Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag,7 juni 2013
Hierbij informeer ik u over de laatste stand van zaken rondom de luchthaven Maastricht.
Met mijn brief van 14 mei jl.1 heb ik u geïnformeerd over mijn standpunt ten aanzien van het recente verzoek van
de luchthaven Maastricht om rijksmiddelen die eerder zijn toegekend in verband met
de beëindiging van de subsidierelatie Staat/ NV Luchthaven Maastricht te mogen gebruiken
voor de exploitatie. Ik heb hierbij aangegeven dat ik het onwenselijk vind om in dit
verzoek mee te gaan en heb daarbij een aantal redenen genoemd. Voornaamste reden is
dat reeds sinds eind jaren negentig het beleid is ingezet dat het Rijk geen exploitatietekorten
meer subsidieert. In dit kader zijn met de luchthaven Maastricht in 2001 specifieke
afspraken gemaakt. Hierbij heeft de luchthaven een eenmalige afkoopsom voor toekomstige
exploitatietekorten ontvangen en daarnaast een investeringsbijdrage specifiek voor
luchtzijdige investeringen om op deze manier de luchthaven met een goed perspectief
aan publieke en private partijen over te kunnen doen. In 2004 is de luchthaven geprivatiseerd.
Ook het staatssteunaspect en de primaire verantwoordelijkheid die ik zie voor de aandeelhouders
van de luchthaven hebben een rol gespeeld in mijn besluit om het verzoek van de luchthaven
af te wijzen.
Verzoek provincie Limburg om meer tijd
Inmiddels heeft er nader overleg plaatsgevonden tussen mijn ministerie, de directie
van de Holding en de provincie Limburg waarin mijn standpunt nader is toegelicht.
Van de zijde van de provincie en de luchthaven is aangegeven dat wordt gezocht naar
een duurzaam toekomstperspectief voor de luchthaven. De provincie heeft voorts een
dringend beroep op mij gedaan om haar de tijd te gunnen een duurzame en geoorloofde
oplossing voor het behoud van de luchthavenfunctie uit te werken. De provincie vraagt
daarvoor tijd. Verder vraagt zij mij om tussentijds niet over te gaan tot het terugvorderen
van die delen van de investeringsbijdrage die nog niet conform de overeenkomst zijn
aangewend.
Ten aanzien van dit punt wil ik opmerken dat ik het beroep van de provincie om meer
tijd te geven serieus in overweging neem, maar dat mijn eerdergenoemde overwegingen
om niet in te stemmen hierdoor niet wijzigen. Ik vind het van belang dat de investeringsbijdrage
die in 2001 aan de luchthaven Maastricht is toegekend, gebruikt wordt voor het doel
waarvoor deze is bedoeld. Het gebruik van deze middelen ten behoeve van het afdekken
van exploitatietekorten, ook tijdelijk, vind ik onwenselijk.
Verder ben ik nog in afwachting van de reactie van de luchthaven op mijn brief van
14 mei 2013 ten aanzien van het gebruik van de investeringsbijdrage. In deze brief
heb ik de luchthaven gevraagd om aan te geven op welke manier de luchthaven de financiële
problemen wil oplossen, hoe en wanneer de investeringsbijdrage verder zal worden aangewend
en welke (financiële) zekerheden en garanties de luchthaven mij kan geven voor de
correcte besteding van de nog niet aangewende gelden. Ik acht deze informatie onontbeerlijk
om een afweging te kunnen maken inzake het verzoek van de provincie om haar meer tijd
te gunnen. Ik verwacht deze informatie deze maand te ontvangen. Omtrent mijn afweging
zal ik u nader informeren.
Bekostiging luchtverkeersleiding
Naast bovengenoemd verzoek om meer tijd heeft de provincie mij tevens verzocht om
vooralsnog geen aanvullende maatregelen te nemen die het functioneren van regionale
luchthavens, waaronder de luchthaven Maastricht, verder onder druk zouden kunnen zetten.
Daarbij is het nieuw te ontwikkelen beleidskader ten aanzien van de bekostiging van
de luchtverkeersleidingskosten door de provincie als voorbeeld genoemd.
Het nieuwe, nog te ontwikkelen, beleidskader zal naar alle waarschijnlijkheid effect
hebben op luchthavens zoals Maastricht Aachen Airport. Op dit moment is er geen sprake
van kostendekkende luchtverkeersleiding op deze en andere luchthavens. Ten aanzien
van dit punt is het voornemen om bedoeld beleid te evalueren reeds in de Luchtvaartnota
aangekondigd, zoals ik u ook heb gemeld in mijn recente brief over de luchthaven Twente.
Bij deze evaluatie wordt onder andere bezien of met het huidige beleid wordt voldaan
aan de doelstelling van kostendekkendheid van de geleverde dienstverlening per luchthaven.
Ook wordt hierbij bezien of moet worden overgegaan op een systeem van lokatiegewijze
kostendekking, waarbij de exploitant verantwoordelijk wordt voor kostendekkende luchtverkeersdienstverlening.
Er wordt nu gewerkt aan de vormgeving van dit nieuwe beleid en het transitiepad daarnaartoe.
Hierbij zullen onder meer de rol van de exploitant bij de financiering van luchtverkeersleiding,
de rol van belanghebbenden bij de luchthaven (zoals de regio), de mogelijkheden voor
het verbeteren van de efficiëntie van dienstverlening en eventuele mogelijkheden van
flexibilisering van het niveau van dienstverlening aan de orde komen. Rond de zomer
wil ik met de regionale luchthavens in gesprek over de vormgeving van het transitiepad.
Ook hierover zal ik u nog nader informeren.
De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,
W.J. Mansveld