Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2008-200931924-XVII nr. 3

31 924 XVII
Slotwet en jaarverslag van Jeugd en Gezin 2008

nr. 3
JAARVERSLAG VAN JEUGD EN GEZIN (XVII)

Aangeboden 20 mei 2009

Inhoudsopgave blz.

A.Algemeen4
1.Leeswijzer4
2.Aanbieding en verzoek tot dechargeverlening6
   
B.Jaarverslag9
3.Beleidsverslag9
4.Financiële toelichting beleidsartikelen en niet- beleidsartikel27
5.Bedrijfsvoeringsparagraaf38
   
C.Jaarrekening39
6.Verantwoordingsstaat39
7.Saldibalans40
   
DBijlagen41
 ZBO’s en RWT’s41
 Bevindingen Algemene Rekenkamer42
 Afkortingenlijst43
 Trefwoordenregister44

A. ALGEMEEN

1. LEESWIJZER

In dit jaarverslag wordt het beleid dat in 2008 is gevoerd, verantwoord. Bijzonder aan dit jaarverslag is, is dat het eerste jaarverslag Jeugd en Gezin is, volgend op de eerste begroting Jeugd en Gezin.

Experiment Verbetering verantwoording en begroting

Om te komen tot meer politieke focus en minder verantwoordingslasten heeft de minister van Financiën in 2007 een aantal voorstellengepresenteerd. Eén van de voorstellen heeft betrekking op het verantwoordingsproces. Doelstelling van het experiment is om enerzijds de departementale jaarverslagen te vereenvoudigen en anderzijds om de verantwoording te concentreren op de hoofdlijnen van beleid. De veranderingen hebben derhalve betrekking op de inhoud van het beleidsverslag, op de inhoud van de beleidsartikelen en op de integratie van de Slotwet in het jaarverslag.

Beleidsverslag

In het beleidsverslag is de beleidsmatige verantwoording op hoofdlijnen over 2008 opgenomen. Hier wordt ook verslag gedaan van de stand van zaken van de doelstellingen in het beleidsprogrammaSamen werken Samen levendie betrekking hebben op Jeugd en Gezin beleidsterreinen. Daarbij is tevens aangesloten op de prioriteiten die in de beleidsagenda 2008 zijn verwoord.

Tevens heeft het beleidsverslag nadrukkelijk het karakter van een uitzonderingsrapportage gekregen. Niet alle voornemens die zijn aangekondigd in de begroting 2008 zijn er in opgenomen. Bij de keuze van de onderwerpen stonden de hoofdlijnen van beleid centraal. Een neveneffect hiervan is dat de aansluiting tussen het beleidsverslag 2008 en de begroting 2008 niet volledig te maken is.

Beleidsartikelen

De beleidsartikelen bevatten een volwaardige financiële verantwoording. In de artikelen worden de veranderingen van de begroting en de uitputting ervan toegelicht. Uit de tabellen blijkt bij welke begrotingswet (1een 2e Suppletore wet en Slotwet) die veranderingen zich hebben voorgedaan. Alle veranderingen, mutaties in jargon, ten opzichte van de vastgestelde begroting die groter zijn dan € 3 miljoen of groter zijn dan 3% van het budget van een artikel zijn hierin toegelicht.

Slotwet

De mutaties in de Slotwetstaat betreffen de budgettaire gegevens die geautoriseerd dienen te worden. De toelichting op deze slotwetmutaties is expliciet opgenomen in de budgettaire tabellen bij de (niet) beleidsartikelen die het verloop van de vastgestelde begroting tot aan de uiteindelijke realisatie verklaren.

Beleidsdoorlichting

Voor Jeugd en Gezin is geen beleidsdoorlichting tezamen met dit jaarverslag gereed. Jeugd en Gezin kent relatief veel nieuw beleid zoals de Centra voor Jeugd en Gezin. Daarnaast is in 2009 een evaluatieonderzoek gestart naar de Wet op de jeugdzorg. Uitvoering van Wet op de jeugdzorg is in de begroting voornamelijk beschreven in operationele doelstelling 3.1. Naar verwachting is de evaluatie van de Wet op de jeugdzorg eind 2009 gereed.

Begrotingsuitgaven en premiegefinancierde uitgaven

In dit jaarverslag wordt het beleid dat in 2008 is gevoerd, verantwoord.

Beleidsmatig vallen ook de zorg voor jeugd-licht verstandelijk gehandicapten (jeugd-lvg) en de jeugd-geestelijke gezondheidszorg (jeugd-ggz) onder de verantwoordelijkheid van de minister voor Jeugd en Gezin. Budgettair gezien vallen deze uitgaven onder het zogenoemde Budgettair Kader Zorg (BKZ). In de premietabellen in artikel 42 Gezondheidszorg en artikel 43 Langdurige zorg van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), maken deze jeugdgerelateerde uitgaven aan lichtverstandelijk gehandicapten en de geestelijke gezondheidszorg integraal onderdeel uit van de aldaar gepresenteerde realisatiecijfers.

Bedrijfsvoeringsparagraaf

In de bedrijfsvoeringsparagraaf wordt gerapporteerd over belangrijke tekortkomingen die zich ten aanzien van onder andere de rechtmatigheid van de begrotingsuitvoering in 2008 hebben voorgedaan. De kwantitatieve grens voor de rapportering van deze onrechtmatigheden per artikel, is door het ministerie van Financiën vastgesteld op 3 procent voor fouten en 3 procent voor onzekerheden. Dit is een onderdeel van de voorstellen in de reeds genoemdebrief van de minister van Financiën van 20 december 2007. Daarnaast kunnen ook andere overwegingen een rol spelen om onderwerpen in de bedrijfsvoeringsparagraaf op te nemen.

2. AANBIEDING VAN HET JAARVERSLAG EN VERZOEK TOT DECHARGEVERLENING VAN DE MINISTER VOOR JEUGD EN GEZIN AAN DE VOORZITTERS VAN DE EERSTE EN TWEEDE KAMER VAN DE STATEN GENERAAL.

Hierbij bied ik, Minister voor Jeugd en Gezin, het jaarverslag over het jaar 2008 van Jeugd en Gezin aan.

Onder verwijzing naar de artikelen 63 en 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verzoek ik de beide Kamers van de Staten-Generaal de Minister voor Jeugd en Gezin decharge te verlenen over het in het jaar 2008 gevoerde financiële beheer van Jeugd en Gezin.

Ten behoeve van de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening is door de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 82 van de Comptabiliteitswet 2001 een rapport opgesteld van haar bevindingen en haar oordeel met betrekking tot:

• het gevoerde financieel beheer;

• de ten behoeve van dat beheer bijgehouden administraties;

• de financiële informatie in het jaarverslag;

• de saldibalans;

• de totstandkoming van de informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering;

• de in het jaarverslag opgenomen informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering van Jeugd en Gezin. Dit rapport wordt separaat door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden.

Bij het besluit tot dechargeverlening dienen, naast het onderhavige jaarverslag en het hierboven genoemde rapport van de Algemene Rekenkamer, de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken te worden betrokken:

• Het Financieel Jaarverslag van het Rijk over 2008; dit jaarverslag wordt separaat aangeboden.

• De Slotwet van Jeugd en Gezin over het jaar 2008; de Slotwet is geïntegreerd met het onderhavige jaarverslag in dit kamerstuk opgenomen.

• Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken Slotwet is aangenomen.

• Het rapport van de Algemene Rekenkamer over het jaar 2008 met betrekking tot de onderzoeken, bedoeld in artikel 83 van de Comptabiliteitswet 2001. Dit rapport, dat betrekking heeft op het onderzoek van de centrale administratie van ’s Rijks schatkist en van het Financieel Jaarverslag van het Rijk, wordt separaat door de Algemene Rekenkamer aangeboden.

• De verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer met betrekking tot de in het Financieel Jaarverslag van het Rijk over 2008 opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten van het Rijk over 2008 alsmede met betrekking tot de Saldibalans van het Rijk over 2008 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 83, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001). Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.

De Minister voor Jeugd en Gezin,

A. Rouvoet

Dechargeverlening door de Tweede Kamer

Onder verwijzing naar artikel 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verklaart de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Tweede Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 64, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2001 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer.

Dechargeverlening door de Eerste Kamer

Onder verwijzing naar artikel 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verklaart de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Eerste Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Eerste Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 64, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, doorgezonden aan de Minister van Financiën.

B. JAARVERSLAG

3. BELEIDSVERSLAG

Inleiding

De centrale opgave van het kabinetsprogramma«Samen werken, samen leven»is de kracht en de kwaliteit van de samenleving in ons land te vergroten. Het kabinet investeert hiervoor in de opvoeding van kinderen. Samen leven, elkaar respecteren en leren van gemeenschappelijke waarden begint al in het gezin, waar gezinsleden elkaar tot steun zijn en kinderen worden opgevoed. Ook goed onderwijs draagt hieraan bij, net als goed samenwerkende organisaties voor jeugdzorg en jeugdbescherming.

Jeugd en Gezin levert met het jeugd- en gezinsbeleid een cruciale bijdrage aan het vergroten van de sociale samenhang. In het jeugd- en gezinsbeleid staat het vergroten van het vermogen om kinderen en jeugdigen te verzorgen en op te voeden centraal, zodat zij gezond en veilig kunnen opgroeien, hun talenten kunnen ontwikkelen en plezier hebben, een bijdrage leveren aan de maatschappij en voorbereid zijn op de toekomst. Dat is de missie van het programma «Alle Kansen voor Alle Kinderen», dat in juni 2007 aan de Tweede Kamer is aangeboden. Deze missie geldt voor allen die professioneel of persoonlijk met jeugd te maken hebben.

Het gezin

De meeste kinderen groeien op in een gezin. Er zijn gezinnen met veel kinderen of met één kind, gezinnen met één of twee ouders, of samengestelde gezinnen waarin de grootouders of pleegouders de opvoeding verzorgen. Het gezin, in al zijn diversiteit, is de belangrijkste plek waar kinderen opgroeien. In de meeste gezinnen ervaart men liefde, respect en saamhorigheid. Deze zaken zijn onmisbaar voor een stabiele en vitale samenleving. De primaire verantwoordelijkheid voor de opvoeding ligt bij de ouders van kinderen. De meeste ouders zijn redelijk positief over de opvoeding van hun kinderen. Tegelijkertijd vindt bijna de helft het ouderschap toch moeilijker dan gedacht. Een kleine minderheid van 11% heeft vaak het gevoel de opvoeding niet goed aan te kunnen.

Beleving van de opvoeding door ouders van kinderen (4 tot 18 jaar)

KST128516-1.gif

Bron: Landelijke jeugdmonitor, SCP/CBS-AUO 2007

Met een gezinsvriendelijk beleid wil het kabinet voorwaarden scheppen die ertoe bijdragen dat kinderen van jongs af aan zelfvertrouwen, weerbaarheid en verantwoordelijkheidsgevoel meekrijgen. Gezinnen verdienen mijn steun, zoals is verwoord in de nota «Gezinsbeleid» (kamerstuk 2008–2009, 31 445, nr. 3), die eind 2008 is verschenen.

Kindgebonden budget

Kinderen opvoeden vergt aandacht, tijd en geld. Vanaf 1 januari 2009 is het kindgebonden budget in werking getreden. Het kindgebonden budget is een nieuwe financiële tegemoetkoming voor gezinnen met kinderen, die afhankelijk is van het gezinsinkomen én van het aantal kinderen in het gezin. De Belastingdienst betaalt maandelijks het kindgebonden budget uit aan de gezinnen.

