Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2008-200931938 nr. 2

31 938
Voorstel van wet van het lid De Roon tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht en van enige andere wetten, strekkende tot wijziging van het sanctiestelsel, tot wijziging van de leeftijdsgrenzen in het strafrecht en tot aanscherping van de bepalingen inzake voorlopige hechtenis

nr. 2
VOORSTEL VAN WET

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is het sanctiestelsel aan te passen alsmede de leeftijdsgrenzen in het strafrecht te wijzigen en een aantal bepalingen inzake voorlopige hechtenis aan te scherpen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en in gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

Het Wetboek van Strafrecht wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel 9a wordt een volzin toegevoegd, luidende: Deze bepaling is niet van toepassing, in de gevallen, bedoeld in de artikelen 10a of 10b.

B

Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt het woord «vijftien» vervangen door: zestig.

2. In het derde lid wordt het woord «dertig» vervangen door: zeventig.

3. In het derde lid wordt het woord «vijftien» vervangen door: zestig.

4. In het vierde lid wordt het woord «dertig» vervangen door: zeventig.

C

Na artikel 10 worden drie artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 10a

1. Bij veroordeling ter zake van een misdrijf als bedoeld in de artikelen 92 tot en met 97, 108, 115, 121 tot en met 125, 140, 141, tweede lid, aanhef en onder 1°, 2° of 3°, 151, 157, 161bis aanhef en onder 3° of 4°,161quater, 161sexies aanhef en onder 3° of 4°, 162, 162a, 164, 166, 168, 170, 172, 173a, 174, 181 aanhef en onder 2° of 3°, 182, tweede lid, aanhef en onder 2° of 3°, 240b, 242 tot en met 250, 252, tweede of derde lid, 274 tot en met 278, 282, 282a, 287 tot en met 294, 296, 300, tweede of derde lid, 301 tot en met 304, 306, 312, 317, 381 tot en met 385d, 417 of 420ter van deze wet of een misdrijf als bedoeld in artikel 10, derde, vierde of vijfde lid, van de Opiumwet of in artikel 55, derde of vierde lid, van de Wet wapens en munitie, wordt in ieder geval een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd met een duur van ten minste een derde van de tijdelijke gevangenisstraf die voor dat misdrijf kan worden opgelegd.

2. De tijdelijke onvoorwaardelijke gevangenisstraf bedraagt ten minste twee derde van de maximaal op te leggen straf indien tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijftien jaren zijn verlopen sedert de veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf wegens een der misdrijven genoemd in het eerste lid, in kracht van gewijsde is gegaan. De termijn van vijftien jaren wordt verlengd met de tijd waarin de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen.

3. Levenslange gevangenisstraf wordt opgelegd, indien levenslange gevangenisstraf is gesteld op het gepleegde misdrijf en nog geen vijftien jaren zijn verlopen sedert de veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf wegens een der misdrijven genoemd in het eerste lid, in kracht van gewijsde is gegaan. De termijn van vijftien jaren wordt verlengd met de tijd waarin de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen.

Artikel 10b

1. Bij een eerste veroordeling ter zake van de navolgende misdrijven, wordt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd met een duur van ten minste:

a. twaalf maanden in geval van een misdrijf als bedoeld in artikel 141, eerste lid;

b. twee maanden in geval van een misdrijf als bedoeld in artikel 285;

c. vier maanden in geval van een misdrijf als bedoeld in artikel 285 indien het feit openlijk is begaan;

d. drie maanden in geval van een misdrijf als bedoeld in artikel 300, eerste lid;

e. zes maanden in geval van een misdrijf als bedoeld in artikel 300, eerste lid, indien het feit openlijk is begaan;

f. drie maanden in geval van een misdrijf als bedoeld in artikel 122, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;

g. twaalf maanden in geval van een misdrijf, bedoeld in artikel 122, eerste lid van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, indien het misdrijf zwaar lichamelijk letsel of de dood ten gevolge heeft gehad.

