Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 juni 2026
Op 15 mei jl. heeft de Commissie voor de mer (hierna: de Commissie) advies uitgebracht
op het milieueffectrapport (MER) voor de wijziging van het luchthavenverkeerbesluit
Schiphol (LVB). Hierover is de Kamer geïnformeerd.1
Zoals in de Kamerbrief bij aanbieding van het advies van de Commissie is aangegeven
en zoals gewisseld bij het Commissiedebat Schiphol van 19 mei jl., laat het advies
van de Commissie de complexiteit zien van het Schipholdossier. Na een jarenlange gedoogsituatie,
waardoor de rechtsbescherming van omwonenden niet goed geborgd is en de juridisch
situatie voor de luchthaven onzeker was, heeft het toenmalige kabinet in 2022 het
besluit genomen om te komen tot een andere balans tussen de economische belangen van
de luchthaven, en de belangen van omwonenden en de leefomgeving. Hiervoor is ook de
verplichte Europese balanced approach-procedure doorlopen. Daarnaast heeft in maart
2024 de rechter in de door de Stichting Recht op bescherming tegen Vliegtuighinder
(RBV) tegen de Staat aangespannen procedure geoordeeld dat de belangen van omwonenden
beter moeten worden meegewogen en de rechtsbescherming binnen een jaar moet worden
hersteld.
Het resultaat van de balanced approach-procedure en de uitwerking van de RBV-uitspraak,
hebben geleid tot het LVB dat nu voorligt. Voor dit LVB is een MER opgesteld, waar
de Commissie een advies op heeft gegeven. Bijgevoegd bij deze brief is de reactienota
MER alsmede het plan van aanpak voor de herziening van het MER opgenomen.
Reactienota MER
Het bevoegd gezag voor de milieueffectrapportage (het directoraat-generaal Milieu
en Internationaal, binnen het Ministerie van IenW) heeft in een reactienota aangegeven
hoe om te gaan met de adviezen van de Commissie en de wettelijke adviseurs voor de
mer. De reactienota is opgenomen als bijlage bij deze brief. Hierin wordt uiteengezet
hoe de initiatiefnemer (het directoraat-generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken, binnen
het Ministerie van IenW) specifiek invulling zal geven aan de adviezen van de Commissie
mer en de Minister van LVVN.
In de reactienota staat dat conform aanbeveling van de Commissie, het MER wordt herzien.
Daarin komt een vergelijking van de effecten met de juridisch vereiste referentiesituatie
en een onderbouwing van de afbakeningen, doelen en doelbereik.
Aanpak herziening MER
De initiatiefnemer heeft op basis van het advies van de Commissie en de reactienota,
een aanpak opgesteld op welke wijze het MER herzien wordt. Dit met als doel om zo
veel mogelijk invulling te geven aan de geadresseerde punten in de reactienota. In
de tweede bijlage wordt dit gedetailleerd uiteengezet. Hierbij wordt aangegeven welke
adviezen al dan niet worden opgevolgd en op welke wijze hieraan invulling wordt gegeven.
Vervolgproces
In de komende weken wordt gewerkt aan de herziening van het MER, conform de reactienota
en het plan van aanpak (zie bijlagen). Tegelijkertijd wordt de laatste hand gelegd
aan de artikelen en de nota van toelichting van het LVB naar aanleiding van de voorhang-
en zienswijzeprocedure. Naar verwachting wordt het aangepaste LVB en MER deze zomer
ter advisering voorgelegd aan de Raad van State. Ik ben voornemens de Raad van State
te verzoeken om de adviesvraag met spoed te behandelen. Dit maakt het mogelijk om
het LVB na verwerking van het advies op tijd vast te stellen en in werking te kunnen
laten treden voor de start van het nieuwe gebruiksjaar op 1 november 2026. Dit is
van belang om het anticiperend handhaven te kunnen beëindigen. Om deze planning te
halen is het belangrijk om de voorhangprocedure in beide Kamers af te ronden voor
het zomerreces.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, V.P.G. Karremans