31 839 Jeugdzorg

Nr. 800 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR RECHTSBESCHERMING

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 5 juli 2021

Tijdens het commissiedebat Jeugdbeleid, huiselijk geweld en kindermishandeling van 22 juni jongstleden heb ik toegezegd u op 5 juli 2021 te informeren over de stand van zaken rondom de instroomstop door Jeugdbescherming Brabant (JBB). Zoals ik toelichtte tijdens het debat hanteert ook de William Schrikker Stichting (WSS) een instroomstop in twee regio’s in Brabant (Noord-Oost en Zuid-Oost Brabant) en in Limburg. Ik vind dit ernstige ontwikkelingen. Kinderen die hulp nodig hebben moeten altijd kunnen rekenen op een jeugdbeschermer.

Mede namens de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport informeer ik uw Kamer hierbij over de stand van zaken rond de instroomstops van JBB en WSS.

Financiële en personele problematiek Brabant

Sinds 2018 loopt er tussen de Brabantse gecertificeerde instellingen (GI’s) en de regionale bestuurders van de vijf Jeugdhulpregio’s een discussie over tariefafspraken en over de bedrijfsvoering bij JBB. Deze discussie heeft bij de GI’s geleid tot onzekerheid over de financiering. Zoals afgesproken in de escalatieladder is hiervoor in eerste instantie het Ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd (OZJ) ingeschakeld en vervolgens de Jeugdautoriteit om te adviseren en te bemiddelen om tot een oplossing te komen. Daarnaast is bij JBB een bedrijfsvoeringsonderzoek uitgevoerd, dat ook met de Jeugdautoriteit is gedeeld. Op basis van het bedrijfsvoeringsonderzoek heeft JBB begin dit jaar een herstelplan opgesteld.

Naast de financiële problematiek constateerden de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de Inspectie Justitie en Veiligheid eind 2020 en begin 2021 in het kader van de doorbraakaanpak dat de regio Noord-Brabant er nog onvoldoende in was geslaagd om tijdig jeugdbescherming in te schakelen en passende hulp aan jeugdigen aan te bieden. Hierbij was de personele problematiek (verzuim en verloop medewerkers) bij JBB een van de oorzaken naast de bredere problematiek in de regio Brabant van beschikbaarheid van specialistische jeugdhulp door personeelskrapte.

JBB heeft de oplopende financiële en personele problematiek aan de orde gesteld bij de gemeentelijke en regionale bestuurders, het OZJ en de Jeugdautoriteit. Sinds het voorjaar 2021 is het verzuim en met name het verloop van het personeel verder toegenomen. De bestuurder van JBB heeft sinds begin juni het Ministerie van Justitie en Veiligheid op ambtelijk niveau geïnformeerd over deze oplopende en zeer zorgelijke personele problematiek, alsmede het uitblijven van tariefafspraken met de regionale bestuurders. Er is vervolgens vanuit mijn ministerie het aanbod gedaan om een bestuurlijk escalatie-overleg te organiseren. Op 15 juni werden het ministerie en de accounthoudende gemeente echter geïnformeerd over de eenzijdig afgekondigde instroomstop door JBB.

Naar een gezamenlijk plan van aanpak

Na de aankondiging van de instroomstop door JBB en WSS in Brabant heeft de accounthoudende wethouder met spoed bestuurlijk overleg georganiseerd in overleg met mijn ministerie en alle betrokken organisaties (JBB, WSS, Leger des Heils, Jeugd Veilig Verder, de Raad voor de Kinderbescherming, de inspecties en de rechtspraak). Dit heeft ertoe geleid dat door de regionale bestuurders met alle betrokkenen een crisisorganisatie is opgezet om maatregelen uit te werken voor de acute problematiek en een aanpak voor de middellange termijn. De volgende maatregelen zijn in gang gezet:

1. Plan van aanpak voor de korte termijn

  • Alle kinderen die spoedeisende hulp nodig hebben worden gezien en geholpen

    Dit gaat om zaken waar een acute bedreiging voor de veiligheid van het kind bestaat en waarbij directe uithuisplaatsing in de meeste gevallen aan de orde is.

