Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202031934 nr. 26

31 934 Douane

Nr. 26 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN EN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 november 2019

Naar aanleiding van uw verzoek van 3 oktober 2019 aan de Staatssecretaris van Financiën en de Minister van Justitie en Veiligheid, treft u hierbij de reactie aan op de gang van zaken bij het onderzoek «Als de prooi de jager pakt». De reactie gaat in op het onderzoek, de medewerking van de Douane, FIOD en politie en het aantal integriteitsschendingen bij de Douane de afgelopen drie jaar. Deze reactie moet in samenhang worden bezien met de beantwoording van de vragen van het lid Groothuizen, die gelijktijdig aan uw Kamer worden toegezonden.

U heeft daarnaast op 6 november 2019 gevraagd of de regering beschikt over het concept-rapport van het stopgezette onderzoek naar ondermijning en corruptie in de Rotterdamse haven. Als dit het geval is, verzoekt u of de Kamer inzage kan krijgen in dit rapport en om het concept-rapport binnen een week aan de Kamer te verstrekken. Voorts heeft u in de commissie Financiën van 6 november 2019 uitgesproken dat u een gesprek wenst te voeren met de bij het onderzoek betrokken onderzoekers en professor Fijnaut. In deze brief wordt daarop geantwoord.

Het onderzoek

Het onderzoek «Als de prooi de jager pakt» betrof een onderzoek in opdracht van de Commissie Kennis en Onderzoek (CKO, voorheen bekend als Politie & Wetenschap) van de Politieonderwijsraad. De Politieonderwijsraad is een onafhankelijk adviesorgaan van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Het onderzoek vond plaats in het kader van bestrijding van ondermijnende criminaliteit en was gericht op de Rotterdamse haven. De opdracht werd door de CKO gegeven aan externe onderzoekers, die het onderzoek onafhankelijk van de CKO hebben uitgevoerd.

In maart 2016 presenteerden zij een onderzoeksvoorstel met de titel «Als de prooi de jager pakt. Ondermijnende criminaliteit en facilitators: beïnvloeding van dynamische contactpunten tussen legaal en illegaal».

Het onderzoek is gestart op 1 juli 2016. In januari 2017 is de onderzoeksopdracht uitgebreid met een onderzoek naar de rol van bedrijventerreinen bij de handel in cocaïne en de relatie met (THOR1) ontwikkelingen in de Rotterdamse haven.

De onderzoekers hebben na overleg met de voorzitter van de begeleidingscommissie en het bureau van de CKO besloten geen rapport met onderzoeksresultaten uit te brengen. Hiervan hebben zij de CKO als opdrachtgever in kennis gesteld. Medio mei 2019 is de begeleidingscommissie over het niet publiceren geïnformeerd, voorzien van een toelichting die de onderzoekers hebben opgesteld om dit besluit toe te lichten.

In de toelichting geven de onderzoekers als reden waarom het niet gelukt is aan dat: «(...) we er niet in geslaagd zijn «indirecte en «zachtere» informatie te valideren dan wel te diskwalificeren.» en verklaren dit door technische oorzaken en het onvoldoende beschikbaar zijn van bronnen en registraties door de lange tijdsperiode van het onderzoek (1996–2016). Als belangrijkste reden voor dit laatste noemen ze «dat een aantal THOR-organisaties in de Rotterdamse haven formeel of feitelijk geen medewerking heeft willen verlenen aan ons onderzoek».

Als reden waarom de onderzoekers hebben besloten het onderzoeksrapport niet te publiceren melden de onderzoekers: «Tijdens het veldwerk, dat in totaal drie jaar in beslag nam, hebben we diep inzicht gekregen in de mogelijke kwetsbaarheden voor criminaliteit die in de haven aan de orde zijn (en in het bijzonder bij THOR-organisaties). Maar ook in hoe complex het is voor THOR-organisaties om die kwetsbaarheden in de eigen organisaties en samenwerkingsverbanden te zien en er adequaat mee om te gaan. Dat is relevant inzicht, maar ook hiervoor geldt dat het ingewikkeld is om de constateringen en adviezen die uit dit inzicht voortvloeien empirisch adequaat te onderbouwen. Dat wil niet zeggen dat de onderzoekers van mening zijn dat hun bevindingen en constateringen op niets gestoeld zijn. Maar redenerend vanuit een wetenschappelijk perspectief en binnen het gegeven kader van een wetenschappelijke rapportage kunnen we ze niet onderbouwen op een manier die de gevoeligheid van het onderwerp vergt.»

