, 298, vierde lid, 324, eerste lid, onder 6°, 325, tweede lid, onder 2°, 330, derde lid jo. 325, tweede lid, onder 2°, 331, tweede lid, 335a, 339, tweede lid, en 372a.

IIIB

Aan artikel 90b, tweede lid, wordt onder vervanging van de punt door een komma, aan het slot toegevoegd: zoals aangevuld door het Facultatief Protocol van 8 december 2005 (Trb. 2006, 211).

G

Na onderdeel VVV worden twee onderdelen ingevoegd, luidende:

VVVA

Artikel 137 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

2. Indien het strafbare feit waartoe wordt opgeruid een terroristisch misdrijf dan wel een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf inhoudt, wordt de gevangenisstraf, gesteld op het in het eerste lid omschreven feit, met een derde verhoogd.

VVVB

Artikel 138 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

2. Indien het strafbare feit waartoe bij geschrift wordt opgeruid een terroristisch misdrijf dan wel een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf inhoudt, wordt de gevangenisstraf, gesteld op het in het eerste lid omschreven feit, met een derde verhoogd.

H

Na onderdeel WWW wordt een onderdeel ingevoegd, luidende

WWWA

Na artikel 140 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 140a

Hij die zich of een ander opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaft of tracht te verschaffen tot het plegen van een terroristisch misdrijf dan wel een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf, dan wel zich kennis of vaardigheden daartoe verwerft of een ander bijbrengt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of geldboete van de vijfde categorie.

I

In onderdeel LLLL wordt in de artikelen 183, eerste lid, 183a, eerste lid, en 184, eerste lid, «vierde categorie» telkens vervangen door: vijfde categorie.

J

Onderdeel VVVV komt te luiden:

VVVV

Artikel 211 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. In het eerste lid vervalt: of de Gouverneur.

3. Er worden een lid toegevoegd, luidende:

2. Indien de gewapende strijd waarvoor wordt geworven, het plegen van een terroristisch misdrijf inhoudt, wordt de gevangenisstraf, gesteld op het in het eerste lid omschreven feit, met een derde verhoogd.

K

In onderdeel JJJJJ wordt in artikel 246bis, eerste lid, «verspreidt, openlijk tentoonstelt, vervaardigt, invoert, doorvoert, uitvoert of in bezit heeft» vervangen door: verspreidt, aanbiedt, openlijk tentoonstelt, vervaardigt, invoert, doorvoert, uitvoert, verwerft, in bezit heeft of zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaft.

L

Na onderdeel LLLLL wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

LLLLLA

In artikel 254 worden onder vernummering van het eerste en tweede lid tot derde en vierde lid, twee leden toegevoegd, luidende:

1. De in de artikelen 246bis, 248 tot en met 253, 256 tot en met 256d, 257 en 258 bepaalde gevangenisstraffen kunnen met een derde worden verhoogd, indien het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

2. De in de artikelen 246bis, 248 tot en met 253, 256 tot en met 256d, 257 en 258 bepaalde gevangenisstraffen kunnen met een derde worden verhoogd, indien de schuldige het feit begaat tegen zijn kind, een kind over wie hij het gezag uitoefent, een kind dat hij verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin, zijn pupil, een aan zijn zorg, opleiding of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige of zijn minderjarige bediende of ondergeschikte.

M

Aan onderdeel NNNNN worden twee artikelen toegevoegd, luidende:

Artikel 256c

1. Hij die een persoon van wie hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, met ontuchtig oogmerk ertoe beweegt getuige te zijn van seksuele handelingen, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.

2. Artikel 251, tweede lid, is van toepassing.

Artikel 256d

1. Hij die door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst een persoon van wie hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, een ontmoeting voorstelt met het oogmerk ontuchtige handelingen met die persoon te plegen of een afbeelding van een seksuele gedraging waarbij die persoon is betrokken, te vervaardigen wordt, indien hij enige handeling onderneemt gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.

2. Artikel 251, tweede lid, is van toepassing.

N

Na onderdeel YYYYY wordt onderdeel ingevoegd, luidende:

YYYYYA

Aan artikel 298 wordt een lid toegevoegd, luidende:

4. Indien het feit, omschreven in het eerste, tweede of derde lid, wordt gepleegd met het oogmerk om een terroristisch misdrijf voor te bereiden of gemakkelijk te maken, wordt de op het feit gestelde gevangenisstraf met een derde verhoogd.

O

Na onderdeel CCCCCC worden drie onderdelen toegevoegd, luidende:

CCCCCCA

Aan artikel 330 wordt een lid toegevoegd, luidende:

3. De bepalingen van artikel 325, tweede lid, zijn op dit misdrijf van toepassing.

CCCCCCB

Aan artikel 331 wordt onder vernummering van het tweede tot het derde lid een lid ingevoegd, luidende:

2. Indien het feit wordt gepleegd met het oogmerk om een terroristisch misdrijf voor te bereiden of gemakkelijk te maken, wordt de op het feit gestelde gevangenisstraf met een derde verhoogd.

CCCCCCBA

Na artikel 335 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 335a

Indien een der in de artikelen 334 en 335 omschreven feiten wordt gepleegd met het oogmerk om een terroristisch misdrijf voor te bereiden of gemakkelijk te maken, wordt de op het feit gestelde gevangenisstraf met een derde verhoogd.

