31 935 Beleidsdoorlichting Financiën

Nr. 48 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 1 mei 2018

De vaste commissie voor Financiën heeft een aantal vragen voorgelegd aan de Staatssecretaris van Financiën over de brief van 20 december 2017 inzake de Beleidsdoorlichting Beheer Materiële Activa (Kamerstuk 31 935, nr. 46).

De Staatssecretaris heeft deze vragen beantwoord bij brief van 26 april 2018. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de commissie, Anne Mulder

De adjunct-griffier van de commissie, Van Zuilen

Vraag 1

Op welke wijze worden digitale datadragers van decentrale overheden, zbo’s, de Nationale Politie, het Openbaar Ministerie en de Rechtspraak verwerkt? Ook daar kan het om zeer gevoelige informatie gaan. Moeten deze datadragers ook aan Domeinen Roerende Zaken (DRZ) worden aangeboden?

Antwoord op vraag 1

Conform de Regeling materieelbeheer roerende zaken van het Rijk d.d. 21-11-2017 dienen alle overtollige goederen (niet meer voor het beleid en de bedrijfsvoering nodig) van de rijksoverheid aan DRZ te worden overgedragen. Het Openbaar Ministerie en de Rechtspraak vallen onder deze regeling aangezien zij onder rijksoverheid vallen, evenals Rijksinspecties. Decentrale overheden (zoals provincies, gemeenten, waterschappen etc.), ZBO’s met rechtspersoonlijkheid en de Nationale Politie vallen niet onder deze Regeling.

De overgedragen datadragers (incl. mobile devices) worden na aanmelding in opdracht van DRZ opgehaald en geschoond met door de AIVD goedgekeurde software. Ook wordt van elke geschoonde datadrager een schoningsrapport opgemaakt. Uitzondering vormen de «hoog vertrouwelijk» datadragers met de rubricering «Confidentieel», «Stg. Geheim» en «Stg. Zeer Geheim». Deze worden evenals ernstig beschadigde datadragers of waarvan de wachtwoorden niet verwijderd zijn, vernietigd middels een shredder, waarna de grondstoffen gerecycled worden.

Vraag 2

Wat zijn de gevolgen van het opheffen van artikel 7 van begrotingshoofdstuk IX voor in de toekomst te ontvangen evaluaties en beleidsdoorlichtingen met betrekking tot het werk van DRZ?

Antwoord op vraag 2

De Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek (RPE) schrijft voor dat elk beleidsartikel elke vier tot zeven jaar wordt doorgelicht. Aangezien het beleidsartikel 7 (Beheer Materiële Activa) is vervallen per 1 januari 2018, is er daarmee geen directe grondslag meer voor het uitvoeren van een (volgende) beleidsdoorlichting. De DRZ apparaatsgelden (ontvangsten en uitgaven) zijn volledig opgenomen in (niet beleids-) artikel 8 van de Rijksbegroting IX. DRZ is daarmee opgenomen in de reguliere planning & control cyclus. Daarnaast wordt, volgens de RPE, bij doorlichting van beleid ook de uitvoering getoetst. DRZ kan daardoor onderdeel zijn van een doorlichting van het beleid van een opdrachtgevend departement waar DRZ voor werkt.

Vraag 3

Hoeveel fte’s werken bij DRZ met een vast contract en hoeveel met een flexibel contract? Hoe heeft deze verhouding zich ontwikkeld in de afgelopen vijf jaar?

Vraag 4

Hoeveel externe adviseurs of andere externen zijn ingehuurd bij DRZ en hoeveel heeft dit gekost in de afgelopen vijf jaar?

Antwoord op vraag 3 en 4

Per ultimo 2017 is de bezetting als volgt:

  • Vast (onbepaalde tijd contract): 125,1 fte

  • Flexibel (bepaalde tijd contract): 0 fte

  • Externe inhuur: 10 fte (waarvan 2,3 fte arbeidsbeperkten).

Er zijn per ultimo 2017 geen medewerkers met een flexibel (bepaalde tijd) arbeidscontract. Deze waren er ook niet in de afgelopen vijf jaar.

De uitgaven aan externe inhuur wisselen van jaar tot jaar, maar blijven ruimschoots binnen de norm van (max) 10%.

Vraag 5

Zijn er klokkenluidersregelingen voor het personeel van DRZ?

Antwoord op vraag 5

Ja, DRZ valt als dienstonderdeel onder de klokkenluidersregeling van het Ministerie van Financiën.