Naar aanleiding van de berichtgeving op 2 oktober 2019 van RTL Nieuws over dit onderzoek heeft de directeur-generaal van de Belastingdienst contact opgenomen met de voorzitter van de begeleidingscommissie om diens visie op het niet publiceren van het rapport te vernemen en dit ook op te kunnen nemen in deze brief. In dat contact heeft de voorzitter aangegeven dat de bovenstaande passage in de toelichting stoelt op de principes (onder meer transparantie en verantwoordelijkheid) en de normen die zijn vastgelegd in de Nederlandse Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit.

Inzage van het conceptrapport

Gezien de onafhankelijkheid van de onderzoekers en de onafhankelijke positie van de CKO van de Politieonderwijsraad is het niet aan ons te beslissen over het alsnog publiceren of het ter inzage leggen van onderzoeksgegevens of een eventueel concept-rapport. Zoals gemeld in de brief van 9 juli jl.2 treden wij niet in de overwegingen van de onderzoekers om geen rapport uit te brengen. Zoals ook gesteld in de antwoorden op Kamervragen van het lid Groothuizen, die gelijktijdig met deze brief aan uw Kamer worden aangeboden (Aanhangsel Handelingen II 2019/20, nr. 1086), is er geen sprake van een door ons opgelegde geheimhoudingsplicht.

Het is aan de onderzoekers om te bepalen of zij, nu zij hebben besloten geen onderzoeksrapport te publiceren, wel inzage willen geven in de onderzoeksresultaten en een eventueel concept-rapport. Uiteraard staat het uw Kamer vrij de betrokken onderzoekers uit te nodigen voor een gesprek en het geven van een nadere toelichting. Uw verzoek om met hen in gesprek te gaan zullen wij via de CKO aan hen doorgeleiden.

Medewerking aan het onderzoek

– Politie

De politie is op verschillende wijzen betrokken geweest bij het onderzoek. Zo zijn onderzoeksdossiers aangeleverd, hebben diverse referenten een interview gegeven en heeft het bureau Veiligheid, Integriteit en Klachten (VIK) zijn medewerking verleend. Ook heeft de politiechef van de Eenheid Rotterdam een aanbevelingsbrief geschreven aan bedrijven in de haven, waarin hij hen opriep mee te werken aan het onderzoek. Tot slot hebben de onderzoekers met behulp van een informatierechercheur kunnen zoeken in de politiesystemen.

– Douane en FIOD

Douane was een van de zogenaamde THOR-organisaties waarbij onderzoek naar integriteitsincidenten werd gedaan.

In 2017 hebben de onderzoekers – door tussenkomst van de Douane – van het Bureau Integriteit en Veiligheid van de FIOD inzage gekregen in het register van meldingen van mogelijke integriteitsschendingen bij de Douane en de FIOD. Het gaat dan om mogelijk gepleegde strafbare feiten in functie en gerelateerd aan criminaliteit, zoals het lekken van vertrouwelijke informatie naar drugssmokkelaars. De FIOD houdt dat register bij en beschikt over meer informatie dan de Douane. Want naast meldingen vanuit de Douane zelf, beschikt de FIOD ook over meldingen van anderen met betrekking tot de Douane, zoals de politie. De FIOD heeft informatie gegeven voor zover beschikbaar.

In 2018 hebben de onderzoekers zich wederom tot de Douane gewend met het verzoek om informatie over mogelijke integriteitsschendingen van douaniers gedaan in functie en met een relatie tot criminaliteit in de periode 1996 – 2016. De Douane heeft toen geen antwoord gegeven op deze vraag en heeft verzuimd aan de onderzoekers te melden, dat de informatie die gevraagd werd en op dat moment beschikbaar was al in 2017 door de FIOD was verstrekt.

Daarnaast zijn de onderzoekers door de Douane erop gewezen dat ze bij het OM de beschikking konden krijgen over informatie over strafrechtelijke onderzoeken bij de Douane. De Douane is wettelijk niet bevoegd om deze informatie zelf te geven.

De Douane heeft ook (beleids)documenten verstrekt. In enkele gevallen heeft de Douane vanuit haar verantwoordelijkheid voor de bescherming van vertrouwelijke bedrijfsgevoelige informatie de afweging gemaakt om niet te voldoen aan een verzoek van de onderzoekers.

Naast deze informatieverstrekking, zijn de onderzoekers in de gelegenheid gesteld om met medewerkers van de Douane te spreken. Daarbij heeft de Douane de onderzoekers overigens gewezen op het gelijktijdig plaatsvinden van een ander onderzoek (WODC) en gevraagd of het uit hoofde van doelmatigheid mogelijk was om interviews met medewerkers te combineren.