P

Na onderdeel DDDDDD wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

DDDDDDA

Artikel 339 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

2. Indien het feit wordt gepleegd met het oogmerk om een terroristisch misdrijf voor te bereiden of gemakkelijk te maken, wordt de op het feit gestelde gevangenisstraf met een derde verhoogd.

Q

Na onderdeel MMMMMM wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

MMMMMMA

Na artikel 372 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 372a

Indien een der in de artikelen 366, 367a, 368 en 370 omschreven feiten worden gepleegd met het oogmerk om een terroristisch misdrijf voor te bereiden of gemakkelijk te maken, wordt de op het feit gestelde gevangenisstraf met een derde verhoogd.

G

Artikel 8.65 (Wetboek van Strafvordering BES) wordt als volgt gewijzigd:

Na onderdeel O wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

OA

In artikel 100, eerste lid, onder b wordt na «245, derde lid,» ingevoegd: 256c, 256d,.

5. HOOFDSTUK 12. MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 12.7 (Wet vervoer gevaarlijke stoffen), onderdeel A, komt te luiden:

A

Na artikel 3 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 3a

1. Bij ministeriële regeling kunnen in het belang van de openbare veiligheid regels worden gesteld met betrekking tot de handelingen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, voor zover die worden verricht op of in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba met bij of krachtens die maatregel aangewezen gevaarlijke stoffen. De regels kunnen voor elk van de openbare lichamen verschillend zijn.

2. De in het eerste lid bedoelde regels hebben in elk geval betrekking op de vervoermiddelen waarmee de handelingen, bedoeld in het eerste lid, worden verricht.

3. Het is verboden de handelingen, bedoeld in het eerste lid, te verrichten anders dan met inachtneming van de krachtens het eerste lid gestelde regels.

4. De artikelen 9, eerste tot en met vierde lid, 10, 10a, 34 en 49 zijn van overeenkomstige toepassing.

B

Artikel 12.11 (Wet op het Koninklijk Meteorologisch Instituut), onderdeel A, wordt als volgt gewijzigd:

In artikel 1a wordt «van toepassing» vervangen door: mede van toepassing.

C

Artikel 12.13 (Loodsenwet 2001 BES), onderdeel L, komt als volgt te luiden:

L

Artikel 14 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt «artikel 5 en 11» vervangen door «artikel 1, tweede lid, 5 en 11» en wordt «vijftigduizend gulden (NAF 50 000,–)» vervangen door: de vijfde categorie.

2. In het derde lid wordt «vijfentwintigduizend gulden (NAF 25 000,–)» vervangen door: de vierde categorie.

D

In artikel 12.19 (Luchtvaartwet BES), onderdeel X, wordt «een luchthaven» vervangen door «een luchtvaartterrein» en wordt «de luchthaven» vervangen door: het luchtvaartterrein.

6. HOOFDSTUK 14. MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 14.1 (Wet drinkwater BES) komt te luiden:

Artikel 14.1

De Wet drinkwater BES wordt als volgt gewijzigd:

A

In de artikelen 1, eerste en tweede lid, 2, 3, 4, eerste en derde lid, 6, 7, 10, tweede en vierde lid, 20, onderdeel b, onder 1°en 2°, 26, 46, tweede lid, en 47 wordt «landsverordening» telkens vervangen door: wet.

B

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1.  Onderdeel d komt te luiden:

d. inspecteur: inspecteur als bedoeld in artikel 24, eerste lid.

2. Onderdeel g komt te luiden:

g. Onze Minister: Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.

C

In de artikelen 4, eerste lid, 12, tweede, derde, vierde en zesde lid, 14, eerste lid, 17, eerste lid, 18, tweede lid, onderdeel b, en 25, vierde lid, wordt telkens «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» vervangen door: algemene maartregel van bestuur.

D

In de artikelen 4, eerste lid, 8, eerste lid, 13, tweede lid, 14, derde lid, 16, tweede lid, 17, eerste lid, 42, vierde en vijfde lid, en 43 wordt «Inspectie» vervangen door: inspecteur.

E

In artikel 4, eerste lid, komt onderdeel a te vervallen en worden de onderdelen b en c verletterd tot onderdelen a en b.

F

Artikel 5 komt te luiden:

Artikel 5

1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, gehoord de inspecteur, deze wet en de daarop berustende bepalingen mede geheel of gedeeltelijk van toepassing worden verklaard op eigenaren of beheerders van een collectieve watervoorziening of een collectief leidingnet waarop direct of indirect tappunten als bedoeld in het tweede lid, zijn aangesloten, voor zover die tappunten aanwezig zijn:

a. in instellingen:

1. voor medisch-specialistische zorg;

2. die een of meer vormen van persoonlijke verzorging of behandeling van een psychiatrische aandoening bieden, niet in combinatie met verblijf, binnen een op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten bekostigd gebouw;

b. in een gebouw, een gedeelte van een gebouw of een samenhangend geheel van gebouwen of gedeelten daarvan met een gebruiksfunctie voor het bieden van recreatief verblijf of tijdelijk onderdak aan mensen, met uitzondering van zomerhuisjes, huisjes op volkstuincomplexen en gebouwen waar uitsluitend wordt overnacht door personen die ter plaatse werkzaam zijn;

c. in opvangvoorziening, niet zijnde een woning, hotel of pension, waarin aan asielzoekers opvang wordt geboden;

d. in een gebouw, een gedeelte van een gebouw of een samenhangend geheel van gebouwen of gedeelten daarvan met een gebruiksfunctie als dwangverblijf van mensen;

e. in een badinrichting als bedoeld in artikel 1.2, eerste lid, van de Wet VROM BES;

f. op een terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en blijkens die inrichting bestemd, om daarop ten behoeve van recreatief nachtverblijf gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van tenten, tentwagens, kampeerauto’s of andere voertuigen of gewezen voertuigen of gedeelten daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, waarvoor ingevolge artikel 2.2, eerste lid, van de Wet VROM BES een bouwvergunning vereist is; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;

g. in een haven met de daarbij behorende grond waar overwegend gelegenheid wordt gegeven voor het aanleggen, afmeren of afgemeerd houden van pleziervaartuigen.

