Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 1 november 2011
Luchtvaartnota
Hierbij bied ik u, zoals u heeft verzocht, opnieuw de luchtvaartnota «Een concurrerende en duurzame luchtvaart voor een sterke
economie» aan. In de Luchtvaartnota, welke op 20 april 2009 is aangeboden aan de Tweede Kamer en op 29 april 2009 aan de Eerste
Kamer1, zijn de lopende beleidstrajecten in samenhang geschetst en is de beleidsagenda voor de luchtvaart voor de komende jaren
integraal neergezet, ook voor de lange termijn. Het verder ontwikkelen van een concurrerende en duurzame luchtvaart voor een
sterke economie staat in de Luchtvaartnota centraal.
Actualisatie brief
Bij de aantreding van het kabinet Rutte in oktober 2010 heeft de Tweede Kamer gevraagd een actualisatie op te stellen van
het in de Luchtvaartnota geformuleerde beleid en de uitwerking hiervan. Via de actualisatiebrief2 van het kabinet van januari 2011 is de Tweede Kamer geïnformeerd over de wijze waarop het kabinet uitwerking wil geven aan
de in de Luchtvaartnota aangekondigde beleidmaatregelen. Daarin heeft het kabinet uiteengezet dat het luchthavenbeleid voor
Nederland nu staat en het zaak is over te gaan tot uitvoering en implementatie van het beleid. Voor de volledigheid treft
u hierbij eveneens deze actualisatie van de Luchtvaartnota aan.
Debat Tweede Kamer
Op 7 februari 2011 is de luchtvaartnota door de Tweede Kamer behandeld. Tijdens het debat heeft de Tweede Kamer haar steun
uitgesproken voor de Luchtvaartnota. De volgende onderwerpen zijn, onder andere, aan de orde gekomen:
Schiphol Mainportontwikkeling en selectiviteit
De urgentie van het selectiviteitsvraagstuk kwam in het debat naar voren. Ik heb daarbij toegezegd om de Tweede Kamer per
brief te informeren over de wijze waarop het selectiviteitsbeleid voor Schiphol zal worden uitgewerkt.
Deze toezegging is inmiddels afgedaan. In het AO Luchtvaart van 6 september 2011 is deze brief geagendeerd en besproken3.
Eindhoven
Tijdens het debat over de Luchtvaartnota is uitgebreid gesproken over het advies van de Alderstafel Eindhoven. Er is brede
steun uitgesproken voor dit advies van de Alderstafel. Dit komt mede tot uiting in de aangenomen motie Haverkamp/Huizing (31 926-51). Deze motie: «verzoekt de regering om de implementatie van de business case en de omzetting van de luchtverkeersbesluiten
voortvarend ter hand te nemen en deze zoveel mogelijk aan te laten sluiten bij de besluitvormingsprocedures zoals deze gelden
voor de luchthaven Schiphol.»
Toezegging Eerste Kamer
Tijdens de plenaire behandeling van het wetsvoorstel Regelgeving burgerluchthavens en militaire luchthavens (RBML) op 8 en
9 december 2008 heeft u met mijn voorganger gesproken over het in de Tweede Kamer aangenomen amendement Haverkamp (Tweede
Kamer 2007–2008, 30 452, nr. 44). Tijdens deze behandeling heeft mijn voorganger aan uw Kamer toegezegd u in de gelegenheid te stellen – voor de inwerkingtreding
van het onderdeel dat betrekking heeft op het besluitvormingsregime van Schiphol voor de regionale luchthavens die een stelsel
van samenwerkende luchthavens met Schiphol vormen – om van gedachten te wisselen over de beoogde samenwerking en over die
luchthavens van nationale betekenis die het concreet betreft.
Met het aanbieden van de Luchtvaartnota, de actualisatie brief en het geven van een weergave van hetgeen is behandeld in de
Tweede Kamer, wil ik invulling geven aan de toezegging.
In verband met het door de Tweede Kamer aangenomen amendement Haverkamp en de motie Haverkamp/Huizing ben ik voornemens de
betreffende bepaling in werking te laten treden voorafgaand aan het te nemen luchthavenbesluit Eindhoven. Na inwerkingtreding
van de betreffende bepaling ben ik voornemens de wetstekst bij een eerstvolgende gelegenheid aan te passen door expliciet
op te nemen om welke luchthavens het gaat.
De formele besluitvormingprocedure voor het luchthavenbesluit Eindhoven wordt op korte termijn opgestart. Het is met het oog
hierop van belang om voor het einde van het jaar duidelijkheid te creëren over welk besluitvormingsregime wordt gevolgd.
In dit licht verzoek ik u, indien u hierover nog met mij van gedachten wilt wisselen, dit op korte termijn te doen.
De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,
J. J. Atsma