Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 12 mei 2014
Hierbij bied ik u ter informatie de Vergunningennota Luchtvaart aan (bijlage 1)1 met daarbij – eveneens ter informatie – de hierop gebaseerde Beleidsregel Vergunningen
voor geregeld en ongeregeld luchtvervoer met toelichting (bijlagen 2 en 3)2.
Tevens maak ik van deze gelegenheid gebruik om u te informeren over de monitor netwerkkwaliteit
en staatsgaranties 2009–2013 (bijlage 4)3.
Toelichting
Vergunningennota Luchtvaart
De internationale bereikbaarheid door de lucht is van groot belang voor de Nederlandse
economie. Bepalend daarvoor is de kwaliteit van het netwerk van verbindingen dat op
de Nederlandse luchthavens, met name Schiphol, beschikbaar is. Het luchtvaartbeleid
is gericht op de verdere ontwikkeling van een optimale netwerkkwaliteit, in combinatie
met een concurrerende en duurzame luchtvaart. Dit beleid is uitgewerkt in de april
2009 vastgestelde Luchtvaartnota.
Eén van de instrumenten waarmee de overheid direct invloed kan uitoefenen op het ontwikkelen
van de netwerkkwaliteit, is het verlenen van vergunningen voor geregeld en ongeregeld
luchtvervoer.
Op basis van het Verdrag van Chicago (ICAO) behoort markttoegang op basis van zogeheten
«luchtverkeersrechten» toe aan soevereine, nationale staten. Hieruit volgt dat de
Nederlandse overheid toestemming moet geven om van of naar Nederland te mogen vliegen,
waardoor invloed uitgeoefend kan worden op de netwerkkwaliteit. De richtlijnen die
de overheid hierbij hanteert, staan omschreven in de Vergunningennota Luchtvaart.
Deze Vergunningennota Luchtvaart vervangt het beleidskader vergunningenbeleid zoals
vastgelegd in de Nota vergunningenbeleid uit 19944.
Naast richtlijnen voor het verlenen van vergunningen voor geregeld en ongeregeld vervoer
(de zogenaamde routevergunningen) beschrijft de Vergunningnota ook de meer technische
eisen van de zogenaamde basisvergunningen. Dit zijn o.a. de eisen die gelden om een
luchtvaartmaatschappij te mogen exploiteren (exploitatievergunning) en de eisen die
gesteld worden aan de technische operatie van een luchtvaartuig. Omdat de criteria
voor de verlening van basisvergunningen vrij gedetailleerd zijn vastgelegd in Europese
regelgeving, draagt de Vergunningennota Luchtvaart op dat punt vooral een informatief
karakter en vereisen dergelijke vergunningen geen beleidsregels.
Beleidsregel Vergunningen voor geregeld en ongeregeld luchtvervoer
De Beleidsregel Vergunningen voor geregeld en ongeregeld luchtvervoer is een nadere
uitwerking van het beleidskader en de richtlijnen zoals vastgelegd in de Vergunningennota
Luchtvaart. De Beleidsregel introduceert derhalve geen nieuwe beleidskeuzes, maar
concretiseert slechts de criteria voor de beoordeling van vergunningen voor het uitvoeren
van luchtvervoer door deze overeenkomstig de vereisten van de Algemene wet bestuursrecht
vast te leggen in een publiekrechtelijk besluit. De Beleidsregel heeft uitsluitend
betrekking op zogenaamde routevergunningen voor geregeld en ongeregeld vervoer. De
Beleidsregel is onder gelijktijdige toezending aan uw Kamer ter publicatie aan de
Staatscourant aangeboden.
Monitor netwerkkwaliteit
Om de ontwikkeling van de netwerkkwaliteit op Schiphol te monitoren, alsmede de naleving
van de zogenaamde staatsgaranties in het kader van de fusie van Air France met KLM
in 2004 heeft het Ministerie van Infrastructuur de «Monitor netwerkkwaliteit en staatsgaranties
2009–2013» (bijlage 5)5 laten uitvoeren. Deze monitor geeft een beeld van de ontwikkeling van de netwerkkwaliteit
op Schiphol ten opzichte van enkele concurrerende buitenlandse luchthavens. De netwerkkwaliteit
wordt uiteraard door meerdere factoren bepaald, zowel door marktgerelateerde factoren
als overheidsbeleid. Daarmee geeft de monitor wel mede een indicatie van de effectiviteit
van het beleid ten aanzien van netwerkkwaliteit zoals omschreven in de bovengenoemde
Vergunningennota Luchtvaart en de Beleidsregel Vergunningen voor geregeld en ongeregeld
luchtvervoer.
Uit het onderzoek blijkt dat de ontwikkeling van de netwerkkwaliteit op Schiphol tussen
2012 en 2013 gelijke tred heeft gehouden met die van concurrerende luchthavens in
West-Europa en dat op Schiphol, evenals in voorgaande jaren, sprake is van een sterkere
ontwikkeling van het netwerk dan op Parijs Charles de Gaulle.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, W.J. Mansveld