Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 28 april 2014
Hierbij ontvangt u het door de Inspectie Jeugdzorg opgestelde rapport «Kwaliteit van
de jeugdzorg in Caribisch Nederland»1.
Conclusies en aanbevelingen van de Inspectie Jeugdzorg
Op grond van het eind 2013 verrichte onderzoek concludeert de inspectie dat drie jaar
na de overgang van de Nederlandse Antillen naar Caribisch Nederland op alle drie de
eilanden instellingen voor jeugdzorg aanwezig zijn. De culturele en sociaal-economische
situatie in Caribisch Nederland verschilt van Europees Nederland. Veel voorzieningen
die in Europees Nederland bestaan ontbreken. Niettemin is het de medewerkers van Jeugdzorg
en Gezinsvoogdij Caribisch Nederland (JGCN) gelukt om in slechts enkele jaren een
aanbod van jeugdzorg op te zetten, waarin het geven van praktische hulp voorop staat.
De inspectie ziet tegelijkertijd dat er nog flinke stappen nodig zijn om de kwaliteit
van jeugdzorg te verbeteren. De inspectie doet daarover aanbevelingen ten aanzien
van JGCN en ten aanzien van de twee gesubsidieerde residentiële voorzieningen: het
Langverblijfhuis en Kas pa Hoben ku Futuro.
Daarnaast doet de inspectie aan mij de aanbeveling om – in overleg met de Staatssecretaris
van Veiligheid en Justitie in verband met diens politieke verantwoordelijkheid voor
de uitvoering van de (gezins)voogdij – ervoor zorg te dragen dat JGCN een ontwikkelplan
opstelt waarin stapsgewijs, binnen een acceptabele en haalbare termijn, wordt toegewerkt
naar een betere kwaliteit van jeugdzorg en (gezins)voogdij. Voorts beveelt de inspectie
mij aan om de voortgang van de uitvoering van het ontwikkelplan door middel van periodieke
monitoring te volgen en zo nodig bij te sturen. Ten aanzien van de twee gesubsidieerde
residentiële voorzieningen beveelt de inspectie mij aan ervoor zorg te dragen dat
de door de inspectie geformuleerde aanbevelingen worden opgepakt en worden ingevoerd
in de praktijk.
Beleidsreactie
Mede namens de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie bericht ik u het zeer nuttig
te vinden dat de Inspectie Jeugdzorg doorgelicht heeft hoe de stand van de jeugdzorg
en de uitvoering van de (gezins)voogdij in Caribisch Nederland is. Het vormt zo een
bron om tot verdere verbetering te komen. De bevindingen sluiten aan bij de beelden
die ik al had. Op een aantal terreinen werd daarom al gewerkt aan het doorvoeren van
wijzigingen, bijvoorbeeld op het terrein van de continuïteit en kwaliteit van de interne
sturing binnen JGCN. Ik besef dat het alleen al vanwege de schaalgrootte van de eilanden
een uitdaging is om de aanbevelingen in te vullen. Regelmatig blijkt dat bijvoorbeeld
het aantrekken en behouden van personeel voor de uitvoeringsorganisaties uitermate
lastig is. Mede namens de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wil ik benadrukken
dat de medewerkers die de jeugdzorg en (gezins)voogdij in Caribisch Nederland uitvoeren,
zorg bieden aan kinderen en gezinnen die op velerlei terrein problemen hebben. Ik
waardeer hun inzet, maar besef tegelijkertijd dat goede inzet van jeugdzorg en (gezins)voogdij
alléén niet volstaat. Pas wanneer ook op andere terreinen vooruitgang kan worden geboekt
– zoals bij de bestrijding van armoede, het verbeteren van de huisvestingssituatie
en de houding ten aanzien van geweld – zal het verbeteren van jeugdzorg en (gezins)voogdij
tot een echt structurele verbetering van de situatie van kinderen in Caribisch Nederland
kunnen leiden. Goede afspraken over een integrale benadering, die naar verwachting
in juni 2014 onder voortouw van de Minister van BZK tijdens de zogenaamde Caribisch
Nederland-week gemaakt zullen worden, zijn dus nodig om een echt zinvolle inzet van jeugdzorg
en (gezins)voogdij mogelijk te maken.
Deze constatering betekent niet dat ik van mening ben dat verbetering van jeugdzorg
en (gezins)voogdij nu niet ter hand moet worden genomen. Naast de benodigde integrale
benadering wil ik, in overleg met de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
ook op mijn terrein komen tot verdere verbetering en in verantwoorde stappen de komende
jaren werken aan steeds betere jeugdzorg en uitvoering van (gezins)voogdij. De aanbevelingen
van de Inspectie Jeugdzorg neem ik over. Ik heb met de JGCN afgesproken dat zij de
aan hen gerichte aanbevelingen zullen oppakken en invoeren in de praktijk. Met het
Langverblijfhuis en Kas pa Hoben ku Futuro zullen de aanbevelingen van de inspectie
binnenkort besproken worden. Ook zij zullen de aanbevelingen moeten oppakken en invoeren
in de praktijk. Ik zal dat ook monitoren. Het gaat mij daarbij om een realistische,
stapsgewijze benadering die rekening houdt met de lokale omstandigheden waarbinnen
de verbeteringen moeten plaatsvinden.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
M.J. van Rijn