Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201331839 nr. 313

31 839 Jeugdzorg

Nr. 313 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARISSEN VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT EN VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 10 september 2013

Op uw verzoek ontvangt u onderstaand een reactie op het bericht in het Algemeen Dagblad (AD) van 5 september 2013 over de ervaringen in Denemarken met de decentralisatie van jeugdhulp en de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen naar gemeenten. Op uw verzoek ontvangt u tevens bijgevoegd het verslag van een werkbezoek aan Denemarken (juni 2012) van een ambtelijke delegatie van VWS, VenJ, VNG, brancheorganisaties en het Nederlands Jeugdinstituut (Nji)1.

Algemeen

In Denemarken is in 2007 het binnenlands bestuur flink hervormd, waarbij de tussenlaag van de counties (regio’s) min of meer is verdwenen en het aantal gemeenten via fusies is verminderd van 271 naar 98. Met de bestuurlijke hervorming is ook een (verdere) decentralisatie van het jeugdbeleid doorgevoerd. Net als in Nederland is de hervorming van de jeugdhulp in Denemarken gericht op meer preventie en ondersteuning dicht bij huis om het beroep op dure gespecialiseerde zorg en opvang in residentiële voorzieningen te verminderen. De decentralisatie in Denemarken geeft, na wat aanloopperikelen, een positief beeld: minder uithuisplaatsingen, afname opvang in residentiële voorzieningen, meer integrale aanpak van problemen van gezinnen, betere ondersteuning vanuit scholen en kinderopvang.

De ervaring in Denemarken leert dat we de transitie goed moeten begeleiden. Met het Transitieplan hebben we uw Kamer geïnformeerd over de stappen die door het Rijk, IPO, VNG/gemeenten in samenwerking met zorgverzekeraars en veldpartijen gezet worden voor een verantwoorde overgang naar het nieuwe jeugdstelsel.

We hebben bestuurlijke afspraken gemaakt over de beoogde continuïteit van zorg (lopende trajecten) en beperking van frictiekosten. In de Jeugdwet hebben we vastgelegd dat cliënten in het eerste jaar hun huidige jeugdhulp behouden; voor pleegzorg is er zelfs geen termijn voor de continuïteit van zorg. Ook de regionale transitiearrangementen zijn bedoeld als waarborg voor continuïteit van zorg en beperking frictiekosten. De ervaring in Denemarken leert ook dat de inhoudelijke

omslag (transformatie) die we in de jeugdhulp willen realiseren tijd kost en niet al in 2015 gerealiseerd kan zijn. Wel worden met de Jeugdwet de noodzakelijke bestuurlijke, juridische en financiële randvoorwaarden gecreëerd voor vernieuwing van de jeugdhulp. Zoals u bekend is, is hebben VNG en Rijk in samenwerking met veldpartijen een Transformatieagenda in voorbereiding.

Wat betreft de efficiencytaakstelling – die oploopt van € 120 mln in 2015 (het jaar van invoering), naar € 300 mln in 2016 en € 450 mln in 2017 en verder – verwachten we dat gemeenten door de ontschotting van de verschillende jeugdbudgetten (provinciale jeugdzorg, jeugd-ggz, jeugd-awbz, gesloten jeugdzorg, jeugdbescherming, jeugdreclassering) de beschikbare middelen doelmatiger kunnen inzetten. Dit is mogelijk door onder andere het aantal hulpverleners rond gezinnen te verminderen (1-gezin, 1-plan, 1- regisseur), door meer gebruik te maken van de mogelijkheden van de mensen zelf en hun sociale omgeving en door meer inzet op preventie om het beroep op dure specialistische zorg te verminderen. Wat betreft de opmerkingen in het AD over de kwaliteit van jeugdhulp geldt voor de Nederlandse situatie dat er landelijke kwaliteitswaarborgen zijn voor alle jeugdhulpaanbieders, waarop landelijk toezicht plaatsvindt. Verder mogen kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering alleen worden uitgevoerd door instellingen die gecertificeerd zijn voor één van deze of voor beide taken.

Uitvoering kinderbeschermingsmaatregelen

In het AD artikel wordt verder melding gemaakt van een Deens gezin dat de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel stelselmatig probeerde te ontlopen door van de ene gemeente naar de andere te verhuizen. Wat de Nederlandse situatie betreft, kan worden opgemerkt dat in het huidige stelsel gezinnen ook kunnen verhuizen van de ene provincie naar de andere terwijl hun kinderen onder toezicht staan van jeugdzorg. Gezinsvoogden hebben toegang tot het bevolkingsregister zodat gezinnen niet verdwijnen van de radar. Als een ondertoezichtstelling (OTS) bijna afloopt en niet wordt verlengd, kan het in het huidige stelsel voorkomen dat de gezinsvoogd die een gezin bijvoorbeeld in Den Haag onder de hoede had ook actief blijft na de verhuizing naar bijvoorbeeld Amsterdam. Als een OTS langer doorloopt, vindt er overdracht plaats tussen twee voogdij instanties. Daarvoor moet de kinderrechter als extra check toestemming geven. Deze werkwijze blijft in essentie intact in het nieuwe jeugdstelsel na 2015.

We verwachten u met het voorgaande afdoende te hebben geïnformeerd.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. van Rijn

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, F. Teeven