  • Opzetten instroomteam onder leiding van de WSS

    Dit instroomteam is gericht op het kunnen laten instromen van de kinderen waarvoor de rechter een jeugdbeschermingsmaatregel oplegt bij een nieuw team met extra jeugdbeschermers onder leiding van de WSS.

    Dit team zal in de week van 5 juli van start gaan en de taken uitvoeren die minimaal nodig zijn om de veiligheid van het kind te borgen. De kinderen die in de afgelopen weken door de rechter zijn toegewezen worden ook gezien en geholpen.

  • Verder intensiveren inzet aan de voorkant van de jeugdbeschermingsketen

    Gemeenten, lokale teams en hulpaanbieders gaan hun inzet aan de voorkant van de jeugdbeschermingsketen intensiveren, zoals op echtscheidingsproblematiek, om instroom in de jeugdbeschermingsketen te verminderen. Ook hierdoor wordt de druk op de GI’s verminderd.

2. Contouren plan van aanpak middellange termijn

Dit plan zal op 1 september 2022 beschikbaar zijn en heeft tot doel de continuïteit en kwaliteit voor de zorg van de kinderen en gezinnen ook voor de toekomst duurzaam te borgen. Hiermee wordt tevens gereageerd op de uitkomsten van de inspectierapporten waarover uw Kamer in een aparte brief wordt geïnformeerd. De voorstellen zien onder andere op:

  • Een duurzame inrichting van de werving en selectie met als doel het borgen van een tijdige invulling van vacatures en zo laag mogelijk krijgen van het verloop van personeel;

  • Een betere inrichting van «beschermtafels» (aan de voorkant van de jeugdbeschermingsketen) zodat kinderen zoveel als mogelijk in vrijwillig kader geholpen worden;

  • Een verdere optimalisering en vereenvoudiging van de huidige jeugdbeschermingsketen, zodat kinderen snel weten waar ze aan toe zijn en geholpen kunnen worden. Daarbij zal bijvoorbeeld gekeken worden naar de aansluiting op de capaciteit van de verschillende ketenpartners, naar de wijze van organiseren binnen en van de keten en het verminderen van de complexiteit van de uitvoering. Dit laatste mede in relatie tot het landelijke traject gericht op vereenvoudigen van de jeugdbeschermingsketen waarvoor bezien wordt of Brabant een pilotregio kan worden.

3. Bestuurlijke afspraken en monitoring

Naar aanleiding van de ontstane situatie, waarbij de zorgcontinuïteit van kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel in gevaar is gebracht, heb ik onmiddellijk het interbestuurlijk toezicht gestart. In het kader van stap 3 van het interbestuurlijk toezicht («Afspraken over acties, termijnen en vervolg») heb ik met de gemeenten afgesproken dat zij:

  • Een plan van aanpak voor de korte termijn opstellen en uitvoeren;

  • Een plan van aanpak voor de middellange termijn opstellen en uitvoeren;

  • Het ministerie informeren over de voortgang zodat nauwgezet kan worden gemonitord en indien nodig kan worden geïntervenieerd.

Met de gemeenten en instellingen heb ik zoals hiervoor aangegeven afspraken gemaakt over de sturing op en monitoring van de afspraken. Hiermee moet worden geborgd dat er zicht is op de cliëntstromen en geen kind tussen wal en schip beland. Daarnaast wil ik er goed zicht ophouden dat alle voorgenomen maatregelen tijdig tot het gewenste resultaat leiden en de instroomstop zo snel als mogelijk kan worden opgeheven. Ik heb de inspecties en de Jeugdautoriteit gevraagd hier vanuit hun taken en verantwoordelijkheden toezicht op te houden en mij te informeren indien de situatie daartoe aanleiding geeft.