2. Als tappunten, bedoeld in het eerste lid, worden aangemerkt:

a. tappunten met een douche of andere appendage waarmee water kan worden gesproeid of verneveld;

b. tappunten die al dan niet tijdelijk gebruikt worden voor het aansluiten van een douche, andere appendage of toestel waarmee water kan worden gesproeid of verneveld;

c. tappunten waarvan de eigenaar redelijkerwijze kan weten of vermoeden dat deze al dan niet tijdelijk gebruikt worden voor het aansluiten van een douche, andere appendage of toestel waarmee water kan worden gesproeid of verneveld;

d. alle tappunten in een instelling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 1, voor zover het een afdeling hematologie of oncologie is, dan wel waar transplantaties worden uitgevoerd, of patiënten met chronische longaandoeningen of met immuunstoornissen verblijven.

G

In de artikelen 7, 8, eerste lid, 14, eerste lid, 20, onderdeel a, onder 1°, 21, eerste en vierde lid, 22, eerste en tweede lid, 42, eerste, tweede, derde, vierde en vijfde lid, 43, 44, zesde lid, en 45, tweede lid, wordt telkens «de Minister» vervangen door: Onze Minister.

H

Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het vijfde lid wordt:

a. «landsbesluiten, houdende algemene maatregelen,» vervangen door: algemene maatregelen van bestuur.

b. «bedoeld landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» vervangen door: bedoelde algemene maatregel van bestuur.

c. «ministeriële beschikking met algemene werking,» vervangen door: ministeriële regeling.

2. In het zesde lid wordt:

a. «ministeriële beschikking» vervangen door: ministeriële regeling.

b. «beschikking» vervangen door: ministeriële regeling.

c. «zodanig landsbesluit» vervangen door: zodanige algemene maatregel van bestuur.

I

In artikel 18, tweede lid, onderdeel a, en artikel 46, eerste en tweede lid, wordt «eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen,» vervangen door: eilandsverordening.

J

In artikel 20, onderdeel b, onder 2°, wordt:

a. «landsbesluiten, houdende algemene maatregelen,» vervangen door: algemene maatregelen van bestuur.

b. «ministeriële beschikkingen met algemene werking,» vervangen door: ministeriële regelingen.

K

Artikel 21 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «landsbesluit» vervangen door: koninklijk besluit.

2. In het vierde lid wordt «Ministerie van Volksgezondheid en Sociale Ontwikkeling» vervangen door: Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.

3. Het zesde lid komt te vervallen.

L

Artikel 24 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste en tweede lid komen te luiden:

1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde, zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen inspecteur en de overige daartoe aangewezen ambtenaren. Ambtenaren, ressorterende onder een ander dan zijn ministerie, wijst hij niet aan dan in overeenstemming met Onze betrokken Minister onder wiens ministerie zij ressorteren.

2. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde binnen hun ambtsgebied zijn eveneens belast de bij besluit van het bestuurscollege aangewezen personen die werkzaam zijn bij de toezichthouder.

2. Onder vernummering van het derde tot en met zevende lid tot vierde tot en met achtste lid wordt na het tweede lid een lid ingevoegd, luidende:

3. Van een besluit als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

3. In het vierde lid (nieuw) wordt «eerste lid» vervangen door: eerste of tweede lid.

4. In het vijfde lid (nieuw) wordt «derde lid» vervangen door: vierde lid.

5. In het zesde lid (nieuw) wordt

a. «derde lid» vervangen door: vierde lid.

b. «Wetboek van Strafvordering» vervangen door: Wetboek van Strafvordering BES.

6. In het zevende lid (nieuw) wordt «eerste lid» vervangen door: eerste of tweede lid.

M

In artikel 25, eerste, derde en vierde lid, wordt «artikel 24, eerste lid» vervangen door: artikel 24, eerste of tweede lid.

N

In artikel 29, tweede lid, wordt «Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de Nederlandse Antillen» vervangen door: Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES.

O

In artikel 30 wordt «het Burgerlijk Wetboek» vervangen door: van het Burgerlijk Wetboek BES.

P

In de artikelen 34, vijfde lid, en 36, eerste lid, wordt «eilandgebied» vervangen door: openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

Q

Artikel 39 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

1. Met de opsporing van de bij artikel 40 strafbaar gestelde feiten zijn, naast de in artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering BES, de krachtens artikel 24, eerste en tweede lid, aangewezen personen belast.

2. Het tweede lid komt te vervallen onder vernummering van het derde lid tot tweede lid.

3. In het tweede lid (nieuw) wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,« vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

R

Artikel 40 komt te luiden:

Artikel 40

1. Overtreding van de in de artikelen 9, eerste lid, en 10, vierde lid, gestelde verboden is:

a. voor zover opzettelijk begaan, een misdrijf en wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie;

b. voor zover geen misdrijf, een overtreding en wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie.