Vraag 6

Wat is de reden waarom voor een deel van de gerealiseerde opbrengsten gebruik wordt gemaakt van een middelenafspraak?

Antwoord op vraag 6

Het doel van de regeling materieelbeheer is om departementen die overtollige roerende zaken onder zich hebben, deze te laten aanmelden bij DRZ. In het geval dat departementen (diensten) in het verleden de middelen voor de aanschaffingen van het materieel uit de algemene middelen «om niet» ter beschikking gesteld hebben gekregen, ligt het niet zonder meer in de rede dat eventuele opbrengsten bij afstoting beschikbaar komen voor het betrokken departement.

Vraag 7

Kunt u ter verduidelijking een voorbeeld geven van wat u bedoelt met het doorbetalen van opbrengsten «onder aftrek van kosten»?

Antwoord op vraag 7

Als DRZ (extra) kosten moet maken door bijvoorbeeld extern (zwaar) transport of het inschakelen van een extern veilingbedrijf om meer exposure te bereiken bij verkoop van overtollige goederen te verkopen, wordt dit met de opbrengst verrekend na aftrek van deze (extra) kosten wordt het restant betaald aan departement dat de goederen heeft afgestoten.

Vraag 8

Zijn er doelmatigheidsargumenten om activiteiten van DRZ af te stoten aan de private sector en zo ja, welke argumenten?

Vraag 9

Zijn er doelmatigheidsargumenten om activiteiten van DRZ niet af te stoten aan de private sector en zo ja, welke argumenten?

Antwoord op vraag 8 en 9

DRZ is conform de «Regeling materieelbeheer roerende zaken van het Rijk» en het «Besluit inbeslaggenomen voorwerpen» belast met het beheren van roerende zaken van het Rijk en van derde partijen in beslag genomen roerende zaken. Kortom, DRZ is bewaarder. De doelstelling daarbij is om een optimaal financieel resultaat te realiseren bij het beheren en afstoten van materiële activa van/voor het Rijk.

Het eerste en belangrijkste argument in de door DRZ uitgevoerde processen/activiteiten betreft de integriteitsgarantie en de veiligheid. Dit geldt o.a. voor in beslag genomen goederen die dienen als bewijsmateriaal in het strafproces. Dit vraagt om een zorgvuldig en integer bewaarproces.

Indien er geen integriteits- of veiligheidsrisico is en activiteiten vanwege doelmatigheidsargumenten beter uitbesteed kunnen worden, dan wordt dat gedaan (veelal via een Europese aanbesteding). DRZ heeft het vervoer, transport en vernietiging van goederen om die reden grotendeels via een Europese aanbesteding uitbesteed aan private marktpartijen. Deze (private) partijen kunnen dit werk efficiënter en doelmatiger uitvoeren. DRZ heeft als bewaarder wel de regie over het proces en controleert de marktpartijen op het nakomen van de afspraken.

Indien en zolang DRZ activiteiten efficiënt kan uitvoeren, blijft zij dit doen. Dit geldt met name voor opslag, taxeren en verkoop.

Vraag 10

Zijn er argumenten ten aanzien van de veiligheid om activiteiten van DRZ niet af te stoten aan de private sector en zo ja, welke argumenten?

Antwoord op vraag 10

Vanwege integriteits- en veiligheidsrisico’s worden een aantal activiteiten niet aan de private sector afgestoten. Hier ligt (cf. Regeling materieelbeheer art. 2 lid 2) een risicoanalyse aan ten grondslag waarbij geschatte risico’s voorkomen of beperkt moeten worden. Het gaat om (onder andere) de volgende activiteiten:

  • het schonen en vernietigen van datadragers en mobile devices;

  • de opslag en verwerking van in beslag genomen vuurwerk (transport en uiteindelijke vernietiging zijn wel uitbesteed);

  • verkoop van overtollig (strategisch) Defensiematerieel.

Vraag 11

Zijn er taken die kunnen worden afgestoten aan de private sector zonder dat dit problemen oplevert ten aanzien van de veiligheid en die wel doelmatigheidswinst opleveren?

Antwoord op vraag 11

De taken die uitgevoerd kunnen worden aan de private sector, zijn door DRZ reeds uitbesteed aan marktpartijen. Zo zijn de ruimingen van hennepkwekerijen in opdracht van het Openbaar Ministerie via een Europese aanbesteding reeds aan de private sector overgedragen. Ook de verwerking van de goederen die bij de ruimingen worden ontmanteld en in beslag worden genomen worden door de private sector verwerkt, waardoor de goederen een positieve opbrengst generen die de uiteindelijke kostprijs van een ruiming verlagen. Als gevolg van het uitbestede transport kunnen goederen sneller, efficiënter en goedkoper worden opgehaald zonder problemen voor de veiligheid.