De regionale en GI-bestuurders hebben de Jeugdautoriteit gevraagd een advies uit te brengen om tot een afronding van de tariefafspraken te komen. Inmiddels hebben partijen afspraken vastgelegd in een principeakkoord. Een deel van de regionale bestuurders moet deze afspraken nog voorleggen aan hun Colleges van B&W en gemeenteraden.

De afgekondigde instroomstop heeft veel onrust veroorzaakt. Ik realiseer me dat hierdoor voor kinderen, gezinnen en hulpverleners een moeilijke situatie is ontstaan. Ondanks dat deze onrust mogelijk voorkomen had kunnen worden als de betrokken partijen eerder hadden geëscaleerd, zie ik dat er de afgelopen twee weken zeer voortvarend en in gezamenlijkheid is opgetreden. Deze aanpak geeft mij en de betrokken bestuurders het vertrouwen dat wordt toegewerkt naar een stabiele situatie waarbij de kinderen tijdig de jeugdbescherming krijgen.

Voortgang Limburg

Nadat het ministerie op 15 juni geïnformeerd is over de instroomstop in Limburg, heeft het ministerie gesprekken gevoerd met de accounthoudende wethouder uit Limburg en met de bestuurder van de WSS, waarbij is aangedrongen op een snelle oplossing. De problematiek in Limburg is minder omvangrijk dan die in Brabant en de verantwoordelijke wethouders zijn direct in actie gekomen en voeren constructief overleg met de WSS, de Raad voor de Kinderbescherming en de andere betrokken GI’s (Leger des Heils en Bureau Jeugdzorg Limburg). Anders dan in Brabant, speelt hier geen onderliggende discussie over tarieven. De Limburgse gemeenten en GI’s zijn tijdig reële tarieven overeengekomen.

De gemeenten in Limburg hebben in overleg met de WSS en de overige betrokken partijen geconstateerd dat de personele problematiek van de WSS geen op zich staand gegeven is en dat dit breder speelt. Ook andere GI’s hebben moeite geschikt personeel te werven en te behouden. De betrokken partijen hebben afspraken gemaakt voor de korte termijn, waarbij in samenwerking met de andere GI’s de nieuwe instroom verwerkt wordt. Voor de lange termijn wordt een projectaanpak uitgewerkt die gecombineerd kan worden met de doorbraakaanpak. Hierbij wordt ook gebruik gemaakt van de ervaringen uit de aanpak in Brabant. De gemeenten en WSS hebben aangegeven dat op dit moment geen interventies of ondersteuning vanuit mijn ministerie noodzakelijk zijn. Als vanzelfsprekend blijf ik de situatie volgen en word ik geïnformeerd. Ik heb er vertrouwen in dat in Limburg voortvarend wordt toegewerkt naar een stabiele situatie waarbij de kinderen tijdig jeugdbescherming krijgen.

Verbeteracties binnen de jeugdbescherming

De personele en financiële problematiek waarover ik u in deze brief heb geïnformeerd, ligt mede ten grondslag aan de oordelen van de inspecties in hun onderzoeksrapport naar de effecten van de doorbraakaanpak. De problematiek is voor mij een reden geweest om het interbestuurlijk toezicht in te zetten in Brabant. Hierbij verwijs ik u ook naar de beleidsreactie op dat rapport van de Staatssecretaris van VWS en mij, die separaat naar uw Kamer wordt gestuurd. In die beleidsreactie wordt u tevens geïnformeerd over de inzet op de arbeidsmarktproblematiek en de overige verbeteracties binnen de jeugdbescherming voor de korte en lange termijn.

Zoals tijdens het commissiedebat toegezegd zal ik uw Kamer informeren over de voortgang van de gemaakte afspraken indien daartoe aanleiding is.

De Minister voor Rechtsbescherming, S. Dekker

Naar boven