Het kindgebonden budget (vanaf 2009) is in de plaats gekomen van de kindertoeslag (2008). Voor de hoogte van de kindertoeslag maakte het aantal kinderen per gezin niet uit. Vermoedelijk hebben ongeveer 100 000 gezinnen die in 2008 niet in aanmerking kwamen voor de kindertoeslag, vanaf januari 2009 wel recht op kindgebonden budget. Naar verwachting komen in 2009 ongeveer 1,1 miljoen gezinnen in aanmerking voor het kindgebonden budget. Veel gezinnen gaan er met het kindgebonden budget honderden euro’s per jaar op vooruit. De kindertoeslag bedroeg in 2008 maximaal € 994 per gezin. Vanaf een modaal inkomen werd dit bedrag afgebouwd. In 2009 zijn de bedragen verhoogd voor gezinnen met meer dan één kind. Bij één kind krijgen gezinnen met het kindgebonden budget jaarlijks maximaal € 1 011, bij twee kinderen maximaal € 1 322 en bij drie kinderen maximaal € 1 505 in 2009. De budgetten zijn inkomensafhankelijk.

Het niveau van de uitgaven is in 2008 verhoogd naar € 832 miljoen. Met de verhoging is de koopkracht van gezinnen in de lagere inkomenscategorieën versterkt. In 2009 zijn de uitgaven voor het kindgebonden budget verhoogd naar € 894 miljoen in verband met de invoering van bedragen voor het tweede en volgende kind. Per saldo zijn de middelen voor financiële ondersteuning dus toegenomen. Naast de kindertoeslag (2008) en het kindgebonden budget (vanaf 2009) ontvangen gezinnen ook met de kinderbijslag een tegemoetkoming voor de kosten van kinderen. De kinderbijslag is niet afhankelijk van het inkomen.

Kengetallen (x 1 000)
 200620072008200920102011
Aantal telkinderen AKW3 5193 4983 5033 4773 4573 435
Aantal gezinnen AKW1 9301 9251 9261 9101 8981 886
Aantal kinderen WKB2 0002 0002 200
Aantal huishoudens WKB1 0001 1001 1001 200

Bron: SVB voorschotaanvragen AKW, Centraal Planbureau voor het kindgebonden budget

Overige financiële ondersteuning

Naast de middelen die ik op mijn begroting beschikbaar stel, ondersteunt het kabinet gezinnen ook op andere manieren. Zo zijn vanaf het schooljaar 2009–2010 de schoolboeken voor alle kinderen in het voortgezet onderwijs gratis, ongeacht het inkomen van de ouders. Voor het schooljaar 2008–2009 kregen ouders hiervoor een eenmalige tegemoetkoming van € 316 per kind. Dat is de prijs van een gemiddeld boekenpakket. Dit geld is rechtstreeks overgemaakt aan de ouders. Vanaf augustus 2009 gaat het geld naar de scholen. De scholen zorgen ervoor dat de leerlingen het lesmateriaal gratis krijgen en kunnen gebruiken.

Armoede heeft vaak een negatieve invloed op de ontwikkeling en gezondheid van kinderen. In 2008 en 2009 ontvangen de gemeenten in Nederland € 40 miljoen om te voorkomen dat kinderen «niet mee kunnen doen» als er thuis niet voldoende geld is. De bijdrage is bedoeld om kinderen deel te laten nemen aan bijvoorbeeld sportverenigingen of culturele activiteiten. Met een groot aantal gemeenten is hierover een convenant gesloten. Via het amendement Tang/Spekman (kamerstuk 2007–2008, 31 474 XV, nr. 10) is € 50 miljoen extra beschikbaar gesteld voor armoedebestrijding. Het betreft een eenmalige investering in 2008.

Gezin en werk

Een belangrijke ontwikkeling van de laatste jaren is de toegenomen arbeidsparticipatie van vrouwen. Voor de huidige generatie jonge ouders is het van belang dat de zorg voor kinderen is te combineren met betaalde arbeid. Gezinsvriendelijk beleid ondersteunt zowel de opvoeding van kinderen en de betrokkenheid van vaders daarbij als de arbeidsparticipatie en ontplooiingsmogelijkheden van moeders. Ik wil de keuzevrijheid van gezinnen bevorderen om gezin en werk op elkaar af te stemmen.

Om hun opvoedende taken goed te kunnen vervullen is het nodig dat ouders hiervoor voldoende tijd kunnen vrijmaken. Per 1 januari 2009 is het ouderschapsverlof voor beide ouders verlengd van 13 naar 26 weken. Vanaf dezelfde datum is het niet meer noodzakelijk aan de levensloopregeling deel te nemen om in aanmerking te komen voor de ouderschapsverlofkorting (50% van het minimumloon). Hiermee is ouderschapsverlof voor meer gezinnen toegankelijk geworden. Vanaf juni 2008 hebben ook zelfstandig werkende vrouwen recht op een zwangerschaps- en bevallingsuitkering voor een periode van 16 weken.

Het kabinet stimuleert de arbeidsdeelname van ouders aan het arbeidsproces. Daarom wordt de inkomensafhankelijke aanvullende combinatiekorting (IACK) geïntroduceerd, en wordt vanaf 2009 de overdraagbaarheid van de algemene heffingskorting geleidelijk afgeschaft. Voor ouders met jonge kinderen maakt het kabinet een uitzondering door de keuze tussen arbeid, zorg of een combinatie van beiden aan de ouders over te laten. Daarom blijft de overdraagbaarheid van de algemene heffingskorting bestaan voor gezinnen met kinderen tot en met 5 jaar.

In overleg met werkgevers en werknemers kan een betere balans ontstaan tussen gezin en werk, bijvoorbeeld met flexibele werktijden, telewerken en schooltijdbanen. In maart 2009 is samen met sociale partners en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) een conferentie georganiseerd als aftrap om het concept «werkende gezinnen» verder te ontwikkelen en verspreiden. Hiermee kunnen ouders gezin en werk beter combineren.

Kind en scheiding

Jaarlijks hebben 60 000 kinderen te maken met scheiding van hun ouders. Met scheiding wordt niet alleen echtscheiding bedoeld, maar ook ontbinding van het geregistreerd partnerschap en het uiteengaan van ongehuwd samenwonende ouders. Bij zo’n 30% van deze kinderen uit zich dat vroeger of later in problemen zoals bijvoorbeeld depressie, angst, agressie, lagere schoolprestaties of crimineel gedrag. Reden om meer aandacht te geven aan de kinderen bij een scheiding. In 2008 is de lijn ten aanzien van scheiding bepaald in de nota «Gezinsbeleid». Zo wordt er ingezet op vrijwillig aanbod op het terrein van conflicthantering, dat zal worden ontwikkeld op basis van in het buitenland gebruikte methodieken. Daarnaast wordt er een publiekscampagne gevoerd en wordt er gewerkt aan goed aanbod op lokaal en provinciaal niveau. De in 2008 aangenomen wet «Bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding» schrijft voor dat ouders bij een scheiding de zorg voor hun kinderen goed dienen te regelen, alvorens ze bij de rechter een scheiding kunnen aanvragen. Deze wet is vanaf 1 maart 2009 van kracht geworden. Ook betrekt de Raad voor de Kinderbescherming vanaf 2009 expliciet de positie van het kind bij adviezen aan de rechters in gezags- en omgangszaken.

Omslag naar preventie

Met de Nederlandse jeugd en gezinnen gaat het over het algemeen goed. Er zijn goede basisvoorzieningen aanwezig om jongeren in hun gezondheid en ontwikkeling te stimuleren, om ouders te ondersteunen bij de opvoeding en om problemen te voorkomen, te signaleren en aan te pakken. Voorkomen moet worden dat een kind tussen wal en schip valt. Daarom kan nog meer worden gedaan om vroegtijdig problemen te signaleren, instanties werken nog onvoldoende samen.

Ik wil de ontwikkelingskansen van jeugdigen vergroten door ouders en jeugdigen beter te informeren, adviseren en steunen bij opvoed- en opgroeivragen. Daarnaast moet vroegtijdig ondersteuning geboden worden als dat nodig is, onder meer doordat professionals die veel met kinderen en gezinnen werken vroegtijdig signaleren of gezinnen hulp nodig hebben. Betere samenwerking, informatie-uitwisseling en het werken volgens het principe één gezin, één plan zijn belangrijk voor alle organisaties die met kinderen, jongeren en gezinnen te maken hebben. Als verschillende organisaties bij één gezin betrokken zijn, moet er één plan komen. Via het wetsvoorstel Centra voor Jeugd en Gezin, dat in december 2008 voor advies is voorgelegd aan de Raad van State, wordt vastgelegd dat de gemeente verantwoordelijk is voor het beleggen van de coördinatie van zorg en daarmee voor de totstandkoming van één gezin, één plan. Als er sprake is van geïndiceerde jeugdzorg, heeft het bureau jeugdzorg ingevolge dit wetsvoorstel de verantwoordelijkheid voor de coördinatie van zorg. Dit geldt ook in het geval van voogdij en ondertoezichtstelling.

Kabinetsproject «Kansen voor kinderen»

Alle ouders, kinderen en jongeren moeten als zij dit willen met alle mogelijke vragen over opvoeden en opgroeien én voor hulp terecht kunnen bij een laagdrempelig en herkenbaar punt in de buurt. In 2011 moet er een landelijk dekkend netwerk van Centra voor Jeugd en Gezin (CJG) zijn. In iedere gemeente moet ten minste één fysiek inlooppunt zijn waar ouders, kinderen en jongeren terecht kunnen.

Kabinetsdoelstelling30: In 2011 worden jeugdigen en hun ouders snel en goed ondersteund
Beoogd in 2008Realisatie in 2008Beoogd in 2009
50 gemeenten met een CJG46 gemeenten met een CJG*125 gemeenten met een CJG

* Daarnaast zijn er nog minimaal 25 gemeenten die nog geen CJG geopend hebben maar wel beschikken over ten minste een inlooppunt en samenwerkingsverband in lijn met het basismodel CJG.

Centra voor Jeugd en Gezin

In alle gemeenten komen Centra voor Jeugd en Gezin. Ouders, kinderen, jongeren tot 23 jaar en professionals kunnen bij de centra terecht met vragen over opvoeden en opgroeien. De jeugdgezondheidszorg wordt een belangrijke partner in de Centra voor Jeugd en Gezin. In 2007 bleek ruim een derde van de ouders met thuiswonende kinderen van 0 tot 18 jaar zich zorgen te hebben gemaakt over de opvoeding. Een nadere uitsplitsing van deze zorgen staat in onderstaande tabel.

Tabel 1: Indien zorgen bij ouders, waarover dan?
Onderwerp2007
Opvoeding in het algemeen27%
Emotionele problemen22%
Schoolprestaties en/of -motivatie20%
Gedragsproblemen16%
Stellen van regels en grenzen, ongehoorzaamheid16%
Achterstand of vertraging in ontwikkeling15%
Gevolgen van ziekte11%
Contacten met leeftijdsgenoten en vrienden11%
Alcohol, drugs en/of roken7%
Iets anders12%

Bron: SCP/CBS-AVO 2007

De Centra voor Jeugd en Gezin bieden hiervoor advies, ondersteuning en hulp op maat. Het kan ouders ook met elkaar in contact brengen. Een Centrum voor Jeugd en Gezin is er niet alleen om meer ouders en kinderen te bereiken met advies en opvoedondersteuning, maar ook om de samenwerking te verbeteren tussen de partijen die betrokken zijn bij jongeren en gezinnen.

Eind 2011 is er een landelijk dekkend netwerk van Centra voor Jeugd en Gezin met ten minste één inlooppunt en samenwerkingsverband in lijn met het basismodel CJG. Begin 2008 was in 70% van de gemeenten een Centrum voor Jeugd en Gezin in ontwikkeling. In december 2008 waren 46 centra operationeel. Dit betekent dat de realisatie van het kabinetsproject «Kansen voor kinderen» en kabinetsdoelstelling 30 over een snelle en goede ondersteuning van jeugdigen en hun ouders in 2011 volgens planning verloopt.

