31 904
Wijziging van de Gaswet en de Elektriciteitswet 1998, tot versterking van de werking van de gasmarkt, verbetering van de voorzieningszekerheid en houdende regels met betrekking tot de voorrang voor duurzame elektriciteit, alsmede enkele andere wijzigingen van deze wetten

nr. 30
AMENDEMENT VAN HET LID JANSEN C.S. TER VERVANGING VAN DE AMENDEMENTEN GEDRUKT ONDER NRS. 18 EN 211

Ontvangen 20 januari 2010

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

I

In artikel II, onderdeel K, artikel 24a, eerste lid, vervalt de zinsnede «, tenzij de gevolgen van het toepassen hiervan niet redelijk en proportioneel zijn».

II

In artikel II, onderdeel K, artikel 24a, tweede lid, vervalt de zinsnede «, tenzij de gevolgen van het toepassen hiervan niet redelijk en proportioneel zijn».

Toelichting

In artikel 24a, eerste lid van de Elektriciteitswet wordt een de voorrang voor duurzaam en WKK ingeperkt, op basis van de ruime begrippen «... niet redelijk en proportioneel».

Op grond van artikel 8 van Richtlijn 2004/8/EG en artikel 16, tweede lid, van Richtlijn 2009/28/EG moeten transport en distributie van elektriciteit opgewekt met hernieuwbare bronnen of hoogrenderende WKK gegarandeerd worden. De richtlijnen laten alleen ruimte voor een beperking van dit uitgangspunt op grond van de betrouwbaarheid en veiligheid van het net.

Inperking van de voorrang op grond van de overwegingen «... niet redelijk en proportioneel» is in strijd met dit uitgangspunt.

Het amendement vervangt de amendementen 18 en 21, die inhoudelijk identiek waren.

Jansen

Samsom

Wiegman-Van Meppelen Scheppink


XNoot
1

Vervanging in verband met het samenvoegen van de twee genoemde amendementen.

Naar boven