Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201731936 nr. 353

31 936 Luchtvaartbeleid

Nr. 353 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 26 september 2016

In het AO Luchtvaart van 1 juni j.l. (Kamerstuk 31 936, nr. 352) heb ik in antwoord op een vraag van de heer Elias toegezegd uw Kamer vóór 1 oktober te informeren over de voortgang van de maatregelen van LVNL om het tekort aan luchtverkeersleiders terug te dringen. Met deze brief informeer ik u over de stand van zaken.

Zoals u weet is de top van de LVNL onlangs vernieuwd. Sinds 1 mei 2016 is CEO Michiel van Dorst aangetreden, CFO Marlou Banning is op 8 augustus gestart.

Ik heb vertrouwen in de wijze waarop het bestuur van de LVNL aan de slag is gegaan. LVNL werkt met volle inzet aan de arbeidsvoorwaarden naar aanleiding van het kabinetsbesluit over de WNT-3 dit voorjaar, aan de projectenplanning en aan het terugdringen van het capaciteitstekort. Het is duidelijk dat er nu meters moeten worden gemaakt. Ik ben er dus scherp op dat LVNL de knelpunten voortvarend oppakt. Ik wil LVNL wel de ruimte geven om deze oplossingen uit te werken en niet op de uitkomsten vooruitlopen.

Arbeidsvoorwaarden

Ik heb het Bestuur van LVNL gevraagd om met de bonden afspraken te maken over herziening van de arbeidsvoorwaarden van luchtverkeersleiders, en daarbij ook tot afspraken te komen voor een vergroting op korte termijn van de inzetbare capaciteit van luchtverkeersleiders.

De arbeidsvoorwaardengesprekken komen nu in een beslissende fase. LVNL informeert mij uiterlijk 1 oktober over de uitkomst van de onderhandelingen tussen het bestuur en vakbonden. Ik zal uw Kamer daarna zo spoedig mogelijk informeren.

Projectenplanning

In mei had het bestuur van LVNL een akkoord bereikt met de bonden over een CAO voor 2016. Hierin zijn onder meer afspraken gemaakt over de afkoop van verkoeverdagen van verkeersleiders in 2016. Met deze extra dagen ontstaat in 2016 extra ruimte in de dienstroosters. LVNL heeft stappen gezet om de benodigde capaciteit voor de korte termijn beschikbaar te krijgen. Ik wil benadrukken dat de inzet voor project Lelystad is geborgd en hierbij de hoogste prioriteit heeft.

Uw kamer ontvangt vooraf aan het AO luchtvaart van 30 november a.s. de jaarlijkse voortgangsrapportage van de luchtruimvisie met daarbij een actuele planning van de projecten. LVNL werkt aan een betrouwbare, robuuste planning van haar projecten en een beheersbare werklast. Deze planning vormt mede de input voor de genoemde jaarlijkse voortgangsrapportage van de luchtruimvisie.

Terugdringen capaciteitstekorten

Om structureel voldoende inzetbare capaciteit van de luchtverkeersleiders te realiseren is binnen LVNL het programma «Voldoende Verkeersleiders» gestart. Dit programma richt zich zowel op de efficiënte inzet van luchtverkeersleiders als het verhogen van het opleidingsrendement. Op dit moment voert het programma een inventarisatie uit van mogelijke maatregelen. Dit richt zich onder meer op het versimpelen van het concept voor luchtverkeersafhandeling rond Schiphol, eventuele mogelijkheden voor slimmere inzet van de expertise van verkeersleiders op projecten zoals bijvoorbeeld ATM systeemontwikkeling, maar ook bijvoorbeeld op zaken als levensfasebewust loopbaanbeleid.

Voor het verhogen van het opleidingsrendement is reeds een aantal maatregelen geïdentificeerd. De resultaten daarvan zullen na een periode van 4 jaar volledig zichtbaar worden wanneer de eerste lichting studenten het nieuwe opleidingstraject heeft doorlopen. Wel denkt LVNL dat de effort die nu reeds gedaan wordt op dit vlak ook een – beperkt – positief effect zal hebben op studenten die hun opleiding dit jaar reeds hebben aangevangen. Het programma «Voldoende verkeersleiders» beantwoordt tevens de Motie Monasch tijdens het AO luchtvaart waarin om een actieplan ter zake werd gevraagd. Ik stel voor dat ik uw kamer in het voorjaar nader informeer wanneer een implementatie planning van te nemen maatregelen beschikbaar is.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, S.A.M. Dijksma