Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 15 december 2025
Sinds de opkomst van onlineplatformen is het aantal e-commercezendingen naar de Europese Unie (EU) sterk toegenomen. Het gaat hierbij om zendingen
met een lage waarde (tot en met € 150) die via vereenvoudigde douaneaangifte rechtstreeks
aan consumenten worden geleverd. Nederland is een van de belangrijkste toegangspoorten
voor deze zendingen; een kwart van deze zendingen komt de EU binnen via de luchthaven
Schiphol en de Rotterdamse haven. De massale instroom van deze zendingen brengt grote
uitdagingen met zich mee op het gebied van douaneafhandeling, naleving van productveiligheidseisen
en fiscale handhaving. Bovendien leidt dit tot oneerlijke concurrentie voor (Europese)
bedrijven die wel aan de wet- en regelgeving voldoen.
Europese handling fee
Om de kosten van het toezicht op deze e-commercestroom te financieren, introduceert
het nieuwe Douanewetboek van de Unie een EU-brede handelingskostenvergoeding (EU-handling fee). Deze vergoeding wordt naar verwachting per 1 november 2026 in rekening gebracht.
Nederland is voorstander van de invoering van handelingskostenvergoeding ter dekking
van de additionele kosten voor toezicht op de stroom e-commerce goederen door de invoering
van een EU-handling fee zoals opgenomen in het voorstel voor het nieuwe Douanewetboek
van de Unie.
Nationale handling fee
Vooruitlopend op de Europese handling fee hebben Frankrijk, België en Luxemburg aangegeven
een nationale handelingskostenvergoeding (nationale handling fee) te willen invoeren. Ik volg de ontwikkelingen in deze landen op de voet. Deze hebben
aangegeven hun nationale handling fee niet voor 1 februari in te voeren.
Zoals toegelicht in het Commissiedebat Eurogroep/Ecofinraad op 3 december jongstleden (jl.)
en in het schriftelijk overleg over de algemene Raadsinzet van het nieuwe Douanewetboek
van de Unie van 9 oktober jl.1, tref ik op dit moment de voorbereidingen voor de invoering van een nationale handling
fee, zodat het kabinet kan overwegen om deze landen te volgen indien zij daadwerkelijk
overgaan tot invoering. Hiertoe heeft uw Kamer het kabinet ook opgeroepen in de motie
van het lid Grinwis.2
Tijdens het CD Eurogroep/Ecofinraad heb ik uw Kamer ook gemeld dat Nederland volgend
is voor wat betreft de nationale handelingskostenvergoeding, en dat Nederland bij
een positief besluit van de ministerraad, voorbereid is om op 1 januari 2026 in werking
te laten treden. Recent heb ik signalen ontvangen dat de genoemde landen inderdaad
overgaan tot invoering van een nationale variant, maar dat de daadwerkelijke inwerkingtreding
in deze landen nog even op zich laat wachten. Invoering van de nationale handling
fee in deze landen vindt op zijn vroegst op 1 februari 2026 plaats.
De wijziging van het Algemeen douanebesluit in verband met de invoering van een handelingskostenvergoeding
voor e-commercezendingen ligt op dit moment voor advisering voor bij de Raad van State. Ik verwacht
deze week het advies van de Raad van State op deze versie. Het advies neem ik uiteraard
grondig in overweging voordat ik het aangepaste concept AMvB medio januari aan de
ministerraad zal voorleggen ter besluitvorming.
Afschaffing de-minimis
Op vrijdag 12 december jl. heeft de Raad Ecofin een politiek akkoord bereikt over
de afschaffing van de EU vrijstelling voor goederen tot en met € 150 (de zogenoemde
de-minimisregeling) en de voorlopige invoering van een vast tarief van € 3 per aangifteregel
(productsoort). Dit tarief staat los van voornoemde Europese en nationale handling
fees. De voorziene ingangsdatum is 1 juli 2026. Uw Kamer wordt in januari nader over
geïnformeerd over de afschaffing van deze fiscale vrijstelling.
De Staatssecretaris van Financiën,
E.H.J. Heijnen