Gemeenten voeren de regie over de Centra voor Jeugd en Gezin. Zij hebben grote vrijheid in het realiseren van de centra. De centra hebben dezelfde basistaken, maar zijn onderling verschillend. Kleine gemeenten en dorpskernen kunnen hiervoor samenwerken. In grotere gemeenten zijn meerdere inlooppunten nodig. Om gemeenten te ondersteunen bij de oprichting van Centra voor Jeugd en Gezin, heb ik met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten in 2008 vele activiteiten ontplooid. Onder meer het «Basismodel Centrum voor Jeugd en Gezin» is op de websitewww.invoeringcjg.nlterug te vinden. Dit model is in 2007 gepubliceerd en is een informatieblad («factsheet») over de basistaken van een centrum.

Voor de totstandkoming van de Centra voor Jeugd en Gezin zijn vanaf 2008 extra middelen beschikbaar, oplopend naar structureel € 200 miljoen in 2011. Van deze extra middelen komt € 100 miljoen aan gemeenten ten goede door de meerjarige brede doeluitkering. In de Brede Doeluitkering (BDU) CJG zijn in 2008 de extra middelen gebundeld met middelen die al aan gemeenten beschikbaar werden gesteld, waaronder de Tijdelijke regeling specifieke uitkering jeugdgezondheidszorg (Rsu-jgz). De andere € 100 miljoen komt via het accres van het Gemeentefonds beschikbaar. Weliswaar is dit niet geoormerkt, maar in het Bestuursakkoord tussen Rijk en VNG is afgesproken dat deze middelen een belangrijke bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de Centra voor Jeugd en Gezin.

Zorg- en Adviesteams

Problemen van kinderen en jongeren komen veelal tot uiting op school, thuis of op straat. Om snelle en goede hulp te bieden zijn Zorg- en Adviesteams (ZAT’s) rondom het onderwijs ontstaan. Hiermee bieden zorg- en ondersteuningsprofessionals hulp aan jeugdigen en hun ouders. Het kabinet heeft de ambitie uitgesproken om in 2011 100% dekking te hebben van goed functionerende ZAT’s in alle onderwijssectoren.

Tabel 2: kengetallen ZAT’s
OnderwijsvormRealisatie in 2007Realisatie in 2008Beoogd in 2009Beoogd in 2010
Primair onderwijs60%65%72%85%
Voortgezet onderwijs92%93%94%96%
Middelbaar beroepsonderwijs75%78%82%90%

Bron: Monitor Zorg- en Adviesteams Nederlands Jeugdinstituut. Realisatiecijfers 2008 zijn de beoogde cijfers. In mei 2009 komen de definitieve cijfers beschikbaar.

Om gemeenten, scholen, provincies en hulpverlening te ondersteunen is via de begroting van OCW tot en met 2011 jaarlijks € 1,75 miljoen beschikbaar. Aan het Nederlands Jeugdinstituut is in 2008 een subsidie verstrekt voor de vorming van een landelijk steunpunt voor ZAT’s. Begin 2009 is het steunpunt officieel geopend. Het steunpunt verschaft informatie, ideeën, tips en handreikingen over de samenwerking in de jeugdketen. Daarnaast biedt het steunpunt ondersteuning op maat voor professionals die een ZAT opzetten of deelnemen aan een ZAT.

Elektronisch kinddossier

De digitalisering van papieren dossiers tot het elektronisch kinddossier (EKD) moet ertoe leiden dat overdracht van gegevens binnen de jeugdgezondheidszorg beter kan plaatsvinden, kinderen beter gevolgd kunnen worden en risico’s eerder te signaleren zijn. Daarnaast moet de digitalisering het mogelijk maken dat door samenvoegen van gegevens op lokaal en landelijk niveau inzicht verkregen wordt in trends in de ontwikkeling van de jeugd.

In 2007 heb ik besloten af te zien van één centraal systeem (kamerstuk 2007–2008, 31 001, nr. 33). Om de papieren dossiers in de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) te digitaliseren schaffen JGZ-instellingen op regionaal niveau automatiseringspakketten aan of nemen een licentie, onder bestuurlijke regie van gemeenten. Een aantal instellingen in de jeugdgezondheidszorg heeft momenteel een software pakket en de overige instellingen zijn druk bezig met voorbereidingen om een dergelijk pakket aan te schaffen. Op landelijk niveau wordt gewerkt aan een digitale toepassing waarmee het eind 2009 mogelijk wordt dossiers binnen de jeugdgezondheidszorg over te dragen aan een andere JGZ-hulpverlener, bijvoorbeeld na verhuizing van een kind of gezin naar een andere gemeente.

De toegang tot de digitale dossiers is en blijft beperkt tot de medewerkers van de jeugdgezondheidszorg. Dit is in lijn met het medisch beroepsgeheim dat binnen de jeugdgezondheidszorg geldt. Daarmee wordt het EKD niet verbreed voor professionals uit andere sectoren zoals jeugdzorg, politie en justitie. Dit is in overeenstemming met de resultaten van de haalbaarheidsstudie naar ketenbrede elektronische informatie-uitwisseling in de jeugdsector die in 2008 is uitgevoerd.

Verwijsindex risicojongeren

De Verwijsindex risicojongeren brengt risicomeldingen van hulpverleners bij elkaar en zorgt dat hulpverleners van elkaar weten dat zij betrokken zijn bij de jongere. De Verwijsindex bevat geen inhoudelijke informatie over de aard van het probleem en de behandeling. Gebruik van de Verwijsindex bevordert een snellere en betere samenwerking van hulpverleners en gemeenten. De Verwijsindex helpt situaties voorkomen waarin hulpverleners die zich bezighouden met dezelfde jongere langs elkaar heen werken. De Verwijsindex wil dit ondervangen door risicosignalen van hulpverleners over jongeren, uit heel Nederland, bij elkaar te brengen. Zo kunnen hulpverleners eenvoudig en in een vroegtijdig stadium contact met elkaar opnemen voor snellere en beter afgestemde hulp. Het wetsvoorstel is in 2008 voorbereid en in februari 2009 ter behandeling aan de Tweede Kamer aangeboden. Na aanvaarding van de wetgeving, naar verwachting in 2009, kan de Verwijsindex landelijk worden ingevoerd.

Diversiteit in het jeugdbeleid

Migrantenouders en migrantenkinderen maken minder gebruik van opvoedondersteuning en algemene jeugdvoorzieningen. In de zware jeugdzorg en de jeugdcriminaliteit blijken migrantenjongeren oververtegenwoordigd.

Samen met de minister voor Wonen, Wijken en Integratie (WWI) heb ik medio 2008 de beleidsbrief «Diversiteit in het jeugdbeleid» aan de Tweede Kamer aangeboden (kamerstuk 2007–2008, 31 001, nr. 52). Dit programma beoogt migrantenkinderen en hun ouders eerder en beter te bereiken, zodat de kinderen goede ontwikkelkansen krijgen. ZonMw is in 2008 met de uitvoering van het programma gestart. Als eerste stap zijn eind 2008 drie regionale «academische werkplaatsen» opgezet. Hier werken professionals, jeugdorganisaties, gemeenten, universiteiten en een multi-etnisch coachingsteam om praktische en bewezen effectieve aanpakken te ontwikkelen.

Met het programma «Meedoen allochtone jeugd door sport» willen de staatssecretaris van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS) en ik stimuleren dat allochtone jongeren meer bewegen. Vooral allochtone meisjes sporten minder dan hun autochtone leeftijdgenoten. Een voorbeeld uit dit programma is het project Basketball Unites!, waarmee zo’n 30 verenigingen worden ondersteund. Het project is een uitstekend middel om de integratie van verschillende culturen in Nederland te bevorderen.

Jeugdparticipatie

De deelname van kinderen en jongeren aan maatschappelijke activiteiten moet al op jonge leeftijd worden gestimuleerd. Hierdoor is de kans groter dat ze later als volwassene volwaardig deelnemen aan de samenleving. Jongeren moeten, ongeacht culturele achtergrond of beperking, in staat worden gesteld om mee te denken, mee te beslissen en vooral mee te doen in Nederland. Goede voorbeelden zijn de lokale jongerenraden, wijkevenementen (georganiseerd door jongeren), vrijwilligerswerk en debatten over discriminatie en intolerantie. Maar ook meedraaien in het gezin is van belang.

Met de «Tijdelijke regeling vrijwilligerswerk voor en door jeugd 2007–2008» hebben 23 projecten subsidie ontvangen van Jeugd en Gezin. Daarmee zijn 16 300 jonge vrijwilligers bereikt. De projecten bestrijken een breed maatschappelijk terrein: van jeugd, zorg, gehandicapten, sport, natuur en milieu tot ontwikkelingssamenwerking. Ook heb ik in 2008 voor het eerst de Jong Lokaal Bokaal uitgereikt aan de gemeente (Borssele) die het beste initiatief heeft voor jeugdparticipatie. In 2009 betrek ik initiatieven voor hangjongeren bij de jurering.

Tabel 3: Kengetallen participatie
ActiviteitenPeildatumWaarde
1. Vrijwilligerswerkdoen of informele hulp bieden200757,1%
2. Lid van een vrijetijdsvereniging200774,0%
3. Weten dat er debatten of overleggen tussen jongeren en college B&W zijn of dat er een organisatie binnen de gemeente is die opkomt voor de belangen van jongeren2003200437,3%52,6%
4. Percentage jongeren dat deelneemt aan een participatieactiviteit, waarvan  
– Meedenken en meebeslissen over de eigen omgeving200431,3%
– Debatten (buiten de les)200429,7%
– Jeugdraad/jeugdpanel/jeugddebat200421,1%
– Demonstratie/actiegroep/ludieke actie20049,3%
– Schoolraad/leerlingenraad20047,8%

Bronnen: 1. CBS, 2. Jaarrapportage landelijke Jeugdmonitor november 2008 en 3. & 4. Verwey-Jonker Instituut, 2008; Rebel, 2004; Steketee, Mark e.a., 2005

Gezond opgroeien

Ouders en jongeren zijn in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor een gezonde leefstijl. De meeste jongeren groeien gezond op. Echter, een toenemend aantal jongeren in Nederland groeit ongezond op. Dit tij moet worden gekeerd. Het gaat dan om ongezond gedrag als roken, te veel alcohol drinken, drugsgebruik, onveilig vrijen, ongezond eten en onvoldoende bewegen. Zo creëren ze voor zichzelf een ongezonde toekomst. Ouders kunnen ervoor zorgen dat hun kinderen gezonder opgroeien.

Nederlandse jongeren behoren tot de stevigste drinkers van Europa. Zo drinkt meer dan de helft van de kinderen voor hun 12e het eerste glas alcohol. Dit gebeurt vaak in het bijzijn van ouders. Alcohol drinken op jonge leeftijd is schadelijk voor de gezondheid en kan bijvoorbeeld leiden tot hersenschade. Met de ministers van VWS en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heb ik beleid ontwikkeld om ervoor te zorgen dat kinderen niet vóór hun 16e jaar beginnen met drinken en dat jongeren ook minder gaan drinken. Daarnaast is de accijns op bier per 1 januari 2009 verhoogd. In 2008 is ook de tabaksaccijns verhoogd, wat het roken verder ontmoedigt.

