Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum brief
Tweede Kamer der Staten-Generaal2008-200931924 nr. 3

31 924
Financieel jaarverslag van het Rijk 2008

31 597
Werkprogramma 2009–2011 van de commissie voor de Rijksuitgaven

nr. 3
BRIEF VAN DE COMMISSIE VOOR DE RIJKSUITGAVEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 juli 2009

Het is de commissie voor de Rijksuitgaven een eer de Kamer te mogen adviseren over de dechargeverlening voor het gevoerde financieel beheer door de ministers in het jaar 2008. Dit advies is opgesteld op basis van de jaarverslagen van het Rijk en de rapporten van de Algemene Rekenkamer hierbij, zoals behandeld in de commissies. De commissie heeft over die behandeling van de vaste en algemene commissies bevindingen en oordelen ontvangen. Een overzicht is opgenomen in bijlage 1.

Mede op grond van deze ontvangen informatie komt de commissie voor de Rijksuitgaven tot het oordeel dat, met inachtneming van de diverse toezeggingen van bewindspersonen aan de commissies ter verbetering van het financieel beheer, door de Kamer aan alle ministers decharge kan worden verleend.

Gevolgde procedure

Het Presidium heeft op voorstel van de commissie voor de Rijksuitgaven op 8 april 2009 besloten dat pas tot decharge van de jaarverslagen wordt overgegaan na advies van genoemde commissie.

De commissie voor de Rijksuitgaven heeft per brief van 22 april 2009 aan de voorzitters van vaste en algemene commissies (09-RU-B-002) de commissies uitgenodigd om hun oordeel over het gevoerde financieel beheer aan de commissie voor de Rijksuitgaven over te brengen.

De leden van de commissie voor de Rijksuitgaven hebben tot hun genoegen geconstateerd dat vrijwel alle commissies de dechargeverlening expliciet aan de orde hebben gesteld1. Daarmee heeft de dechargeverlening meer politiek gewicht gekregen, hetgeen de commissie van groot belang acht in het licht van de controlerende rol van de Kamer. De commissie is de leden van de vaste en algemene commissies erkentelijk voor de ontvangen bevindingen.

Betekenis dechargeverlening

Het sluitstuk van de begrotingscyclus is de goedkeuring van slotwetten (opgenomen in de jaarverslagen) door de Kamer met hieraan gekoppeld de dechargeverlening voor het gevoerde financieel beheer aan de desbetreffende ministers. In de Comptabiliteitswet is geregeld dat dechargeverlening betrekking heeft op het financieel beheer van de minister, in het bijzonder over onrechtmatigheden, tekortkomingen in de administratieve organisatie (inclusief interne controle), tekortkomingen bij de bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik bij de uitvoering van wettelijke regelingen, alsmede tekortkomingen in de (interne) departementale accountantscontrole. De leden van de commissies kunnen voor hun oordeel over het gevoerde financieel beheer grotendeels steunen op de rapporten bij het jaarverslag van de Algemene Rekenkamer. Daarbij kunnen leden hun eigen weging maken van de aard en ernst van de tekortkomingen die de Algemene Rekenkamer signaleert en de reacties van de bewindspersonen hierop. Hiermee kunnen leden van de commissie vanuit hun eigen controlerende rol meer gewicht geven aan (oplossing van) ernstige onvolkomenheden die niet direct tot een formeel bezwaar van de Rekenkamer leiden, maar die de Kamer zelf wel van cruciaal belang acht. De leden hebben de mogelijkheid om door middel van een motie dechargeverlening ter discussie stellen.

Er zijn in beginsel vijf mogelijkheden om de oordeelsvorming inzake het financieel beheer in te vatten, oplopend in zwaarte:

1. Geen bezwaren tegen dechargeverlening

2. (Reguliere) motie met eisen

3. Motie voor dechargeverlening met eisen

4. Motie voor opschorten dechargeverlening totdat is voldaan aan eisen

5. Motie tot onthouden dechargeverlening (kan worden opgevat als motie van wantrouwen)

De eerste drie mogelijkheden houden in dat decharge feitelijk wordt verleend, al dan niet met aanvullende eisen en variërend in gewicht.

Evaluatie gevolgde procedure

Een evaluatie van de behandeling van de jaarverslagen 2008 door de commissie voor de Rijksuitgaven kan de Kamer voor Prinsjesdag tegemoet zien. De wijze waarop de dechargeverlening is verleend maakt onderdeel uit van deze evaluatie. De evaluatie zal worden voorzien van conclusies en aanbevelingen voor een verdere verbetering van het verantwoording- en begrotingsproces.

