31 865 Verbetering verantwoording en begroting

Nr. 311 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 7 juli 2026

In deze brief informeer ik uw Kamer over de opvolging van bevindingen en aanbevelingen van periodieke rapportages die door het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur in 2025 zijn afgerond.

Evaluaties vormen een belangrijke basis voor een lerende overheid. Bereikt beleid het gewenste effect (doeltreffendheid)? En gaat dat tegen de laagst mogelijke kosten (doelmatigheid)? Evaluaties verschaffen burgers, bedrijven en uw Kamer inzicht in de effecten van het gevoerde beleid en daarmee de besteding van publieke middelen. Deze informatie kan ingezet worden om de kwaliteit van beleid, publieke voorzieningen, en wetten en regels continue te verbeteren.

Ik vind het belangrijk om de bevindingen en aanbevelingen van evaluaties mee te nemen in de (door)ontwikkeling van beleid en uw Kamer hierbij te betrekken. Deze brief bevat daarom een overzicht van de opvolging van bevindingen en aanbevelingen van de Periodieke rapportages (de opvolger van beleidsdoorlichtingen) die vorig jaar zijn uitgevoerd binnen mijn departement. Zo blijven de bevindingen en aanbevelingen onder de aandacht, en kan de voortgang meegenomen worden in beleidsdiscussies en besluitvorming. Deze brief geeft invulling aan de acties die in de brief versterken rijksbrede evaluatiestelsel (Kamerstuk 31 865, nr. 267) worden aangekondigd, naar aanleiding van de motie-Van Vroonhoven/Vermeer (19 december 2023; Kamerstuk 36 470, nr. 6).

In de bijlage van deze brief is ook aandacht voor de besparingsvarianten die worden uitgewerkt in Periodieke rapportages. Dit geeft invulling aan de uitwerking van de motie-Van Eijk (Kamerstuk 31 865, nr. 295).

Dit jaar stuur ik u de opvolging van de periodieke rapportage Kennis en Innovatie die vorig jaar is uitgevoerd. Komende jaren zal ik uw Kamer wederom informeren over deze, en nieuwe Periodieke rapportages die sindsdien zijn uitgevoerd. De Kamer vervult zelf ook een belangrijke rol in het evaluatiestelsel en ik hoop dat deze brief bijdraagt aan het gesprek over beter beleid.

In de tabel hieronder kunt u meer informatie vinden over de Periodieke rapportage en de status van de aanbevelingen en bevindingen.

Strategische evaluatie agenda (SEA) – THEMA: Kennis en innovatie

Overkoepelende toelichting SEA-thema:

De periodieke rapportage van het Kennis- en Innovatiebeleid moet uiteindelijk inzichtelijk maken in hoeverre LVVN op een doeltreffende en doelmatige manier bijdraagt aan het (behouden van) het hoogwaardige niveau van de Nederlandse kennis- en innovatiestructuur. Het onderzoek dat de komende jaren geprogrammeerd staat moet bijdragen aan inzichten op het betreffende beleidsvraagstuk.

Titel onderzoek

Type onderzoek

Jaar afronding

Begrotings-artikel(en)

Budgettaire grondslag (laatste evaluatiejaar)

Periodieke rapportage kennis- en innovatiebeleid

Periodieke rapportage

2025

Artikel 23

€ 365 mln. (2025)

Toelichting evaluatie:

In het kennis- en innovatiebeleid (hierna K&I-beleid) staan het stimuleren van kwalitatief hoogwaardige kennis en innovatie en de ontwikkeling, verspreiding en toepassing daarvan centraal. Dit in verbinding met de LVVN-sectoren en de natuur. De kennis, kunde en innovatiekracht van de Nederlandse landbouw en visserijen op het gebied van natuur scoren hoog op wereldschaal. Dat geldt ook voor ons groene onderwijs- en educatieaanbod. Om deze sterke positie te behouden, de urgente uitdagingen het hoofd te kunnen bieden en een goede onderbouwing van het beleid te waarborgen wordt ingezet op kennis en innovatie en de doorwerking daarvan naar de praktijk. Om te kunnen sturen op de doeltreffendheid en doelmatigheid van het K&I-beleid wordt eens in de vier tot zeven jaar een verplichte externe evaluatie uitgevoerd. De Periodieke Rapportage van het K&I-beleid is uitgevoerd door onderzoeksbureau Berenschot over de periode 2019–2023. De evaluatie is op hoofdlijnen positief en geeft aanbevelingen voor verbeteringen voor het toekomstige K&I-beleid.

Aanbevelingen/bevindingen

Toelichting status opvolging

1. Formuleer de doelen van het kennis- en innovatiebeleid specifieker voor de bijdrage van kennisproducten, kennisdelen en innovatiebevordering aan de aanpak van maatschappelijke opgaven. Geef hiermee invulling aan de systeemverantwoordelijkheid van LVVN ten opzichte van beleidsinterventies van andere ministeries en ten opzichte van de verantwoordelijkheden van bedrijfsleven en samenleving.