Tabel 4: Kengetallen gezond opgroeien
Prestatie-indicatorPeildatumWaardeStreefwaarde 2011
1. Geen drugsgebruik, 12 – 18 jaar200380,8%82%
2. 12-jarigen die nog nooit alcohol hebben gedronken200744,3%50%
3. 12 t/m 15 jarigen die nog nooit alcohol hebben gedronken200725,6%38%
4. Niet roken, 10 – 19 jaar200679,0%82%
5. Gezond gewicht200686,4%88%

Bron: Jeugdmonitor (geen drugsgebruik, niet roken en gezond gewicht), Trimbos-instituut uit Peilstationsonderzoek scholieren 2007 (12-jarigen en 12 t/m 15 jarigen die nog nooit alcohol hebben gedronken).

Landelijke Jeugdmonitor

Informatie over de jeugd wordt vooral verzameld binnen aparte sectoren zoals onderwijs of jeugdzorg. Dit maakt het moeilijk een samenhangend beeld te krijgen. De landelijke Jeugdmonitor brengt daar verandering in door informatie van bestaande databestanden over de jeugd in Nederland bijeen te brengen. De monitor geeft informatie over 65 onderwerpen op de terreinen arbeid, gezondheid en welzijn, onderwijs en veiligheid. Zo ontstaat een integraal beeld over jongeren van 0 tot en met 24 jaar. In 2008 is voor het eerst een jaarrapportage landelijke Jeugdmonitor verschenen.

Met de veelzijdige kennis van jeugd die de Jeugdmonitor geeft, is het makkelijker om bestaand beleid te beoordelen en nieuw beleid te ontwikkelen. De monitor helpt trends te signaleren en verbanden te leggen tussen beleidsterreinen. Daarmee is de Jeugdmonitor van groot nut voor beleidsmakers van gemeentes, provincies en overheid. Ook leraren, ouders en andere geïnteresseerden kunnen er terecht voor informatie. De informatie is ook online beschikbaar op http://jeugdmonitor.cbs.nl. Het komende jaar wil ik de jeugdmonitor uitbouwen tot een nog beter toegankelijk instrument, zodat vooral gemeenten hun onderlinge prestaties kunnen vergelijken.

Kindermishandeling

Kindermishandeling is méér dan het slaan en misbruiken van kinderen. Ook niet-direct zichtbare verwaarlozing van kinderen is een vorm van kindermishandeling. Jaarlijks worden naar schatting ruim 100 000 kinderen in Nederland verwaarloosd of mishandeld. Dit betekent minimaal één kind per schoolklas van 30 leerlingen. Het aantal contacten met de Advies- en Meldpunten neemt ieder jaar toe.

Contacten met de Advies- en meldpunten kindermishandeling voor jongeren (0 tot 18 jaar)

KST128516-2.gif

Bron: Landelijke Jeugdmonitor, Jeugd en Gezin

Ik zet me in om kindermishandeling te bestrijden en kinderen zo goed mogelijk te beschermen tegen elke vorm van mishandeling. In 2007 heb ik het actieplan «Kinderen Veilig Thuis» (kamerstuk 2007–2008, 28 345, nr. 62) aan de Tweede Kamer gepresenteerd. In het actieplan staat hoe ik tot en met 2011 de kindermishandeling aanpak. Ouders zijn uiteraard daarbij als eersten verantwoordelijk voor het geestelijk en lichamelijk welzijn en de veiligheid van hun kind.

Kabinetsdoelstelling32: Bestrijding kindermishandeling door versterking van preventie, signalering en ingrijpen
Beoogd in 2008Realisatie in 2008Beoogd in 2009
• Actieverklaring ondertekend door 35 centrumgemeenten, stadsregio’s en provincies• Regiocoördinatoren ingesteld in 70% van de regio’s• Eind 2008 hadden alle partijen de actieverklaring ondertekend en het commitment schriftelijk bevestigd• In 26 van de 35 regio’s zijn regiocoördinatoren ingesteld, de rest volgt eerste kwartaal 2009• Regioplannen zijn ontwikkeld en deels in uitvoering

RAAK stond in de pilotfase (tot 2005) voor: Reflectie en Actiegroep Aanpak Kindermishandeling. Dit is de organisatie die de RAAK-werkwijze heeft ontwikkeld. De RAAK-aanpak is een aanpak over de hele breedte: van algemene preventie en ondersteuning tot ingrijpen als kindermishandeling wordt geconstateerd. In de aanpak werken alle betrokken partijen nauw samen om een effectief aanbod van hulp in te richten. Het gaat dan om instellingen en organisaties als Bureau jeugdzorg, GGD’s, basisscholen, gemeenten én provincies. De aanpak staat uitgebreid omschreven in hethandboek RAAK.

De RAAK-aanpak is in vier proefregio’s uitgeprobeerd en blijkt doeltreffend. Ik wil in heel Nederland een sluitende keten voor de aanpak van kindermishandeling realiseren. De landelijke uitrol van de regionale aanpak kindermishandeling moet eind 2010 gerealiseerd zijn. Tijdens een bijeenkomst in april 2008 heb ik de aftrap gegeven voor de landelijke invoering van de regionale aanpak. De 35 centrumgemeenten zijn hiermee van start gegaan en vervullen een regierol bij de invoering van de regionale aanpak in hun regio. Het Nederlands Jeugdinstituut ondersteunt de centrumgemeenten met een adviseur en instrumenten om afspraken te maken over borging van de aanpak en over de regie. Eind 2008 hadden alle centrumgemeenten, stadsregio’s en provincies zich formeel gecommitteerd aan de aanpak kindermishandeling en was een flink aantal regiocoördinatoren aangesteld. Daarmee lig ik op koers bij het realiseren van mijn beleid voor doelstelling 32. De ontwikkeling van de Centra voor Jeugd en Gezin en de ZAT’s dragen in belangrijke mate bij aan de realisatie van de sluitende keten in de aanpak van kindermishandeling.

Minder dan de helft van de mishandelde kinderen komt terecht bij hulpverleners. Dat is onacceptabel. Daarom is eind 2008 een grote publiekscampagne gestart over het herkennen van kindermishandeling. Het doel is iedereen bewust te maken van zijn verantwoordelijkheid om signalen van kindermishandeling te herkennen en niet de ogen te sluiten voor wat zich afspeelt. De campagne richt zich op de omstanders van de mishandelde kinderen. Op vrienden en bekenden, op buren, op ouders van kinderen in de klas, op familie. Kortom, op iedereen die zich in de omgeving van het mishandelde kind bevindt. De campagne duurt ruim twee jaar.

Een meldcode kindermishandeling beschrijft hoe beroepskrachten moeten handelen bij (vermoedens van) kindermishandeling. Een meldcode biedt houvast bij de stappen die de professional kan zetten, zoals bijvoorbeeld zijn zorgen voorleggen aan de ouders. Een wetgevingstraject verankert dat alle professionals die met kinderen werken de meldcode kindermishandeling gaan volgen. In 2008 heeft de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter Bevordering van de Geneeskunst (KNMG) een meldcode opgesteld voor 43 000 artsen. In deze nieuwe meldcode is degelijk onderbouwd dat het beroepsgeheim moet wijken in het belang van het kind als er sprake is van kindermishandeling of een vermoeden daarvan.

Vrijblijvendheid voorbij

Hoewel veel kinderen zonder noemenswaardige problemen opgroeien, lijkt het aantal kinderen en gezinnen met problemen te groeien. Deze toename vraagt om gerichte acties van de complete jeugdsector waarin het kind centraal moet staan. Ongewenste situaties mogen niet voortduren. Zo is het niet wenselijk dat ouders en kinderen (te) lang moeten wachten op de juiste hulp en dat professionals zich door bureaucratie belemmerd voelen in hun beroepsuitoefening. Om deze knelpunten aan te pakken, is veel in gang gezet.

Kabinetsdoelstelling31: De wachttijden voor de geïndiceerde jeugdzorg blijven beperkt tot maximaal negen weken na indicatiestelling en kinderbeschermingsmaatregelen kunnen sneller worden ingezet
Beoogd in 2008Realisatie in 2008Beoogd in 2009
1. Reductie wachtlijsten met 25%2. Start onderzoek naar achtergronden van wachtenden op jeugdzorg1. Reductie wachtlijsten met 13% op 1 januari 2009 ten opzichte van 1 januari 20082. Start doorlichting van de wachtlijsten1. Levering van geïndiceerde zorg binnen negen weken indien de groei zich naar verwachting ontwikkelt.2. Publicatie resultaten doorlichting van de wachtlijsten3. 60% volgens normen Beter Beschermd*

* Binnen twee maanden na melding wordt een uitspraak gedaan over een kinderbeschermingsmaatregel.Bron: Jeugd en Gezin

Aanpak wacht- en doorlooptijden

Elke jongere hoort zorg tijdig te ontvangen nadat een Bureau jeugdzorg heeft vastgesteld dat die zorg vereist is. De behoefte aan jeugdzorg is de afgelopen jaren fors gegroeid. Het gebruik van provinciaal gefinancierde jeugdzorg was in 2005 met driekwart toegenomen ten opzichte van 2000. In januari 2008 moesten nog ongeveer 6 300 kinderen na indicatiestelling langer dan 9 weken wachten voordat ze de zorg kregen waarvoor ze geïndiceerd waren.

Cijfers over de wachtlijsten lieten in 2008 een daling zien van 13%. Om de wachtlijsten verder terug te dringen heb ik eind 2008 prestatieafspraken gemaakt met de twaalf provincies. Hetzelfde geldt voor de drie grootstedelijke regio’s Amsterdam, Rotterdam en Haaglanden. Met deze prestatieafspraken zal aan het einde van 2009 de jeugdzorg binnen negen weken geleverd moeten worden, indien de groei zich volgens verwachting ontwikkelt. De activiteiten die provincies hiertoe ontwikkelen zullen actief gevolgd worden.

In totaal is in 2008 € 118 miljoen aan extra middelen beschikbaar gesteld aan de provincies. Dit betreft deels een bijdrage in de aanpak van de wachtlijsten die al in de begroting 2008 stond opgenomen (€ 56 miljoen voor het zorgaanbod en € 9 miljoen voor de AMK’s) en deels nieuwe toevoegingen over de prestatieafspraken (€ 53 miljoen).

Tabel 5: wachtlijsten zorgaanbod jeugdzorg
Aantal wachtenden > 9 weken1 januari 20081 april 20081 juli 20081 oktober 20081 januari 2009
Wachtenden zonder overbruggingszorg3 8513 6373 9353 9323 406
Wachtenden met overbruggingszorg2 4592 2872 6912 3682 104
Totaal6 3105 9246 6266 3005 510

Bron: Provincies en grootstedelijke regio’s

Daarnaast is in 2008 € 40 miljoen extra uitgetrokken om de wachtlijsten in de overige sectoren van de jeugdzorg weg te werken. Hiervan is € 13 miljoen beschikbaar gesteld om de wachtlijst van jeugdige licht verstandelijk gehandicapten met gedragsproblemen in de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) aan te pakken. Nog eens € 13 miljoen is naar de jeugd geestelijke gezondheidszorg gegaan. De jeugdbescherming (€ 9,5 miljoen) en de Raad voor de Kinderbescherming (€ 2 miljoen) hebben extra middelen gekregen om aan het gestegen aantal maatregelen jeugdbescherming en beschermingsonderzoeken uit te kunnen voeren. Tot slot is er € 2,5 miljoen gereserveerd voor een betere informatievoorziening in de jeugdzorg. Hiermee heb ik een impuls gegeven aan de gewenste verbeteringen, waaronder het traject «Beter, Anders, Minder (BAM)», dat zich richt op betere beleidsinformatie voor de provinciale jeugdzorg en een vermindering van de uitvraag van beleidsinformatie bij de provincies.

