Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 5 juni 2026
Met de brief van 25 november jongstleden verzocht de voorzitter van de vaste commissie
voor Financiën van uw Kamer mij, om in overleg met de Algemene Rekenkamer (AR) en
de Auditdienst Rijk (ADR) een transitieplan te ontwikkelen voor de zogenoemde samenvoegingsvariant
voor het controlebestel. De Tweede Kamer deed een vergelijkbaar verzoek met een motie
op 14 januari. Hierbij bied ik u het transitieplan aan, dat is opgesteld in onderlinge
samenwerking tussen mijn ministerie, de andere ministeries en de AR.
Het transitieplan voorziet in de uitwerking van cruciale elementen, zoals de borging
van de onafhankelijkheid van de accountantseenheid binnen de AR, en de versterking
van de beheertaken van departementen en de Auditdienst Rijk (ADR). Belangrijk hierbij
is een gezamenlijke inzet op vereenvoudiging van regelgeving en vermindering van controledruk.
Het transitieplan geeft een beeld van de stappen die nodig zijn om te komen tot een
nieuwe inrichting van het controlebestel. Tegelijkertijd blijven er aandachtspunten:
een reorganisatie heeft een grote impact op alle betrokkenen, vraagt een flinke inspanning
en geeft onzekerheid.
De keuze over samenvoeging ligt voor tegen de achtergrond van een goed functionerend
controlebestel, een tijdige verantwoording, controle die voldoet aan alle standaarden
en rechtmatigheidspercentages die in internationaal perspectief hoog zijn. Vanuit
mijn systeemverantwoordelijkheid hecht ik, bij een keuze van uw Kamer, aan een ordentelijk
proces, met de benodigde verankering in comptabele wet- en regelgeving en waarbij
het verantwoordings- en controleproces ongehinderd kan blijven doorgaan. Daarnaast
is het essentieel te waarborgen dat een eventuele transitie budgetneutraal, met inbegrip
van de taakstelling, plaatsvindt om zo de beoogde doelmatigheidswinst te realiseren.
Ik ga ervan uit dat het transitieplan voldoende basis biedt voor een besluit over
het controlebestel. Graag ga ik hierover met het parlement in gesprek.
De Minister van Financiën,
E. Heinen