2. Indien tijdens het plegen van enig misdrijf als bedoeld in het eerste lid nog geen acht jaren zijn verlopen sedert de veroordeling van de schuldige tot enige overeenkomstig het eerste lid opgelegde onvoorwaardelijke gevangenisstraf in kracht van gewijsde is gegaan, bedraagt de duur van de op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf ten minste het dubbele van de in het eerste lid genoemde periode. De termijn van acht jaren wordt verlengd met de tijd waarin de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen.

3. Indien tijdens het plegen van enig misdrijf als bedoeld in het eerste lid nog geen acht jaren zijn verlopen sedert de veroordeling van de schuldige tot enige overeenkomstig het tweede lid opgelegde onvoorwaardelijke gevangenisstraf in kracht van gewijsde is gegaan, wordt de maximaal op het misdrijf gestelde gevangenisstraf onvoorwaardelijk opgelegd. De termijn van acht jaren wordt verlengd met de tijd waarin de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen.

Artikel 10c

1. Bij een eerste veroordeling ter zake van enig misdrijf, waaronder mede worden begrepen misdrijven die strafbaar zijn gesteld in de Opiumwet, de Wet wapens en munitie of de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren, voor zover niet genoemd in artikel 10a of 10 b, wordt in ieder geval een voorwaardelijke gevangenisstraf van ten minste drie maanden opgelegd. De rechter neemt daarbij het bepaalde in artikel 14a, eerste en tweede lid, in acht. Het in de eerste volzin bepaalde, vindt geen toepassing bij misdrijven waarop niet meer dan zes maanden gevangenisstraf is gesteld.

2. Indien tijdens het plegen van het misdrijf nog geen acht jaren zijn verlopen sedert de veroordeling van de schuldige tot enige straf wegens een misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan wordt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd van voor het gepleegde misdrijf geldende minimum duur. De termijn van acht jaren wordt verlengd met de tijd waarin de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen.

3. De duur van de in het tweede lid bedoelde onvoorwaardelijke gevangenisstraf bedraagt ten minste:

a. drie maanden voor de misdrijven, bedoeld in de artikelen 310, 311, eerste lid, aanhef en onder 1° of 2°, 321 tot en met 323, 326, 350, 416 en 420bis;

b. zes maanden voor de misdrijven, bedoeld in de artikelen 181, aanhef en onder 1°, en 182, eerste lid of tweede lid, aanhef en onder 1°;

c. twaalf maanden voor de misdrijven, bedoeld in artikel 311, eerste lid, aanhef en onder 3°, 4°, 5° of 6°;

d. achttien maanden voor de misdrijven, bedoeld in artikel 311, tweede lid;

4. Indien tijdens het plegen van het misdrijf nog geen acht jaren zijn verlopen sedert de veroordeling van de schuldige tot de overeenkomstig het tweede lid opgelegde onvoorwaardelijke gevangenisstraf in kracht van gewijsde is gegaan, bedraagt de duur van de op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf ten minste het dubbele van de in het derde lid genoemde periode. De termijn van acht jaren wordt verlengd met de tijd waarin de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen.

5. Indien tijdens het plegen van het misdrijf nog geen acht jaren zijn verlopen sedert de veroordeling van de schuldige tot de overeenkomstig het vierde lid opgelegde onvoorwaardelijke gevangenisstraf in kracht van gewijsde is gegaan, wordt de maximaal op het misdrijf gestelde gevangenisstraf onvoorwaardelijk opgelegd. De termijn van acht jaren wordt verlengd met de tijd waarin de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen.

D

In artikel 14g, wordt onder vernummering van het tweede tot en met het vijfde lid tot het derde tot en met het zesde lid, een lid ingevoegd, luidende:

2. Volledige tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf wordt in ieder geval bevolen, indien de veroordeelde de algemene voorwaarde, bedoeld in artikel 14c, eerste lid, heeft geschonden door het plegen van een misdrijf, waaronder mede worden begrepen misdrijven die strafbaar zijn gesteld in de Opiumwet, de Wet wapens en munitie of de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren.