Kinderbescherming (Beter Beschermd)

Als hulpverlening niet mogelijk is omdat de ouders en/of het kind dit niet accepteren en de ontwikkeling van het kind in gevaar komt, moet de overheid ingrijpen. Dat kan een kinderbeschermingsmaatregel worden opgelegd. Dat moet snel, zorgvuldig en goed gebeuren. Er lopen vier trajecten die in het kader van het programma «Beter Beschermd» zijn opgestart om dit te realiseren.

• Het sneller laten verlopen van het traject tussen de eerste melding van kindermishandeling tot de uitspraak door de rechter. In 2008 is daarvoor gestart met de invoering van een nieuwe werkwijze, het casusoverleg bescherming. Daarbij voeren de betrokken organisaties (de Raad voor de Kinderbescherming, Bureau jeugdzorg en de rechtbank) hun werkzaamheden parallel uit. Dit leidt tot een zeer verkorte doorlooptijd, waarbij in 2009 60% van de beschermingszaken binnen twee maanden na melding een uitspraak over een kinderbeschermingsmaatregel wordt gedaan;

• Deze nieuwe werkwijze in de keten wordt ondersteund met een digitaal informatievoorzieningsysteem. In 2008 is gestart met de implementatie van dit systeem;

• De uitvoering van de kinderbeschermingsmaatregelen wordt verbeterd door de invoering van een nieuwe methodiek voor de gezinsvoogdij, de Deltamethode, en een verlaging van de caseload tot gemiddeld 15 cliënten op één gezinsvoogdijwerker. Deze Deltamethode en de verlaagde caseload zal halverwege 2009 volledig zijn ingevoerd. Voor de uitvoering van voogdijen is ook een methodiek in ontwikkeling voor de bureaus jeugdzorg en Nidos. Nidos heeft de nieuwe werkwijze in 2008 volledig ingevoerd in de organisatie;

• De kinderbeschermingswetgeving wordt herzien. Afgelopen jaar is het concept wetsvoorstel aan de Raad van State verzonden voor advies.

In september 2008 is de Tweede Kamer geïnformeerd over de kabinetsvoornemens om via een stevige gezinsbenadering en verbeterde afstemming tussen veiligheid en zorg het overlastgevende gedrag van kinderen onder 12 jaar aan te pakken. Als ouders na aandrang hun verantwoordelijkheid niet nemen en de ontwikkeling van de jeugdige in gevaar komt, is inzet van jeugdbeschermingsmaatregelen aan de orde, zonodig samen met verplichte opvoedondersteuning. Het kabinet heeft de Tweede Kamer in december 2008 geïnformeerd over het voornemen de burgemeester de bevoegdheid te geven kinderen via de Raad voor de Kinderbescherming aan te dragen bij de kinderrechter.

Tabel 6: Kengetallen jeugdbescherming
Kengetallen20062007
1. Aantal voogdij5 1705 198
2. Aantal voorlopige voogdij158369
3. Aantal ondertoezichtstelling (OTS)25 25628 279
4. Gemiddelde duur OTS (in jaren)3,33,5
5. Caseload17,5

1 t/m 5: De aantallen zijn realisatiegegevens. Het betreffen gemiddelde aantallen per jaar.

5: De caseload per FTE gezinsvoogd 2007 betreft een gemiddelde waarde zoals gemeten ultimo kalenderjaar (conform het convenant Verlaging caseload gezinsvoogdij).

Gesloten jeugdzorg

Sommige jongeren hebben zulke ernstige opgroei- of opvoedproblemen dat het nodig is om hen in een afgesloten omgeving hulp te bieden. De wijziging van de Wet op de jeugdzorg die op 1 januari 2008 in werking is getreden, maakt gesloten jeugdzorg voor jongeren met ernstige gedragsproblemen mogelijk. Zij kunnen uit huis worden geplaatst en worden behandeld in een gesloten setting, met als doel het leven van de jongeren te stabiliseren en een eind te maken aan een eventuele crisissituatie. Ook wordt gewerkt aan een toekomstperspectief. Vanaf 1 januari 2008 zijn er twaalf voorzieningen voor gesloten jeugdzorg. Naast zeven nieuwe voorzieningen zijn vijf justitiële jeugdinrichtingen omgevormd tot een gesloten jeugdzorgvoorziening. In 2007 is besloten om in totaal 1 374 plaatsen binnen de gesloten jeugdzorg te realiseren. Eind 2008 is ruim de helft van dit aantal gerealiseerd.

Campussen

Voor jongeren die geen opleiding volgen, geen baan hebben en dreigen af te glijden naar de criminaliteit worden campussen ontwikkeld. Het gaat dan om jongeren die met de gebruikelijke instrumenten niet kunnen worden bereikt. Het doel van de campussen is de jongeren via een integrale aanpak van zorg, onderwijs, arbeidstoeleiding en gedragstraining perspectief te bieden op de arbeidsmarkt. Op die manier wordt ook bijgedragen aan de vermindering van jeugdcriminaliteit, doordat jongeren een zinvolle dagbesteding hebben en participeren in de maatschappij. Bij gebleken succes van de pilots leidt dit in 2011 tot een basismodel campussen voor een landelijke inbedding.

Kabinetsdoelstelling50: Een reductie van de criminaliteit met 25% in 2010 ten opzichte van 2002: Campussen
Beoogd in 2008Realisatie in 2008Beoogd in 2009
1. 9 campus-pilots2. 500 jongeren per jaar1. 9 campus-pilots2. 370 ingestroomde jongeren in campus-pilots sinds november 20071. Voortzetting pilots2. 500 ingestroomde jongeren in campus-pilots.

Bron realisatie in 2008: Intraval – Onderzoek pilotprojecten campussen: stand van zaken aantallen (maart 2009).

In oktober 2008 is een eerste voortgangsrapportage over de negen pilot-campussen naar de Tweede Kamer gestuurd (kamerstuk 2008–2009, 31 001, nr. 54). De voortgangsrapportage laat zien dat, met inachtneming van de onderlinge verschillen, de bij de pilots betrokken professionals hard werken aan verbetering van de perspectieven van de jongeren en daarin ook al gedeeltelijk slagen. De professionals zeggen vrijwel allemaal verbeteringen te zien in de motivatie en sociale vaardigheden van de jongeren. Na overleg met de professionals zijn de toelatingscriteria waar mogelijk aangepast. De tweede voortgangsrapportage, die medio 2009 beschikbaar is, moet aantonen of de doelgroep nu beter aansluit bij de beleidsbeginselen. Ook beschrijft de tweede tussenrapportage de resultaten van de instroom- en uitstroommeting en de voortgang van de pilotprojecten. De eindresultaten over de effectiviteit van de pilots worden medio 2010 verwacht.

Overige onderwerpen

Aanpak ervaren regeldruk

Een teveel aan wetten en regels leidt tot ergernis en kost geld. Immers, de tijd die wordt besteed aan bijvoorbeeld bepaald papierwerk kan beter worden gebruikt om zorg te verlenen. De ervaren regeldruk in de brede jeugdketen tussen 2007 en 2011 moet met 25% worden teruggedrongen. In 2008 is daarvoor een nulmeting verricht naar de ervaren regeldruk van professionals en cliënten in de brede jeugdketen. Aan het onderzoek hebben ruim 200 cliënten en bijna 550 professionals bijgedragen. Daarnaast is eind mei 2008 het meldpunt «Regeldruk voor professionals» ingesteld. Op dit meldpunt kan iedereen die werkzaam is binnen de jeugdketen ervaringen met regeldruk door wet- en regelgeving melden en suggesties geven voor verbeteringen. In de eerste drie maanden na de start van het meldpunt zijn al 68 meldingen ontvangen.

De nulmeting en alle andere signalen hebben de basis gevormd van het actieplan «Aanpak ervaren regeldruk 2008–2011» (kamerstuk 2008–2009, 29 815, nr. 169). In dit actieplan, dat begin oktober 2008 naar de Tweede Kamer is verzonden, heb ik mijn visie geschetst op de benodigde aanpak van de ervaren regeldruk in de brede jeugdketen. Hoewel de activiteiten uit het actieplan zich vooral richten op 2009 en verder, heb ik in 2008 al een aantal resultaten neergezet. Zo is bij de uitvoering van de Brede Doeluitkering Centra voor Jeugd en Gezin gekozen voor een lichte verantwoording waarbij de afrekening eenmalig plaatsvindt over een periode van vier jaar.

Daarnaast is in maart 2008 is het project «Versnelling in de jeugd-GGZ» van start gegaan. Het project heeft als doel om de wacht- en doorlooptijden binnen de kinder- en jeugdpsychiatrie drastisch terug te brengen. In het project wordt gewerkt volgens de, in de internationale gezondheidszorg beproefde, doorbraakmethode. Een verdere vereenvoudiging van de administratieve lasten wordt bereikt doordat vanaf augustus 2008 in het speciaal onderwijs het format voor het aanmeldformulier voor de indicatiestelling niet langer is voorgeschreven. Dit biedt de mogelijkheid om bijvoorbeeld samen met (jeugd)zorg één formulier te gebruiken. Verder krijgen jongeren in een Justitiële jeugdinrichting of in de gesloten jeugdzorg op basis van het bewijs van inschrijving een indicatie voor één jaar.

Professionalisering

Onder hen die met kinderen en jongeren werken, tref je jonge medewerkers en ervaren krachten. Medewerkers die jongeren begeleiden bij het opgroeien en ze enthousiast maken voor sport of cultuur. En professionals die al in een vroeg stadium signalen herkennen die de voorbode zijn van problemen en die snel de juiste beslissingen kunnen nemen. Het is belangrijk om medewerkers in de jeugdzorg voor langere tijd aan het werk te binden. Ze moeten de mogelijkheden krijgen om met bezieling en deskundigheid in de jeugdsector werkzaam te blijven. Het aanzien en gezag van hulpverleners zal daardoor toenemen. De sector maakt zelf goede vorderingen met professioneel werken. Eind 2008 is overeenstemming bereikt over een wettelijk verplichte beroepsregistratie, een hoeksteen voor verplichte (na)scholing en het hanteren van een beroepscode en tuchtrecht.

Financiële tabel kabinetsdoelstellingen
Nr.Omschrijving kabinetsdoelstellingNr. Beleidsartikel/ODFinancieel belang(x € 1 000)Relevante beleidsnota’s
30In 2011 worden jeugdigen en hun ouders snel en goed ondersteund  o.a.Kamerstuknr, 31 001,14en communicatie aan gemeenten
 Centra Jeugd en Gezin (CJG)* + ***2.1247 000o.a.Kamerstuknr. 31 001, nr. 56
 Elektronisch Kinddossier (EKD)2.16 000o.a.Kamerstuknr. 31 001 nr. 63
 Zorg en Adviesteams (ZAT)**2.11 750o.a.Kamerstuknr, 31 001, nr. 51
31De wachttijden voor de geïndiceerde jeugdzorg blijven beperkt tot maximaal negen weken na indicatiestelling en kinderbeschermingsmaatregelen kunnen sneller worden ingezet.  o.a.Kamerstuknr, 29 815, 130; 29 815/31 015, 124; 29 815/31 015, 106
 Doeluitkering jeugdzorgvoor toegangstaken en zorgaanbod***3.11 120 000o.a.Kamerstuknr 29 815, nr. 178
 Doeluitkeringbeschermingsmaatregelen3.2223 544 
 Raad voor de Kinderbescherming3.270 441 
     
32Bestrijding kindermishandeling door versterking van preventie, signalering en ingrijpen.  o.a. Kamerstuknr, 29 815, nr. 113;31 015, nr. 16
 Plan van aanpak Kindermishandeling3.14 932 
 Doeluitkeringjeugdzorg voor toegangstaken en zorgaanbod***3.11 120 000o.a.Kamerstuknr 29 815, nr. 178
 Centra Jeugd en Gezin(CJG)* + ***2.1247 000o.a.Kamerstuknr. 31 001, nr. 56
50Een reductie van de criminaliteit van 25% in 2010 ten opzichte van 2002.  o.a.Kamerstuknr, 31 001, 22en 31 008, 35
 Pilotcampussen3.33 025 

* Met gemeenten is afgesproken, dat zij in 2008 zelf € 25 miljoen bijdragen aan het realiseren van extra opvoedondersteuning door de CJG’s.

