Met belangstelling heb ik kennisgenomen van het voorlopig verslag inzake het bovengenoemde wetsvoorstel. Ik ben verheugd over
de belangstelling voor het wetsvoorstel en beantwoord graag de gestelde vragen.
Alcoholslotprogramma
De leden van de CDA-fractie en PvdA-fractie leggen een verband tussen de aanpak van alcoholmisbruik op de weg en op het water.
De leden van de CDA-fractie vragen in dat verband of ik bereid ben de mogelijkheden na te gaan van een al of niet vrijwillige
introductie van een alcoholslot bij het vervoer van bijvoorbeeld bepaalde gevaarlijke stoffen in de scheepvaart. Anders dan
in het wegvervoer zijn er bij het vervoer over het water over het algemeen meerdere schippers betrokken. Bij wisseling van
schipper wordt vanuit veiligheidsoverwegingen een scheepsmotor niet stilgezet waardoor een alcoholslot eenvoudig te omzeilen
is. De introductie van een alcoholslot op schepen lijkt daarom vooralsnog minder goed uitvoerbaar en minder garanties te kunnen
bieden dan een alcoholslot voor het wegverkeer. In dat verband zie ik derhalve geen noodzaak om de mogelijkheden na te gaan
voor de introductie van een alcoholslot bij het vervoer van gevaarlijke stoffen in de scheepvaart.
De leden van de PvdA-fractie hebben gevraagd of de maatregelen die kunnen worden getroffen indien een bestuurder van een motorvoertuig
op de weg wordt betrapt met een te hoog alcoholpromillage, ook kunnen worden opgelegd wanneer sprake is van dronken varen?
Hierbij vragen de leden van de PvdA-fractie zich af of een ontzegging van de vaarbevoegdheid kan worden opgelegd, of een vaarbewijs
bij recidive van rechtswege kan vervallen en of er een alcoholslotprogramma kan worden opgelegd.
Op de Rijn en de aanverwante vaarwegen Waal, Lek, Nederrijn, Bovenrijn en Pannerdensch Kanaal is het nu al mogelijk om het
vaarbevoegdheidsbewijs in te trekken. Op deze vaarwegen geldt namelijk het Patentreglement Rijn zoals opgenomen in Bijlage
1.2 bij de Binnenvaartregeling. Op mijn departement is voorts een wetvoorstel in voorbereiding dat ziet op intrekking van
het vaarbewijs bij wangedrag op de andere binnenwateren. Bij gelegenheid van dat wetsvoorstel wordt het mogelijk om de vaarbevoegdheid
te ontzeggen bij alcoholovertredingen en bij recidive. Op een eventuele toepassing van een alcoholslot op het water ben ik
hierboven reeds ingegaan.
Tot slot vragen de leden van de PvdA-fractie of het mogelijk is om de Educatieve Maatregelen Alcohol en Verkeer en andere
maatregelen op te leggen, en of in de onderzoeken naar (auto)rijvaardigheid van de nuchtere alcoholverslaafde ook onderzoek
wordt gedaan naar de alcoholverslaafde stuurman of loods.
De scheepvaartregelgeving voorziet niet in maatregelen zoals de Educatieve Maatregel Alcohol en Verkeer of andere aanverwante
maatregelen. Vooralsnog acht ik de huidige voorzieningen in samenhang met het door mij aangekondigde wetsvoorstel afdoende
om alcoholmisbruik op het water adequaat aan te pakken. In het onderzoek naar de rijvaardigheid van de nuchtere alcoholverslaafde
automobilist wordt aan de alcoholverslaafde stuurman of loods geen expliciete aandacht besteed. Ik wacht met interesse de
resultaten van dit onderzoek af. Aan de hand van deze resultaten zal ik bezien of deze tevens kunnen worden toegepast ten
aanzien van bovengenoemde beroepsgroepen.
Handhaving
De leden van de CDA-fractie vragen wat de reden is dat voor de handhaving van deze wetten in de beroepsvaart bijzondere opsporingsambtenaren
worden ingezet terwijl in het geval van de recreatievaart daarentegen uitsluitend politie wordt ingezet.
In de beroepsvaart staat een veilige bedrijfsvoering centraal. Overtredingen in dat kader kunnen doorgaans beter geconstateerd
worden door ambtenaren die ook vanuit hun hoofdtaak bijzondere expertise hebben, en daarbij zijn aangewezen als bijzonder
opsporingsambtenaar. In de recreatievaart is met name de naleving van de verkeersregels op het water van belang. Voor de handhaving
van deze regels is de politie beter toegerust. De politie heeft ten aanzien van deze regelgeving de benodigde expertise en
het materieel, zoals bijvoorbeeld snelle motorboten. Graag verwijs ik u naar de brief aan de Tweede Kamer waarin nader op
dit onderwerp wordt ingegaan1.
De leden van de PvdA-fractie willen weten of het loskoppelen van het vereiste dat toezichthouders tevens BOA moeten zijn een
kans biedt voor een intensievere handhaving van de naleving van het toegestane alcoholpromillage. Mocht dit niet het geval
zijn, kan daaraan met een wetswijziging tegemoet worden gekomen?
Overtreding van het toegestane alcoholpromillage wordt uitsluitend strafrechtelijk gehandhaafd. Dit wetsvoorstel laat de hiervoor
beschikbare handhavingsinzet ongemoeid. Voor de opsporing en handhaving van overtreding van het maximaal toegestane alcoholpromillage
zijn uitsluitend de reguliere opsporingsambtenaren, zoals politie-agenten, en bijzondere opsporingsambtenaren, de BOA’s, bevoegd.
Het loslaten van het vereiste dat toezichthouders tevens BOA moeten zijn, zoals met dit wetsvoorstel wordt beoogd, leidt niet
tot een verhoging van het aantal ambtenaren dat bevoegd is tot strafrechtelijke handhaving.
Voor een intensievere handhaving van strafrechtelijk te handhaven overtredingen, zoals het toegestane alcoholpromillage is
geen wetswijziging noodzakelijk.
Vooralsnog wil ik echter door middel van een intensieve voorlichtingscampagne de bewustwording over alcoholgebruik op het
water in samenhang met de door middel van dit wetsvoorstel verlaagde norm, verhogen.
De minister van Verkeer en Waterstaat,
C. M. P. S. Eurlings