Afgerond: In de Rijksbegroting van 2026 is de nieuwe doelenstructuur opgenomen onder deel A. en deel B. van begrotingsartikel 23.

2. Evalueer een beleidsinstrument in de context van het kennis- en innovatiesysteem als geheel, zodat er een volwaardige beoordeling van de doeltreffendheid kan worden gemaakt, en de samenhang van het kennis- en innovatiesysteem kan worden versterkt.

Afgerond: Evaluaties die na 2025 in uitvoering zijn gebracht op het thema Kennis en Innovatie worden uitgevoerd aan de hand van een nieuw evaluatiekader, dat in het bijzonder aandacht vraagt voor de relatie van een los instrument met de gehele beleidsmix.

3. Versterk de werking van de kennis- en innovatieketens, door voor elk van de beleidsinstrumenten (vaak programma’s) scherper aan te geven welke kennis er opgeleverd moet worden, welke toepassing er bereikt moet worden en welke verbetering er in de praktijk verwacht mag worden. Doe dit waar mogelijk kwantitatief (aantal onderzoeken of trajecten, bereik van doelgroep, etc.).

Onderhanden: in het format voor de aanvraag van beleidsondersteunend onderzoek is een duiding gegeven van het type onderzoek dat hiervoor kwalificeert. Er wordt gewerkt aan monitoring van de resultaten.

4. Neem in de SEA een eenduidige definitie van doelmatigheid op en geef aan welke indicatoren er gehanteerd moeten worden. Benut hiervoor de kwantitatieve doelen (aantallen onderzoeken of trajecten, bereik van doelgroep, etc.). Zorg voor data op het niveau van het te evalueren beleidsonderdeel waarmee doelmatigheid beoordeeld kan worden.

Afgerond: In de Rijksbegroting van 2026 is aangegeven dat doelmatigheid volgens een hernieuwde methode geëvalueerd gaat worden voor het K&I instrumentarium. Indicatoren zullen per instrument los behandeld worden.

5. Verleng de innovatieketen in het kennis- en innovatiesysteem met de laatste stap van toepassing van nieuwe technologie en sociale innovatie in de praktijk, vaak in onderlinge samenhang. LVVN kan sterker op deze laatste stap sturen door een verschuiving van middelen, via de bestaande begrotings- en beleidsinstrumenten. Met de kennisinstellingen, het bedrijfsleven en LVVN-beleidsuitvoerders moet SK&I samenwerken aan de verbinding tussen onderzoeksprogrammering en de instrumenten voor kennisdelen en innovatie-bevordering. De KIA kan hiervoor ingezet worden.

Onderhanden: LVVN heeft inmiddels beleidsinstrumenten ontwikkeld die kennis en innovaties naar de praktijk moeten brengen, die de aansluiting met de arbeidsmarkt tot doel hebben of het testen en experimenteren van innovaties mogelijk maken. Voorbeelden zijn:

de subsidiemodule agrarische bedrijfsadvisering en educatie (SABE) voor kennisoverdracht naar het boerenerf;

de subsidiemodule Samenwerken aan innovatie (EIP) en de regeling experimenteerlocaties (SREL) voor het stimuleren van praktijkgerichte innovaties voor de land- en tuinbouw en;

de onderwijsimpuls in het visserij-ontwikkelplan (VOP) waarmee de capaciteitsopbouw in de sector wordt versterkt.

Daarnaast wordt verkend of financieringsinstrumenten kunnen worden ontwikkeld voor de ondersteuning in de latere innovatiefases, waarin innovaties opgeschaald en naar de markt of samenleving gebracht worden.

LVVN werkt actief mee en committeert zich aan het actieplan integrale innovatie waarmee wordt ingezet op meer aandacht voor de maatschappelijke inbedding van innovaties en het benutten van de sociale wetenschappen daarbij. Ook heeft LVVN een programma sociale innovatie geïnitieerd. Binnen de Kennis en Innovatie Agenda (KIA) is er (extra) inzet op de ontwikkeling van route en kansenkaarten waarin de te zetten stappen in de hele innovatieketen worden uitgewerkt.

6. Geef invulling aan de systeem-verantwoordelijkheid van de Minister van LVVN voor de basisinfrastructuur van het kennis- en innovatiesysteem, ook waar het de inzet van andere begrotingsonderdelen en andere ministeries betreft. Richt het begrotings-instrumentarium zodanig in dat er vanuit een strategisch meerjarig perspectief geïnvesteerd wordt in de gewenste basisinfrastructuur. SK&I kan hiervoor de KIA benutten.

Onderhanden: Samen met EZK, als stelselverantwoordelijke voor toegepast onderzoek, en OCW als stelselverantwoordelijke voor universiteiten, wordt gekeken hoe we invulling kunnen geven aan de adviezen over basisinfrastructuur. Met de investeringen vanuit FTO (Faciliteiten Toegepast Onderzoek) en de Infra-lijn zijn eerste stappen gezet in het versterken van onderzoeksfaciliteiten. Beide instrumenten zijn op dit moment incidenteel waarbij wordt gekeken in hoeverre we die structureel kunnen inrichten.