2. Degene die verontreiniging van het drinkwater veroorzaakt, zodanig dat door de betrokken producent of distributeur niet meer wordt voldaan aan artikel 12, eerste lid, of de krachtens artikel 12, tweede lid, bij algemene maatregel van bestuur, gestelde regels ter zake van de kwaliteit van het drinkwater, begaat:

a. voor zover opzettelijk, een misdrijf en wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie;

b. voor zover geen misdrijf, een overtreding en wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie.

S

Artikel 41 vervalt.

T

Artikel 42 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «alle eilandsgebieden van de Nederlandse Antillen» vervangen door: de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

2. In het derde lid wordt «eilandgebieden» vervangen door: openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

3. In het vierde en vijfde lid wordt «Staten» vervangen door: Staten-Generaal.

U

In artikel 43 wordt:

a. «Staten» vervangen door: Staten-Generaal.

b. «op landsniveau» vervangen door: de op de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

V

In artikel 44, eerste lid, wordt «eilandelijk beleidsplan» vervangen door: beleidsplan voor het desbetreffende openbare lichaam.

W

Artikel 48 komt te luiden:

Artikel 48

Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

X

De artikelen 49, 50, 51, 52, 52a en 53 vervallen.

Y

Artikel 54 komt te luiden:

Artikel 54

Deze wet wordt aangehaald als: Wet drinkwater BES.

B

Artikel 14.2 (Wet grondslagen ruimtelijke ontwikkelingsplanning BES) wordt als volgt gewijzigd:

A

Onderdeel C komt te luiden:

C

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste en tweede lid wordt «De Minister» vervangen door: Onze Minister.

2. In het eerste lid wordt «het gebied der Nederlandse Antillen» vervangen door: het gebied van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

B

Onderdeel F komt te luiden:

F

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «de Minister» vervangen door: Onze Minister.

2. Het derde lid komt te luiden:

3. Het vastgestelde ontwikkelingsprogramma en de ingevolge het tweede lid uitgebrachte adviezen worden overlegd aan de Staten-Generaal en de bestuurscolleges. Het programma wordt zo spoedig mogelijk in zijn geheel in de Staatscourant, in één of meer plaatselijke dagbladen en op de voor publicatie van officiële mededelingen gebruikelijke wijze bekendgemaakt.

C

Na onderdeel F wordt een nieuw onderdeel ingevoegd, luidende:

Fa

In artikel 10 wordt «Monumentenlandsverordening» vervangen door: Monumentenwet BES.

D

Na onderdeel K wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

L

Artikel 20 vervalt.

C

Artikel 14.3 (Wet kadaster en registratie onroerende zaken en beperkte rechten BES) wordt als volgt gewijzigd:

A

Onderdeel A komt te luiden

A

Onder vernummering van artikel 1 tot artikel 1a wordt vóór artikel 1a (nieuw) een artikel toegevoegd, luidende:

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Kadaster: door het bestuurscollege opgerichte stichting belast met de taken, bedoeld in artikel 2;

kadaster: kadastrale registratie;

Openbaar lichaam: openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

B

Onderdeel B komt te luiden:

B

Artikel 1a (nieuw) wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.»geplaatst

2. In het eerste lid (nieuw) wordt:

a. «Kadaster» vervangen door: kadaster,

b. «afdeeling» vervangen door: afdeling,

c. «perceelen» vervangen door: percelen.

3. Na het eerste lid (nieuw) worden vier leden toegevoegd, luidende:

2. In de kadastrale aanduiding wordt de afkorting van het openbaar lichaam vermeld, de gemeenste, het dorp of gehucht, waar de onroerende zaak is gelegen. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de kadastrale aanduiding. Bij die maatregel kan de kadastrale aanduiding per openbaar lichaam verschillend worden geregeld.

3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de in de kadastrale registratie op te nemen gegevens. De kadastrale registratie kan geen andere gegevens bevatten dan de gegevens, bedoeld in artikel 48, tweed lid, van de Kadasterwet. Het bestuurscollege kan regels stellen omtrent de bijhouding van de kadastrale registratie.

4. De kadastrale registratie bevat een kadastrale kaart. De kadastrale kaart bevat gegevens overeenkomstig artikel 48, derde lid, van de Kadasterwet.

5. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de kadastrale registratie en de kadastrale kaart van een openbaar lichaam worden aangemerkt als basisregistratie en welke gegevens daarvan als authentiek worden aangemerkt. De algemene maatregel van bestuur kan geen andere voorschriften geven dan voorschriften overeenkomstig de artikelen 7f tot en met 7w van de Kadasterwet.

C

Onderdeel C komt te luiden:

C

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. In het eerste lid (nieuw) wordt:

a. «instandhouden van het Kadaster» vervangen door: instandhouden van het kadaster;

b. «noodig» vervangen door: nodig.

3. Aan het artikel wordt een lid toegevoegd, luidende:

2. Het bestuurscollege van het openbaar lichaam Sint Eustatius of Saba kan de Stichting kadaster en hypotheekwezen op Sint Maarten mandateren tot het verrichten van metingen op Sint Eustatius, respectievelijk op Saba.

D

Onderdeel D komt te luiden:

D

In artikel 3 wordt:

a. «Kadaster» vervangen door : kadaster;

b. «eilandgebied» vervangen door: openbaar lichaam;

c. «aanvrage» vervangen door aanvraag.

