Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202031936 nr. 759

31 936 Luchtvaartbeleid

Nr. 759 MOTIE VAN HET LID KRÖGER

Voorgesteld tijdens het Notaoverleg van 18 juni 2020

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de luchtvaart veel overlast voor de natuur en de gezondheid en klimaatschade veroorzaakt, maar ook direct en indirect werkgelegenheid creëert;

overwegende dat een goede internationale bereikbaarheid van Nederland en de bereikbaarheid van andere landen voor Nederlanders belangrijk is;

overwegende dat Nederland volgens de concept-Luchtvaartnota «de vraag naar luchtvaart selectief (moet) ondersteunen, waar die de grootst mogelijke waarde heeft voor de Nederlandse economie» en dat daarmee wordt erkend dat niet elke vlucht of elke passagier van (grote) waarde is;

overwegende dat de Commissie voor de m.e.r. «adviseert hoe dan ook te verhelderen wat het achterliggende doel bij ontwikkeling of groei van de luchtvaart» is;

overwegende dat veel experts verwachten dat de vraag naar zakelijke reizen in het postcoronatijdperk zal afnemen;

verzoekt de regering, om te (laten) onderzoeken voor hoeveel vluchten er nationale vraag is, hoe Nederland zich exclusief kan richten op passagiers en routes die voor Nederland van waarde zijn, hoe Nederland daarmee voldoende met de wereld verbonden kan zijn, hoeveel vluchten hier minimaal voor nodig zijn en welke sturingsmiddelen nodig zijn om hierop te kunnen sturen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Kröger