E

Artikel 22c wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt het woord «vierhonderdentachtig» vervangen door: tweehonderdenveertig.

2. In het tweede lid wordt het woord «tweehonderdenveertig» vervangen door: honderdentwintig.

3. In het derde lid wordt de zinsnede «een jaar» vervangen door: zes maanden.

F

In artikel 22d, derde lid, wordt de zinsnede «acht maanden» vervangen door: vier maanden.

G

Artikel 45 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede en derde lid vervallen.

2. Het vierde lid wordt vernummerd tot tweede lid en komt als volgt te luiden:

2. De hoofdstraffen en de bijkomende straffen zijn voor poging dezelfde als voor het voltooide misdrijf.

H

In artikel 49 wordt, onder vernummering van het derde en vierde lid tot vierde en vijfde lid, een lid ingevoegd, luidende:

3. De artikelen 10a, 10b en 10c zijn van toepassing in geval van medeplichtigheid, met dien verstande dat de in die artikelen genoemde strafminima ten aanzien van de medeplichtige met een derde worden verminderd.

I

Artikel 57 komt als volgt te luiden:

Artikel 57

Bij samenloop van feiten die als op zichzelf staande handelingen moeten worden beschouwd en meer dan één misdrijf opleveren, wordt voor elk feit zonder vermindering straf opgelegd.

J

Artikel 58 vervalt.

K

In de artikelen 60, 60a en 62 wordt de zinsnede «de artikelen 57 en 58» telkens vervangen door: artikel 57.

L

Artikel 77a wordt als volgt gewijzigd:

1. Het woord «twaalf» wordt vervangen door: tien.

2. Het woord «achttien» wordt vervangen door: zestien.

M

Artikel 77b, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. Het woord «zestien» wordt vervangen door: veertien.

2. Het woord «achttien» wordt vervangen door: zestien.

N

Artikel 77c wordt als volgt gewijzigd:

1. Het woord «achttien» wordt vervangen door: zestien.

2. Het woord «eenentwintig» wordt vervangen door: achttien.

O

In de artikelen 92, 93, 94, 95 en 97, eerste lid, wordt de zinsnede «dertig jaren» telkens vervangen door: zestig jaren.

P

Artikel 108 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt de zinsnede «vijftien jaren» vervangen door: dertig jaren.

2. In het tweede lid wordt de zinsnede «dertig jaren» vervangen door: zestig jaren.

Q

Artikel 115 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt de zinsnede «vijftien jaren» vervangen door: dertig jaren.

2. In het tweede lid wordt de zinsnede «dertig jaren» vervangen door: zestig jaren.

R

In artikel 140, eerste lid, wordt de zinsnede «zes jaren» vervangen door: vierentwintig jaren.

S

Artikel 141 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid, onder 1°, wordt de zinsnede «indien hij opzettelijk goederen vernielt» vervangen door: indien daarbij enig goed is vernield.

2. In het tweede lid, onder 1°, vervalt de zinsnede «door hem».

3. Het derde lid vervalt.

T

In artikel 151 wordt de zinsnede «twee jaren» vervangen door: dertig jaren.

U

Artikel 157 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder 2° wordt de zinsnede «vijftien jaren» vervangen door: vierentwintig jaren.

2. Onder 3° wordt de zinsnede «dertig jaren» vervangen door: zestig jaren.

V

Artikel 161bis wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder 3° wordt de zinsnede «negen jaren» vervangen door: vierentwintig jaren.

2. Onder 4° wordt de zinsnede «dertig jaren» vervangen door: zestig jaren.

W

Artikel 161quater wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder 1° wordt de zinsnede «vijftien jaren» vervangen door: vierentwintig jaren.

2. Onder 2° wordt de zinsnede «dertig jaren» vervangen door: zestig jaren.

X

Artikel 161sexies, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder 3° wordt de zinsnede «negen jaren» vervangen door: vierentwintig jaren.