E

Onderdeel F komt te luiden:

F

In artikel 5 wordt na «eigenaren» ingevoegd «, beperkt gerechtigden», vervalt «den Dienst van», wordt «grenteekenen» vervangen door «grenstekenen» en wordt «teekenen» vervangen door: tekenen.

F

Onderdeel G komt te luiden:

G

Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de eerste volzin van de tekst wordt de aanduiding «1.», voor de tweede volzin de aanduiding «2.» en voor de derde volzin de aanduiding «3.» geplaatst.

2. In het eerste, tweede en derde lid (nieuw) wordt telkens «grensteekenen» vervangen door: grenstekenen.

3. In het eerste en derde lid (nieuw) wordt «van den Dienst van het Kadaster» vervangen door: van het Kadaster.

4. In het eerste lid (nieuw) wordt «officieele» vervangen door: officiële.

5. In het tweede lid (nieuw) wordt:

a. «Kadaster» vervangen door: kadaster;

b. «eilandgebied» vervangen door: openbaar lichaam.

6. In het derde lid (nieuw) wordt «Verplaatsting» vervangen door: Verplaatsing.

G

Onderdeel H komt te luiden:

H

Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de eerste volzin van de tekst wordt de aanduiding «1.», voor de tweede volzin wordt de aanduiding «2.» en voor de derde volzin wordt de aanduiding «3.» geplaatst.

2. In het eerste lid (nieuw) wordt «van ten hoogste f 1000,–» vervangen door: van de tweede categorie.

3. In het tweede lid (nieuw) vervalt: van den Dienst.

4. In het tweede lid (nieuw) wordt:

a. «gestrafd» vervangen door: gestraft;

b. «grensteekenen» vervangen door: grenstekenen.

H

Na onderdeel H wordt een nieuw onderdeel toegevoegd, luidende:

Ha

In artikel 8 wordt:

a. «eischen» vervangen door: eisen;

b. «merkteekenen» telkens vervangen door: merktekenen;

c. «steenen» vervangen door: stenen;

d. «behooren»vervangen door: behoren.

I

Onderdeel I komt te luiden:

I

In artikel 9 wordt:

a. «merkteekenen» telkens vervangen door: merktekenen;

b. «den Dienst van het Kadaster» vervangen door: het Kadaster.

J

Onderdeel J komt te luiden:

J

Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de eerste volzin van de tekst wordt de aanduiding «1.» en voor de tweede volzin de aanduiding «2.» geplaatst.

2.  In het eerste lid (nieuw) wordt:

a.  «van de Dienst van het Kadaster» vervangen door: van het Kadaster;

b.  «merkteekenen»vervangen door: merktekenen;

c.  «behoorlijken» vervangen door: behoorlijke.

3.  In het tweede lid (nieuw) wordt:

a. «Dienst van het Kadaster» vervangen door: Het Kadaster;

b. «noodig» vervangen door: nodig.

K

Onderdeel K komt te luiden:

K

Artikel 11 komt te luiden:

Artikel 11

Het kadaster omvat mede het Kadaster, bedoeld in artikel 1 van de Kadasterlandsverordening, voor zover zij betrekking heeft op gebouwde en ongebouwde eigendommen in het betreffende openbaar lichaam en zoals het luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet.

L

Na artikel 11 wordt een nieuw artikel toegevoegd, luidende:

Artikel 12

Deze wet wordt aangehaald als: Wet kadaster en registratie onroerende zaken en beperkte rechten BES.

D

Artikel 14.4 (Wet openbare registers BES) wordt als volgt gewijzigd:

A

Onderdeel B komt te luiden:

B

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

bewaarder: het Kadaster, bedoeld in artikel 1 van de Wet kadaster en registratie onroerende zaken en beperkte rechten BES;

Kadaster: Kadaster als bedoeld in artikel 1 van de Wet kadaster en registratie onroerende zaken en beperkte rechten BES;

openbaar lichaam: openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba;

openbare registers: de openbare registers, bedoeld in titel 1, afdeling 2, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek BES;

schip: visserijvaartuig, plezierjacht of ander vaartuig bestemd voor privédoeleinden, waarvan naar het oordeel van de bewaarder voldoende gewaarborgd is dat het niet gebruikt wordt voor commerciële doeleinden.

2. In het tweede lid wordt:

a.  «artikelen 1, 2, 3, 3a en 190 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek» vervangen door: artikelen 1, 2, 3, 3a, 190 en 780 van het Burgerlijk Wetboek BES;

b. «landsverordening» vervangen door: wet.

B

Onderdeel O komt te luiden:

O

Artikel 21 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel c, wordt «de aanwijzing van de rubriek waartoe een schip behoort» vervangen door: de door het Kadaster vastgestelde afkorting van een schip ter onderscheiding van andere schepen dan bedoeld in artikel 1, eerste lid.

2. Het tweede lid vervalt onder vernummering van het derde en vierde lid tot tweede en derde lid.

3. In het derde lid (nieuw), onderdelen a en c, wordt «Burgerlijk Wetboek» vervangen door: Burgerlijk Wetboek BES.

C

Onderdeel P komt te luiden:

P

Artikel 22 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel a, wordt «artikel 6 van het Curaçaosch Luchtvaartbesluit 1935» vervangen door: artikel 3.2, eerste lid, van de Wet luchtvaart.

2. In het tweede lid wordt «Artikel 21, derde lid» vervangen door: Artikel 21, tweede lid.

D

Onderdeel Q komt te luiden:

Q

Artikel 24 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, tweede volzin, wordt «ambtenaar van de Scheepsmetingsdienst» vervangen door: een door het bestuurscollege aangewezen functionaris.

