Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 12 september 2016
Bij brief van 30 mei 2016 heeft de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie mij
verzocht om een reactie te geven op het bericht «Voor het eerst baby vondelingenkamer».
De Stichting Beschermde Wieg, de initiatiefnemer van de vondelingenkamers, heeft in
mei bericht dat zij zich op verzoek van een pas bevallen vrouw heeft ontfermd over
een baby. Ik heb kennisgenomen van dit bericht. Daarnaast heb ik mij laten informeren
door de Raad voor de Kinderbescherming en het Openbaar Ministerie, die bij deze zaak
betrokken zijn (geweest). Hierbij geef ik u, mede namens de Staatssecretaris van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport (VWS), de gevraagde reactie.
Uitgangspunt
Het onderwerp vondelingen(kamers) staat sinds een aantal jaren breed in de belangstelling
van velen. Ieder kind dat achtergelaten wordt aangetroffen roept de vraag op of dit
op enigerlei wijze voorkomen had kunnen worden. De Staatssecretaris van VWS en ik
hechten eraan dat deze vrouwen zo goed mogelijk worden bereikt en begeleid door de
hulpverlening: dit doet niet alleen recht aan de vrouwen, maar ook aan het kind. Het
niet (kunnen) weten wie je moeder (en vader) is (zijn), is zeer ingrijpend en dient
daarom zoveel mogelijk te worden voorkomen. Het kind heeft recht om op te groeien
bij zijn eigen ouder(s) en recht om te weten van wie het afstamt. De inspanningen
van de hulpverlening zijn er daarom (mede) op gericht om dat te bewerkstelligen. Dat
laat onverlet dat zich situaties kunnen voordoen, waarin vrouwen bijvoorbeeld om veiligheidsredenen
hun naam niet willen prijsgeven. In deze situaties wordt de veiligheid van de moeder
zoveel mogelijk geborgd, zonder daarbij inbreuk te maken op het belang van het kind
om zijn afkomst te kennen.
Afstand ter adoptie
Zonder hier nader op de individuele omstandigheden van de zaak in te gaan, acht ik
het van belang te melden dat het betrokken kind niet in een vondelingenkamer is achtergelaten.
Wel gaat het hierbij om een situatie waarin de moeder afstand heeft gedaan van haar
kind. Normaliter zijn FIOM dan wel Siriz de organisaties die een moeder met een voornemen
tot afstand ter adoptie begeleiden. Deze organisaties hebben werkafspraken met de
Raad voor de Kinderbescherming, zodat de begeleiding bij de voorgenomen afstand, de
eventuele daadwerkelijke afstand en de plaatsing van het kind in een adoptiegezin
zo optimaal mogelijk kunnen verlopen. Ik vind het uitermate belangrijk dat vrouwen
goed worden geïnformeerd en begeleid bij deze ingrijpende beslissing. Uit cijfers
van FIOM blijkt namelijk dat in 2015 74 vrouwen het voornemen hadden afstand te doen
ter adoptie, maar dat uiteindelijk slechts 16 vrouwen daadwerkelijk daartoe overgingen.
Dit laat zien dat het helpt met deze vrouwen het gesprek aan te gaan over de verschillende
alternatieven die er zijn. Wanneer vrouwen niet willen dat bekend wordt dat zij zwanger
zijn, bestaat verder de mogelijkheid om te bevallen onder geheimhouding. Onder meer
de Raad voor de Kinderbescherming, FIOM en Siriz hebben hiervoor werkafspraken gemaakt
die deze vrouwen veiligheid bieden.
Stichting Beschermde Wieg
Door de oprichting van Stichting Beschermde Wieg is er een nieuwe speler in het veld
gekomen tot wie zwangere vrouwen die afstand willen doen van hun kind, zich kunnen
wenden. Deze stichting stelt zich ten doel zwangere vrouwen die geen beroep op de
reguliere hulpverlening kunnen, durven of willen doen, desgewenst anoniem hulp te
bieden. Dit doet de stichting door middel van hulpverlening, maar ook via het oprichten
van vondelingenkamers waar desnoods anoniem een kind kan worden achtergelaten. Daarnaast
heeft de stichting (in deze individuele zaak) het initiatief genomen de persoonsgegevens
van de moeder niet te openbaren en in bewaring te geven bij een notaris, bij wie het
kind de gegevens wanneer het zestien jaar is -naar verluidt- kan opvragen.
Hoewel ik begrip heb voor het feit dat de stichting zich het lot van deze vrouwen
en kinderen aantrekt, sta ik niet achter deze (uiterste) oplossingen die zij daaraan
verbinden. Zoals eerder reeds is aangegeven, hecht ik groot belang aan het recht van
het kind om op te groeien bij de eigen ouders en zijn afkomst te kennen. Dit recht
ligt ook besloten in het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind. Onder
meer om die reden hebben mijn voorganger en ik uw Kamer – in navolging van ook het
advies van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming – meerdere keren
bericht vondelingenkamers niet als een toereikende oplossing voor moeder en kind te
zien. Goede voorlichting en hulpverlening in een vroegtijdig stadium doen ons inziens
het meest recht aan de belangen van moeder en kind. In dit verband is nog van belang
te vermelden dat ervaringen uit het buitenland aantonen dat vondelingenkamers niet
kunnen voorkomen dat kinderen op onveilige plaatsen worden achtergelaten.
Het Openbaar Ministerie heeft de casus van de Groningse vondeling overigens in onderzoek
gehad en heeft op grond van bijzondere omstandigheden besloten het strafrechtelijk
onderzoek te beëindigen.
Vervolgacties
Het bovenstaande laat onverlet dat de komst van de Stichting Beschermde Wieg de vraag
oproept of en zo ja hoe de hulpverlening aan zwangere vrouwen met een voornemen tot
afstand ter adoptie verbeterd kan worden. De Staatssecretaris van VWS zal hierover
ook in overleg treden met FIOM en Siriz. Ik zal daarnaast inventariseren of de bestaande
praktijk van bevallen onder geheimhouding verbeterd kan worden.
De Minister van Veiligheid en Justitie,
G.A. van der Steur