2. Onder 4° wordt de zinsnede «dertig jaren» vervangen door: zestig jaren.

Y

Artikel 162 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder 1° wordt de zinsnede «negen jaren» vervangen door: vierentwintig jaren.

2. Onder 2° wordt de zinsnede «dertig jaren» vervangen door: zestig jaren.

Z

Artikel 162a wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder 1° wordt de zinsnede «negen jaren» vervangen door: vierentwintig jaren.

2. Onder 2° wordt de zinsnede «vijftien jaren» vervangen door: zestig jaren.

AA

Artikel 164 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt de zinsnede «vijftien jaren» vervangen door: vierentwintig jaren.

2. In het tweede lid wordt de zinsnede «dertig jaren»vervangen door: zestig jaren.

AB

Artikel 168 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder 1° wordt de zinsnede «vijftien jaren» vervangen door: vierentwintig jaren.

2. Onder 2° wordt de zinsnede «dertig jaren» vervangen door: zestig jaren.

AC

Artikel 170 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder 2° wordt de zinsnede «vijftien jaren» vervangen door: vierentwintig jaren.

2. Onder 3° wordt de zinsnede «dertig jaren» vervangen door: zestig jaren.

AD

In artikel 172, eerste lid, onder 2°, wordt de zinsnede «vijftien jaren» vervangen door: zestig jaren.

AE

Artikel 173a wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder 1° wordt de zinsnede «twaalf jaren» vervangen door: vierentwintig jaren;

2. Onder 2° wordt de zinsnede «vijftien jaren» vervangen door: zestig jaren.

AF

Artikel 174 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt de zinsnede «vijftien jaren» vervangen door: vierentwintig jaren.

2. In het tweede lid wordt de zinsnede «dertig jaren» vervangen door: zestig jaren.

AG

Artikel 240b wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt de zinsnede «vier jaren» vervangen door: vijftien jaren.

2. In het tweede lid wordt de zinsnede «zes jaren» vervangen door: twintig jaren.

AH

In artikel 242 wordt de zinsnede «twaalf jaren» vervangen door: dertig jaren.

AI

In artikel 243 wordt de zinsnede «acht jaren» vervangen door: twintig jaren.

AJ

In artikel 244 wordt de zinsnede «twaalf jaren» vervangen door: dertig jaren.

AK

In de artikelen 245 en 246 wordt de zinsnede «acht jaren» telkens vervangen door: twintig jaren.

AL

In artikel 247 wordt de zinsnede «zes jaren» vervangen door: vijftien jaren.

AM

Artikel 248 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt de zinsnede «twaalf jaren» vervangen door: dertig jaren.

2. In het tweede lid wordt de zinsnede «vijftien jaren» vervangen door: zestig jaren.

AN

In de artikelen 248a, 248b en 248c wordt de zinsnede «vier jaren» telkens vervangen door: tien jaren.

AO

In artikel 249, eerste lid, wordt de zinsnede «zes jaren» vervangen door: vijftien jaren.

AP

Artikel 250, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder 1° wordt de zinsnede «vier jaren» vervangen door: tien jaren

2. Onder 2° wordt de zinsnede «drie jaren» vervangen door: acht jaren.

AQ

Artikel 252 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt de zinsnede «zes jaren» vervangen door: vijftien jaren.

2. In het derde lid wordt de zinsnede «negen jaren» vervangen door: vierentwintig jaren.

AR

Artikel 273f wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt de zinsnede «zes jaren» vervangen door: vijftien jaren.

2. In het derde lid wordt de zinsnede «acht jaren» vervangen door: twintig jaren.

3. In het vierde lid wordt de zinsnede «tien jaren» vervangen door: vijfentwintig jaren.

4. In het vijfde lid wordt de zinsnede «twaalf jaren» vervangen door: dertig jaren.

5. In het zesde lid wordt de zinsnede «vijftien jaren» vervangen door: zestig jaren.

AS

In artikel 274 wordt de zinsnede «twaalf jaren» vervangen door: dertig jaren.