** Bedrag is verantwoord door ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW).

*** Bedragen zijn inclusief de extra middelen OVA 2008, uitsplitsen van de doeluitkering over doelstellingen 30 en 32 is niet mogelijk daarom is deze bij beide opgenomen.

Financieel beeld Jeugd en Gezin in 2006 en 2007

Omdat Jeugd en Gezin voor het eerst in 2008 een eigen begroting kent, zijn in de financiële toelichtingen bij de artikelen, die op de volgende pagina’s staan, louter de cijfers uit 2008 opgenomen.

In onderstaande tabel staan de realisatiecijfers 2006 en 2007 van de voor Jeugd en Gezin relevante uitgaven en ontvangsten op de begrotingen van het ministerie van VWS, Justitie en Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). Genoemde bedragen zijn conform de respectievelijke jaarverslagen, waarin door de betrokken bewindspersonen destijds verantwoording is afgelegd over deze uitgaven.

Bedragen x € 1 000
OmschrijvingRealisatie 2006Realisatie 2007
VWS  
Artikel 45 Jeugdbeleid  
1. Tijdige ondersteuning bij opvoeden en verzorgen41 96648 984
2. Tijdige indicatie ernstig bedreigde kinderen156 952166 989
3. Kwalitatief goede jeugdzorg8 2076 257
4. Tijdig juiste hulp voor geïndiceerde kinderen811 509916 499
5. Betaalbare jeugdzorg019
   
Ontvangsten9 7318 563
   
Artikel 41 Volksgezondheid  
5. Doelmatige lokale preventieve gezondheidszorg199 936216 487
   
Justitie  
Artikel 14 Jeugd  
1.1 RvdK – civiele maatregelen115 935115 593
1.2 LBIO3 2654 206
1.3 Bureaus Jeugdzorg171 814205 096
3.1 NIDOS– opvang25 50011 998
3.2 NIDOS – voogdij9 9807 794
   
Ontvangsten16 99410 042
   
SZW  
Artikel 33 Tegemoetkoming specifieke kosten  
2. AKW uitkeringslasten3 196 2003 374 400
  Kindertoeslag068 219
   
Ontvangsten6 8603 584
   
Artikel 22 Activerend arbeidsmarktbeleid  
3. Campussen2 2164 334

4. FINANCIËLE TOELICHTING BELEIDSARTIKELEN EN NIET-BELEIDSARTIKEL

BELEIDSARTIKEL 1: GEZIN EN INKOMEN

Algemene doelstelling

Gezinnen ontvangen een financiële tegemoetkoming in de kosten van het opvoeden en het onderhouden van kinderen.

Budgettaire gevolgen van beleid

Bedragen x € 1 000
 Realisatie 2008Vastgestelde begroting 2008Verschil 2008
Verplichtingen4 218 3574 114 147104 210
    
Uitgaven4 218 3574 114 147104 210
    
Programma-uitgaven4 218 3574 114 147104 210
Financiële tegemoetkoming in de kosten van kinderen4 218 3574 114 147104 210
– waarvan kinderbijslag (AKW)3 386 7003 366 02520 675
– waarvan kindgebonden budget (WKB)831 657748 12283 535
    
Ontvangsten14 54527214 273

Toelichting programma-uitgaven

Hieronder zijn de belangrijkste verschillen tussen begroting en realisatie verklaard. De gegevens betreffen de mutaties bij1e en2e suppletore begrotingen slotwet.

Stand vastgestelde begroting 2008 (bedragen x € 1 000)4 114 147
Mutaties 1e suppletore begroting: 
1. Meevaller kinderbijslagHet wetstraject waarin aanvullende voorwaarden worden gesteld aan de kinderbijslag voor 16- en 17 jarigen is vertraagd. Hierdoor ontstaat er een meevaller in 2008 van € 3,4 miljoen die is ingezet voor de algehele begrotingsproblematiek.– 3 400
2. Tegenvaller Kindgebonden budget (KGB)De door de belastingdienst uitgekeerde voorschotten KGB zijn hoger dan eerder geraamd. Verwacht wordt dat de maandelijkse voorschotten de rest van het jaar op hetzelfde niveau blijven. Hierdoor ontstaat naar verwachting een kastekort van € 80 miljoen. De raming is daarom verhoogd met dit bedrag.80 000
3. Vervallen indexatie 2008 KGBVoor het KGB was door het ministerie van SZW een bedrag van € 11,2 miljoen aan indexatie gereserveerd op het begrotingshoofdstuk voor nominale middelen. Deze indexatie is nu aan de begroting voor Jeugden Gezin toegevoegd.11 220
4. Vervallen indexatie 2008 KGBOmdat de raming KGB voor 2008 al in de begrotingswet was opgenomen hoeft de raming 2008 niet geïndexeerd te worden. Dit is een structurele meevaller die wordt ingezet voor de algehele begrotingsproblematiek.– 11 220
Stand 1e suppletore begroting4 190 747
Mutaties 2e suppletore begroting: 
1. Indexatie Algemene Kinderbijslagwet (AKW) 2008Dit betreft de indexatie van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW).15 522
2. Bijstelling AKW uitgavenDeze bijstelling is benodigd op grond van voorschotsaanvragen door de Sociale Verzekeringsbank (SVB) voor het 4e kwartaal van 2008.8 553
3. Bijstelling Kindgebonden budget (KBG)Op grond van betaalde voorschotten door de Belastingdienst kan de raming Kindgebonden budget (KGB) neerwaarts bijgesteld worden.– 6 000
4. Overige mutaties– 300
Stand 2e suppletore begroting4 208 522
Slotwetmutaties: 
1. Verrekening met de BelastingdienstDe Belastingdienst heeft in het kader van het KGB in totaal € 832 miljoen aan voorschotten met betrekking tot de jaren 2008 en 2009 uitbetaald. Dit leidt tot een bijstelling van de geraamde uitgaven KGB van circa € 10 miljoen.9 835
Stand realisatie 20084 218 357

Toelichting ontvangsten

Stand vastgestelde begroting 2008 (bedragen x € 1 000)272
Mutaties 1e suppletore begroting:Geen mutatie 
Stand 1e suppletore begroting272
Mutaties 2e suppletore begroting: 
1. Nadere afrekening 2007.In de begroting was geen rekening gehouden met een ontvangst uit hoofde van de nadere afrekening 2007.5 278
Stand 2e suppletore begroting5 550
Slotwetmutaties: 
1. De Belastingdienst heeft circa € 9 miljoen aan ontvangsten Kindgebondenbudget geboekt. Dit betreft verrekeningen van verstrekte voorschotten.8 995
Stand realisatie 200814 545

EVALUATIE ONDERZOEKEN

Momenteel wordt gewerkt aan een evaluatieonderzoek naar het effect van de invoering fictie onderhoudsbijdrage in de Algemene Kinderbijslagwet (AKW).

BELEIDSARTIKEL 2: GEZOND OPGROEIEN

Algemene doelstelling

Kinderen groeien lichamelijk en geestelijk gezond op.

Budgettaire gevolgen van beleid

Bedragen x € 1 000
 Realisatie 2008Vastgestelde begroting 2008Verschil 2008
Verplichtingen1 241 194278 811962 383
    
Uitgaven287 837279 4228 415
    
Programma-uitgaven287 837279 4228 415
1. kinderen en hun ouders/verzorgers krijgen laagdrempelige ondersteuning bij het opgroeien, opvoeden en verzorgen.274 211269 1545 057
2. kinderen hebben een gezonde leefstijl en zijn actief en positief betrokken bij hun leefomgeving.13 62610 2683 358
    
Ontvangsten4 9391 5453 394

Toelichting programma uitgaven:

De algemene doelstelling van dit beleidsartikel is vertaald in twee operationele doelstellingen:

1. kinderen en hun ouders/verzorgers krijgen laagdrempelige ondersteuning bij het opgroeien, opvoeden en verzorgen;

2. kinderen hebben een gezonde leefstijl en zijn actief en positief betrokken bij hun leefomgeving.

Hieronder zijn de belangrijkste verschillen tussen begroting en realisatie verklaard. De gegevens betreffen de mutaties bij 1e en 2e suppletore begroting en slotwet.

1. De kinderen en hun ouders/verzorgers krijgen laagdrempelige ondersteuning bij het opgroeien, opvoeden en verzorgen.

Stand vastgestelde begroting 2008 (bedragen x € 1 000)269 154
Mutaties 1e suppletore begroting: 
1. Overige mutaties– 1 367
Stand 1e suppletore begroting267 787
Mutaties 2e suppletore begroting: 
1. Loonbijstelling 2008Dit betreft een overboeking van artikel 99 van de loonbijstelling tranche 2008.9 783
2. Elektronisch KinddossierGemeenten ontvangen een aanvullende bijdrage van Jeugd en Gezin als tegemoetkoming in de kosten voor de aanschaf van het EKD.5 000
3. Overboeking naar het GemeentefondsOverheveling naar het Gemeentefonds van de middelen m.b.t. het Elektronisch Kinddossier.– 5 000
4. Overige mutaties– 1 868
Stand 2e suppletore begroting275 702
Slotwetmutaties 
1. Overige mutaties– 1 491
Stand realisatie 2008274 211

2. Kinderen hebben een gezonde leefstijl en zijn actief en positief betrokken bij hun leefomgeving.

Stand vastgestelde begroting 2008 (bedragen x € 1 000)10 268
Mutaties 1e suppletore begroting: 
1. Intensivering kennis en communicatieDit betreffen diverse activiteiten op het gebied van communicatie (bijvoorbeeld de voorbereiding van de Gezinsnota) en het uitzetten van onderzoeken (bijvoorbeeld naar ervaren regeldruk) en het bevorderen van jeugdparticipatie. Hiervoor wordt structureel € 1 miljoen beschikbaar gesteld.1 000
2. Intensivering «Hallo Wereld»Dit betreft het voornemen om de rechten van het programma «Hallo Wereld» over te laten nemen door Jeugd & Gezin en «Hallo Wereld» verder uit te werken.1 000
3. Overige mutaties1 138
Stand 1e suppletore begroting13 406
Mutaties 2e suppletore begroting: 
1. Instellingsubsidies Nederlands JeugdinstituutEr wordt € 0,9 miljoen toegevoegd aan de instellingsubsidies van het Nederlands Jeugdinstituut (NJI) inzake diverse onderwerpen, waaronder landelijk invoering aanpak kindermishandeling, actieplan aanpak kindermishandeling en raamwerk aanpak kindermishandeling.959
2. Overige mutaties– 66
Stand 2e suppletore begroting14 299
Slotwetmutaties: 
1. Overige mutaties– 673
Stand realisatie 200813 626

Ontvangsten

Stand vastgestelde begroting 2008 (bedragen x € 1 000)1 545
Mutaties 1e suppletore begroting: 
1. Overige mutaties0
Stand 1e suppletore begroting1 545
Mutaties 2e suppletore begroting: 
1. Overige mutaties1 040
Stand 2e suppletore begroting2 585
Slotwetmutatie: 
1. Overige mutaties2 345
Stand realisatie 20084 939

EVALUATIE ONDERZOEKEN

Onderzoek onderwerpODStartAfgerondVindplaats
Diversiteitin het Jeugdbeleid2.220082011TK, 2007–2008, 31 001, nr. 52
     
Eindrapport Intensivering Kwaliteit Zorg- en Adviesteams2.220062008TK, 2007–2008, 31 001, nr. 51

BELEIDSARTIKEL 3: ZORG EN BESCHERMING

Algemene doelstelling

Kinderen die ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd, krijgen zorg en worden, indien nodig, in bescherming genomen, zodat zij veilig kunnen opgroeien en zich kunnen ontwikkelen tot zelfstandige burgers.