2. In het tweede lid, onderdeel a, onder 3°, wordt «zeeschip» vervangen door: schip.

3. In het tweede lid, onderdeel b, onder 3°, wordt «Landsverordening regelende het overgangsrecht ter gelegenheid van de invoering van de Boeken 1, 5 en volgende van het Burgerlijk Wetboek» vervangen door: Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek BES.

4. In het derde lid wordt «Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering» vervangen door: Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES.

5. In het vierde en vijfde lid wordt «Burgerlijk Wetboek» vervangen door: Burgerlijk Wetboek BES.

E

Onderdeel W komt te luiden

W

In artikel 36, tweede en derde lid, wordt «Landsverordening regelende het overgangsrecht ter gelegenheid van de invoering van de Boeken 1, 3 en volgende van het Burgerlijk Wetboek» vervangen door: Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek BES.

F

Onderdeel Y komt te luiden:

Y

In artikel 39 wordt «het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba» vervangen door: Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Curaçao, Aruba, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

G

Na onderdeel Y wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

Ya

In artikel 41, eerste lid, wordt «het Nederlands of het Engels» telkens vervangen door: het Nederlands, het Engels of het Papiamento.

7. HOOFDSTUK 15. MINISTER VOOR WONEN, WIJKEN EN INTEGRATIE

A

Artikel 15.1 (Wet Huurcommissie-Regeling BES) wordt als volgt gewijzigd:

A

Voor onderdeel A worden twee onderdelen toegevoegd, luidende:

aA

In de inleidende bepaling wordt «Burgerlijk Wetboek voor Curaçao» vervangen door Burgerlijk Wetboek BES.

bA

Artikel 1 komt te luiden:

Artikel 1

In elk der openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt door het bestuurscollege een huurcommissie ingesteld die bevoegd is voor het desbetreffende openbare lichaam.

B

Onderdeel B komt te luiden:

B

Artikel 2 bis wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «eilandgebieden Bonaire, Saba, Sint Eustatius en Sint Maarten» vervangen door: openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

2. Het vierde lid, eerste volzin, komt te luiden: De eilandsraad kan de in de voorgaande leden genoemde percentages verhogen of verlagen.

3. Het vijfde lid komt te luiden:

5. a. De huurcommissie geeft bij haar beslissing aan wanneer de vastgestelde huurprijs voor de nieuw gebouwde, na 1 maart 1977 voor het eerst in gebruik genomen woning ingaat. De dag van ingang mag niet op een vroegere datum worden vastgesteld dan de dag waarop het verzoek tot huurprijsvaststelling is ingediend.

b. Bij verhuur van een gemeubileerde woning is de verhuurder verplicht de prijzen voor woning en meubilering afzonderlijk vast te stellen. Voor de meubilering mag geen hogere huurprijs worden berekend dan het bedrag dat door de huurcommissie is vastgesteld.

4. Het zesde lid komt te luiden:

6. Wanneer het bedrag der bouwkosten, waaronder begrepen de waarde van de grond, van woningen door de huurcommissie op USD 56 000 of meer is vastgesteld, zijn de bepalingen van deze wet welke betrekking hebben op de huurprijs niet meer van toepassing op bedoelde woningen.

C

Na onderdeel D wordt een nieuw onderdeel ingevoegd, luidende:

Da

In de artikelen 5, 14, 15, 16, 29, 77, 80, 81, 82, 83, 84, 85, 86, 87 en 88 wordt «de Kantonrechter» vervangen door: het Gerecht in eerste aanleg.

D

Onderdeel I komt te luiden:

I

In artikel 12 wordt «Burgerlijk Wetboek voor Curaçao» vervangen door: Burgerlijk Wetboek BES.

E

In onderdeel J wordt in artikel 13 «een geldboete van de ten hoogste USD 560» vervangen door: een geldboete van de eerste categorie.

F

Na onderdeel J wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

Ja

In artikel 14 wordt «justitiekosten in strafzaken (P.B. 1932, no.73)» wordt vervangen door: Besluit tarief justitiekosten strafzaken BES.

G

Na onderdeel N wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

Na

In artikel 26 wordt «dit besluit» vervangen door: deze wet.

H

Na onderdeel KK wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

KKa

In de titel van hoofdstuk III wordt «de Kantonrechter» vervangen door: het Gerecht in eerste aanleg.

TOELICHTING

1. HOOFDSTUK 2. MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

A (Wet op de parlementaire enquête 2008)

Bij aanvang van de transitie wordt de Algemene wet op het binnentreden vooralsnog niet van toepassing op de BES-eilanden. Daarom was in het wetsvoorstel oorspronkelijk voorzien in een van toepassing verklaring van artikelen uit het Wetboek van Strafvordering BES inzake het betreden van plaatsen. Voor de situatie dat een parlementaire enquêtecommissie plaatsen betreedt op de BES-eilanden, is het echter bij nader inzien gewenst dat de Algemene wet op het binnentreden hierbij tevens van toepassing is in plaats van de desbetreffende artikelen uit het Wetboek van Strafvordering BES.

B (Wet incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement)

Omdat de Rijksvertegenwoordiger voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bestuursorgaan is van de rijksoverheid en zijn bevoegdheden uitoefent onder verantwoordelijkheid van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, is het gewenst bij wet te bepalen dat een lid van de Staten-Generaal of van het Europees Parlement niet tevens het ambt van Rijksvertegenwoordiger kan vervullen. Het nieuwe artikel 2.9a strekt hiertoe.

