Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 26 januari 2017
Hierbij informeer ik u over het nieuwe stelsel van rapporteringstoleranties voor het
melden van fouten en onzekerheden in de rechtmatigheid in de departementale jaarverslagen
met ingang van het verslag over het jaar 2017 (dat verschijnt in mei 2018). Over dit
nieuwe stelsel is overeenstemming bereikt met alle departementen, de Auditdienst Rijk
en de Algemene Rekenkamer. De rapporteringstoleranties geven de grensbedragen weer
waarboven een Minister verplicht is om in de bedrijfsvoeringsparagraaf van het departementale
jaarverslag een toelichting te geven op fouten en onzekerheden ten aanzien van de
rechtmatigheid. De toleranties zijn onderdeel van de verslaggevingsvoorschriften en
zijn opgenomen in de Regeling rijksbegrotingvoorschriften, die de Minister van Financiën
op grond van de Comptabiliteitswet 2001 opstelt.
Het nieuwe stelsel van rapporteringstoleranties houdt een vereenvoudiging en harmonisatie
in van de huidige rapporteringstoleranties, waardoor er in beginsel geen verschillen
meer zullen bestaan tussen de rechtmatigheidsoordelen van de Algemene Rekenkamer en
die van de Ministers in de bedrijfsvoeringsparagrafen van de departementale jaarverslagen
(die door de Auditdienst Rijk als intern controleur van een getrouwheidsoordeel worden
voorzien). Dat schept meer duidelijkheid voor de Kamer en andere gebruikers van deze
informatie.
Hoofdlijnen van het huidige en het nieuwe stelsel
Op dit moment gelden rapporteringstoleranties op begrotingshoofdstukniveau, de saldibalans
en de verantwoordingsstaat agentschappen (1% fouten en 3% onzekerheden) en op begrotingsartikelniveau
waarbij aparte toleranties gelden voor fouten en voor onzekerheden (3% voor fouten
en 3% voor onzekerheden). Voor kleine begrotingshoofdstukken (< € 1,5 miljard) en
kleine begrotingsartikelen (< € 500 miljoen) gelden uit doelmatigheidsoverwegingen
ruimere toleranties oplopend tot 10% voor fouten en 10% voor onzekerheden.
In het nieuwe stelsel wordt de rapporteringstolerantie 2% voor begrotingshoofdstuk,
saldibalans en verantwoordingsstaat agentschappen en 5% voor begrotingsartikelen en
voor de afgerekende voorschotten1 waarbij fouten en onzekerheden voortaan worden opgeteld. De nieuwe rapporteringstolerantie
op totaalniveau sluit aan bij de kwantitatieve tolerantie die de Europese Rekenkamer
hanteert voor de totale uitgaven en de totale ontvangsten, te weten 2%.
Nieuwe rapporteringstolerantie voor afgerekende voorschotten
Er wordt een nieuwe rapporteringstolerantie voor afgerekende voorschotten geïntroduceerd
als onderdeel van het nieuwe stelsel van rapporteringstoleranties. Fouten en onzekerheden
in de afgerekende voorschotten worden niet langer toegerekend aan de begrotingsartikelen,
maar aan de in het jaarverslag opgenomen verantwoording van de afgerekende voorschotten
(als onderdeel van de toelichting op de saldibalans). Deze wijze van rapporteren sluit
ook beter aan bij de wijze waarop de Algemene Rekenkamer de geconstateerde fouten
en onzekerheden in haar rapporten vermeldt.
Ten aanzien van de afgerekende voorschotten en de vorderingen bij de toeslagregelingen
geldt dat die vanaf het verslagjaar 2017 worden verantwoord in de saldibalansen van
de toeslagendepartementen2 en niet meer in de saldibalans van het Ministerie van Financiën. De Belastingdienst
is immers verantwoordelijk voor de uitvoering van de toeslagregelingen, terwijl de
toeslagendepartementen beleids- en begrotingsverantwoordelijk zijn. Vanaf het verslagjaar
2017 zullen de ministeries en de Algemene Rekenkamer deze fouten en onzekerheden daarom
evalueren bij de toeslagendepartementen. De wijziging behelst geen verandering van
de beheersverantwoordelijkheid van de Belastingdienst. De Belastingdienst blijft op
grond van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) verantwoordelijk
voor het vorderingen- en/of voorschottenbeheer van de toeslagen en het beleid rond
misbruik en oneigenlijk gebruik.
Winstpunten van het nieuwe stelsel
Het nieuwe stelsel van rapporteringstoleranties levert de volgende winstpunten op:
-
• Verschillen in gerapporteerde bevindingen en oordelen tussen de ministeries en de
Algemene Rekenkamer behoren in beginsel tot het verleden.
-
• Het hanteren van één grens voor fouten en onzekerheden gezamenlijk is eenvoudiger
en begrijpelijker voor de gebruikers en sluit beter aan bij wat internationaal gebruikelijk
is.
-
• Met het introduceren van de norm van 2% voor fouten en onzekerheden op totaalniveau
wordt bovendien aangesloten bij de Europese norm.
-
• De nieuwe toleranties kunnen zorgen voor minder controle-inspanning (doelmatiger borging
van de controle op rechtmatigheid) door de Auditdienst Rijk en de Algemene Rekenkamer.
Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
De Minister van Financiën, J.R.V.A. Dijsselbloem