De voorzitter van de commissie voor Rijksuitgaven,

Aptroot

BIJLAGE 1

Overzicht bevindingen en oordelen van de vaste en algemene commissies

BegrotingshoofdstukCommissieDecharge besproken tijdensUitkomsten/conclusies
I, IIA, IIB, III, VII, B, CBZKWGO 11 juni 2008 en 09-BOR-I-006De voorzitter heeft namens de leden per brief laten weten dat zij in kan stemmen met het verlenen van decharge.
IVNAAZAO 1 juli 2009Tijdens het AO Staatkundige hervorming op 1 juli 2009 is geconcludeerd dat decharge kan worden verleend.
VBuZaWGO 10 juni 2009Het lid Boekestijn (VVD) heeft uitgesproken geen decharge te willen verlenen voor het OS-gedeelte van het jaarverslag, maar heeft hierover geen motie ingediend. De overige aanwezige leden hebben uitgesproken dat decharge verleend zou kunnen worden.
VIJUSTNiet expliciet besprokenDe leden hebben decharge niet ter discussie gesteld in het overleg. Daaruit kan worden afgeleid dat decharge verleend kan worden.
VIIIOCWPV 25 juni 2009De leden hebben aangeven dat decharge verleend kan worden.
IXA, IXB, GFINWGO 17 juni 2009De leden hebben uitgesproken dat decharge verleend kan worden. Wel is daarbij benadrukt dat de problemen bij de Belastingdienst opgelost moeten worden en dat de Kamer het hierop betrekking hebbende bezwaaronderzoek van de Algemene Rekenkamer zal volgen.
XDEFWGO 16 juni 2009De leden hebben decharge niet ter discussie gesteld in het overleg en er ook geen moties over ingediend. Daaruit kan worden afgeleid dat decharge verleend kan worden.
XIVROMWGO 24 juni 2009De leden hebben uitgesproken dat de minister decharge verleend kan worden, onder de voorwaarde dat er vóór de begrotingsbehandeling 2010 een goede tussentijdse evaluatie komt van het financieel beheer van de afvalvoorschotten, de bodemsanering en de luchtkwaliteit – de aandachtspunten uit het onderzoek van de Algemene Rekenkamer. Daarnaast willen de leden dat de minister dan ook rapporteert over de voortgang in het verbetertraject voor de financiële functie en de cultuurverandering waar VROM naar streeft en dit af te stemmen met de Algemene Rekenkamer, Financiën en de Rijksauditdienst. De minister heeft toegezegd dit te zullen doen.
XII, AVWWGO 24 juni 2009De leden van de commissie hebben uitgesproken dat decharge verleend kan worden.
XIII, DEZWGO 15 juni 2009Het onderwerp decharge is kort aan de orde geweest tijdens het overleg. Door geen van de leden van de commissie is uitgesproken de decharge niet te willen verlenen. Evenmin zijn specifiek op het punt van de dechargeverlening moties ingediend. Wel is een motie ingediend waarin de regering wordt opgeroepen de Kamer voor 15 september 2009 nader te informeren over een bedrag van € 4,5 mln. waarvan de Algemene Rekenkamer heeft vastgesteld dat dit is uitgegeven op onzekere gronden. Deze motie is vervolgens op 23 juni jl. in stemming gebracht en verworpen.
XIV, FLNVE-mailprocedure 23 juni 2009De leden hebben decharge niet ter discussie gesteld en er ook geen moties over ingediend. Daaruit kan worden afgeleid dat decharge verleend kan worden.
XV, ESZWWGO 17 juni 2009Los van enkele aandachtspunten in de financiële admini- stratie is door geen van de leden van de commissie uitgesproken de decharge niet te willen verlenen. Tevens zijn op dit onderwerp geen moties ingediend.
XVIVWSPV 17 juni 2009De leden van de commissie hebben uitgesproken dat decharge verleend kan worden.
XVIIJGWGO 18 juni 2009De leden van de commissie hebben uitgesproken dat decharge verleend kan worden.
XVIIIWWIWGO 25 juni 2009PV 30 juni 2009De leden van de commissie uitgesproken dat decharge verleend kan worden, met inachtneming van enkele door de leden gewenste verbeteringen die via een commissiebrief met de minister verder worden gewisseld.

XNoot
1

In het werkprogramma 2009–2011 van de commissie voor de Rijksuitgaven (Kamerstuk 31 597, nr. 1) is als ambitie opgenomen dat «de commissie zich zal bezinnen op haar rol bij het proces van dechargeverlening. Het verlenen van decharge geen gegeven is, maar een bewuste keuze van de Kamer».