Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201131950 nr. 11

31 950 Aanpassing van enige wetten teneinde een aantal zelfstandige bestuursorganen onder de werking van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen te brengen

Nr. 11 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 28 oktober 2010

Bij brief van 30 september 2010 verzocht u toenmalig minister Klink van VWS te reageren op een bericht ontvangen van de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO) d.d. 15 september 2010. In dit bericht geeft de CCMO een reactie op de aanpassing van de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen (WMO) aan de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

Het wetsvoorstel ter aanpassing van enige wetten teneinde een aantal zelfstandige bestuursorganen (ZBO’s) onder de werking van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen1 te brengen is door uw Kamer op 30 juni 2010 plenair behandeld. Tijdens dat debat heeft mijn ambtsvoorganger toegezegd u een brief te sturen waarin zou worden ingegaan op een aantal vragen die tijdens het debat aan de orde kwamen. Deze brief heeft u op 28 september 2010 ontvangen2.

De CCMO uit haar zorgen over de de mogelijkheid dat voor de CCMO geen uitzondering zal worden gemaakt voor artikel 22 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen dat de Minister de bevoegdheid geeft besluiten van een ZBO te vernietigen. Zij geeft argumenten die ook in de brief van 28 september, in de memorie van toelichting en de nota naar aanleiding van het verslag zijn verwoord. Ik deel de visie en de argumenten die in deze stukken door mijn ambtsvoorganger met betrekking tot dit aspect naar voren zijn gebracht.

Het instellingsmotief voor de CCMO is geweest dat het gaat om besluiten over individuele onderzoeksprotocollen die op afstand van de politiek tot stand moeten komen. Bij de vorming van een oordeel staat centraal de ethische afweging van de risico’s en de belasting voor de individuele deelnemende proefpersonen tegen het belang van het onderzoek. De mogelijkheid van politieke bemoeienis via een vernietigingsrecht verhoudt zich niet met dit instellingsmotief.

Ik vertrouw erop u met bovenstaande, in aanvulling op de brief van 28 september 2010, voldoende te hebben geïnformeerd.

De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E. I. Schippers


XNoot
1

Kamerstukken II 31 950.

XNoot
2

Kamerstukken II, 2010/11, 31 950, nr 10.