nr. 2
VOORSTEL VAN WET
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is dat een kwetsbare
groep leerlingen in het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs als bedoeld
in de Wet op het voortgezet onderwijs geheel of gedeeltelijk in de plaats
van de basisberoepsgerichte leerweg een assistentopleiding kan volgen als
bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs;
dat daarmee kan worden bijgedragen aan het voorkomen van voortijdig schoolverlaten;
dat het wenselijk is de periode te verlengen waarin in het beroepsonderwijs
kan worden geëxperimenteerd met de competentiegerichte kwalificatiestructuur;
dat daartoe de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet educatie en beroepsonderwijs
wijziging behoeven;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der
Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en
verstaan bij deze:
ARTIKEL I. WIJZIGING WET OP HET VOORTGEZET ONDERWIJS
Na artikel 10b7 van de Wet op het voortgezet onderwijs worden twee nieuwe
artikelen ingevoegd, luidende:
Artikel 10b8. Assistentopleiding in het vmbo
1. Het bevoegd gezag kan bij de school ingeschreven leerlingen die
daarbij naar zijn oordeel gebaat zijn, in de gelegenheid stellen om geheel
of gedeeltelijk in plaats van de basisberoepsgerichte leerweg, bedoeld in
artikel 10b, eerste lid, een assistentopleiding te volgen als bedoeld in artikel
7.2.2, eerste lid, onder a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, met inachtneming
van artikel 7.2.7 van laatstgenoemde wet. Artikel 10b, tweede lid, tweede
volzin, is van overeenkomstige toepassing.
2. De assistentopleiding stemt overeen met het programma-aanbod van de beroepsgerichte programma’s van de basisberoepsgerichte
leerweg die aan de school wordt verzorgd.
3. Het bevoegd gezag is niet gehouden, leerlingen die een assistentopleiding
volgen als bedoeld in het eerste lid, gelegenheid te geven om aan de school
een eindexamen in de basisberoepsgerichte leerweg af te leggen als bedoeld
in artikel 29, eerste lid.
4. Leerlingen die een assistentopleiding volgen als bedoeld in het
eerste lid, worden aangemerkt als leerlingen van de basisberoepsgerichte leerweg
waarvoor de assistentopleiding geheel of gedeeltelijk in de plaats treedt.
5. Ten aanzien van bij de school ingeschreven leerlingen jonger dan
16 jaar wordt de assistentopleiding verzorgd met inachtneming van de volgende
vereisten:
a. de beroepspraktijkvorming, bedoeld in de artikelen 7.2.8 en 7.2.9
van de Wet educatie en beroepsonderwijs, omvat uitsluitend het verrichten
van lichte arbeid van geschikte aard,
b. in plaats van de basisberoepsgerichte leerweg wordt geheel of
gedeeltelijk zowel binnenschools als buitenschools onderricht in de praktijk
van het beroep verzorgd,
c. een gekwalificeerde mentor of docentbegeleider bewaakt de voortgang
van het onderricht in de praktijk van het beroep, en
d. het binnenschools en buitenschools onderricht in de praktijk van
het beroep worden geïntegreerd verzorgd.
Artikel 10b9. Samenwerkingsovereenkomst assistentopleiding
in het vmbo
1. De assistentopleiding, bedoeld in artikel 10b8, wordt onder verantwoordelijkheid
van het bevoegd gezag verzorgd op grond van een samenwerkingsovereenkomst
tussen het bevoegd gezag van de school en het bevoegd gezag van een instelling
als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs
waarvan het onderwijsaanbod mede deze assistentopleiding omvat.
2. Een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in het eerste lid voorziet
in elk geval in afspraken over:
a. de assistentopleiding die geheel of gedeeltelijk in plaats van
de basisberoepsgerichte leerweg zal worden verzorgd,
b. de inschrijving van leerlingen als examendeelnemer bij de instelling,
c. de examinering en diplomering door de instelling,
d. de invulling van de betrokkenheid van het bevoegd gezag bij de
beroepspraktijkvorming, bedoeld in de artikelen 7.2.8 en 7.2.9 van de Wet
educatie en beroepsonderwijs, met dien verstande dat het bevoegd gezag de
in dat artikel 7.2.9 bedoelde overeenkomst mede ondertekent,
e. de toepassing van artikel 10b8, tweede lid,
f. de rechtsbescherming van de leerling, en
g. de doorstroom van de leerlingen na het met goed gevolg afsluiten
van de assistentopleiding.
3. In geval van toepassing van artikel 7.4.4a, derde lid, van de
Wet educatie en beroepsonderwijs, is het bevoegd gezag belast met de uitvoering
van de daar bedoelde examinering.
4. Indien het bevoegd gezag tevens het bevoegd gezag is van een instelling
als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs,
regelt het bevoegd gezag op overeenkomstige wijze de onderwerpen, genoemd
in het tweede lid.
ARTIKEL II. WIJZIGING WET EDUCATIE EN BEROEPSONDERWIJS
De Wet educatie en beroepsonderwijs wordt als volgt gewijzigd:
A
Aan artikel 7.4.4a wordt een nieuw lid toegevoegd, luidend:
3. Het bevoegd gezag kan de examinering van examendeelnemers die
op grond van een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in artikel 8.4.2 van
de wet een assistentopleiding volgen, onder zijn verantwoordelijkheid laten
uitvoeren door het bevoegd gezag van een school voor voortgezet onderwijs.
B
In hoofdstuk 8 komt het opschrift van titel 4 te luiden: TITEL 4. SAMENWERKING IN VERBAND MET LEER-WERKTRAJECTEN VMBO EN ASSISTENTOPLEIDING
IN HET VMBO
C
Na artikel 8.4.1 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidend:
Artikel 8.4.2. Samenwerkingsovereenkomst assistentopleiding
in het vmbo
1. De assistentopleiding, bedoeld in artikel 10b8 van de Wet op het
voortgezet onderwijs, wordt verzorgd op grondslag van een samenwerkingsovereenkomst
tussen het bevoegd gezag van een instelling en het bevoegd gezag van een school
voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs.
2. Een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in het eerste lid, voldoet
aan artikel 10b9 van de Wet op het voorgezet onderwijs.
D
In artikel 12.1a.5 wordt in de aanhef «1 augustus 2010»
vervangen door: 1 augustus 2012.
ARTIKEL III INWERKINGTREDING
De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit
te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan
verschillend kan worden vastgesteld.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat
alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat,
aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,