In de KIA (2024–2027) is de koppeling tussen de korte en lange termijn inzet binnen de meerjarige innovatiemissies versterkt.

LVVN werkt aan een aanpak voor innovatie, geënt op de principes van het missiegedreven innovatiebeleid. Het randvoorwaardelijke kennis-en innovatie-systeem waaronder basisinfrastructuur wordt hierin meegenomen.

7. Versterk vanuit LVVN de basisinfrastructuur van het kennis- en innovatiesysteem met de financiering van faciliteiten voor innovatie-bevordering en kennisdelen.

Onderhanden: Zie status bij aanbeveling 6. Voor Faciliteiten specifiek voor innovatie-bevordering en kennisdeling wordt, naast de huidige regeling voor fieldlabs/experimenteerlocaties, door LVVN gekeken in hoeverre dit onderdeel kan zijn van de Brede Innovatie Agenda.

8. Maak de structurele financiering van alle kennisinstellingen en instituten die onderdeel vormen van het kennis- en innovatiesysteem eenduidig zichtbaar in de LVVN-begroting.

Afgerond: In deel E. van de Rijksbegroting van 2026 wordt per onderdeel beschreven wat de omvang de onderliggende instrumenten is.

9. Maak onderscheid tussen de programmering met kennisvragen ten behoeve van toegepast onderzoek en programmering van onderzoek voor innovatie. Hanteer de meerjarige innovatiemissies niet kunstmatig als kader voor al het toegepaste onderzoek, maar zet deze gericht in om vernieuwende kennis te verbinden met de instrumenten voor innovatiebevordering.

Onderhanden: in de programmering geven we hier al invulling aan door voor de beoordeling van aanvragen voor beleidsondersteunend onderzoek andere criteria te hanteren dan voor innovatiebevordering via de KIA. Bij de vernieuwing van de KIA in 2028 zullen we dit verder uitwerken.

10. Versterk of ondersteun de vraagarticulatie voor beleidsondersteunend onderzoek. Dit vraagt vooral vaardigheid op de juiste plek en behoeft geen meerjarige programmering.

Onderhanden: er is gewerkt aan een aanscherping van de processtappen in de programmering van beleidsondersteunend onderzoek waarmee de betrokkenheid vanuit de verschillende beleidsvelden verder zal worden versterkt.

11. Versterk de schakels van de innovatieketen en breng daarvoor focus aan binnen het aantal en de aard van innovaties die reëel ondersteund kunnen worden. Zoek naar combinaties van kansrijke innovaties in het (sub)systeem van agroketens en natuur.

Onderhanden: op deze aanbeveling wordt een start gemaakt. In het kader van «richting geven» wordt momenteel verkend of een innovatieagenda een rol kan spelen bij het versnellen van innovaties op het terrein van agrofood en technologieën. De agenda zal bestaan uit innovatiedomeinen waarin de gehele innovatieketen onder de loep wordt genomen. Per innovatie wordt vervolgens bepaald welk deel van de keten ondersteuning nodig heeft om versnelling op gang te brengen.

De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J. van Essen

BIJLAGE BESPARINGSVARIANTEN UIT PERIODIEKE RAPPORTAGES

In Periodieke rapportages wordt waar mogelijk ten minste één optie geschetst waarmee een besparing van 20% op de budgettaire grondslag van het (beleids)thema kan worden gerealiseerd (op basis van het «comply-or-explain principe»). De besparingsvariant heeft niet het karakter van een aanbeveling, maar moet inzicht geven waar eventuele besparingen ingevuld zouden kunnen worden, en wat de gevolgen daarvan zijn.

Periodieke rapportage Kennis en innovatie

Geredeneerd vanuit de urgente opgaven die er zowel voor de land- en tuinbouwsector, als voor natuurherstel liggen, waren de onderzochte bezuinigingsvarianten uit de periodieke rapportage vooral hypothetisch van aard. Binnen de kaders van het kabinet Schoof en het daaropvolgende kabinet Jetten wordt het belang van investeringen in het innovatief vermogen voor de landbouwsector en natuurbeheer meermaals ondersteund. De logische politieke en bestuurlijke lijn is om dan niet te bezuinigen op de middelen die hiervoor toegewezen zijn.

De onderzochte bezuinigingsvarianten boden alleen voor de lange termijn mogelijkheden tot verschuivingen in budget, door al vastgestelde verplichtingen was er op de korte termijn geen ruimte voor een acute bezuiniging.

Daarbij zijn er in de periodieke rapportage geen overduidelijke ondoeltreffende of ondoelmatige maatregelen naar voren gekomen, dit bevestigt het al eerdere onderzoek van de OECD1 dat het kennis- en innovatiesysteem in Nederland een belangrijke driver is in de verduurzaming van de land- en tuinbouwsector & visserij. Op basis van de bovengenoemde afwegingen zijn de onderzochte bezuinigingsvarianten (buiten de reeds voorgenomen taakstellingsopgaven) niet tot uitvoering gebracht.

Naar boven