Budgettaire gevolgen van beleid

Bedragen x € 1 000
 Realisatie 2008Vastgestelde begroting 2008Verschil 2008
Verplichtingen1 715 0521 469 125245 927
    
Uitgaven1 550 1791 483 27866 901
    
Programma-uitgaven1 550 1791 483 27866 901
1. Tijdige en effectieve hulp bij een zorgaanbieder1 224 6851 174 51850 167
2. Snelle inzet van de meest adequate dwangmiddelen322 469304 41018 059
3. Campussen3 0254 350– 1 325
    
Ontvangsten15 07419 698– 4 624

Toelichting programma-uitgaven:

De algemene doelstelling van dit beleidsartikel is vertaald in drie operationele doelstellingen:

1. kinderen met ernstige opgroei- en opvoedproblemen en hun ouders/verzorgers krijgen op tijd effectieve hulp bij een zorgaanbieder;

2. snelle inzet van de meest adequate dwangmiddelen om hulp op gang te brengen indien dit niet op vrijwillige basis kan en kinderen in hun opvoeding en ontwikkeling ernstig worden bedreigd;

3. jongeren die (om andere reden dan ziekte of verzorging) niet naar school gaan, geen baan hebben en ook niet op zoek zijn naar werk of scholing, krijgen een intensief scholingstraject, dat hen weer terug kan leiden naar werk of opleiding.

1. Kinderen met ernstige opgroei- en opvoedproblemen en hun ouders/verzorgers krijgen op tijd effectieve hulp bij een zorgaanbieder.

Stand vastgestelde begroting 2008 (bedragen x € 1 000)1 174 518
Mutaties 1e suppletore begroting: 
1. Overheveling naar het Budgettair Kader Zorg (premie-uitgaven zorg) jeugd-lvg i.v.m. de motie Van Geel.Overheveling van € 13 miljoen naar het Budgettair Kader Zorg (premie-uitgaven zorg) ten behoeve van jeugd-lvg.– 13 000
2. Overheveling naar het Budgettair Kader Zorg (premie-uitgaven zorg) jeugdgeestelijke gezondheidszorg (jeugd-ggz) i.v.m. de motie Van Geel.Overheveling van € 13 miljoen naar het Budgettair Kader Zorg (premie-uitgaven zorg) ten behoeve van de JeugdGeestelijke gezondheidszorg (jeugd-ggz).– 13 000
3. Overheveling naar de tweede OD van dit artikel t.b.v. de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) i.v.m. de motie Van Geel.Overheveling naar operationele doelstelling 2 van dit artikel.– 2 000
4. Overheveling naar de tweede OD van dit artikel t.b.v. Jeugdbescherming i.v.m. de motie Van Geel.Overheveling naar operationele doelstelling 2 van dit artikel.– 9 500
5. Kwaliteitsverbetering gesloten jeugdzorgHet betreft hier een structurele intensivering van € 10,7 miljoen om de kwaliteit van de gesloten jeugdzorg te verbeteren.10 700
6. Opvangen van korting prijsbijstelling pleegvergoeding 2008Jaarlijks vindt op basis van CBS-gegevens indexering van de pleegvergoeding plaats. Doordat bij Augustusbrief is besloten om geen prijsbijstelling 2008 uit te keren ontstaat bij de voorlopige indexering tranche 2008 een knelpunt. Voor dit knelpunt is een beroep gedaan op incidentele middelen die bij Augustusbrief beschikbaar zijn gesteld voor departementen die geconfronteerd worden met onoverkomelijke problemen vanwege de korting op de prijsbijstelling.2 100
7. Actieplan KindermishandelingOm alle onderdelen van het Actieplan Aanpak Kindermishandeling uit te kunnen voeren en het gestelde doel te kunnen behalen (een sluitende aanpak kindermishandeling in alle regio’s) zijn extra middelen vereist. Daarom wordt er voor de jaren 2008, 2009 en 2010 € 1,5 miljoen beschikbaar gesteld.1 500
8. Overige mutaties1 414
Stand 1e suppletore begroting1 152 732
Mutaties 2e suppletore begroting: 
1. Vraagontwikkeling jeugdzorgVoor het aanpakken van de wachtlijsten en het opvangen van de verwachte groei in de provincies en grootstedelijke regio’s stel ik een extra bedrag beschikbaar. Voor 2008 is dit een extra bedrag van € 49 miljoen.49 000
2. Loonbijstelling 2008Overheveling van artikel 99. Dit betreft de loonbijstelling tranche 2008.35 206
3. Diverse onderwerpenEr vallen middelen vrij vanwege het niet uitkeren van overheidsbijdrage in de arbeidsvoorwaardenontwikkeling (OVA) over enkele incidentele bedragen in 2008 en een vertraging van enkele uitgaven op dit beleidsartikel. Deze middelen worden ingezet ter dekking van de algehele begrotingsproblematiek.– 8 380
4. Overige mutaties– 4 358
Stand 2e suppletore begroting1 224 200
Slotwetmutaties: 
1. Vanuit de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI, ministerie van Justitie) is het voor de 1e tranche van de justitiële jeugdinrichtingen overgehevelde bedrag bijgesteld conform afspraken.3 038
2. Overige mutaties– 2 553
Stand realisatie 20081 224 685

2. Snelle inzet van de meest adequate dwangmiddelen om hulp op gang te brengen indien dit niet op vrijwillige basis kan en kinderen in hun opvoeding en ontwikkeling ernstig worden bedreigd.

Stand vastgestelde begroting 2008 (bedragen x € 1 000)304 410
Mutaties 1e suppletore begroting: 
1. Overheveling van operationele doelstelling 1Overheveling van operationele doelstelling 1 van artikel 3. Dit betreft € 2 miljoen ten behoeve van de Raad voor de Kinderbescherming (motie Van Geel).2 000
2. Overheveling van operationele doelstelling 1Overheveling van operationele doelstelling 1 van artikel 3. Dit betreft € 9,5 miljoen ten behoeve van de Jeugdbescherming (motie Van Geel).9 500
3. Tegenvaller Stichting NidosEr is een kleine tegenvaller ontstaan bij Stichting Nidos doordat de geraamde asielaanvragen hoger zijn uitgevallen. Hiervoor is € 2 miljoen extra beschikbaar gesteld.2 000
4. Intensivering JeugdbeschermingOm de toenemende vraagontwikkeling in de Jeugdbescherming op te kunnen vangen, wordt € 2 miljoen beschikbaar gesteld.2 000
5. Uitvoering ouderbijdrageDe kostprijzen van het Landelijk Bureau Inning onderhoudsbijdragen (LBIO) worden eenmalig, met terugwerkende kracht vanaf 1–1-2007, neerwaarts bijgesteld. Dit resulteert in een meevaller van € 3 miljoen.– 3 000
6. Overige mutaties– 550
Stand 1e suppletore begroting316 360
Mutaties 2e suppletore begroting: 
1. Loonbijstelling 2008Overheveling van artikel 99. Dit betreft de loonbijstelling tranche 2008.9510
2. Overige mutaties1 775
Stand 2e suppletore begroting327 645
Slotwetmutaties: 
1. Lagere realisatie van aantallen alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv-ers) bij het NIDOS. De verwachte stijging van de instroom van amv-ers heeft zich later voorgedaan dan verwacht. Eerst in het vierde kwartaal van 2008 is de stijging zichtbaar. Daarnaast was de uitstroom amv-ers groter dan verwacht. Dit resulteert in een meevaller van € 3,1 miljoen.– 3 142
2. Inzake project Beter Beschermd zijn niet alle casusoverleggen operationeel. Daarnaast is enige vertraging in de ontwikkeling van de voogdijmethodiek.– 2 034
Stand realisatie 2008322 469

3. De jongeren die (om andere reden dan ziekte of verzorging) niet naar school gaan, geen baan hebben en ook niet op zoek zijn naar werk of scholing, krijgen een intensief scholingstraject, dat hen weer terug kan leiden naar werk of opleiding.

Stand vastgestelde begroting 2008 (bedragen x € 1 000)4 350
Mutaties 1e suppletore begroting: 
1. Geen mutatie0
Stand 1e suppletore begroting4 350
Mutaties 2e suppletore begroting: 
1. Overheveling van het ministerie van SZW. Het ministerie van SZW hevelt € 0,7 miljoen over uit de eindejaarsmarge 2007 voor de campussen.668
2. Campussen. In 2008 zal er onderuitputting optreden omdat een aantal activiteiten doorgeschoven worden naar 2009.– 792
Stand 2e suppletore begroting4 226
Slotwetmutatie: 
1. Voorziene uitgaven van aantal pilots zijn doorgeschoven naar 2009.– 1 201
Stand realisatie 20083 025

Ontvangsten

Stand vastgestelde begroting 2008 (bedragen x € 1 000)19 698
Mutaties 1e suppletore begroting: 
1. Tegenvaller vervallen ouderbijdrageHet wetsvoorstel dat de regeling ouderbijdragen uitbreidt naar alle vormen van strafrechtelijke sancties en de ondertoezichtstellingen (OTS) heeft geen doorgang gekregen, hetgeen resulteert in een tegenvaller van de ontvangsten van ca. € 8 miljoen.– 8 000
Stand 1e suppletore begroting11 698
Mutaties 2e suppletore begroting: 
1. Ramingsbijstelling NIDOSDe afrekening NIDOS over 2007 is vanwege een lagere bezetting vastgesteld op een bedrag dat ca. € 1 miljoen lager ligt dan het voorschot. Dit bedrag zal in 2008 worden terugontvangen.1 000
2. Overige mutaties1 413
Stand 2e suppletore begroting14 111
Slotwetmutaties: 
1. Extra ontvangsten als gevolg van de verkoop van een gebouw schippersinternaten530
2. Overige mutaties433
Stand realisatie 200815 074

EVALUATIE ONDERZOEKEN

Onderzoek onderwerpODStartAfgerondVindplaats
Wet op de jeugdzorg3.1/3.2Voorjaar 2009Voorjaar 2010nvt
Onderzoek pilotprojecten onwillige jongeren- Beschrijving projecten en doelgroep3.3Nov 2007Augustus 2008TK 2007–2008, 31 001. nr. 54
Onderzoek pilotprojecten onwillige jongeren- deel 23.3Nov 2007September 2009nvt
Onderzoek pilotprojecten onwillige jongeren- eindrapport3.3Nov 2007September 2010nvt

NIET-BELEIDSARTIKEL 99: NOMINAAL EN ONVOORZIEN

Algemeen

Dit is een technisch, administratief artikel, waarop middelen voor de loon en prijsbijstelling worden geparkeerd voordat ze worden overgeheveld naar de desbetreffende beleidsartikelen. Ook worden hierop de onvoorziene uitgaven geraamd. Daarnaast worden op dit artikel de taakstellingen geboekt, voordat deze verder worden verdeeld over de beleidsartikelen.