3. HOOFDSTUK 6. MINISTER VAN FINANCIËN

A (Wet loonbelasting BES)

1. Met deze wijziging van artikel 6.4b, onderdeel D, wordt een omissie hersteld.

2. De wijziging van onderdeel N strekt ertoe een tweede lid toe te voegen aan het voorgestelde artikel 9a van de Wet loonbelasting BES. Het nieuwe tweede lid bevat een versoepeling van de gebruikelijkloonregeling. Deze versoepeling geldt in het kalenderjaar van oprichting van een lichaam en de drie daaropvolgende kalenderjaren. Een aanmerkelijkbelanghouder/werknemer die gedurende deze periode werkzaamheden verricht ten behoeve van een dergelijk lichaam kan er in die periode voor kiezen om het gebruikelijk loon te stellen op de commerciële winst van het lichaam. Gevolg daarvan is dat in de opstartfase van een nieuwe, in een lichaam ondergebrachte, onderneming, bij de vaststelling van de hoogte van het gebruikelijk loon kan worden uitgegaan van het daadwerkelijk behaalde (commerciële) resultaat. In die jaren is het in het eerste lid opgenomen gebruikelijk loon van USD 20 000 niet van toepassing. Ingeval het lichaam in de aanloopfase verlies maakt, wordt het gebruikelijk loon op nihil gesteld. Ingeval het lichaam in de aanloopfase een hogere winst maakt dan USD 20 000 kan de aanmerkelijkbelanghouder/werknemer afzien van de keuze van toepassing van het tweede lid. In dat geval geldt de in het eerste lid opgenomen hoofdregel, met als uitgangspunt een gebruikelijk loon van USD 20 000, ter bepaling van de omvang van het gebruikelijk loon.

Omdat de commerciële winst van het lichaam pas na afloop van het kalenderjaar kan worden vastgesteld, zal in het kalenderjaar zelf moeten worden uitgegaan van een schatting van het op de commerciële winst gebaseerde gebruikelijk loon. Ingeval na afloop van het kalenderjaar blijkt dat de commerciële winst over een bepaald kalenderjaar afwijkt van de schatting, zal dit verschil fiscaal moeten worden gecorrigeerd. De inspecteur kan een dergelijke correctie op een achteraf bezien te laag gebruikelijk loon zowel via de loonbelasting als via de inkomstenbelasting effectueren, en daarbij kiezen voor de meest praktische mogelijkheid. Feitelijk genoten loon dat eenmaal via de Wet loonbelasting BES in de heffing is betrokken, blijft belast.

Om praktische redenen wordt onderdeel N opnieuw vastgesteld. Het eerste (aanvankelijk enige) lid van artikel 9a is inhoudelijk ongewijzigd.

B (Wet melding ongebruikelijke transacties BES)

1. De verwijzing in artikel 3, tweede lid, van de Wet melding ongebruikelijke transacties BES naar de Wet politie, brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing BES is niet meer actueel. Het regime voor de verwerking van persoonsgegevens is, mede op advies van de Raad van State, uit het desbetreffende wetsvoorstel geschrapt. In plaats daarvan zal in de openbare lichamen het in de Wet politiegegevens opgenomen regime voor de verwerking van persoonsgegevens van toepassing worden. Onderhavige wijziging strekt ertoe artikel 3, tweede lid, van de Wet melding ongebruikelijke transacties BES hiermee in overeenstemming te brengen. De daarin opgenomen verwijzing naar de Wet politiegegevens is vergelijkbaar met de in de Nederlandse Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme naar die wet opgenomen verwijzing.

2. De wijziging van artikel 6.5, onderdeel N, strekt tot herstel van een omissie.

C (Wet toezicht bank- en kredietwezen 1994 BES)

1. In november 2008 zijn Nederland en de BES-eilanden overeengekomen dat de US dollar de officiële munteenheid van de openbare lichamen zal worden. Het daartoe strekkende wetsvoorstel voor de Wet geldstelsel BES zal vrijwel gelijktijdig met deze nota van wijziging bij Uw Kamer worden ingediend. In genoemd wetsvoorstel wordt reeds geregeld dat kredietinstellingen de verplichting hebben om alle bij hen aangehouden (girale) tegoeden in Nederlands-Antilliaanse guldens bij invoering van de dollar om te zetten in dollartegoeden. Daarnaast is het vanzelfsprekend ook van belang dat kredietinstellingen, waar nodig, hun financiële producten aanpassen in verband met de invoering van de dollar. Daarbij moet met name worden gedacht aan betaal- en spaarrekeningen, met inbegrip van daarmee samenhangende faciliteiten zoals pinpassen of internetfaciliteiten. Deze producten moeten geschikt zijn voor deelname aan het binnenlandse betalingsverkeer in de openbare lichamen, dat vanaf de invoering van de dollar uitsluitend in dollars zal plaatsvinden. Met het oog hierop wordt in de Wet toezicht bank- en kredietwezen 1994 BES de bepaling opgenomen dat kredietinstellingen er zorg voor moeten dragen dat de betaal- en spaarrekeningen die zij in de openbare lichamen aanbieden, geschikt zijn voor deelname aan het betalingsverkeer in de openbare lichamen (artikel 26a, eerste lid). Die verplichting geldt uiteraard niet voor rekeningen die bestemd zijn voor deelname aan het betalingsverkeer met het buitenland (artikel 26a, tweede lid). Bij twijfel of een rekening wel of niet voor deelname aan het betalingsverkeer met het buitenland bestemd is, is de bedoeling van de rekeninghouder doorslaggevend.

