Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201531936 nr. 259

31 936 Luchtvaartbeleid

Nr. 259 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 februari 2015

In het spoeddebat van 28 januari jl. (Handelingen II 2014/15, nr. 47, item 10) over ontwikkelingen bij Air France KLM heb ik toegezegd uw Kamer op de hoogte te houden van belangrijke ontwikkelingen bij deze onderneming. In dat kader wil ik het volgende onder uw aandacht brengen.

De vandaag gepubliceerde jaarcijfers van Air France KLM laten zien dat zonder de staking van de Air France piloten de brutowinst zou zijn uitgekomen op € 2,01 miljard, ten opzichte van € 1,85 miljard in 2013. Het nettoresultaat over 2014 gecorrigeerd voor eenmalige baten en lasten bedraagt € – 535 miljoen tegenover € – 463 miljoen over 2013.

Ondanks dat er een positieve ontwikkeling is in de bruto winstcijfers, gecorrigeerd voor de staking bij Air France, onderstrepen de resultaten de urgentie voor Air France KLM om voortvarend aan de slag te gaan met de maatregelen uit het strategisch plan Perform 2020 om tot structurele verbetering van de resultaten te komen en de schuld te verminderen. Dit is nodig om de concurrentie van o.a. de luchtvaartmaatschappijen uit de Golfregio en de low cost maatschappijen het hoofd te kunnen bieden.

Air France KLM geeft ook aan dat men sterker gaat bezuinigen dan in het oorspronkelijke plan. De kosten per eenheid tot 2017 moeten met gemiddeld 1,5% per jaar dalen. Daarnaast is het investeringsplan voor zowel 2015 als 2016 met € 300 miljoen naar beneden bijgesteld. De netto schuld moet eind 2015 omlaag naar € 5 miljard.

Belangrijk is dat Air France en KLM in goede samenwerking binnen de groep Air France KLM de verdere noodzakelijke stappen naar structureel herstel zetten. Beide maatschappijen hebben veel baat gehad bij de fusie en hebben het gezamenlijk belang om de positie van Air France KLM structureel te versterken. Het is zaak die samenwerking binnen de groep ook in de huidige uitdagende omstandigheden optimaal vorm te geven met oog voor het belang van de groep en elkaars belangen.

Het is daarbij zaak dat de implementatie van het strategisch plan van Air France KLM evenwichtig gebeurt, wat betreft de verdeling van bezuinigingen en reorganisatieplannen aan Air France en KLM kant. Daarom is het goed dat dhr. Gagey, de CEO van Air France, begin deze maand in het Financieele Dagblad heeft aangegeven dat de kostenbesparingen bij Air France in verhouding zullen zijn met de omvang van Air France binnen de Air France KLM groep. De afgelopen tijd hebben beide luchtvaartmaatschappijen stappen gezet om hun positie te versterken en kosten te verlagen.

Zoals eerder gezegd dient KLM binnen de holding Air France KLM ook een voldoende autonome positie te behouden om de zeggenschap over onder meer de ontwikkeling van het netwerk op Schiphol en investeringen te borgen. KLM is de belangrijkste luchtvaartmaatschappij op de Amsterdamse luchthaven en heeft Schiphol als thuishaven.

Vanwege de grote betekenis van het KLM netwerk voor onze economie volgt het kabinet de ontwikkelingen nauwgezet. In de afgelopen periode heb ik intensief contact gehad met het bestuur en leden van de raden van commissarissen van KLM en Air France KLM en met de Franse overheid. Ook andere belanghebbende partijen hebben intensief overleg gevoerd. Alle inspanningen hebben duidelijk resultaat gehad, zoals onder andere blijkt uit de besluitvorming binnen Air France KLM over het kasbeheer.

Ik zal binnenkort, begin maart, samen met mijn Franse collega Vidalies verder overleg voeren met dhr. De Juniac, CEO van Air France KLM, en dhr. Elbers, CEO van KLM.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, W.J. Mansveld