Budgettaire gevolgen van beleid

Bedragen x € 1 000
 Realisatie 2008Vastgestelde begroting 2008Verschil 2008
Verplichtingen000
    
Uitgaven000
    
Programma-uitgaven000
– Loonbijstelling000
– Prijsbijstelling000
– Onvoorzien000
– Taakstelling000
    
Ontvangsten000
Stand vastgestelde begroting 2008 (bedragen x € 1 000)0
Mutaties 1e suppletore begroting: 
1. Overheveling van het ministerie van VWS– 1 300
2. Loonbijstelling tranche 200854 501
3. Overige mutaties– 2 916
Stand 1e suppletore begroting50 285
Mutaties 2e suppletore begroting: 
1. Overheveling naar alle beleidsartikelen. Dit betreft loonbijstelling tranche 2008.– 54 501
2. Met deze mutatie wordt de taakstellende onderuitputting voor 2008 ingevuld.1 300
3. Overige mutaties– 2 916
Stand 2e suppletore begroting0
Slotwetmutaties: 
Geen mutatie0
Stand realisatie 20080

5. BEDRIJFSVOERINGSPARAGRAAF

De verantwoordelijkheid van de minister voor Jeugd en Gezin strekt zich niet uit tot de financiële beheershandelingen die ten behoeve van de uitvoering van onderdelen van de begroting van Jeugd en Gezin die onder verantwoordelijkheid van de ministers van Justitie, SZW, VWS en Financiën zijn verricht. Deze ministers verantwoorden zich hierover in hun bedrijfsvoeringsparagraaf en informeren de minster voor Jeugd en Gezin. Op deze wijze legt de minister van Jeugd en Gezin verantwoording af over de belangrijkste geconstateerde onrechtmatigheden en/of onvolkomenheden en eventueel de getroffen maatregelen op problemen in de toekomst te voorkomen.

Financieel en materieel beheer

Doeluitkering Jeugdzorg

In het jaarverslag van het ministerie van VWS wordt aandacht besteed aan de vorderingen ten aanzien van de verantwoording door de provincies over de doeluitkeringen en de verbeteringsmaatregelen die genomen zijn.

Rechtmatigheid begrotingsuitvoering

De wettelijke controle van het jaarverslag Jeugd en Gezin heeft op het terrein van de rechtmatigheid niet geleid tot bevindingen die de tolerantiegrenzen overschrijden.

Overige bedrijfsvoeringsaspecten

Accountantscontrole Jeugd en Gezin

Het ministerie van VWS faciliteert de minister voor Jeugd en Gezin ten aanzien van de ondersteuning door de staf- en bedrijfsvoeringsdiensten. Hiertoe heeft de minister van VWS, conform afspraak, de Rijksauditdienst opgedragen de controle van begrotingshoofdstuk XVII uit hoofde van artikel 66 van de Comptabiliteitswet 2001 uit te voeren. De Rijksauditdienst, cluster Sport, Jeugd en Gezondheid heeft over deze controle nadere afspraken gemaakt met de betrokken auditdiensten over de efficiënte inrichting van deze controle. Deze auditdiensten rapporteren hierover binnen hun eigen departementen, bespreken de uitkomsten in hun Audit Committee’s met het management en informeren de Rijksauditdienst. De Rijksauditdienst heeft een overkoepelende rol en geeft de uiteindelijke accountantsverklaring af.

Totstandkoming beleidsinformatie

Er zijn geen tekortkomingen geconstateerd bij de totstandkoming van de beleidsinformatie.

C. JAARREKENING

6. VERANTWOORDINGSSTAAT 2008 VAN JEUGD EN GEZIN (XVII)

(bedragen x € 1000)
  (1)(2)(3) = (2)-(1)
Art.OmschrijvingOorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatie1Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
  VerplichtingenUitgavenOntvangstenVerplichtingenUitgavenOntvangstenVerplichtingenUitgavenOntvangsten
 Totaal 5 876 84721 515 6 056 37334 558 179 52613 043
           
 Beleidsartikelen         
1Gezinen inkomen4 114 1474 114 1472724 218 3574 218 35714 545104 210104 21014 273
2Gezond opgroeien278 811279 4221 5451 241 194287 8374 939962 3838 4153 394
3Zorg en Bescherming1 469 1251 483 27819 6981 715 0521 550 17915 074245 92766 901– 4 624
           
 Niet-Beleidsartikel         
99Nominaal en onvoorzien000000000

De gerealiseerde bedragen zijn steeds naar boven afgerond (€ 1 000)

7. SALDIBALANS

Financiële verantwoording van Jeugd en Gezin over het jaar 2008

Saldibalans per 31 december 2008 (bedragen x € 1 000)
1)Uitgaven ten laste van de begroting6 056 372 2)Ontvangsten ten gunste van de begroting34 556
       
3)Liquide middelen0    
       
4)Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding (RHB)  4a)Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding (RHB)6 021 816
       
5)Uitgaven buiten begrotingsverband (=intra-comptabele vorderingen)0 6)Ontvangsten buiten begrotingsverband (=intra-comptabele schulden)0
       
 Totaal6 056 372  Totaal6 056 372

Toelichting op de saldibalans ultimo december 2008

De saldibalans van Jeugd en Gezin bestaat uitsluitend uit uitgaven, ontvangsten, liquide middelen, rekening-courant met het ministerie van Financiën en uitgaven en ontvangsten buiten begrotingsverband. Elk uitvoerend departement neemt in zijn eigen saldibalans, indien van toepassing, de voorschotten, vorderingen, schulden, openstaande verplichtingen, deelnemingen en garanties op en legt hierover ook verantwoording af in het betreffende jaarverslag.

Uitgaven en ontvangsten ten laste c.q. ten gunste van de begroting

Dit betreft de totalen van de uitgaven en ontvangsten, die ten laste of ten gunste van de begroting van Jeugd en Gezin over 2008 hebben plaatsgevonden.

Liquide middelen

De liquide middelen betreffen het totaal van de saldi van bankrekeningen van Jeugd en Gezin.

Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding

Op de Rekening-courant met de Rijkshoofdboekhouding (RHB) is de financiële verhouding met het ministerie van Financiën weergegeven.

D. BIJLAGEN

ZBO’s en RWT’s

In onderstaand overzicht worden per ZBO/RWT de aan de exploitatie gerelateerde uitvoeringskosten vermeld.

Bedragen x € 1 miljoen
ArtikelNaamZBO/RWTBegroting 2008Realisatie 2008
3Accommodaties op grond van de Wet op de JeugdzorgRWT85.096.5
3NIDOSRWT18.016.4
3Landelijk bureau inning onderhoudsbijdragen (LBIO)RWT4.95.4

BEVINDINGEN ALGEMENE REKENKAMER

BevindingenAanbevelingStand van zaken Ultimo 2008
Verantwoordelijkheden zijn in de begroting 2008 niet in alle gevallen sluitend geregeld.Verduidelijking van de verantwoordelijkheden voor de belangrijkste beleidsterreinen.In de begroting 2009 zijn de afspraken over de verantwoordelijkheden ten aanzien van de verschillende beleidsterreinen omschreven. Waar medebetrokkenheid aan de orde is, is dit ook in andere begrotingshoofdstukken tot uitdrukking gebracht.
   
In de begroting 2008 zijn nog maar beperkt operationele doelstellingen en prestatie-indicatoren opgenomen. Zijn ook niet geconcretiseerd.Concretisering van de operationele doelstellingen en verdere ontwikkeling van prestatie-indicatoren.De in de begroting 2008 opgenomen operationele doelstellingen zijn na rijp beraad tot stand gekomen. Mede vanuit het oogpunt van stabiliteit zijn geen wijzigingen in structuur begroting 2009 doorgevoerd. Prestatie-indicatoren zijn verder ontwikkeld. Daarnaast zijn kengetallen aan de begroting toegevoegd.
   
Op het niveau van het programmaministerie is nog geen risicoanalyse gemaakt.Maken van een risicoanalyse en het onderzoeken van potentiële risico’s in de sturing van de begrotingsuitgaven, de financiële verslaggeving en de administratieve organisatie.Indien nodig zijn benodigde beheersmaatregelen getroffen.

AFKORTINGENLIJST

ADAlgemene Doelstelling
AKWAlgemene Kinderbijslagwet
AMKAdvies- Meldpunt Kindermishandeling en
AMVAlleenstaande minderjarige vluchteling
AWBZAlgemene Wet Bijzondere Ziektekosten
BAMBeter Anders Minder
BJZBureau Jeugdzorg
CJGCentrum voor Jeugd en Gezin
CWComptabiliteitswet
EKDElektronisch Kinddossier
ftefulltime equivalent
ggzgeestelijke gezondheidszorg
IACKInkomensafhankelijke aanvullende combinatiekorting
ICTInformatie- en communicatietechnologie
IJZInspectie Jeugdzorg
IPOInterprovinciaal Overleg
JgzJeugdgezondheidszorg
LBIOLandelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen
lvglicht verstandelijk gehandicapten
OCWOnderwijs, Cultuur en Wetenschap, ministerie van -
ODOperationele Doelstelling
OTSOndertoezichtstelling
RAAKReflectie- en Actiegroep Aanpak Kindermishandeling
RWTrechtspersoon met een wettelijke taakStb. Staatsblad
SVBSociale Verzekeringsbank
SZWSociale Zaken en Werkgelegenheid, ministerie van -
TKTweede Kamer
VNGVereniging van Nederlandse Gemeenten
VROMVolkhuisvesting Ruimtelijk Ordening en Milieu, ministerie van-
VWSVolksgezondheid, Welzijn en Sport, ministerie van -
WjzWet op de jeugdzorg
WWIWonen, werken en Integratie
ZATZorg- en Adviesteam
Zbozelfstandig bestuursorgaan

TREFWOORDENREGISTER

Alcohol 13, 17

Bescherming 20, 21, 25, 32, 39

Campus 22, 23, 25, 26, 32, 35

Caseload 21, 22

Criminaliteit 22, 23, 25

Diversiteit 9, 16, 31

Doeluitkering 14, 23, 25, 38

Doorlooptijden 20, 23

Drugs 13, 17

Gezin 4, 5, 6, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 19, 20, 21, 22, 23, 25, 26, 27, 29, 30, 38, 39, 40, 43

Jeugdbescherming 9, 21, 22, 33, 34

Jeugdcriminaliteit 16, 22

Jeugdgezondheidszorg 13, 14, 15, 43

Jeugdinrichting 22, 24, 33

Jeugdmonitor 17, 18

Jeugdparticipatie 16, 30

Jeugd 4, 5, 6, 9, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 29, 30, 31, 33, 38, 40, 43

Jeugdzorg 9, 13, 15, 16, 18, 19, 20, 21, 22, 24, 25, 26, 33, 38, 41, 43

Kabinetsdoelstelling 13, 14, 19, 20, 23, 25

Kinderbijslagwet (AKW) 28

Kindermishandeling 18, 19, 20, 21, 25, 30, 33, 43

Kindertoeslag 10, 11, 26

Leefstijl 17, 29, 30

Meldcode 20

NIDOS 26, 34, 35, 41

Opgroeien 9, 13, 17, 20, 24, 29, 32, 39

Ouderschapsverlof 11, 12

Overbruggingszorg 21

Participatie 11, 17

Pilot 19, 22, 23, 25, 35, 36

Preventie 12, 19, 25, 26

Professionalisering 24

Provincie 15, 18, 19, 20, 21, 33, 38

Raad voor de Kinderbescherming 12, 21, 22, 25, 33, 34

Regeldruk 23, 30

Scheiding 12

Schoolboeken 11

School 11, 12, 13, 14, 17, 18, 32, 35

Tegemoetkoming 10, 11, 26, 27, 29

Verstandelijk gehandicapten 5, 21, 43

Verwijsindex 15, 16

Voogdij 13, 21, 22, 26, 34

Vrijwilligerswerk 16, 17

Wachtlijsten 20, 21, 33

Wachttijden 20, 25

Wet op de jeugdzorg 4, 5, 22, 36, 43