De Douane heeft deelgenomen in de begeleidingscommissie van het onderzoek. Als lid van de begeleidingscommissie en in contacten met de onderzoekers heeft de Douane op verschillende momenten gevraagd naar de feitelijke onderbouwing van beweringen in conceptrapporten. Daarnaast heeft de Douane haar reactie gegeven op de methodiek om te komen tot een inschatting van het mogelijke aantal niet integere overheidsfunctionarissen. De Douane heeft tevens voorgesteld om de definitieve versie van het rapport onafhankelijk door wetenschappers te laten verifiëren.

Kort nadat aan de leden van de begeleidingscommissie was aangekondigd dat een derde conceptversie van het eindrapport toegestuurd zou worden, hebben de onderzoekers aangegeven hun rapport niet te zullen publiceren.

Voor de volledigheid geven wij aan dat, zoals vermeld in de brief van 9 juli jl., er recentelijk enkele wetenschappelijke studies op het gebied van ondermijning en integriteit succesvol zijn afgerond waarbij verschillende organisaties hun medewerking hebben verleend. Douane was een van de betrokken organisaties.

Overzicht Integriteitsschendingen Douane

Op verzoek van uw Kamer treft u hieronder een overzicht van de meldingen van mogelijke integriteitsschendingen bij de Douane tussen 2013 en 2018.

 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Soort schending

           

Financiële schending

13

12

8

3

0

0

Lekken/Misbruik informatie

2

1

2

1

4

2

Misbruik bevoegdheden

2

6

6

5

3

1

Misbruik geweldsbevoegdheden

0

0

1

0

1

0

Misbruik positie/belangenverstrengeling

1

6

3

2

1

2

Misdraging in privé1/ongepast gedrag in privésfeer

58

44

45

35

40

40

Oneigenlijk gebruik dienstmiddelen/overschrijden interne regels

31

15

18

15

26

15

Ongewenste omgangsvormen

7

5

8

4

9

1

Ongepaste communicatie

1

Totaal

114

89

91

65

84

62

X Noot
1

Het getal onder «misdragingen in privé» wordt in aanzienlijke mate bepaald door loonbeslagen.

Het aandeel van de Douane in de gehele sector Rijk3 maakte in deze jaren ca. 7% (in 2016) tot 12% (in 2013) uit van het totaal aantal gemelde mogelijke schendingen.

Het aantal medewerkers dat wordt aangehouden in het kader van een strafrechtelijk onderzoek wordt niet separaat geregistreerd. Zoals aangegeven in de antwoorden op de feitelijke vragen 23e halfjaarsrapportage Belastingdienst bedraagt in de periode van 2013 tot aan dat moment het aantal douanemedewerkers dat is ontslagen wegens integriteitschendingen 41 (Bijlagen bij Kamerstuk 31 490, nrs. 239 en 249).

Tot slot

Wij hebben u in deze brief uiteengezet op welke manier Douane, FIOD en politie hebben meegewerkt aan het onderzoek. Zo heeft de FIOD de onderzoekers inzage gegeven in meldingen inzake mogelijk integriteitsschendingen bij de Douane en de FIOD. In de beleving van de Douane en de FIOD was de vraag van de onderzoekers naar informatie met betrekking tot dergelijke integriteitsschendingen daarmee beantwoord.

Achteraf gezien had de Douane daarover duidelijker met de onderzoekers moeten communiceren.

In de brief van 9 juli jl. is al aangegeven dat het niet aan het kabinet is om te treden in de overwegingen van de onderzoekers om geen eindrapport uit te brengen. Bovendien opereert de CKO zoals gezegd onafhankelijk. Het is dan ook niet aan ons te beoordelen of er alsnog een eindrapport kan worden uitgebracht dan wel een eventueel conceptrapport kan worden gedeeld.

Het integriteitsbeleid van de Douane en politie is dynamisch en wordt voortdurend bijgesteld aan de hand van nieuwe ontwikkelingen binnen het Rijksbeleid, wetenschappelijke inzichten en incidenten. Het borgen van de integriteit van onze organisaties en de bestrijding van corruptie heeft onze aandacht en blijft dat houden.

De Staatssecretaris van Financiën, M. Snel

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus


X Noot
1

Publieke organisaties belast met Toezicht, Handhaving, Opsporing en Regelgeving.

X Noot
2

Kamerstuk 29 911, nr. 249.

X Noot
3

Bron: Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk 2017 en Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk 2018.