Ook het via een veilinghuis te koop aanbieden van in beslag genomen goederen kan een hogere verkoopopbrengst opleveren door een grotere exposure van het veilingbedrijf waarbij het per opbod wordt verkocht.

Vraag 12

Wordt er gekeken naar een verschuiving van publiek naar privaat domein en zo ja, op welke termijn en op welke manier?

Antwoord op vraag 12

Zie mijn antwoord op vraag 8, 9, 10 en 11.

Vraag 13

Op welke termijn zult u de twee overige geïdentificeerde besparingsopties verder verkennen?

Antwoord op vraag 13

Gezien het karakter van nauwe samenwerking bij beide besparingsopties, is voor nadere verkenning van deze opties op dit moment door DRZ geen exacte termijn te geven.

Vraag 14

Welke kansen ziet u om de doelmatigheid en doeltreffendheid verder te verhogen?

Antwoord op vraag 14

DRZ streeft continu naar het verhogen van doelmatigheid en doeltreffendheid. DRZ zet in op een grotere efficiency door schaalvoordelen en het (verder) stroomlijnen/automatiseren van werkprocessen. Op dit moment zien we geen andere (dan in de Beleidsdoorlichting paragraaf 6.2. reeds genoemde) kansen om de doelmatigheid en doeltreffendheid verder te verhogen.

Vraag 15

Kunt u een toelichting geven hoe u een verdere invulling van de circulaire economie ziet?

Antwoord op vraag 15

DRZ onderzoekt in samenwerking met andere ministeries, o.a. het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (programma Duurzaamheid) de mogelijkheden tot het bijdragen aan de circulaire economie. Zo wordt al veel textiel, datadragers en mobile devices van diensten binnen rijksoverheid overdragen aan DRZ, waarbij DRZ zoekt naar innovatieve mogelijkheden voor hergebruik van deze datadragers en versneden textiel. Overtollig kantoormeubilair wordt in overleg met categoriemanagers en leveranciers beoordeeld en hersteld voor een tweede leven binnen de departementen.

Vraag 16

Wat zijn de effecten van het intrekken van de agentschapsstatus? Welke bevoegdheden verliest of wint men hierdoor en wat zijn de financiële consequenties?

Antwoord op vraag 16

DRZ is door het intrekken van de agentschapsstatus per 1 januari 2015 een reguliere ambtelijke dienst van het Ministerie van Financiën geworden. Met het verliezen van de agentschapsstatus is DRZ overgegaan naar het kas-verplichtingenstelsel van het ministerie. Hierbij zijn de taken en is dus ook de taakuitvoering van DRZ niet veranderd.

In het kas-verplichtingenstelsel beschikt DRZ niet meer over voorzieningen en eigen vermogen waarmee de schommelingen in de bedrijfsvoering kunnen worden opgevangen. Daarom stelt DRZ jaarlijks een jaarplan op dat onderbouwd is met een meerjarige onderhouds- en investeringsplanning.

Vraag 17

Wat is de verklaring voor het feit dat de personeelskosten bij DRZ in 2016 ten opzichte van 2013 met 35,6% zijn gestegen?

Antwoord op vraag 17

De stijging van de personeelsuitgaven is te verklaren door cao-stijgingen en een toename van 26,5 fte in dezelfde periode. De toename van het aantal fte hangt samen met ontwikkeling en uitbreiding van activiteiten als taxaties en BPM.

Vraag 18

Wat is de verklaring voor het feit dat de omzet van de activiteiten van DRZ in 2016 ten opzichte van 2013 juist met 5,5% is gedaald?

Antwoord op vraag 18

In 2016 zijn ten opzichte van 2013 meer goederen vernietigd, meer goederen teruggegeven en minder goederen verkocht, waardoor de opbrengsten zijn gedaald.

Vraag 19

Kunt u tabel 2 langjariger geven en hierbij tevens aangeven wat de ramingen zijn voor de komende jaren? Zijn er trends te ontwaren in de omzet van de activiteiten door de jaren heen?

Antwoord op vraag 19

Onderstaand een meerjarige weergave van tabel 2 inclusief ramingen voor de komende jaren.