AT

Artikel 275 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt de zinsnede «twaalf jaren» vervangen door: dertig jaren.

2. In het tweede lid wordt de zinsnede «vijftien jaren» vervangen door: zestig jaren.

AU

In artikel 276 wordt de zinsnede «negen jaren» vervangen door: vierentwintig jaren.

AV

In artikel 277 wordt de zinsnede «acht jaren» vervangen door: twintig jaren.

AW

In artikel 278 wordt de zinsnede «twaalf jaren» vervangen door: dertig jaren.

AX

Artikel 282 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt de zinsnede «acht jaren» vervangen door: twintig jaren.

2. In het tweede lid wordt de zinsnede «negen jaren» vervangen door: vierentwintig jaren.

3. In het derde lid wordt de zinsnede «twaalf jaren» vervangen door: dertig jaren.

AY

Artikel 282a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt de zinsnede «vijftien jaren» vervangen door: dertig jaren.

2. In het tweede lid wordt de zinsnede «dertig jaren» vervangen door: zestig jaren.

AZ

In artikel 287 wordt de zinsnede «vijftien jaren» vervangen door: dertig jaren.

BA

In de artikelen 288, 288a en 289 wordt de zinsnede «dertig jaren» telkens vervangen door: zestig jaren.

BB

Artikel 296 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt de zinsnede «zes jaren» vervangen door: vijftien jaren.

2. In het derde lid wordt de zinsnede «twaalf jaren» vervangen door: dertig jaren.

3. In het vierde lid wordt de zinsnede «vijftien jaren» vervangen door: zestig jaren.

BC

Artikel 300 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt de zinsnede «vier jaren» vervangen door: tien jaren.

2. In het derde lid wordt de zinsnede «zes jaren» vervangen door: vijftien jaren.

BD

Artikel 301 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt de zinsnede «vier jaren» vervangen door: tien jaren.

2. In het tweede lid wordt de zinsnede «zes jaren» vervangen door: vijftien jaren.

3. In het derde lid wordt de zinsnede «negen jaren» vervangen door: vierentwintig jaren.

BE

Artikel 302 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt de zinsnede «acht jaren» vervangen door: twintig jaren.

2. In het tweede lid wordt de zinsnede «tien jaren» vervangen door: vijfentwintig jaren.

BF

Artikel 303 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt de zinsnede «twaalf jaren» vervangen door: dertig jaren.

2. In het tweede lid wordt de zinsnede «vijftien jaren» vervangen door: zestig jaren.

BG

Artikel 306 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder 1° wordt de zinsnede «twee jaren» vervangen door: tien jaren.

2. Onder 2° wordt de zinsnede «drie jaren» vervangen door: vijftien jaren.

BH

Artikel 312 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt de zinsnede «negen jaren» vervangen door: vierentwintig jaren.

2. In het tweede lid wordt de zinsnede «twaalf jaren» vervangen door: dertig jaren.

3. In het derde lid wordt de zinsnede «vijftien jaren» vervangen door: zestig jaren.

BI

In artikel 317, eerste lid, wordt de zinsnede «negen jaren» vervangen door: vierentwintig jaren.

BJ

Artikel 381, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder 1° wordt de zinsnede «twaalf jaren» vervangen door: dertig jaren.

2. Onder 2° wordt de zinsnede «negen jaren» vervangen door: vierentwintig jaren.

BK

In artikel 382 wordt de zinsnede «vijftien jaren» vervangen door: zestig jaren.

BL

In artikel 383 wordt de zinsnede «twaalf jaren» vervangen door: dertig jaren.

BM

In artikel 384 wordt de zinsnede «acht jaren» vervangen door: twintig jaren.

BN

Artikel 385a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt de zinsnede «vijftien jaren» vervangen door: dertig jaren.