2. De wijziging van de onderdelen Ma en AA strekt tot aanpassing van de verwijzing naar de boetebepaling in de wet in verband met de gewijzigde nummering van het betreffende artikel.

D (Wet toezicht trustwezen BES)

De wijziging van artikel 6.9, onderdeel Ja, strekt ertoe de reikwijdte van het voorgestelde artikel 14a van de Wet toezicht trustwezen in overeenstemming te brengen met de definitie van trustmaatschappij in de FATF-aanbevelingen, die mede ziet op andere vormen van dienstverlening dan beheersdiensten in de zin van artikel 1 van genoemde wet.

HOOFDSTUK 8 MINISTER VAN JUSTITIE

Met de voorgestelde aanpassingen worden enkele correcties en aanvullingen doorgevoerd.

Een aantal wijzigingen die verband houden met het strafrecht worden nader toegelicht.

De aanvullingen van artikel 51a, tweede lid, van de Uitleveringswet in artikel 8.19 hangen met name samen met de wetswijzigingen ten gevolge van de wet van 26 november 2009 tot partiële wijziging van het Wetboek van Strafrecht, Wetboek van Strafvordering en enkele aanverwante wetten in verband met rechtsontwikkelingen, internationale verplichtingen en geconstateerde wetstechnische gebreken en leemten (Stb. 2009, 525). Hetzelfde geldt voor de wijzigingen in de onderdelen A, B onderdelen CB en CBA, C, D, F onderdeel IIIB en I.

De wijzigingen in de onderdelen B, onderdeel CA, F, onderdeel IIIA, G, H, J, N, O onderdelen CCCCCCB en CCCCCCBA, P, en Q van het Wetboek van Strafrecht BES vloeien voort uit de wet van 12 juni 2009 tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht, Wetboek van Strafvordering en enkele aanverwante wetten in verband met de strafbaarstelling van het deelnemen en meewerken aan training voor terrorisme, uitbreiding van de mogelijkheden tot ontzetting uit het beroep als bijkomende straf en enkele andere wijzigingen (Stb. 2009, 245).

De goedkeuring en uitvoering van het op 25 oktober 2007 te Lanzarote totstandgekomen Verdrag van de Raad van Europa inzake de bescherming van kinderen tegen seksuele uitbuiting en seksueel misbruik (Trb. 2008, 58) liggen ten grondslag aan de wijzigingen van het Wetboek van Strafrecht BES in de onderdelen K, L, M en O onderdeel CCCCCCA. De wijziging van het Wetboek van Strafvordering is ook ingegeven door laatstgenoemd wetsvoorstel.

HOOFDSTUK 12. MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT

Onderdeel A: Wet vervoer gevaarlijke stoffen

De aanpassing van artikel 3a is met name technisch van aard en is bedoeld om misverstanden te voorkomen over de reikwijdte van de bevoegdheid en de verbodsbepaling. De bevoegdheid tot het stellen van regels strekt zich uit tot alle handelingen, bedoeld in artikel 2 van de wet, voor zover die plaatsvinden op de BES-eilanden. Uit die regels moet in elk geval blijken met welke vervoermiddelen de handelingen mogen worden verricht. Indien van de bevoegdheid tot het stellen van regels gebruik wordt gemaakt, zijn de handelingen met andere vervoermiddelen niet toegestaan. Voorts is uit een inventarisatie van de vervoersstromen op de BES-eilanden gebleken dat de benodigde regels van dusdanig detailniveau zijn, dat zij zich veeleer lenen voor vaststelling op het niveau van een ministeriële regeling. Tevens is van deze gelegenheid gebruik gemaakt om artikel 49 van overeenkomstige toepassing te verklaren, op grond waarvan een vergoeding verschuldigd is voor onder meer ontheffingsverzoeken. Bij het eerder voorgestelde artikel 3a ontbrak deze bepaling abusievelijk.

Onderdeel B: Wet op het Koninklijk Meteorologisch Instituut

Met deze technische aanpassing wordt verduidelijkt dat de Wet op het KNMI na transitie zowel op het Europese grondgebied van Nederland van toepassing is als op de BES.

Onderdeel C: Loodsenwet 2001 BES

Dit artikel corrigeert de in de eerste nota van wijziging voorgestelde wijziging van artikel 12.13, onderdeel L (aanpassing van artikel 14 van de Loodsenwet 2001 BES). Deze bleek wetgevingstechnisch niet juist te zijn. De voorgestelde wijziging beoogt de strafbepaling van artikel 14 van de Loodsenwet BES ook van toepassing te laten zijn op situaties waarin een loodsplicht geldt op grond van artikel 1, tweede lid, van de Loodsenwet 2001 BES. Daarnaast bleek de wijziging van het derde lid, abusievelijk te zijn voorgesteld voor het tweede lid van artikel 14. Beide omissies worden hierbij gecorrigeerd.

Onderdeel D: Luchtvaartwet BES

Abusievelijk was in onderdeel X de Nederlandse term «luchthaven» opgenomen, in plaats van de term die op de BES gebruikt wordt: luchtvaartterrein. Onderdeel D herstelt deze verschrijving.

De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelatie,

A. Th. B. Bijleveld-Schouten