In de omzet van de activiteiten door de jaren heen zijn trends te ontwaren. Het bewaren van goederen is toegenomen waarmee een grotere voorraad is ontstaan en de verkoop is verder teruggelopen. Er wordt zoveel mogelijk gestuurd op doorlooptijd om zo de voorraad naar beneden te brengen en de verkopen omhoog maar hierin is DRZ afhankelijk van beslissingen van het Openbaar Ministerie.

De omzet van de verwerking van datadragers zal afnemen als gevolg van lagere kostendekkende tarieven die DRZ vraagt voor de verwerking van datadragers.

De omzet voor verwerking van vuurwerk is in de volgende jaren hoger als gevolg van hogere vergoeding (op basis van gegevens uit het verleden) die DRZ van het Openbaar Ministerie ontvangt voor deze activiteit.

Het gebruik van Rijksmarktplaats zal naar verwachting afnemen omdat de gecontracteerde leverancier een groot deel van het overtollig gestelde meubilair wat beschikbaar is voor duurzaam herplaatsen binnen de departementen (middels contractafspraken n.a.v. de aanbesteding) over gaat nemen van DRZ.

Vraag 20

Wat is de reden van de grote toename in het aantal teruggegeven in beslag genomen goederen zoals weergegeven in tabel 3?

Vraag 25

Wat verklaart de afname van de het percentage teruggaven binnen drie maanden?

Antwoord op vraag 20 en 25

Redenen van inbeslagname of teruggave zijn DRZ onbekend; die beslissingen worden genomen door het Openbaar Ministerie. DRZ voert slechts haar bewaartaak uit in opdracht van het Openbaar Ministerie.

Vraag 21

Beperkt lumpsum financiering niet het aantal ruimingen van illegale hennepkwekerijen? Is er geen andere financiering denkbaar?

Antwoord op vraag 21

Het aantal ruimingen wordt bepaald door Politie en Openbaar Ministerie. DRZ heeft hier geen invloed op. Jaarlijks wordt er door Politie en het Openbaar Ministerie een lumpsum budget aan DRZ beschikbaar gesteld. Indien het aantal ruimingen beduidend meer of minder is dan waar in het budget rekening mee is gehouden, wordt er verrekend.

Vraag 22

Wat is de reden dat niet iedere Rijksdienst DRZ weet te vinden als partner in roerende zaken?

Antwoord op vraag 22

De meeste rijksdiensten weten DRZ te vinden, daarnaast blijft DRZ actief om haar zichtbaarheid te vergroten. Zo wordt aangehaakt aan bij diverse overleggen, bijeenkomsten en onderwerpen waar DRZ haar rol als partner voor alle rijksdiensten die te maken krijgen met overtollige of in beslag genomen roerende goederen kan uitdragen.

Vraag 23

Is het gebruik van open source bij de overheid een doelmatige manier om doeltreffendheid en doelmatigheid te realiseren bij de omgang met datadragers?

Vraag 24

Waarom wordt er gezien de razendsnelle ontwikkelingen in de IT-branche en kostenbeheersing niet veel meer gewerkt met open source?

Antwoord op vraag 23 en 24

Het antwoord op deze vraag valt buiten het onderzoeksbereik van deze beleidsdoorlichting.

Vraag 26

Hoe is de besparing als gevolg van Rijksmarktplaats berekend?

Antwoord op vraag 26

Per soort artikel/object (werkplek-meubilair en overig meubilair) is een gemiddelde (nieuw)prijs vastgesteld. Door de aantallen per afgeleverde soort te vermenigvuldigen met de prijs, is de besparing vastgesteld.

Vraag 27

Hoeveel geld wordt er bespaard door middel van Rijksmarktplaats en kunt u dit bedrag geven per departement? Wat is de verwachting voor de komende jaren?

Antwoord op vraag 27

Door Rijksmarktplaats is gemiddeld € 7,2 miljoen per jaar bespaard (2013–2016) met een besparing van € 8,8 miljoen in het laatste jaar (2016). In 2017 was de besparing € 7,4 miljoen (15% minder t.o.v. 2016). De besparing fluctueert per jaar afhankelijk van het aanbod. In de periode 2013–2016 was ca. 65% van het aanbod afkomstig van het Ministerie van Defensie, ca. 20% van het Ministerie van Justitie en Veiligheid en ca. 15% van overige ministeries/instanties. Het is van te voren niet in te schatten hoe groot het aanbod en daarmee de besparing voor de komende jaren zal zijn.