2. In het derde lid wordt de zinsnede «dertig jaren» vervangen door: zestig jaren.

BO

Artikel 385b, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder 2° wordt de zinsnede «twaalf jaren» vervangen door: dertig jaren.

2. Onder 3° wordt de zinsnede «vijftien jaren» vervangen door: zestig jaren.

BP

In artikel 385c wordt de zinsnede «vier jaren» vervangen door: tien jaren.

BQ

Artikel 385d wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder 1° wordt de zinsnede «negen jaren» vervangen door: vierentwintig jaren.

2. Onder 2° wordt de zinsnede «twaalf jaren» vervangen door: dertig jaren.

3. Onder 3° wordt de zinsnede «vijftien jaren» vervangen door: zestig jaren.

BR

In artikel 417 wordt de zinsnede «zes jaren» vervangen door: vijftien jaren.

BS

In artikel 420ter wordt de zinsnede «zes jaren» vervangen door: vijftien jaren.

ARTIKEL II

Het Wetboek van Strafvordering wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 67a wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder vernummering van het eerste tot en met het derde lid tot tweede tot en met vierde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

1. In geval van verdenking van een van de misdrijven, genoemd in artikel 10a, 10b of artikel 10c, tweede tot en met vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht, wordt een bevel tot voorlopige hechtenis gegeven.

2. In het tweede lid (nieuw) wordt de zinsnede «Een op artikel 67 gegrond bevel kan slechts worden gegeven» vervangen door: In de overige gevallen kan een op artikel 67 gegrond bevel slechts worden gegeven.

B

In artikel 69 wordt onder vernummering van het tweede en derde lid tot derde en vierde lid een lid ingevoegd, luidende:

2. Indien de voorlopige hechtenis is opgelegd ter zake van een verdenking van een van de misdrijven, genoemd in artikel 10a, 10b of artikel 10c, tweede tot en met vijfde lid van het Wetboek van Strafrecht, kan zij slechts worden opgeheven:

1°. indien de ernstige bezwaren, bedoeld in artikel 67, ontbreken;

2°. indien ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat aan de verdachte in geval van veroordeling geen onvoorwaardelijke vrijheidsstraf of tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel zal worden opgelegd, dan wel dat hij bij tenuitvoerlegging van het bevel tot voorlopige hechtenis langere tijd van zijn vrijheid beroofd zou blijven dan de duur van de straf of maatregel;

3°. in geval van toepassing van artikel 72.

C

Aan artikel 80 wordt een zevende lid toegevoegd, luidende:

7. Geen schorsing vindt plaats, indien de voorlopige hechtenis is opgelegd ter zake van een verdenking van een van de misdrijven, genoemd in artikel 10a, 10b, of 10c, tweede tot en met vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht.

D

In artikel 486 wordt de zinsnede «twaalf jaren» vervangen door: tien jaren.

E

In artikel 487 wordt de zinsnede «twaalf jaren» vervangen door: 10 jaren.

ARTIKEL III

Artikel 10 van de Opiumwet wordt als volgt gewijzigd:

1. In het derde lid wordt de zinsnede «zes jaren» vervangen door: vijftien jaren.

2. In het vierde lid wordt de zinsnede «acht jaren» vervangen door: twintig jaren.

3. In het vijfde lid wordt de zinsnede «twaalf jaren» vervangen door: dertig jaren.

ARTIKEL IV

Artikel 55 van de Wet wapens en munitie wordt als volgt gewijzigd:

1. In het derde lid wordt de zinsnede «vier jaar» vervangen door: tien jaren.

2. In het vierde en vijfde lid wordt de zinsnede «acht jaren» telkens vervangen door: twintig jaren.

ARTIKEL V

In artikel 6, tweede lid, van de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen wordt de zinsnede «twaalf jaren» vervangen door: tien jaren.

ARTIKEL VI

In artikel 10 van de Overleveringswet wordt de zinsnede «twaalf jaren» vervangen door: tien jaren.

ARTIKEL VII

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Justitie,