Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 5 oktober 2015
In de Tweede Kamer is op 22 januari 2015(Kamerstuk 31 839, nr. 463), naar aanleiding van een verzoek daartoe van mevrouw Ypma (PvdA), toegezegd dat
er onderzoek zal worden verricht naar de uitvoeringspraktijk van de ouderbijdrage.
Ik heb aangegeven dat naar aanleiding van de uitkomsten van dit onderzoek een beslissing
genomen wordt over de toekomstige ouderbijdrage. Met deze brief bericht ik u, mede
namens de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, over de uitkomsten van het
onderzoek (zie voor het onderzoeksrapport de bijlage bij deze brief1), geef ik een overzicht van de conclusies die getrokken kunnen worden en bericht
ik u over mijn reactie op het onderzoek.
Achtergrond
Ouders van wie een kind jeugdhulp met verblijf ontvangt, zijn op grond van de Jeugdwet
een ouderbijdrage verschuldigd (artikel 8.2.1. van de Jeugdwet). Een ouderbijdrage
is verschuldigd voor alle jeugdhulp waarbij sprake is van verblijf buiten het gezin,
waarbij een jeugdige gedurende een etmaal of een deel daarvan verblijf wordt geboden.
Het CAK is belast met de vaststelling en de inning van de ouderbijdragen. Gemeenten
zijn op grond van de Jeugdwet verplicht om informatie te verstrekken aan het CAK over
de start en het einde van jeugdhulp. Voor een aantal situaties gelden enkele wettelijke
uitzonderingsgronden en op basis van een hardheidsclausule kan de innende instantie
(het CAK) de inning achterwege laten. De opbrengsten van de ouderbijdrage gaan naar
de gemeente, die verantwoordelijk is voor het treffen van een voorziening voor de
jongere.
Uitkomsten onderzoek naar de uitvoeringspraktijk van de ouderbijdrage
Het onderzoek naar de uitvoeringspraktijk van de ouderbijdrage is ingegaan op de volgende
vraagstukken:
-
1. Besparen ouders kosten als de jeugdige jeugdhulp met verblijf ontvangt?
-
2. Wat is de verwachte opbrengst voor gemeenten (kosten-batenanalyse)?
-
3. Zijn er vanwege de ouderbijdrage onnodig drempels voor jeugdhulp?
1. Besparen ouders kosten bij jeugdhulp met verblijf?
Uit het onderzoek blijkt dat, als alleen gekeken wordt naar kosten die ouders besparen
als hun kind jeugdhulp met verblijf ontvangt, er een besparingsmotief geldt. Als echter
ook gekeken wordt naar extra kosten die ouders in die gevallen maken en naar de samenhangende
extra en verminderde inkomsten, geldt het besparingsmotief lang niet voor alle ouders.
Het besparingsmotief is dan sterk afhankelijk van de individuele situatie. Het besparingsmotief
lijkt vooral op te gaan als een kind in de leeftijdsgroep 0–5 jaar jeugdhulp met verblijf
ontvangt, waarbij kosten voor kinderopvang kunnen worden bespaard. Deze groep is overigens
niet groot. In andere leeftijdsgroepen en bij dagbehandeling komt het gemiddelde besparingsmotief
(licht) negatief uit, waarbij ouders netto meer kosten maken als het kind jeugdhulp
met verblijf ontvangt dan als het kind thuis woont. Het besparingsmotief verschilt
ook in die gevallen sterk op basis van extra uitgaven en extra inkomsten die per gezin
van toepassing zijn.
2. Wat is de verwachte opbrengst voor gemeenten (kosten-batenanalyse)?
Uit het onderzoek naar de uitvoeringspraktijk van de ouderbijdrage komt naar voren
dat de opbrengsten voor het invoeringsjaar nagenoeg even hoog zijn als het begrote
bedrag van € 26, 6 miljoen. Voor het invoeringsjaar (2015) zullen gemeenten meer kosten
maken dan in latere jaren, omdat de ouderbijdrage nog organisatorisch nader wordt
ingericht. Vanaf 1 januari 2016 zijn daarom de jaarlijkse opbrengsten naar verwachting
hoger, de gemeenten kunnen dan € 32,5 miljoen per jaar aan opbrengsten ontvangen.
Dit bedrag is gebaseerd op de huidige wet- en regelgeving rondom de ouderbijdrage.
Wat betreft de inning van de ouderbijdrage voor de daghulp valt op dat deze gepaard
gaat met relatief hoge administratieve lasten vanwege het hoge aantal mutaties. Hierdoor
zijn de kosten van de inning voor daghulp relatief hoog. Daarbij komt dat de opbrengst
van daghulp veel lager is dan die van 24 uurszorg. De netto opbrengst voor daghulp
bedraagt € 1,3 miljoen (€ 2,8 bruto opbrengst minus € 1,5 miljoen kosten).
3. Zijn er vanwege de ouderbijdrage onnodig drempels voor jeugdhulp?
In de Jeugdwet zijn diverse uitzonderingen opgenomen voor ouders die geen ouderbijdrage
hoeven te betalen: uitzonderingsgronden, buiten invorderingstelling en de hardheidsclausule.
De uitzonderingen kunnen een drempel voor toegang tot zorg bij ouders wegnemen. In
het onderzoek is echter naar voren gekomen dat er bij ouders veel onduidelijkheid
bestaat over het bestaan van uitzonderingen en wanneer ouders hiervoor in aanmerking
komen. Door de onduidelijkheid nemen de uitzonderingen de mogelijke drempel voor toegang
tot zorg door de ouderbijdrage niet altijd weg.
Reactie op uitkomsten onderzoek
Op alle drie de onderzochte vraagstukken biedt dit rapport nader inzicht in de werking
van de ouderbijdrage. Het rapport is voor mij aanleiding om de ouderbijdrage in overleg
met de VNG nader te bezien. Ik streef er naar u nog voor de begrotingsbehandeling
VWS een nader voorstel te sturen.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
M.J. van Rijn