Vraag 28

Kan het fluctueren van de mate van kostendekkendheid niet worden teruggebracht door sterk op hergebruik van communicatieapparatuur toe te zien?

Antwoord op vraag 28

De fluctuatie van de kostendekkendheid van DRZ is door hergebruik van communicatieapparatuur afgenomen. Het hergebruik van communicatieapparatuur wordt door DRZ als erg belangrijk gezien in het streven naar een circulaire economie en wordt door DRZ ook ondersteund.

Vraag 29

Wat wordt er gedaan met hergebruik van desk- en laptops? Is het in het kader van duurzaamheid en efficiëntie niet noodzakelijk beleid te ontwikkelen op hergebruik van deze apparatuur in plaats van verkoop aan de markt?

Antwoord op vraag 29

Het antwoord op deze vraag ligt in de lijn van overheidsbeleid en daarmee buiten het onderzoeksbereik van deze beleidsdoorlichting.

Vraag 30

Worden er concrete stappen ondernomen om de taken van DRZ in de strafrechtketen uit te breiden?

Antwoord op vraag 30

In 2016 is door het Ministerie van Justitie en Veiligheid gestart met de evaluatie van de mogelijke aanpassingen in het Wetboek van Strafvordering. Bij deze evaluatie is zowel het Ministerie van Justitie en Veiligheid (Openbaar Ministerie en politie) als DRZ betrokken. Doel van de aanpassingen is de rolverdeling (tussen beslisser, inbeslagnemer en bewaarder) strakker te formuleren waarmee verbetering van de doelmatigheid (o.a. door toegenomen snelheid) wordt beoogd. De positie van de bewaarder zoals in de ketenvisie op beslag, wordt hiermee vertaald en gefundeerd. Voor DRZ zou dit betekenen dat zij een positie «eerder» in het ketenproces van beslag inneemt, waarbij goed contact is met opdrachtgevers en waarmee meer snelheid in de uitvoering van het proces gerealiseerd kan worden. Bovenstaande is/wordt door de ketenpartners nader uitgewerkt in de «visie vernieuwing beslagketen». DRZ houdt daarbij scherp voor ogen wat haar wettelijke taak is.

Vraag 31

Zijn er belemmeringen om tot uitbreiding van de voorgenoemde taken te komen en zo ja, welke belemmeringen?

Antwoord op vraag 31

Dit is onderwerp van onderzoek. Zie daarvoor ook mijn antwoord op vraag 30.

Vraag 32

Worden er concrete stappen ondernomen om te komen tot een samenwerking met de Belastingdienst ten aanzien van de verkoop van executoriaal in beslag genomen voertuigen?

Antwoord op vraag 32

Ja, voorbereidingen worden getroffen om deze taak per 1 december 2018 over te dragen aan DRZ.

Vraag 33

Zijn er belemmeringen om te komen tot samenwerking met de Belastingdienst en zo ja, welke belemmeringen?

Antwoord op vraag 33

Neen, er zijn geen belemmeringen voorzien.

Vraag 34

Waarom wordt de samenwerking met de Belastingdienst op dit terrein beperkt tot in beslag genomen voertuigen?

Antwoord op vraag 34

DRZ beschikt over een verkooplocatie en een uitgebreid en professioneel landelijk veilingsysteem waardoor er synergievoordelen zijn te behalen. Zo heeft DRZ een groot klantbereik.

Vraag 35

Waarom wordt gebruik gemaakt van een extern veilinghuis als dit vertraging met zich meebrengt?

Antwoord op vraag 35

Hoewel het gebruik van een extern veilinghuis vertraging met zich meebrengt, wegen de voordelen op tegen de nadelen die gebruik van een extern veilinghuis met zich meebrengen. De vertraging zit voornamelijk in het feit dat er een logistiek en administratief traject aan ten grondslag ligt met een grote hoeveelheid goederen. Dit zorgt voor een zeer arbeidsintensieve verwerking en financiële afhandeling. Verkoop van deze goederen in eigen beheer door DRZ is evenwel arbeidsintensief. Verkoop via een extern veilinghuis levert veelal een hogere verkoopopbrengst op. Derhalve wordt in voorkomende gevallen gebruikgemaakt van externe veilinghuizen.

Vraag 36

In de aanbeveling wordt gesproken over alle rijksdiensten die DRZ automatisch moeten kunnen vinden. Is het denkbaar dat DRZ ook voor andere instellingen, niet zijnde rijksdiensten, haar diensten verleent om zo een verdere doelmatigheidswinst te behalen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord op vraag 36

In de huidige wettelijke taak en missie van DRZ past het niet diensten te verlenen aan andere instellingen.

Vraag 37

Bestaat de mogelijkheid om DRZ haar taken ook voor andere organisaties te laten uitvoeren, bijvoorbeeld voor Staatsbosbeheer? Zijn hier besparingsmogelijkheden denkbaar?

Antwoord op vraag 37

Zie antwoord op vraag 1.

Vraag 38

Is de herziene Regeling materieelbeheer al vastgesteld? Zo nee, waarom niet?

Antwoord op vraag 38

Ja, op 21-11-2017, in de Staatscourant gepubliceerd. De regeling is in werking getreden op 01-01-2018.

Vraag 39

Op basis van welke argumenten wordt een evidente bijdrage geleverd aan de circulaire economie? Is het kosten/opbrengstaspect onderdeel van deze afweging?

Antwoord op vraag 39

Met het hergebruik van (niet onuitputtelijke) grondstoffen wordt een evidente bijdrage geleverd aan de circulaire economie. Door juiste keuzes bij initiatieven die bijdragen aan de circulaire economie zijn er opbrengsten en besparingen te genereren. Het kosten/opbrengsten aspect wordt meegenomen in de afweging. Initiatieven die bijdragen aan de circulaire economie zijn o.a. scheiden van afvalstromen, schonen en hergebruik datadragers, duurzaam hergebruik rijks meubilair, hergebruik van versneden textiel, hergebruik onderdelen t.g.v. demontage van voertuigen en bij vernietiging de terugwinning van grondstoffen (geldt ook voor vernietigd ICT materiaal).

Vraag 40

Waarom geeft deze beleidsdoorlichting geen kritiek op het gebrek aan praktische uitwerking van de circulaire economie?

Antwoord op vraag 40

De beleidsdoorlichting heeft betrekking op begrotingsartikel 7, Beheer Materiële Activa. Daar valt de praktische uitwerking van de circulaire economie niet onder en derhalve valt het antwoord op deze vraag buiten het onderzoeksbereik van deze beleidsdoorlichting.

Vraag 41

Wordt er in het kader van doelmatigheid ook samengewerkt met zbo’s, inspecties of andere overheid gerelateerde instellingen?

Antwoord op vraag 41

De organisaties die onder de Regeling materieelbeheer roerende zaken van het Rijk vallen, zijn reeds genoemd in mijn antwoord op vraag 1.

Vraag 42

Waarom is er bij deze beleidsdoorlichting geen vergelijking met gelijkwaardige organisaties in andere landen zoals Duitsland, België en Frankrijk gemaakt? Bestaat er overigens wel kennisuitwisseling met gelijkwaardige organisaties in andere landen? Zo ja, levert kennisuitwisseling met gelijkwaardige organisaties in andere landen relevante verbeteringen in de uitvoering op?

Antwoord op vraag 42

De uitvoering van een vergelijking met gelijkwaardige organisaties in andere landen zoals Duitsland, België en Frankrijk is in deze voorliggende beleidsdoorlichting als mogelijk verbeterpunt voor een volgende beleidsdoorlichting gedefinieerd.

Voor wat betreft internationale kennisuitwisseling wordt DRZ regelmatig (gemiddeld 6 keer per jaar) gevraagd om voor buitenlandse opsporingsdiensten en vergelijkbare Openbaar Ministeries presentaties te verzorgen over haar bedrijfsvoering en omgang met de inbeslaggenomen en overtollig gestelde goederen.

Vraag 43

Waarom is de voorliggende beleidsdoorlichting door DRZ uitgevoerd en niet uitbesteed aan een externe partij?

Antwoord op vraag 43

Gezien de ruimte die de RPE hiervoor biedt en de inschatting voorafgaand aan uitvoering van de beleidsdoorlichting wat betreft werklast en inhoudelijke uitvoerbaarheid, is in het plan van aanpak vastgesteld dat de beleidsdoorlichting door DRZ zelf wordt uitgevoerd. De kwaliteit van het onderzoek en de inhoud van de beleidsdoorlichting zijn getoetst door een begeleidingscommissie bestaande uit onder meer de hoofddirectie Financieel Economische Zaken van het Ministerie van Financiën en de Auditdienst Rijk als onafhankelijke deskundige (overeenkomstig art. 3 lid 5 van de RPE).

Naar boven